1998/257

Rapport
Op 11 mei 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te V ggerl se, Denemarken, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland BV, kantoor Amsterdam-Sloterdijk te Amsterdam. Naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van het Landelijk instituut sociale verzekeringen te Amsterdam, werd een onderzoek ingesteld. Op grond van de door verzoeker verstrekte gegevens werd de klacht als volgt geformuleerd:Verzoeker klaagt erover dat Gak Nederland BV, kantoor Amsterdam-Sloterdijk te Amsterdam tot het moment waarop hij zich tot de Nationale ombudsman wendde (11 mei 1998) – ondanks schriftelijke rappels op 5 december 1997 en 11 april 1998 – nog geen beslissing heeft genomen op zijn op 4 juli 1997 ingediende bezwaarschrift tegen het besluit van 1 juli 1997, waarbij werd beslist dat de door verzoeker ten onrechte betaalde sociale verzekeringspremies met niet verder terugwerkende kracht dan tot 1 januari 1991 zullen worden gerestitueerd. ACHTERGROND1. Algemene wet bestuursrecht(Wet van 4 juli 1992, Stb. 315) Artikel 7:10 "1. Het bestuursorgaan beslist binnen zes weken of – indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 is ingesteld – binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift.2. De termijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de indiener is verzocht een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 te herstellen, tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.3. Het bestuursorgaan kan de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.4. Verder uitstel is mogelijk voor zover de indiener van het bezwaarschrift daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen worden geschaad."

2. Co rdinatiewet sociale verzekering (Wet van 24 december 1953, Stb. 577) Artikel 18b:"In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist het Landelijk instituut sociale verzekeringen binnen dertien weken na ontvangst van het bezwaarschrift." ONDERZOEK In het kader van het onderzoek werd Gak Nederland BV te Amsterdam telefonisch verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Daarbij werd tevens een aantal specifieke vragen gesteld. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen berichtte dat het verslag hem geen aanleiding gaf tot het maken van opmerkingen. De reactie van verzoeker gaf aanleiding het verslag op een enkel punt te wijzigen en aan te vullen.

Bevindingen

De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt:1. De feiten1.1. Verzoeker woont sinds maart 1971 in Denemarken en verwierf in april 1978 het Deense staatsburgerschap. Per 1 augustus 1985 werd aan verzoeker in Denemarken een invalidenpensioen toegekend, gebaseerd op 18/40 maal het volledige Deense invalidenpensioen. Met ingang van diezelfde datum ontving verzoeker via het toenmalige Gemeenschappelijk administratiekantoor (thans Gak Nederland BV; hierna: Gak), kantoor Amsterdam-Sloterdijk te Amsterdam eveneens een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Deze uitkering werd be indigd op het moment dat verzoeker de 65-jarige leeftijd bereikte, in oktober 1997. Op verzoekers WAO-uitkering waren vanaf de ingangsdatum premies sociale verzekeringen ingehouden ten bedrage van in totaal f 6.210,51. Verzoeker heeft tegen de inhouding van deze premies op zijn WAO-uitkering vanaf het begin bezwaar gemaakt, omdat dit naar zijn mening niet in overeenstemming is met de Europese regelgeving. Echter zonder resultaat.1.2. Bij brief van 10 september 1996 deelde het Gak verzoeker het volgende mee:"...U ontvangt van onze bedrijfsvereniging (de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging; N.o.) een zogenaamde Nederlandse geprorateerde arbeidsongeschiktheidsuitkering. Deze moeilijke term wil

