Het verhaal van de familie Steenstra

Op deze pagina

    'Dit had niemand haar verteld…'

    De familie Steenstra woont al jaren met plezier in X. Ze hebben een prettige woning en ook de omgeving bevalt hen goed. Helaas heeft mevrouw Steenstra een beperking. Dit beïnvloedt zowel haar dagelijks leven als dat van haar man in flinke mate. Mevrouw Steenstra heeft daarom al vanaf 2012 individuele, gespecialiseerde begeleiding, wat wordt gefinancierd vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Zo krijgt zij drie uur per week een gespecialiseerd iemand op bezoek die haar helpt. Met deze maatwerkvoorziening kan mevrouw samen met haar man zelfstandig in haar eigen huis blijven wonen.

    Tot aan juni 2015 verliep deze begeleiding en de betaling ervan allemaal prima. De AWBZ was per 1 januari 2015 dan wel afgeschaft, maar de indicatie voor deze hulp was nog geldig tot 11 juni 2015. Mevrouw Steenstra viel daarom tot aan die datum onder het overgangsrecht. Als zij na die datum de begeleiding wilde voortzetten, moest zij hiervoor een aanvraag doen bij de gemeente X. De gemeente is hier nu verantwoordelijk voor. Dit staat in de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).

    Begeleiding vanuit de AWBZ is sinds de afschaffing van deze wet overgeheveld naar de Wmo 2015. Indicaties voor AWBZ-zorg begeleiding, die doorlopen na 1 januari 2015, worden als gevolg van deze decentralisatie overgeheveld naar de Wmo 2015. Maar voor mensen die een indicatie hebben die doorloopt tot na 1 januari 2015, geldt het overgangsrecht. Zij behouden gedurende de looptijd van hun indicatiebesluit - maar uiterlijk tot het einde van 2015 - het recht op die zorg die aan het indicatiebesluit voor AWBZ-zorg verbonden is, waaronder ook de hoogte van de eigen bijdrage. Een vergelijkbaar overgangsrecht geldt voor mensen die ervoor hebben gekozen hun AWBZ-zorg zelf in te kopen met een pgb.

    Omdat mevrouw ook na 11 juni 2015 haar begeleiding wilde blijven ontvangen, heeft zij de gemeente X gevraagd om de begeleiding te kunnen behouden. Na een prettig keukentafelgesprek met een zorgadviseur van de gemeente werd besloten de begeleiding voort te zetten vanuit de Wmo.
    In juni 2015 ontving Mevrouw Steenstra een keurige brief van de gemeente, waarin de begeleiding vanuit de Wmo vanaf juli 2015 werd toegewezen. Voorts werd in deze brief gewezen op de eigen bijdrage. Er stond:

    'Voor het ontvangen van begeleiding individueel bent u een bijdrage verschuldigd. Deze bijdrage is inkomensafhankelijk en wordt berekend door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). De inning van de bijdrage vindt eveneens door het CAK plaats. Hierover vindt u nadere informatie in de bijgevoegde folder van het CAK.'

    In de bijgevoegde folder van het CAK was het volgende opgenomen:

    'Begeleiding valt vanaf 2015 onder de Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor begeleiding. Krijgt u in 2015 een nieuwe indicatie? Dan kan het nieuwe uurtarief voor begeleiding hoger zijn dan het tarief van €14 in 2014. Uw gemeente bepaalt het nieuwe tarief.'

    Mevrouw Steenstra betaalde voor haar begeleiding vanuit de AWBZ een eigen bijdrage, gebaseerd op een vast tarief van €14,20 per uur. Na aftrek van een korting van 33% op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg-korting), bracht dit haar op een eigen bijdrage van zo'n €120 per periode van vier weken.1 Dit bedrag was voor de familie Steenstra goed te doen. Wel had mevrouw het aantal uren hulp laten terugbrengen tot twee uur per week, omdat de Wtcg-korting vanaf 2015 werd afgeschaft.2 Door het verminderen van de uren bleef de eigen bijdrage voor haar dan toch rond de €120 en kon zij haar zorg blijven betalen.

    Na de brief van de gemeente, wilde mevrouw Steenstra graag precies wilde weten hoe hoog die eigen bijdrage dan in het vervolg zou gaan worden. De brief gaf daar immers geen duidelijkheid over. Zij nam daarom contact op met het Wmo-loket van de gemeente X met de vraag welke uurtarieven de gemeente vanaf 2015 voor haar begeleiding hanteerde. Het Wmo-loket begreep echter niet goed wat mevrouw bedoelde met haar vraag. Wel werd haar meegedeeld dat zij met vragen over de hoogte van de eigen bijdrage bij het CAK moest zijn. Ook toen mevrouw bleef aandringen en aangaf dat het haar om de uurtarieven ging, bleef het Wmo-loket aangeven dat het CAK de instantie was die de eigen bijdrage vaststelde. De gemeente kon haar hierover geen nadere informatie geven.

