Beklag over Faro ramp te traag afgehandeld

Op deze pagina

    Nieuwsbericht

    Het Openbaar Ministerie heeft te traag gehandeld bij de behandeling van een beklag over het niet instellen van strafrechtelijke vervolging naar aanleiding van de vliegramp in Faro in 1992. Dit constateert de Nationale ombudsman in een rapport dat op donderdag 14 juli jl. is verschenen. Nabestaanden van een van de slachtoffers van de ramp dienden hierover bij hem een klacht in.

    De nabestaanden van één van de slachtoffers van de vliegramp in Faro wendden zich in 1995 tot de officier van justitie met het verzoek over te gaan tot strafvervolging. De officier komt in verschillende brieven aan de nabestaanden tot de conclusie dat er geen strafrechtelijk onderzoek ingesteld wordt naar de vliegramp.

    De nabestaanden van het slachtoffer dienen dan in september 2000 beklag in bij het gerechtshof. De vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie bij het hof, die het beklag in behandeling neemt, de advocaat-generaal, vraagt de officier van justitie hierop diverse malen om een advies en inlichtingen. In oktober 2001 verklaart het hof het beklag van de familie niet gegrond, omdat de strafvervolging ten aanzien van het enige in aanmerking komende delict, dood door schuld is verjaard sinds 1998.

    Procedure rond beklag

    In 2004 wendden de nabestaanden zich tot de Nationale ombudsman over de gang van zaken rond de advisering aan het hof over het beklag. De Nationale ombudsman is niet bevoegd om onderzoek te doen naar de inhoud van de beslissing van de officier van justitie tot het niet vervolgen, maar kan wel een oordeel vellen over het optreden van het Openbaar Ministerie in de procedure rondom het beklag. Hij constateert dat de advisering van het Openbaar Ministerie aan het hof te veel tijd in beslag heeft genomen. De betrokken advocaat-generaal en het arrondissementsparket zijn niet voldoende voortvarend te werk gegaan. Volgens de Nationale ombudsman dient het behandelen van een dergelijk beklag voortvarend te gebeuren.

    Voor de advocaat-generaal geldt dat deze ervan heeft kunnen afzien de officier van justitie om advies en inlichtingen te vragen, omdat de strafbare feiten al waren verjaard op het moment dat de familie haar beklag indiende bij het hof. Het standpunt van de hoofdadvocaat-generaal dat de zaak heeft stilgelegen wegens personele omstandigheden, is volgens de ombudsman geen rechtvaardiging. Ook het arrondissementsparket heeft niet voldoende voortvarend gehandeld, door gedurende zeven maanden niet te reageren op drie verzoeken om inlichtingen en advies van de advocaat-generaal. Ook hier geldt dat op het moment dat de verzoeken gedaan werden al duidelijk was dat de zaak verjaard was.

    Ten overvloede merkt de Nationale ombudsman in zijn rapport op dat de officier van justitie te Haarlem de familie in 1995 ten onrechte niet heeft gewezen op de openstaande beklagprocedure bij het hof. Het is dan ook niet juist om de familie te verwijten dat zij niet eerder beklag heeft ingediend.