2017/086 Openbaar lichaam Bonaire (OLB) moet burger op de hoogte houden van een vergunningsaanvraag

Een man wil op Bonaire als buschauffeur werken en vraagt in 2012 een vergunning aan voor zijn autobus. Hij krijgt een ontvangstbevestiging maar ontvangt geen reactie op zijn aanvraag. Hij informeert meerdere keren naar de voortgang maar komt niet verder. De ombudsman adviseert het OLB met klem om burgers goed op de hoogte te houden van een aanvraag en de normen van goede informatieverstrekking te hanteren.

Instantie: Openbaar lichaam Bonaire (OLB)

Klacht:

vijf jaar geleden een aanvraag voor een autobus-vergunning gedaan, maar tot op heden van het OLB nog geen beslissing ontvangen

Oordeel: gegrond

Diverse klachten en signalen uit Bonaire over de problemen die men daar ondervindt rondom het aanvragen van een taxivergunning. Aan de hand van vier concrete zaken is de kwestie aangekaart bij het OLB en zijn er uiteindelijk drie rapporten geschreven. In dit rapport staat de volgende klacht centraal:

Op 2 mei 2002 diende verzoeker bij het openbaar lichaam Bonaire (OLB) een aanvraag is voor een taxivergunning. In 2014 liet het OLB hem weten dat hij op de eerste plek op de wachtlijst stond voor een dergelijke vergunning. Tot aan het moment dat verzoeker zich tot de Nationale ombudsman wendde was hij echter nog niet in aanmerking gekomen voor een dergelijke vergunning.

Verzoeker klaagt erover dat hij sinds mei 2002 op de wachtlijst staat van het OLB en nog steeds niet in aanmerking is gekomen voor een taxivergunning.

Volgens een Eilandsverordening bestaat er een wachtlijst met namen indien er op dat moment voldoende in de vervoersbehoefte is voldaan. Degene die volgens de chronologische volgorde voor een vergunning in aanmerking komt, wordt volgens diezelfde Eilandsverordening schriftelijk in kennis gesteld telkens wanneer een vergunning beschikbaar is. Dat is in deze zaak niet gebeurd. Uit de openbare besluitenlijst van het bestuurscollege over de periode 2014, 2015 en 2016 blijkt dat gedurende deze periode 19 aanvragen voor een taxivergunning zijn toegekend, echter niet aan verzoeker. Overheden moeten bij de uitvoering van hun taken op een behoorlijke manier omgaan met burgers en hun belangen. Dat betekent dat de overheid de burger serieus neemt en met respect behandelt. Door verzoeker ruim 14 jaar op een wachtlijst te laten staan, nota bene jarenlang op de eerste plek, en hem blijkbaar te passeren door anderen die op een lagere plek op de wachtlijst stonden, wel in aanmerking voor een vergunning te laten komen zet te denken.

Doordat het OLB geen duidelijkheid heeft kunnen geven over de vraag waarom verzoeker ondanks het verstrekken van de nieuwe vergunningen in de afgelopen vijf jaren nog steeds niet in aanmerking is gekomen voor een taxivergunning en bij het schrijven van het rapport nog steeds op de wachtlijst staat, heeft het OLB gehandeld in strijd met het vereiste van betrouwbaarheid.

Vereiste van betrouwbaarheid; klacht is gegrond.

Aanbeveling:

  • Ik beveel het bestuurscollege aan om verzoeker zo spoedig mogelijk te laten weten wanneer hij een taxivergunning krijgt;

Uit het onderzoek naar de vier klachten blijkt dat de huidige procedure en werkwijze rondom het verstrekken van een taxivergunning onvoldoende garantie geeft voor objectiviteit bij de toewijzing van de vergunningen. Op het gebied van betrouwbaarheid van de overheid, het verstrekken van informatie naar de burger alsook het geven van een goede motivering blijft er ruimte voor verbetering. Om die reden zijn er niet alleen concrete aanbevelingen gedaan, maar ook enkele algemene:

  1. Breng en houd burgers actief op de hoogte rondom de behandeling van hun aanvraag voor een taxivergunning;

  2. Breid de Commissie Openbaar Vervoer (COV) uit naar het aantal leden dat de Eilandsverordening voorschrijft;

  3. Zet de voorwaarden op papier die de COV stelt om in aanmerking te komen voor een taxivergunning en maak deze voorwaarden openbaar.

WAT IS DE KLACHT?