    Inmiddels viel eind juli 2015 de eerste rekening van het CAK op de deurmat. En wat bleek? Mevrouw moest vanaf juli opeens een eigen bijdrage betalen van €550 per maand!3 Mevrouw Steenstra schrok erg van deze rekening. Hoe had zij nu kunnen weten dat het bedrag bijna 5 keer zo hoog zou worden? Dit had niemand haar verteld, ondanks dat zij hier meerdere keren om had gevraagd. Als dit haar wel bekend was geweest, had zij de zorg per 12 juni 2015 stopgezet. Dit bedrag kan zij namelijk helemaal niet betalen. Mevrouw Steenstra zegde alsnog haar zorg op en schreef de gemeente X een brief. Hierin liet zij de gemeente weten dat zij het niet eerlijk vond hoe het allemaal was gegaan. Want zonder dat zij het wist of had kunnen weten, werd haar eigen bijdrage opeens fors verhoogd. De gemeente had haar dit vooraf moeten vertellen, vindt ze. Dan had zij nog een keuze gehad. Nu werd zij er geheel door overvallen en moet zij de hoge eigen bijdrage gewoon betalen. Mevrouw Steenstra vindt dat de gemeente het verschil in eigen bijdrage daarom moet compenseren.De gemeente X nodigde mevrouw Steenstra uit voor een gesprek. In dit gesprek gaf mevrouw een toelichting op haar situatie. Enkele weken na dit gesprek liet de gemeente haar weten dat zij had gehandeld conform haar Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015, waarin is opgenomen dat de inning van de eigen bijdrage plaatsvindt op basis van de gecontracteerde uurprijs van de ondersteuning. Hiervan afwijken zou rechtsongelijkheid geven en precedentwerking. Met andere woorden, dan zouden ook andere mensen die deze uurtarieven betalen recht hebben op verlaging en dat vond de gemeente niet wenselijk. Wel vond de gemeente dat het Wmo-loket mevrouw Steenstra beter had moeten informeren toen zij om de uurtarieven vroeg, maar dit kon volgens de gemeente niet leiden tot compensatie. De gemeente heeft naar aanleiding van het signaal de medewerkers van het loket geïnstrueerd om klanten voortaan beter te informeren over mogelijke veranderingen in de hoogte van de eigen bijdrage. Verder zou de situatie worden meegenomen in de evaluatie van de uitvoering van de Wmo 2015 aan het einde van het jaar. Maar voor mevrouw Steenstra kon de gemeente in het jaar 2015 niets betekenen.

    Mevrouw Steenstra kwam met deze klacht naar de Nationale ombudsman. Ook had zij de wethouder van de gemeente X om een persoonlijk gesprek gevraagd. Voordat de Nationale ombudsman besloot om deze klacht in onderzoek te nemen, is eerst het gesprek met de wethouder afgewacht.

    In het gesprek met de wethouder heeft mevrouw Steenstra haar persoonlijke situatie kunnen toelichten. De gemeente besloot vervolgens om haar alsnog te compenseren in het verschil tussen de oude en nieuwe eigen bijdrage. Hoewel de gemeente volgens de wet had gehandeld, had de correcte toepassing van de wet en regelgeving van de Wmo in de specifieke situatie van mevrouw geleid tot 'onbillijkheden van overwegende aard'. Om die reden besloot de gemeente de zogenaamde hardheidsclausule toe te passen.

    Soms kan het toepassen van alle regels in de Verordening maatschappelijke ondersteuning van een gemeente zeer onredelijk uitpakken. Bij het vaststellen van het gemeentelijk Wmo-beleid kan de gemeente namelijk niet met alle bijzondere situaties rekening houden. In het geval van schrijnende zaken, kan de gemeente bij wijze van uitzondering een beroep doen op de hardheidsclausule. Deze hardheidsclausule geeft gemeenten de mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van het vastgestelde beleid. De hardheidsclausule van de gemeente X is neergeleged in artikel 9.3 van haar verordening en klinkt als volgt: 'Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt met een vastgestelde ondersteuningsbehoefte afwijken van de bepalingen van deze verordening, als toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.'