zeggen dat bij de vaststelling en berekening van de uitkering mede rekening is gehouden met de bepalingen van een EG-Verordening inzake sociale zekerheid voor migrerende werknemers en zelfstandigen. Het gaat om een Nederlandse arbeidsongeschiktheidsuitkering, dus het spreekt voor zich dat eveneens rekening is gehouden met de bepalingen van de Nederlandse wetgeving op dit terrein. In uw geval betreft dat de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (wao). U heeft dus recht op een geprorateerde wao-uitkering. In onze nationale wetgeving is ook bepaald dat degene die een wao-uitkering ontvangt, verzekerd is voor de Nederlandse werkloosheidswet (ww) en de wao zelf. Het gevolg hiervan is, dat op de wao-uitkering onder meer de premies ww en wao moeten worden ingehouden. We noemen dit de premies sociale verzekeringen (premies sv). Wij hebben tot nu toe ook deze premies sv ingehouden op uw uitkering. Het is ons duidelijk geworden dat de Nederlandse wetgeving op het punt van inhouding van de premies sv op de geprorateerde wao-uitkering niet mag worden toegepast. Dit is een gevolg van de vaste rechtspraak van met name het Hof van Justitie van de EG in Luxemburg. Dit betekent dat wij vanaf de maand oktober van dit jaar geen premies sv meer inhouden op uw uitkering. Dit zal in de regel tot gevolg hebben dat uw maandelijkse netto-uitkering hoger wordt. Bovendien gaan wij deze correctie doorvoeren vanaf de maand januari 1996. Dit betekent dat wij de ingehouden premies sv over de periode van januari 1996 tot en met september 1996, zijnde f 646,39 aan u zullen vergoeden. Deze correctie zal doorgevoerd worden bij de vaststelling van de uitkering over de maand oktober van dit jaar..."1.3. Naar aanleiding van dit schrijven maakte verzoeker het Gak er op attent dat hij meer terugbetaald zou moeten krijgen dan de toegezegde f 646,39.1.4. Vervolgens deelde het Gak verzoeker bij brief van 10 juni 1997 het volgende mee:"...Hierbij delen wij u mede dat wij alsnog zullen overgaan tot het restitueren van de sociale verzekeringspremies maar niet tot vergoeding van de wettelijke rente. Wij zijn van mening dat wij niet onrechtmatig hebben gehandeld.

Er is derhalve geen grond voor het toekennen van een schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente of iets van gelijke strekking..."1.5. Bij besluit van 1 juli 1997 werd verzoeker door het Gak over het volgende ge nformeerd:"...Betreft:     BESLISSING NAMENS HET LISV OP GROND VAN DE CO RDINATIEWET SOCIALE VERZEKERING (...) Premierestitutie In 1996 restitueerden wij premies die over de periode vanaf 1 januari 1996 ten onrechte op uw Nederlandse arbeidsongeschikt- heidsuitkering werden ingehouden. Het bestuur van de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging heeft besloten de ten onrechte ingehouden premie met maximale terugwerkende kracht, dat wil zeggen vanaf 1 januari 1991, te restitueren. In de periode vanaf 1 januari 1991 (of ingangsdatum als deze later viel) tot 1 januari 1996 werd op uw aaw- of wao-uitkering ten onrechte een bedrag ad NLG 3294,00 aan premies ingehouden. In voorkomende gevallen dient op het aan u terug te betalen bedrag nog loonheffing in mindering te worden gebracht. Binnenkort wordt derhalve een bedrag ad NLG 4.270,51 aan u overgemaakt..."1.6. Omdat verzoeker van mening was dat hij met verder terugwerkende kracht dan tot 1 januari 1996 - namelijk tot 1 augustus 1985 - recht heeft op restitutie van teveel betaalde sociale verzekeringspremies en hij bovendien meende recht te hebben op vergoeding van de wettelijke rente, diende hij bij brief van 4 juli 1997 bij het Gak een bezwaarschrift in tegen het besluit van 1 juli 1997.1.7. Bij brief van 5 december 1997 vroeg verzoeker het Gak hem te informeren of zijn bezwaarschrift in behandeling was genomen en tot welke beslissing dit had geleid.1.8. In antwoord op deze brief deelde het Gak verzoeker bij brief van 11 december 1997 het volgende mee:"...Het gestelde in uw bezwaarschrift heeft ons onder meer aanleiding gegeven informatie in te winnen omtrent de toepasselijkheid van het 25%-belastingtarief op de aan u verrichte restitutie van sv-premies. In uw bezwaarschrift verzocht u tevens om vergoeding van de door u gederfde rente. Aangezien de eventueel te vergoeden rente geen

