2012/058: Vrouw klaagt over hoge inningskosten bij inning betalingsachterstand via loonbeslag

Een vrouw heeft een betaalachterstand van € 45,17 bij haar waterleverancier. Omdat ze niet betaalt schakelt die een deurwaarder in. De kantonrechter bepaalt dat ze dit bedrag en diverse bijkomende kosten moet betalen. Een deel betaalt ze in januari. In februari legt de deurwaarder loonbeslag, en int de hele vordering. De vrouw is het er niet mee eens dat de aanvankelijke vordering ondanks deelbetalingen is opgelopen tot € 510. De deurwaarder heeft weliswaar correct gehandeld, maar de ombudsman betreurt het dat deurwaarder de vrouw niet meteen duidelijk heeft gewaarschuwd voor de mogelijke gevolgen van niet op tijd betalen. Hij vindt dat gerechtsdeurwaarders meer aandacht moeten geven aan goede informatievoorziening. De ombudsman heeft dit onder de aandacht gebracht van de beroepsorganisatie van gerechtsdeurwaarders.

Instantie: Gerechtsdeurwaarder te Rotterdam

Klacht:

binnen het kader van een incassoprocedure teveel kosten in rekening gebracht bij verzoekster

Oordeel: niet gegrond

Verzoekster heeft (twee maanden) betalingsachterstand van haar energierekening laten ontstaan.

De inning daarvan is door de leverancier uit handen gegeven aan een gerechtsdeurwaarder. Verzoekster is door de kantonrechter tot betaling veroordeeld. Uiteindelijk heeft de inning van de hoofdsom en van alle bijkomende inningskosten plaatsgevonden door middel van loonbeslag.

Verzoekster klaagt erover dat deze gerechtsdeurwaarder buitensporig hoge inningkosten in rekening heeft gebracht.

De kosten die de gerechtsdeurwaarder aan verzoekster heeft doorberekend vloeien geheel voort uit het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders (Btag) en wijken ook niet af van de tarieven die golden in de periode juni 2010 tot maart 2011.

Betrouwbaarheidsvereiste. Klacht niet gegrond.

Wel betreurde de Nationale ombudsman het dat de gerechtsdeurwaarder verzoekster niet vanaf het begin duidelijk(er) had gewaarschuwd voor de mogelijkheid dat de kleine vordering (€ 45) in de loop van de tijd wel eens aanzienlijk zou kunnen oplopen. Omdat de Nationale ombudsman ook in andere gevallen had geconstateerd dat gerechtsdeurwaarders niet altijd voldoende rekening houden met het belang van goede en tijdige informatievoorziening aan de schuldenaar, is besloten het rapport toe te zenden aan het bestuur van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders.

Verzoekster klaagt er over dat gerechtsdeurwaarder X te Rotterdam haar binnen het kader van een incassoprocedure te veel kosten in rekening heeft gebracht.

Bevindingen en beoordeling

Algemeen

Verzoekster betrekt water voor haar woning van waterleverancier Evides NV te Rotterdam. In juni en september 2010 is een betaalachterstand ontstaan van in totaal € 45,17. Omdat betaling van de ontstane achterstand uitbleef heeft de leverancier op een gegeven moment gerechtsdeurwaarder X ingeschakeld om de vordering te innen.

Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat verzoekster op 17 december 2010 door de rechtbank Rotterdam (sector kanton) is veroordeeld tot betaling van het achterstallige bedrag en diverse bijkomende kosten. Verzoekster heeft begin januari 2011 een deelbetaling verricht. Gerechtsdeurwaarder X heeft eind februari 2011 loonbeslag laten leggen bij de werkgever van verzoekster. Door middel van dit loonbeslag is de gehele vordering uiteindelijk geïnd.

I Bevindingen

1. Verzoekster stelt niet te kunnen accepteren dat door toedoen van de gerechtsdeurwaarder in korte tijd de aanvankelijke vordering van ruim € 85 ondanks deelbetalingen is opgelopen tot ruim € 510.

