Een man heeft een bijstandsuitkering. Hij heeft verschillende problemen. Zo heeft hij schulden en problemen met zijn woonsituatie. Ook voert hij tegen de gemeente verschillende procedures over het recht op bijstand. Die gaan onder andere over de informatieplicht over zijn ondernemingen. Hij heeft ook veel klachten bij de gemeente ingediend. Een aantal daarvan gaat over dezelfde onderwerpen als in de procedures. Verder klaagt hij hoe medewerkers van de gemeente zich bij een huisbezoek hebben gedragen.
De gemeente behandelt de klachten. Ze vindt de klachten voor een deel ongegrond en voor een deel niet thuishoren in de klachtbehandeling. De gemeente ziet de vele problemen die de man heeft op verschillende gebieden. Ze maakt zich zorgen over het welzijn van de man. Ze stelt een maatwerkplan op om hem bij de verschillende problemen te helpen. Zijn huurschulden zouden daarbij worden kwijtgescholden. De man wijst het maatwerkplan af. Hij kan zich ook niet vinden in de klachtafhandeling door de gemeente. Hij gaat naar de ombudsman.
De ombudsman onderzoekt de klachten. De gemeente heeft een andere verklaring over hoe het huisbezoek is verlopen dan de man. Daarom kan de ombudsman voor dat deel van de klachten niet tot een oordeel komen. Het overige deel van de klachten hoort thuis in de bezwaar- en beroepsprocedures. Ook daarover kan de ombudsman zich niet uitspreken. Maar de ombudsman benadrukt dat het goed is dat de gemeente de man een maatwerkplan heeft aangeboden. Dat is oplossingsgericht. En hiermee is duidelijk dat de gemeente oog heeft voor de problemen van haar inwoner. Hij vindt dat daarin de oplossing voor de problemen van de man had kunnen liggen. Het is erg jammer dat de man deze hulp niet heeft geaccepteerd.