onderdeel uitmaakt van het primaire besluit d.d. 1 juli 1997, verzochten wij onze uitkeringsafdeling daaromtrent een primair besluit te verzenden v r 1 januari 1998. Dat besluit zal in de lopende bezwaarprocedure gevoegd worden, terwijl uw bezwaren geacht worden zich tevens tegen dat nieuwe besluit te richten. Mocht u na kennisneming van het nieuwe besluit, uw huidige bezwaren willen aanvullen, wijzigen of intrekken, dan dient u dat schriftelijk aan ons mede te delen binnen 6 weken na ontvangst, onder vermelding van ons bovenstaand kenmerk. Gelet op het bovenstaande zal een beslissing op uw bezwaar nog enige tijd op zich laten wachten..."1.9. Omdat ondanks een rappel op 11 april 1998, een beslissing op het bezwaarschrift uitbleef, wendde verzoeker zich bij brief van 11 mei 1998 met een klacht tot de Nationale ombudsman.2. Standpunt verzoekerVoor het standpunt van verzoeker wordt verwezen naar de klachtsamenvatting onder

Klacht

. 3. Standpunt van Gak Nederland BV 3.1. In reactie op de klacht deelde Gak Nederland BV op 19 mei 1998 telefonisch mee dat nog niet op het bezwaarschrift was beslist. Het Gak gaf daarbij aan dat het bezwaarschrift was blijven liggen omdat men op de uitkeringsafdeling niet goed wist wat men met deze zaak aan moest. Daarnaar gevraagd liet het Gak verder weten dat het geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid de beslissing op het bezwaarschrift te verdagen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:10, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat er geen commissie is ingesteld als bedoeld in artikel 7:13 Awb. Het Gak zegde toe dat nog diezelfde week de uitnodiging voor de hoorzitting de deur uit zou gaan en dat uiterlijk eind juni 1998 op het bezwaarschrift zou worden beslist.3.2. Op 2 juni 1998 liet het Gak weten dat inmiddels was gebleken dat verzoeker het Gak had meegedeeld geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord en dat op 29 mei 1998 de beslissing op het bezwaarschrift aan hem was toegezonden. Uit de beslissing op bezwaar blijkt dat - in tegenstelling tot hetgeen het Gak in zijn brief van 11 december 1997 aan verzoeker meedeelde – met betrekking tot de vergoeding van de wettelijke rente niet nog een afzonderlijk primair besluit is afgegeven, maar dat het

Gak zijn hiervoor onder 1.4. weergegeven brief aan verzoeker van 10 juni 1997 als zodanig heeft aangemerkt. Daarbij is het Gak ervan uitgegaan dat verzoekers bezwaarschrift van 4 juli 1997 eveneens was gericht tegen de brief van het Gak van 10 juni 1997.4. Reactie op het verslag van bevindingenIn reactie op het verslag van bevindingen liet verzoeker onder meer weten het bedenkelijk te vinden dat naar aanleiding van het door de Nationale ombudsman ingestelde onderzoek het Gak wel zonder nadere vertraging tot een (afwijzende) beslissing kon komen, terwijl het Gak aanvankelijk de behandeling van zijn bezwaarschrift had opgeschort, omdat het niet goed wist was het ermee aan moest.