2.1. In reactie op de klacht van verzoekster liet gerechtsdeurwaarder X bij brief van 14 april 2011 weten dat verzoekster de energienota's van de maanden juni (€ 22,58) en september (€ 22,59) 2010 onbetaald had gelaten en dat zij in verband hiermee begin november 2010 was gedagvaard om voor de kantonrechter te verschijnen. Op de dagvaarding stond aangegeven dat verzoekster uiterlijk vijf dagen voor de zitting van 29 november 2010 de vordering zou moeten voldoen om de zitting geen doorgang te laten vinden. Verzoekster had daarop wel het termijnbedrag van juni 2010 overgemaakt maar niet dat van september 2010 en de bijkomende inningskosten. De terechtzitting is dan ook doorgegaan. Op 9 december 2010, dus na de terechtzitting, maar voor de datum van het vonnis van de kantonrechter, had verzoekster ook nog een deel van het termijnbedrag van september (€ 12,68) voldaan maar niet de rest van de vordering. Omdat verzoekster niet op de zitting was verschenen had de kantonrechter verzoekster bij verstek veroordeeld tot betaling van het restantbedrag (€9,91) en de gevorderde bijkomende kosten.

Omdat ook daarna betaling van de openstaande bedragen was uitgebleven, was eind februari 2011 loonbeslag gelegd onder de werkgever van verzoekster.

Door middel van dit loonbeslag was de vordering medio maart 2011 alsnog geïnd en was het dossier kort daarna gesloten, aldus gerechtsdeurwaarder X.

2.2. Op verzoek van de Nationale ombudsman verstrekte gerechtsdeurwaarder X op 19 december 2011 een nauwkeurige specificatie van de totale vordering op verzoekster (zie Bijlage).

II Beoordeling

3. Het is een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat de overheid binnen het wettelijk kader en eerlijk en oprecht handelt, doet wat zij zegt en gevolg geeft aan rechterlijke uitspraken.

4. Toen betaling van de termijnbedragen over juni en september 2010 uitbleef, heeft de waterleverancier van verzoekster in het najaar van 2010 gerechtsdeurwaarder X opgedragen zorg te dragen voor de inning daarvan. Aan de werkzaamheden van een gerechtsdeurwaarder zijn kosten verbonden en op basis van wet- en regelgeving mogen deze kosten worden doorberekend aan de schuldenaar (zie Achtergrond onder 1.).

5. Gerechtsdeurwaarder X heeft in totaal het bedrag van € 568,65 in rekening gebracht en ook daadwerkelijk geïnd. Dit bedrag is als volgt samengesteld:

€ 22,58 nota Evides juni 2010;

€ 22,59 nota Evides september 2010;

€ 37,-- buitengerechtelijke incassokosten;

€ 00,11 wettelijke rente;

€ 73,89 explootkosten (met betrekking tot het uitbrengen van de dagvaarding). Dit bedrag is verhoogd met € 7,-- informatiekosten Gemeentelijke Basisadministratie (GBA);

€ 30,-- salaris gemachtigde.

Op 8 november 2010, het moment van het uitbrengen van de dagvaarding bedroeg het totaal € 193,17. Daarna kwamen daar de volgende posten bij:

€ 01,21 wettelijke rente;

€ 105,-- geliquideerde kosten;

€ 73,45 explootkosten (met betrekking tot het betekenen van het vonnis van de kantonrechter). Ook dit bedrag is verhoogd met € 7,-- informatiekosten GBA;

Op 27 januari 2011, het moment waarop het vonnis van de kantonrechter bij verzoekster werd betekend bedroeg het totaal € 379,83. Daarna kwamen daar nog de volgende posten bij:

€ 01,12 wettelijke rente;

€ 113,84 kosten proces-verbaal van het loonbeslag. Dit bedrag is verhoogd met € 9,25 informatiekosten UWV;

€ 64,61 kosten overbetekening van dat proces-verbaal.

Hiermee kwam het totaal op 28 februari 2011, het moment waarop werd overgegaan tot het leggen van loonbeslag bij de werkgever van verzoekster, op € 568,65.

Doordat verzoekster tussentijds voor in totaal € 58,11 aan betalingen had verricht, resteerde van het bedrag op dat moment nog € 510,54.

6.1. Een deel van dit bedrag, te weten, € 275,89 is opgelegd door de kantonrechter in het vonnis van 17 december 2010. Dit bedrag is als volgt samengesteld: € 22,59 (nota september 2010), € 00,11 (vervallen rente) € 185,89 (verschotten) en € 30,-- (salaris gemachtigde).

6.2. Van het restant, € 234,95, vloeit een klein deel (€ 2,33) rechtstreeks voort uit dat vonnis omdat de kantonrechter heeft bepaald dat verzoekster ook na het vonnis wettelijke rente diende te betalen over een deel van de vordering.

