2007/178

Rapportnummer
2007/178
Rapport

Op 3 november 2005 werd verzoeker, een negentienjarige jongen, tijdens het bezorgen van kranten omstreeks 5.30 uur door twee politieambtenaren aangehouden. De aanhouding geschiedde buiten heterdaad, met toestemming van de hulpofficier van justitie. Achteraf gaf de officier van justitie zijn goedkeuring aan de aanhouding. Verzoeker werd ervan verdacht een dag eerder een vrouw, in het bijzijn van haar kind, ernstig te hebben bedreigd.

Nadat verzoeker was overgebracht naar het politiebureau, vond er een spiegelconfrontatie plaats. Uit deze spiegelconfrontatie bleek dat verzoeker niks met de bedreiging had te maken. Hij werd direct in vrijheid gesteld.

Verzoeker klaagde erover dat hij was aangehouden, met toestemming van de hulpofficier van justitie. Verder klaagde verzoeker erover dat hij na zijn aanhouding niet is verhoord. Ook klaagde verzoeker erover dat de officier van justitie achteraf zijn goedkeuring heeft gegeven aan de aanhouding.

De Nationale ombudsman oordeelde dat verzoeker ten onrechte was aangehouden. Verzoeker kon niet als verdachte worden aangemerkt en daarom was aanhouding niet mogelijk. De Nationale ombudsman oordeelde verder dat de hulpofficier van justitie ten onrechte toestemming heeft gegeven om verzoeker buiten heterdaad aan te houden. De Nationale ombudsman vond dat de officier van justitie vooraf toestemming had moeten geven en dat de situatie niet dusdanig spoedeisend was dat er niet op de toestemming van de officier van justitie kon worden gewacht. De politieambtenaren en de hulpofficier van justitie hebben hierdoor gehandeld in strijd met het verbod op onrechtmatige vrijheidsbeneming.

Omdat verzoeker niet als verdachte kon worden aangemerkt, had de officier van justitie achteraf niet zijn goedkeuring aan de aanhouding kunnen geven. De officier van justitie heeft hiermee gehandeld in strijd met het verbod op onrechtmatige vrijheidsbeneming.

Dat verzoeker na zijn aanhouding niet is verhoord, achtte de Nationale ombudsman niet onjuist. De Nationale ombudsman oordeelde dat hiermee niet was gehandeld in strijd met het redelijkheidsvereiste.

Instantie: Regiopolitie Hollands Midden

Klacht: Door hulpofficier van justitie toestemming verleend om verzoeker aan te houden; verzoeker aangehouden. Oordeel:
Gegrond

Instantie: Regiopolitie Hollands Midden

Klacht: Niet verhoord na aanhouding. Oordeel:
Niet gegrond

Instantie: Officier van justitie Den Haag

Klacht: Achteraf goedkeuring gegeven aan de aanhouding van verzoeker. Oordeel:
Gegrond