2018/056 Wat kan ik nog meer doen om de verkoop van mijn auto tegen te houden?

Rapportnummer
2018/056
Rapport

De politie nam de auto van verzoeker in beslag toen zijn zoon er in reed. Tegen de zoon liep een strafrechtelijk onderzoek. Verzoeker wilde de auto terug hebben. Zijn advocaat diende daarvoor bij de rechtbank een klaagschrift in. Daarnaast verzocht de advocaat herhaaldelijk bij een aantal afdelingen van het Openbaar Ministerie (hierna: OM) om de teruggave. Hierop volgde na bijna drie maanden een (inhoudelijke) reactie van het OM. De officier van justitie besliste tot teruggave aan verzoeker. Desondanks werd de auto acht dagen later door Domeinen Roerende Zaken (hierna: DRZ) verkocht.

DRZ bood verzoeker op grond van wet- en regelgeving – kort gezegd - de opbrengst van de verkoop van de auto aan. Verzoeker kon zich daarin niet vinden. Zijn advocaat wendde zich daarom tot het OM. Vervolgens is door het OM niet gereageerd op een groot aantal brieven van de advocaat met een verzoek om een hogere financiële tegemoetkoming. Het OM kon deze brieven niet in zijn administratie terug vinden, ondanks de bevestiging van de ontvangst van de brieven door het Paleis van Justitie. Het OM erkende dat de auto niet verkocht had mogen worden en bood een bedrag van € 820 aan omdat verzoeker door onzorgvuldigheid van het OM was benadeeld. Verzoeker wenst een hogere vergoeding en wendde zich daarom tot de Nationale ombudsman.

De Nationale ombudsman oordeelt dat in dit bijzondere geval – waarin kort gezegd (de advocaat van) verzoeker vele inspanningen heeft verricht om de auto terug te krijgen en de auto tenslotte ten onrechte is verkocht - verzoeker recht heeft op vergoeding van de vervangingswaarde van de auto. Zo is het voor hem mogelijk een naar soort, kwaliteit, staat en ouderdom gelijkwaardige auto te verkrijgen.

Daarnaast is de Nationale ombudsman van oordeel dat het OM verzoeker over de periode na de verkoop van de auto door DRZ tegemoet dient te komen in zijn verzoek om vergoeding voor de WA-verzekering, de motorrijtuigenbelasting en de huur van een auto. De Nationale ombudsman is van oordeel dat het OM onvoldoende oog heeft gehad voor het burgerperspectief. De Nationale ombudsman acht dan ook de klacht gegrond, wegens strijd met het vereiste van luisteren naar de burger. Deze beslissing leidt tot een doen aan een aanbeveling.

Instantie: Hoofdofficier van het arrondissementsparket te Den Haag

Klacht:

niet volledig aan verzoek om financiële vergoeding tegemoet gekomen

Oordeel:
Gegrond