Participatie en invloed 2021

Op deze pagina

    Participatie en invloedDe Nationale ombudsman vindt het belangrijk dat de overheid burgers de kans geeft om invloed uit te oefenen op beslissingen en ontwikkelingen die hen rechtstreeks raken. Burgers willen goed worden geïnformeerd over beslissingen die impact hebben en waarbij zij een belang hebben. Op deze manier kunnen zij de afweging maken of zij willen meepraten en invloed willen uitoefenen op keuzes van de overheid.

    Voor kinderen is dit een recht dat expliciet is opgenomen in het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Zo kunnen zij hun mening uiten, met (de gevolgen van) de beslissingen rekening houden en voelen zij zich niet overvallen. Voor de Kinderombudsman is dit daarom ook een cruciaal thema.

    Binnen dit thema heeft de Nationale ombudsman zich met name gericht op participatie en invloed op het gebied van de directe leefomgeving. Dit jaar willen beide ombudsmannen ook aandacht vragen voor participatie en invloed op het gebied van andere onderwerpen. In het publieke debat is bovendien meerdere malen opgeroepen om jongeren actief te betrekken bij beleid en maatregelen. Burgerparticipatie daagt de overheid uit nieuwe manieren te vinden om burgers met hun belangen, kennis en ervaring zo goed mogelijk te laten participeren.

    Op de agenda in 2021

    De decentralisaties bekeken vanuit burgerperspectief

    De afgelopen vijftien jaar zijn meerdere taken van de Rijksoverheid gedecentraliseerd – van natuurbeleid en Woningwet, tot Jeugdwet en Participatiewet. In 2020 zijn door diverse organisaties evaluaties uitgevoerd. De uitkomsten zijn niet altijd rooskleurig. De verwachting is vaak dat decentralisaties tot meer maatwerk voor burgers en differentiatie in lokaal beleid leiden. Gemeenten staan immers dichter bij de burger dan het Rijk en weten beter bij hun belangen aan te sluiten. In de praktijk blijkt dit niet altijd te lukken.

    Effectief inspelen op lokale wensen en problemen kan niet zonder een actieve inbreng en invloed van inwoners, zowel bij het formuleren als bij de aanpak. De Nationale ombudsman gaat in 2021 naar de toekomst kijken en de decentralisaties specifiek bekijken vanuit burgerperspectief: hoe kan de overheid bij overdracht van taken borgen dat de burger invloed kan uitoefenen op enerzijds beleid en uitvoering, en anderzijds op zijn of haar eigen situatie?

    Met daarbij speciale aandacht voor de uitbesteding van publieke taken aan private partijen door decentralisaties. Het gaat dan bijvoorbeeld om de verstrekking van hulpmiddelen op grond van de Wmo, jeugdhulp, huishoudelijke hulp en begeleiding. De vraag die de ombudsman daarbij wil onderzoeken is: wat is de rol van de lokale overheid als regiehouder als de directe verantwoordelijkheid voor bepaalde taken niet meer juridisch is afgebakend? Oftewel: waar kan een burger terecht als hij zeggenschap wil of een klacht heeft over private organisaties die publieke taken uitvoeren?

    Het beste besluit voor het kind (toolkit toepassing 3IVRK)

    De Kinderombudsman moet bevorderen dat kinderrechten in Nederland worden nageleefd. Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind speelt hierbij een belangrijke rol. Artikel 3 van dit verdrag betreft het belang van het kind. Volgens dit artikel moet wat het beste besluit is voor het kind vooropgesteld worden. Bij dit meerjarenproject worden professionals en beleidsmakers ondersteund bij het nemen van besluiten conform de lijn van het Kinderrechtenverdrag. De Kinderombudsman heeft daarvoor een handreiking opgesteld.

    Op 19 november 2019 is de handreiking gelanceerd en is er een begin gemaakt met pilots in verschillende jeugdzorgorganisaties. In 2021 worden deze pilots verder uitgerold, nadat deze in 2020 vertraagd zijn door de coronamaatregelen. De uitkomsten van de pilots dragen bij aan het nader vormgeven van de handreiking. Ook brengt de Kinderombudsman de handreiking verder onder de aandacht bij iedereen die beslissingen neemt die invloed hebben op de toekomst van een kind.