    Later, tijdens een persoonlijk gesprek op het stadhuis in X liet de gemeente ons weten dat de brief van mevrouw Steenstra een echte 'eye-opener' is geweest. Dit hebben zij ook aan mevrouw Steenstra meegedeeld. De gemeente was erg verbaasd geweest over de financiële gevolgen van de overgang van de AWBZ naar de Wmo voor mensen in een situatie als die van mevrouw Steenstra.4 De gemeente X rekende de kostprijs van de zorg 100% door aan de cliënt. Dit is wettelijk gezien toegestaan. Mevrouw Steenstra maakte gebruik van duurdere, gespecialiseerde zorg, waardoor dit bedrag neerkwam op een uurtarief van €66,96. Omdat mevrouw en meneer Steenstra blijkbaar een hoger inkomen hebben, was de maximale eigen bijdrage ook vrij hoog en moest mevrouw de kostprijs nu bijna helemaal zelf betalen. Dit is bijna 5 keer zoveel als het vaste bedrag van €14,20 wat mevrouw onder de AWBZ altijd was gewend! Over dit soort financiële gevolgen was de gemeente zowel vanuit de Rijksoverheid als vanuit de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) niet actief geïnformeerd. Laat staan dat de cliënt zelf hiervan op de hoogte was.

    In opdracht van de staatssecretaris van VWS gaf het CAK halverwege december 2015 voor de eerste keer een waarschuwing dat de eigen bijdrage hoger kon worden. Deze waarschuwing werd gegeven aan cliënten die toen nog onder het overgangsrecht AWBZ-Wmo vielen, ook al veranderde er niets aan de ondersteuning die de cliënt ontving. Het CAK liet weten dat nog niet bekend was hoeveel de cliënt precies moest gaan betalen in 2016. De gemeente diende hierover namelijk informatie aan de burger te verstrekken of had dit al gedaan. Het CAK verwees de mensen naar het rekenprogramma op de website van het CAK, waarmee zij alvast een proefberekening konden maken van de hoogte van de eigen bijdrage.5 Daarnaast is de groep cliënten die mogelijk meer dan €200 aan extra eigen bijdrage zou moeten gaan betalen, in december gebeld door het CAK.6 Dit was de eerste keer dat mensen concreet werd verteld dat de eigen bijdrage bij overgang van de AWBZ naar de Wmo hoger kon worden.

    De medewerkers van de gemeente X deelden voorts mee dat het overigens sowiesó niet mogelijk zou zijn geweest om vooraf, tijdens het keukentafelgesprek, concrete informatie te verstrekken over de hoogte van de eigen bijdrage. De hoogte van eigen bijdrage wordt namelijk mede vastgesteld aan de hand van het inkomen en eigen vermogen van de cliënt. En die informatie heeft de gemeente niet, die heeft alleen het CAK. Voorts is het vanwege de concurrentiegevoeligheid van de tarieven, voor de gemeente niet mogelijk om tijdens de keukentafelgesprekken aan hun inwoners de uurtarieven kunnen verstrekken. Wel had de gemeente het laagste tarief voor de prestatiecode kunnen meegeven, om een indicatie te krijgen van de hoogte van de eigen bijdrage. De gemeente heeft zich dit vooraf niet gerealiseerd. Na de klacht van mevrouw Steenstra wordt hier wel goed op gelet en zijn ook alle omliggende gemeenten gewaarschuwd voor situaties zoals die van mevrouw Steenstra.Tot slot lieten de gemeentemedewerkers weten dat de gemeente X en de omliggende gemeenten hebben besloten om vanaf 1 januari 2016 het algehele beleid omtrent de berekening van de eigen bijdrage zodanig aan te passen, dat vanaf die datum alleen nog maar gerekend wordt met het laagste uurtarief bij zorg in natura, ongeveer €29 per uur, ook al wordt gebruik gemaakt van duurdere gespecialiseerde begeleiding als mevrouw Steenstra deed. Hoewel dit nog steeds duurder is dan in 2014 (€14), blijft de eigen bijdrage hiermee in ieder geval een stuk lager dan wanneer de daadwerkelijke kostprijs wordt doorberekend. Mevrouw Steenstra was heel blij met deze uitkomst en heeft per direct weer begeleiding bij de gemeente X aangevraagd.

    * Deze naam is gefingeerd.

    1. Begeleiding 3 uur x 52 weken = 156 uur. 156 uur x €14 = €2.184 per jaar / 12 maanden = €182 per maand
      €182 per maand - 33% Wtcg-korting = €122 per maand
    2. Zie voor uitleg Wtcg-korting hierna, in het verhaal van meneer Van Dam.
    3. Begeleiding 2 uur x 52 weken = 104 uur. 104 uur x €66,96 = €6964 per jaar / 12 maanden = €580 per maand. Vanwege de door het CAK vastgestelde maximale eigen bijdrage werd maximaal €550 aan mevrouw Steenstra doorberekend.
    4. Mensen met een midden- of hoger inkomen en dure, gespecialiceerde begeleiding.
    5. Brief van het CAK aan cliënten van 17 december 2015, kenmerk IIVZ-125.
    6. Brief van de staatssecretaris van VWS van 1 februari 2016, Kamerstukken II 2015/2016, 34 203, nr. 13.