2019/003 Reservistenbeleid onderzocht en aangepast mede dankzij onderzoek Veteranenombudsman

Rapportnummer
2019/003
Rapport

Verzoeker werd in september 2011 als reservist op een tijdelijk beroepscontract uitgezonden naar Afghanistan. Daar werd hij op het basiskamp in Khandahar ingezet als timmerman en beveiliger. Op het kamp werd hij veelvuldig geconfronteerd met onder andere (dreiging van) raketaanvallen en zelfmoordaanslagen. Daarnaast was er sprake van een aantal incidenten met een collega die beroepsmilitair was.

Terug in Nederland gaat het bergafwaarts met verzoeker: herbelevingen, slecht slapen, destructieve gedachten en steeds meer problemen om normaal te functioneren. De integriteitsorganisatie van Defensie besloot geen onderzoek te doen naar zijn melding van pesterijen. Daarnaast werden zijn klachten niet in behandeling genomen. Hierop deed verzoeker melding bij de Veteranenombudsman.

Ondanks het doorzenden van de klacht van verzoeker aan Defensie op grond van het vereiste van kenbaarheid werd de klacht niet behandeld. Op meerdere malen rappelleren door medewerkers van de Veteranenombudsman, werden alleen feitelijke, summiere antwoorden gegeven op vragen. De Klachtenregeling Defensie 2016 werd niet gevolgd, waardoor een onderzoek en oordeel over de klachten van verzoeker uitbleven.

Alles overziend is de Veteranenombudsman van mening dat er onvoldoende zicht is geweest op het daadwerkelijke functioneren van verzoeker na terugkomst in Nederland, ondanks eerdere berichtgeving over hem vanuit het uitzendgebied. Met als gevolg dat er nauwelijks sprake is geweest van een gerichte begeleiding van verzoeker in de eerste jaren na repatriëring uit Afghanistan.

Verzoeker wist niet welke weg hij kon bewandelen of waar hij met vragen terecht kon. De Veteranenombudsman vindt het zorgwekkend dat signalen van verzoeker lange tijd niet gezien of herkend werden door het kader van de GLR en de betrokken medische diensten. Hiervoor is geen eenduidige verklaring gegeven door Defensie. Feit is wel dat verzoeker nog langere tijd deelnam aan bewapende oefeningen en schietoefeningen. Gelet op de psychische staat van verzoeker in de periode na de uitzending had deze situatie op zijn minst voorkomen moeten worden, niet alleen voor de veiligheid van verzoeker maar ook voor de veiligheid van anderen.

De Veteranenombudsman is van oordeel dat de minister van Defensie heeft gehandeld in strijd met het vereiste van betrouwbaarheid gelet op de bijzondere zorgplicht van Defensie naar veteranen.

 

INSTEMMING

Met instemming heeft de Veteranenombudsman bij brief van 21 september 2017 van de minister van Defensie vernomen dat de klacht van verzoeker er mede toe heeft geleid dat het reservistenbeleid bij de GLR nader is onderzocht en dat een aantal wijzigingen is doorgevoerd. Zo is er een selectieprocedure ingesteld voorafgaande aan een uitzending. In deze procedure worden reservisten na hun individuele aanmelding voor een uitzending beoordeeld op hun inzetbaarheid. Ook wordt nu voorafgaand aan elke uitzending een SMT bijeengeroepen om de reservisten die aangewezen zijn voor de missie te bespreken en mogelijke situaties als in dit rapport beschreven vroegtijdig te onderkennen.

Instantie: ministerie van Defensie

Klacht:

Groep Luchtmacht Reserve heeft niets gedaan met het dringende SMT-advies van 14 december 2011 van de voorzitter SMT van Air Task Force 18, althans niet tot december 2014

Oordeel:
Gegrond

Instantie: ministerie van Defensie

Klacht:

Groep Luchtmacht Reserve, hield, in ieder geval tot eind 2014, geen zicht op en had geen aandacht voor de situatie van verzoeker terwijl hij wel als reservist bleef deelnemen aan het jaarlijkse oefenprogramma, waaronder ook oefeningen met bewapening, en zijn medische geschiedenis bekend mocht worden geacht.

Oordeel:
Gegrond