Klacht over ongewenst gedrag docenten universiteit terecht?

Brief

Een man is student aan een universiteit in Nederland en ervaart ongewenst gedrag van twee docenten. Het gaat er onder meer over dat zij hun mening over bepaalde maatschappelijke kwesties hebben geuit. De man is het niet eens met die mening. Hij dient twee klachten in bij de Commissie Ongewenst Gedrag van de universiteit. De commissie heeft op verzoek van het College van Bestuur de klachten behandeld. De commissie adviseert dat de klachten niet kunnen worden aangemerkt als ongewenst gedrag zoals bedoeld in de Klachtenregeling Ongewenst Gedrag. Het College van Bestuur van de universiteit heeft het advies van de commissie overgenomen en de klachten van meneer ongegrond verklaard.  

Meneer is het daar niet mee eens en vindt dat de commissie haar onderzoek niet goed heeft gedaan. Daarom kan volgens hem het college het advies van de commissie niet overnemen. Meneer dient een klacht in bij de Nationale ombudsman. 

De Nationale ombudsman behandelt geen klachten over de commissie. Wel kan de Nationale ombudsman kijken of het college het advies van de commissie in redelijkheid kon volgen. Dat heet marginaal toetsen. De Nationale ombudsman vindt dat het college het advies van de commissie in redelijkheid heeft kunnen overnemen. Onder andere omdat het gedrag waar meneer over klaagt niet tegen hem persoonlijk is gericht. De Nationale ombudsman kan daarom volgen dat de commissie adviseert dat het gedrag niet valt onder de Klachtenregeling Ongewenst Gedrag. Dat meneer ongewenst gedrag heeft ervaren, maakt niet dat het gaat om gedrag dat onder de regeling valt. 

Verder is de regeling niet bedoeld om de vrijheid van de docenten om hun visie te uiten, te beperken. Het is uiteindelijk aan de rechter om te bepalen of uitingen wel of niet vallen onder de vrijheid van meningsuiting.