De Nationale ombudsman heeft de afgelopen tijd diverse klachten en signalen ontvangen over de problemen die men ondervindt rondom het aanvragen van een taxivergunning, bijvoorbeeld over de voortgang van de wachtlijst voor een taxivergunning of het verkrijgen van een belastingnummerplaat (taxiplaat). Men zou geen reactie krijgen van het openbaar lichaam Bonaire (hierna: het OLB) op zijn aanvraag voor een taxiver-gunning en er zou onduidelijkheid bestaan over de volgorde waarin men voor een dergelijke vergunning in aanmerking komt.

Aan de hand van vier concrete zaken heb ik deze kwestie aangekaart bij het OLB. In dit rapport staat de volgende klacht centraal:

Verzoeker klaagt erover dat hij vijf jaar geleden een aanvraag voor een autobus-vergunning heeft gedaan, maar tot op heden van het OLB nog geen beslissing heeft ontvangen.

WAT GING ER AAN DE KLACHT VOORAF?

Verzoeker diende op 28 mei 2012 een aanvraag in bij het OLB voor een vergunning om als buschauffeur te kunnen werken. Op een bevestiging van ontvangst na, kreeg hij geen reactie van het OLB op zijn aanvraag. In de tussentijd informeerde verzoeker enkele keren bij de Commissie Openbaar Vervoer (hierna: COV). Hem werd dan meegedeeld dat zijn aanvraag al bij het bestuurscollege zou liggen, maar als hij vervolgens bij het bestuurscollege informeerde kreeg hij te horen dat eerst de COV nog op de aanvraag moest adviseren. Aangezien hij maar niet verder kwam schreef verzoeker mij op 15 september 2016 een e-mail.

Op 31 oktober 2016 legde ik deze kwestie voor aan het OLB. Tot aan het moment van schrijven van dit rapport ontving ik geen enkele reactie van het OLB over deze kwestie.

ONDERZOEK DOOR DE NATIONALE OMBUDSMAN

Uit onderzoek in drie andere concrete zaken over problemen rondom het aanvragen van een taxivergunning, is naar voren gekomen dat verzoeker op de zeventiende plek staat op de wachtlijst voor een autobusvergunning.

Op 6 april 2017 vond er een gesprek plaats op Bonaire, waarbij het OLB in de gelegenheid werd gesteld te reageren op het onderzoek van de Nationale ombudsman naar de vier concrete zaken. Het OLB gaf aan dat de onderliggende klacht niet bij hen bekend was. de Nationale ombudsman

WAT IS HET OORDEEL VAN DE NATIONALE OMBUDSMAN?

Vereiste van goede informatieverstrekking

De Nationale ombudsman toetst deze klacht aan het vereiste van goede informatie-verstrekking. Dit vereiste betekent dat de overheid ervoor zorgt dat de burger de juiste informatie krijgt en dat deze informatie klopt en volledig en duidelijk is. Zij verstrekt niet alleen informatie als de burger daar om vraagt, maar ook uit zichzelf. Dit betekent ook dat de overheid ervoor zorgt dat de burger gevraagd en ongevraagd tijdig informatie krijgt over de voortgang van een aanvraag.

In rapport 2014/149 van 29 oktober 2014 naar aanleiding van een onderzoek naar de afhandeling van een schadeclaim door het OLB, is het OLB op de hoogte gebracht van de normen die gelden hoe de overheidsinstantie de burger op de hoogte brengt en houdt van de behandeling van zijn/haar aanvraag. Deze normen zijn als volgt:

Ontvangstbevestiging/behandelingsbericht binnen 2 a 3 weken met vermelding van:

- de termijn van beantwoording

- de behandelende ambtenaar of afdeling

Als afhandeling niet mogelijk is binnen de aangegeven termijn, dan een tussenbericht sturen

- vóór afloop termijn

- reden vertraging melden

- nieuwe termijn aangeven

- motiveren als die niet te geven is.

Verzoeker heeft weliswaar een ontvangstbevestiging ontvangen, maar is verder niet op de hoogte gehouden over de voortgang van zijn aanvraag. Door na te laten om verzoeker daarover op de hoogte te houden heeft het OLB gehandeld in strijd met het vereiste van goede informatieverstrekking.

CONCLUSIE

De klacht over de onderzochte gedraging van het openbaar lichaam Bonaire is gegrond wegens strijd met het vereiste van goede informatieverstrekking.

AANBEVELING

Ik beveel het bestuurscollege met klem aan om de reeds eerder door mij geformuleerde normen over hoe de overheidsinstantie de burger op de hoogte brengt en houdt van de behandeling van zijn/haar aanvraag toe te passen. Ik verwijs hiervoor naar mijn eerder uitgebrachte rapport 2014/149.

Ik verzoek het bestuurscollege om mij binnen drie maanden te informeren over het opvolgen van mijn aanbeveling.

De Nationale ombudsman,

Reinier van Zutphen

Publicatiedatum
Rapportnummer
2017/086