2020/025 Een onderzoek naar de klachtbehandeling bij het Openbaar Ministerie

Rapportnummer
2020/025
Rapport

De meerderjarige zoon van verzoeker is slachtoffer geworden van een steekincident. Verzoeker diende op 15 januari 2019 een klacht in bij het Openbaar Ministerie (OM) over de gang van zaken rondom de strafzaak tegen de dader. Volgens de hoofdofficier van justitie was er geen sprake van een klacht die volgens de Awb behandeld diende te worden. De klacht ging volgens het OM over de wijze waarop de zoon van verzoeker was bejegend door het OM. Verzoeker, als vader, zou daarover niet kunnen klagen, aldus het OM. De hoofdofficier ging wel inhoudelijk op verzoekers klachten in. Verzoeker was niet tevreden met de reactie van de hoofdofficier van justitie en vroeg de Nationale ombudsman een onderzoek in te stellen. De Nationale ombudsman startte een onderzoek naar de wijze van klachtbehandeling bij het OM.

    Oordeel

    De ombudsman benadrukt in zijn rapport dat volgens de wet iedereen mag klagen. Volgens artikel 9:1 Awb kan ook een ander (de derde) dan degene jegens wie de gedraging heeft plaatsgevonden (de benadeelde), klagen. Verzoeker is in dit geval een derde die klaagt. Zijn klacht had op een behoorlijke manier afgehandeld moeten worden.

    De ombudsman acht de klacht over het niet opnemen van persoonlijk contact gegrond.
    De ombudsman hanteert als uitgangspunt dat bij klachten van (familieleden van) slachtoffers van een misdrijf altijd persoonlijk contact plaatsvindt. Klachten waarin veel emoties spelen, verdienen extra zorg en aandacht. Om de klager zijn verhaal te laten doen, zodat deze zich gehoord en gezien voelt. Zoals in dit geval van een vader wiens zoon slachtoffer was van een steekpartij. Tijdens het onderzoek van de ombudsman liet het College van procureurs-generaal weten deze klacht gegrond te achten omdat het beter was geweest als verzoeker de gelegenheid was geboden om zijn verhaal en klachten nader toe te lichten. De klachtbehandelaar erkende tijdens het onderzoek van de ombudsman zelf ook dat het achteraf gezien beter was geweest als zij persoonlijk contact met verzoeker had opgenomen. De Nationale ombudsman heeft hiervan met instemming kennis genomen.

    Ook de klacht over de opmerking in de klachtafhandelingsbrief aan verzoeker acht de ombudsman gegrond.
    Deze opmerking heeft verzoeker bijzonder geraakt, zeker vanwege de aanname dat zijn zoon zeer goed in staat zou zijn om zelf het woord te doen. De ombudsman vindt het belangrijk dat het OM zich ervan bewust is dat een dergelijke opmerking als suggestief en onnodig kwetsend kan worden opgevat als de feitelijke situatie niet geverifieerd is. Ook hier had het in de rede gelegen dat het OM persoonlijk contact had opgenomen met verzoeker om zijn verhaal te horen. Alles overziend concludeert de ombudsman dat het OM niet heeft gehandeld in overeenstemming met de normen voor professionele klachtbehandeling.

    De ombudsman acht de klacht over het niet leren van verzoekers klachten eveneens gegrond.
    De hoofdofficier van justitie heeft erkend dat verzoeker niet juist geïnformeerd is over het spreekrecht voor slachtoffers. Aan verzoeker is niet duidelijk gemaakt wat het OM heeft geleerd van deze klacht en of er maatregelen zijn genomen om dit in de toekomst te voorkomen. Het niet formuleren van het leermoment na een gegrond verklaarde klacht acht de Nationale ombudsman gegrond. Tijdens het onderzoek van de ombudsman is wel gebleken dat het OM alsnog van de klacht geleerd heeft. Desgevraagd liet de klachtbehandelaar de ombudsman weten dat het inderdaad belangrijk is dat officieren van justitie weten wie spreekrecht heeft en wanneer. Zij had daarom tijdens het onderzoek van de ombudsman binnen het betreffende parket alsnog aandacht gevraagd om dit te bespreken met de officieren van justitie. De ombudsman heeft hiervan met instemming kennisgenomen.

    De Nationale ombudsman beveelt de minister van Justitie en Veiligheid aan binnen het OM te waarborgen dat bij klachten van (familieleden van) slachtoffers van een misdrijf persoonlijk contact met de klager plaatsvindt.

     

    Instantie:

    Klacht:

    Verzoeker klaagt over de wijze waarop het OM zijn klacht van 15 januari 2019 heeft behandeld. Met name klaagt verzoeker erover dat het OM:

    • geen persoonlijk contact met hem heeft opgenomen om hem zijn verhaal te laten doen;
    • in de reactie van 15 februari 2019 de passage heeft opgenomen dat zijn zoon "volwassen is en heel goed in staat zelf het woord te voeren";
    • niet van zijn klacht heeft geleerd.
    Oordeel:
    Gegrond