De overige door de gerechtsdeurwaarder opgevoerde kostenposten zijn gebaseerd op het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders (Btag).

In dit besluit worden de ambtshandelingen beschreven en wordt ook vastgelegd welke (vaste) bedragen een gerechtsdeurwaarder de schuldenaar ter zake van die ambtshandelingen in rekening mag brengen. Deze tarieven worden jaarlijks aangepast.

Op grond van het Btag mocht voor explootkosten met betrekking tot de betekening van het vonnis in 2011 € 73,45 worden berekend. Voor het leggen van loonbeslag mocht in 2011 € 113,84 worden berekend en voor de overbetekening hiervan een bedrag van € 64,61. De door gerechtsdeurwaarder X berekende kosten stemmen geheel overeen met de in het tarievenoverzicht 2010-2011 vastgelegde tarieven (zie Achtergrond onder 2.).

Voor informatiekosten GBA geldt geen standaardtarief omdat deze kosten per gemeente kunnen verschillen. Gerechtsdeurwaarder X heeft in dit dossier twee maal de adresgegevens van verzoeksters bij het GBA adresverificatie nagetrokken en hiervoor twee keer € 7,-- berekend. Met betrekking tot de eerste adresverificatie heeft de kantonrechter dit bedrag in het vonnis van 17 december 2010 toegewezen. In aansluiting daarop acht de Nationale ombudsman dit bedrag voor de tweede adresverificatie aanvaardbaar.

Voorafgaand aan het leggen van loonbeslag bij de werkgever van de debiteur zal in het algemeen eerst moeten worden uitgezocht bij welke werkgever(s) de debiteur werkzaam is. Hiervoor wordt navraag gedaan bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Ook in dit geval heeft gerechtsdeurwaarder X moeten uitzoeken waar verzoekster werkzaam was. Onder verwijzing naar artikel 1 Btag heeft de gerechtsdeurwaarder verzoekster hiervoor € 9,25 aan informatiekosten doorberekend.

7. Alles overziend moet worden geconcludeerd dat de kosten die gerechtsdeurwaarder X aan verzoekster heeft doorberekend voortvloeien uit het Btag en niet afwijken van de tarieven die golden in de periode juni 2010 tot maart 2011. Voor zover de berekende kosten niet zijn vastgelegd in een tariefoverzicht, zoals de berekende informatiekosten, acht de Nationale ombudsman deze niet buitensporig. Verzoekster kan dan ook niet worden gevolgd in haar klacht dat gerechtsdeurwaarder X in dit geval niet in overeenstemming met het betrouwbaarheidsvereiste zou hebben gehandeld.

De onderzochte gedraging is dan ook behoorlijk.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van gerechtsdeurwaarder X te Rotterdam, is niet gegrond.

III. Slotbeschouwing en advies

De Nationale ombudsman constateert met enige regelmaat dat een aanvankelijk (heel) kleine vordering in de loop van een inningstraject oploopt tot een aanzienlijk bedrag.

Die situatie doet zich in het hier besproken geval ook voor. De hoofdsom bedroeg aanvankelijk ongeveer € 45 en was korte tijd later zelfs gedaald tot ruim € 9.

Het is dan ook begrijpelijk dat verzoekster het totaalbedrag van de daarna berekende inningskosten - circa € 500 - als buitensporig heeft ervaren. Dat de kosten die de gerechtsdeurwaarder in dit geval heeft opgevoerd, voortvloeien uit wettelijke regelgeving en zijn gebaseerd op vaststaande tarieven, doet hieraan niet af.

Het valt te betreuren dat verzoekster niet vanaf het begin duidelijk(er) is gewaarschuwd voor de mogelijkheid dat deze - kleine - vordering in de loop van de tijd wel eens aanzienlijk zou kunnen oplopen. Ook in andere gevallen heeft de Nationale ombudsman geconstateerd dat gerechtsdeurwaarders regelmatig onvoldoende rekening houden met het belang van goede en tijdige informatievoorziening aan de schuldenaar.

De Nationale ombudsman heeft daarom besloten zijn zorg op dit punt over te brengen aan het bestuur van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders.

Hij zal dit rapport daarom tevens toezenden aan die organisatie.

De Nationale ombudsman,

dr. A.F.M. Brenninkmeijer

Onderzoek

Op 4 maart 2011 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift met een klacht over een gedraging van gerechtsdeurwaarder X te Rotterdam.

Naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van het gerechtsdeurwaarder X, werd een onderzoek ingesteld.

In het kader van het onderzoek werd de gerechtsdeurwaarder verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben.

Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen.

De reactie van gerechtsdeurwaarder X gaf aanleiding het verslag op een enkel punt te wijzigen.

Verzoekster gaf binnen de gestelde termijn geen reactie.

Informatieoverzicht

De bevindingen van het onderzoek zijn gebaseerd op de volgende informatie:

Verzoekschrift van 4 maart 2011 en de aanvulling daarop van 23 maart 2011, met bijlagen.

Reactie van gerechtsdeurwaarder X van 14 april 2011, met bijlagen.

Nadere reactie van 19 december 2011 , met bijlagen.

Nadere reacties van 1, 22 en 23 februari 2012.

Achtergrond

1) Artikel 240 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv):

Kosten terzake van ambtshandelingen, verricht door gerechtsdeurwaarders, worden berekend overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde tarieven.

2) Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders (Btag):

2a) Artikel 1:

De in dit besluit opgenomen schuldenaarstarieven dienen mede tot dekking van de rechtstreeks met de ambtshandeling samenhangende voorbereidende, uitvoerende en afrondende werkzaamheden die voor een goede verrichting van die ambtshandeling noodzakelijk zijn.

2b) Artikel 2:

Onverminderd de artikelen 5 tot en met 11 en 14, bedragen de kosten, bedoeld in de artikelen 240 en 434a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, voor het exploot van:

a. dagvaarding, oproeping of aanzegging die het geding inleidt: € 76,17;

b. betekening van een titel: € 73,31;

(…)

d. betekening, anders dan bedoeld in dit artikel: € 64,49;

(…)

j. beslag onder derden op periodieke betalingen, anders dan beslag als bedoeld onder k: € 113,84;

(…)

2c) Aanpassingen tarieven 2010/2011

Artikel

2 a dagvaarding, oproeping of aanzegging die het geding inleidt

bedrag 2010: € 73,89

bedrag 2011: € 76,31

2 b betekening van een titel:

bedrag 2010: € 71,12

bedrag 2011: € 73,45

(…)

2 d betekening, anders dan bedoeld in dit artikel

bedrag 2010: € 62,56

bedrag 2011: € 64,61

(…)

2 j beslag onder derden op periodieke betalingen, anders dan beslag als

bedoeld onder k:

bedrag 2010: € 110,23

bedrag 2011: € 113,84

(Vet gedrukt zijn de in dit dossier berekende tarieven; N.o.).

Bijlage

Specificatie door gerechtsdeurwaarder X:

Het genoemde bedrag ad. € 510.54 (is; N.o.) als volgt opgebouwd:

De volgende facturen zijn te laat betaald door (verzoekster; N.o.):

Factuurdata Voorschotnota Betaald op

- 01-06-2010 ad. €22,58 15-11-2010

- 07-07-2010 ad. € 22,59 09-12-2010 en 07-01-2011

Totaal ad. € 45,17

(Verzoekster; N.o.) is gedagvaard d.d. 29 november 2010. De totale vordering van de dagvaarding bedroeg € 193,17. Dit laat zich als volgt specificeren:

-uit handen gegeven € 45.17

-buitengerechtelijke kosten € 37,00

-rente € 0,11

Subtotaal € 82,28

-exploot kosten € 80,89

-salaris gemachtigde € 30,00

Totaal € 193,17

Op 17 december 2010 is (verzoekster; N.o.) veroordeeld tot het betalen van de hoofdsom en de daaruit voortvloeiende proceskosten.

Op 27 januari is het genoemde vonnis betekend bij (verzoekster; N.o.). Met het verzoek om de volgende bedragen te voldoen:

toegewezen hoofdsom € 82,28

rente conform titel tot heden € 1,21

geliquideerde kosten € 215,89

de kosten van dit exploot € 80,45

Totaal €379,83 Betaald door (verzoekster; N.o.) € 35,26 -

€ 344,57

Daar waar de betaling uitbleef, hebben wij loonbeslag gelegd. Kosten zijn als volgt:

vordering € 344,57

betaald door (verzoekster; N.o.) € 22,85 -

rente conform titel tot heden € 1,12

kosten huidige proces-verbaal € 123,09

kosten overtekening daarvan € 64,61

Totaal € 510,54

Publicatiedatum
Rapportnummer
2012/058