2006/275

Rapport

De werkgever van verzoekster diende bij de Centrale organisatie werk en inkomen (CWI) een ontslagaanvraag in voor vijf medewerkers, waaronder verzoekster, wegens bedrijfseconomische redenen.

Verzoekster klaagde er onder meer over dat de CWI haar werkgever toestemming had verleend de arbeidsverhouding met haar te beëindigen zonder advies in te winnen bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Gelet op het feit dat zij een arbeidsgehandicapte werknemer was, had de CWI dit volgens verzoekster wel moeten doen.

De CWI vond dat de ontslagaanvraag van werkgever berustte op een magere onderbouwing en dat een arbeidsmedisch advies van het UWV mogelijk aanvullende informatie had kunnen geven ten aanzien van de herplaatsingsmogelijkheden van verzoekster binnen het bedrijf van werkgever. De Nationale ombudsman overwoog dat dit betekende dat de CWI niet zonder arbeidsmedisch advies ervan had mogen uitgaan dat er geen herplaatsingsmogelijkheden van verzoekster binnen het bedrijf van werkgever waren.

De Nationale ombudsman oordeelde dat de CWI uit het oogpunt van een actieve en adequate informatieverwerving jegens verzoekster tekortgeschoten was. Hij achtte de onderzochte gedraging op dit punt niet behoorlijk.

Overige klachtonderdelen:

Anciënniteitsbeginsel

Instantie: Centrale organisatie werk en inkomen

Klacht:

Verzoeksters werkgever toestemming verleend de arbeidsverhouding wegens bedrijfseconomische redenen te beëindigen: anciënniteitsbeginsel niet juist toegepast.

Oordeel:

Niet gegrond

Instantie: Centrale organisatie werk en inkomen

Klacht:

Geen advies ingewonnen bij het UWV.

Oordeel:

Gegrond