Beoordeling

1. Verzoeker heeft op 4 juli 1997 bij het Gak Nederland BV (Gak), kantoor Amsterdam-Sloterdijk een bezwaarschrift ingediend tegen de namens het bestuur van het Landelijk instituut sociale verzekeringen genomen besluit van 1 juli 1997, waarbij is beslist dat de door verzoeker ten onrechte betaalde sociale verzekeringspremies met niet verder terugwerkende kracht dan tot 1 januari 1991 zullen worden gerestitueerd. Het Gak heeft dit bezwaarschrift eveneens aangemerkt als zijnde gericht tegen de brief van het Gak 10 juni 1997, waarin het verzoeker heeft meegedeeld geen aanleiding te zien aan hem een schadevergoeding toe te kennen in de vorm van een vergoeding van de wettelijke rente. Verzoeker klaagt erover dat het Gak tot het moment waarop hij zich tot de Nationale ombudsman wendde (11 mei 1998) – ondanks rappels op 5 december 1997 en 11 april 1998 – op zijn bezwaarschrift nog geen beslissing heeft genomen.2. Het Gak liet in reactie op de klacht weten dat de reden van de ontstane vertraging in de afhandeling van verzoekers bezwaarschrift was gelegen in het feit dat men niet goed wist wat men met deze zaak aan moest en dat het bezwaarschrift daarom op de uitkeringsafdeling was blijven liggen. Verder deelde het Gak mee dat het geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om de beslissing op het bezwaarschrift te verdagen overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:10, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat er geen commissie is ingesteld als bedoeld in artikel 7:13 Awb.3. Ingevolge artikel artikel 18b van de Co rdinatiewet sociale verzekering (Csv; zie

Achtergrond

) had binnen dertien weken na de ontvangst van verzoekers bezwaarschrift van 4 juli 1997 een beslissing moeten zijn genomen. Op 11 december 1997, het moment waarop het Gak verzoeker per brief informeerde over een vertraging in de behandeling, was deze dertien weken-termijn verstreken zonder dat op het bezwaarschrift was beslist. Pas tijdens het

onderzoek van de Nationale ombudsman naar aanleiding van verzoekers klacht, werd bij besluit van 29 mei 1998 de beslissing op het bezwaarschrift genomen, welk besluit verzoeker nog op diezelfde dag werd toegezonden. Gerekend vanaf 4 juli 1997 heeft het bijna 11 maanden geduurd voordat verzoeker een reactie op zijn bezwaarschrift ontving. Op grond van het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat de termijn genoemd in artikel 18b Csv in aanzienlijke mate is overschreden. Nu het Gak geen verdagingsbesluit heeft genomen als bedoeld in artikel 7:10 derde lid Awb – het bericht van het Gak van 11 december 1997 kan niet als zodanig gelden – niet is gebleken van overleg met of instemming van verzoeker betreffende de behandelingsduur en er ook geen sprake is van omstandigheden die deze overschrijding kunnen rechtvaardigen, heeft het Gak niet correct jegens verzoeker gehandeld. In dit verband wordt opgemerkt dat de omstandigheid dat aanvankelijk nog een primair besluit diende te worden afgegeven met betrekking tot de vergoeding van de wettelijke rente, niet (deels) als rechtvaardiging van de overschrijding van de behandeltermijn kan gelden. Uit de beslissing op bezwaar blijkt immers dat het Gak over de vergoeding van de wettelijke rente uiteindelijk geen afzonderlijk primair besluit meer heeft genomen. De onderzochte gedraging van Gak Nederland BV is dan ook niet behoorlijk.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van Gak Nederland BV, kantoor Amsterdam-Sloterdijk, te Amsterdam die wordt aangemerkt als een gedraging van het Landelijk instituut sociale verzekeringen te Amsterdam, is gegrond.                           

Instantie: Gak Amsterdam-Sloterdijk

Klacht:

Nog geen beslissing genomen op bezwaarschrift tegen besluit om ten onrechte betaalde sociale verzekeringspremies niet verder dan tot 1/1/1991 met terugwerkende kracht te restitueren .

Oordeel:

Gegrond