Gemeente had moeten samenwerken door informatie uit te wisselen

Brief

Een man parkeerde zijn auto in de gemeente bij een plein. Toen hij terugkwam bij zijn auto had hij een boete gekregen wegens foutparkeren. Hij nam hierover meerdere keren contact op met de gemeente. Hij kwam hierbij onder meer met informatie over de parkeersituatie bij het plein. Maar de gemeente stuurde hem steeds direct door naar het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (hierna: het OM). Vervolgens werd zijn beroep bij het OM afgewezen. Kort daarna ontving hij via een medewerker van de gemeente nieuwe informatie over de parkeersituatie aan het plein. Het bleek dat hij wel degelijk bij het plein mocht parkeren. De man vroeg de gemeente meerdere keren om iets te doen met deze nieuwe informatie. Maar dat deed zij niet, waardoor hij in beroep ging bij de rechtbank. 

De man klaagde over het handelen van de gemeente na het uitdelen van de parkeerboete. Hij vond het onbehoorlijk dat de gemeente niet op eigen initiatief én niet op zijn verzoek relevante informatie over de parkeersituatie uitwisselde. Dat had zij intern en extern moeten doen.   

De gemeente vond dat zij correct had gehandeld. Zij kon namelijk niets zeggen over de juistheid van de boete. Dit lag bij de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) van de gemeente, die de boete had uitgedeeld. En alleen de boa had hier dan ook contact over met het OM. 

De ombudsman vindt de klacht van de man gegrond. De gemeente had namelijk intern en extern (met een andere instantie) moeten samenwerken. Het samenwerken zou dan bestaan uit het uitwisselen van informatie. Hierdoor zou de gemeente dus ook niets zeggen over de juistheid van de boete. De ombudsman vindt het dan ook een gemiste kans dat zij dit niet deed. Want dat had de juridische procedures van de man kunnen besparen.