Politiemensen staan bij toepassen politiegeweld te veel alleen

Nieuwsbericht
Fotograaf: Joost Hoving, Hollandse Hoogte

Politiemensen ervaren onvoldoende vertrouwen in eigen optreden en in hun omgeving als ze geweld moeten gebruiken. Daarnaast heeft de politie te weinig aandacht voor zelfreflectie op het gebruikte geweld, zodat er onvoldoende geleerd wordt van incidenten. Dit schrijft de Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, in zijn vandaag gepubliceerde rapport 'verantwoord politiegeweld'. 'Ik heb de ervaring dat de lessen die te trekken zijn uit concrete geweldssituaties die grensoverschrijdend waren, onvoldoende doorwerken in het dagelijks werk van politiemensen en dat baart mij zorgen', aldus Brenninkmeijer. Het onderzoek is in nauw overleg met de politie verricht.

De Nederlandse politie is over het algemeen terughoudend met het gebruik van geweld. Omdat de politie het geweldsmonopolie uitoefent is het van belang dat het geweldgebruik wordt verantwoord en getoetst. Brenninkmeijer: 'Vanuit het perspectief van de burger is de vraag of er sprake was van verantwoord en professioneel politieoptreden belangrijk, omdat de confrontatie tussen burgers en 'de sterke arm' van de politie vaak zeer ingrijpend is.' Inmiddels heeft de politie verschillende initiatieven genomen om de weerbaarheid van politiemensen op straat te vergroten. Maar uit dit onderzoek blijkt dat de effecten daarvan nog niet alle politiemensen op straat hebben bereikt en dat het vergroten van de weerbaarheid een langdurige inzet vraagt. Het gaat immers om een cultuurverandering.

Aanbevelingen

De ombudsman doet de aanbeveling om met trainingen het (zelf)vertrouwen van politiemensen te vergroten en meer aandacht te besteden aan het nabespreken van geweldsituaties en de lessen die eruit getrokken kunnen worden. Hij vindt dat politiemensen hun collega's vaker moeten aanspreken op het door hen gebruikte geweld. Ook moeten de procedures die kunnen volgen op gebruikt geweld korter en doorzichtiger worden, zodat de politieman of -vrouw eerder weet waar hij of zij aan toe is. Voor het leren van geweldsincidenten is het van belang dat niet alleen een strafrechtelijke beoordeling plaatsvindt, maar ook de professionaliteit aandacht krijgt. Ten slotte moet de minister van Veiligheid en Justitie de bestaande instructies aanvullen voor de inzet van de politiehond en het gebruik van handboeien.

Aanleiding

Er zijn jaarlijks ruim 15.500 geweldsmeldingen, waarvan rond de 775 leiden tot klachten of aangiftes. De ombudsman ontvangt rond 100 klachten over het gebruik van geweld en handboeiengebruik door de politie. De beoordeling van deze klachten laat zien dat er regelmatig terugkerende incidenten zijn waarbij met name het gebruik van handboeien, de inzet van politiehonden en fysiek geweld bij aanhoudingen tot problemen leiden. Ook zijn er geregeld schietincidenten. Hierbij valt op dat de instructies niet altijd voldoende aanknopingspunten bieden voor de uitvoering. De vorming van de Nationale politie is een goed moment om dit onderzoek uit te voeren omdat er ook bij de landelijke politie behoefte bestaat aan meer eenduidigheid en duidelijkheid.

Methode van onderzoek

Voor zijn onderzoek heeft de ombudsman na een voorbespreking met de politietop een uitgebreide analyse gemaakt van de vele rapporten die de ombudsman de afgelopen tien jaar heeft geschreven over gebruik van geweld door de politie. Hij heeft literatuurstudie verricht en gesproken met wetenschappers. Bij vier regionale politie-eenheden zijn ronde-tafelgesprekken gevoerd met politiemensen van de werkvloer. Ook zijn er gesprekken gevoerd met klachtbehandelaars, beoordelaars van geweldsmeldingen en medewerkers van intern onderzoek. Tot slot is er een gesprek gevoerd met vier IBT-docenten (beroepsvaardigheidstraining) van verschillende eenheden. Het onderzoek is afgerond met een gesprek met de politietop over de inhoud van het concept rapport. Op grond van dit alles heeft de ombudsman uitgangspunten geformuleerd die als handvat kunnen dienen voor politiemensen bij de uitoefening van verschillende soorten geweld in de dagelijkse praktijk.