Opstelling UWV-inspecteurs niet professioneel

Nieuwsbericht

De Nationale ombudsman vindt dat inspecteurs van het UWV zich in een aantal gevallen niet professioneel hebben opgesteld. De Nationale ombudsman heeft een zestal rapporten uitgebracht naar aanleiding van klachten over de inspecteurs. De klachten gaan over de houding en het gedrag van de inspecteur tijdens controles van mensen die vanuit een WW-uitkering een eigen bedrijf waren gestart.

In 2009 ontving de Nationale ombudsman veel klachten over de uitvoering van de zogenoemde zelfstandigenregeling door het UWV. Over deze uitvoering heeft hij het rapport 'ZZP'ers met een valse start' uitgebracht (2010/025 van 9 februari 2010). Dit onderzoek richtte zich op de wijze waarop het UWV mensen die vanuit de WW een eigen onderneming begonnen, informeerde over het opgeven van directe en indirecte uren. In een aantal van deze klachten speelde ook de bejegening door inspecteurs een rol. Bij de start van dat onderzoek zijn klachten over de bejegening niet meegenomen. Die zijn nu wel onderzocht in de zes rapporten 2011/069 tot en met 2011/074.

Aandachtspunten

De Nationale ombudsman heeft in een brief de Raad van Bestuur het UWV een aantal aandachtspunten onder de aandacht gebracht. Zo adviseert hij het UWV om de informatie aan de uitkeringsgerechtigden over de bewaartermijn van bewijsstukken in overeenstemming te brengen met de periode waarover informatie in verband met eventuele fraudeonderzoeken opgevraagd kan worden. Hiermee wordt voorkomen dat mensen tijdens controles stukken moeten laten zien die zij allang hebben weggegooid.

Verder adviseert de ombudsman het UWV om betrokkenen standaard een paar dagen de tijd te geven om het gespreksverslag al dan niet getekend, eventueel voorzien van aanpassingen, retour te zenden. Dit voorkomt dat mensen zich overrompeld of onder druk gezet voelen.

Tot slot vindt de ombudsman dat inspecteurs zich moeten beperken tot het verzamelen van feiten en geen adviezen moet geven of een uitkering al dan niet moet worden herzien.