Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ziet terecht geen aanleiding voor kwijtschelding belastingaanslag

Brief

Een meneer is het niet eens dat hij de belastingaanslag moet betalen (geen kwijtschelding). Volgens het hoogheemraadschap had meneer op het moment waarop hij om kwijtschelding vroeg voldoende geld op zijn bankrekeningen staan om de belastingaanslag van te betalen. Meneer vindt dit oneerlijk omdat het hem door zuinig te leven is gelukt om te sparen. Ook zegt hij dat er op een later moment minder geld op zijn bankrekeningen stond.   

De Nationale ombudsman legt meneer uit dat de regels voor kwijtschelding streng zijn. Met belastinggeld moeten namelijk andere maatschappelijke voorzieningen worden betaald. In de regels staat dat burgers maar een bepaald bedrag op hun bankrekening mogen hebben staan om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Er wordt gekeken naar het moment waarop om kwijtschelding is gevraagd. Omdat het bedrag op de bankrekening op dat moment ruim boven het toegestane bedrag uitkomt, volgt de Nationale ombudsman dat het verzoek om kwijtschelding is afgewezen.

De Nationale ombudsman begrijpt dat het voor meneer prettig is om wat geld achter de hand te hebben. Sinds kort hebben lokale overheden de mogelijkheid om mensen die rond het sociaal minimum zitten meer ruimte te geven om een buffer op te bouwen. Lokale overheden kunnen ervoor kiezen om het bedrag dat mensen op hun bankrekening mogen hebben staan iets te verhogen. Mogelijk biedt dit voor meneer en voor andere burgers in de toekomst meer ruimte.