Nationale ombudsman bekritiseert huurcommissies en Ministerie van VROM

Op deze pagina

    Nieuwsbericht

    Huurcommissies verwaarlozen wettelijke taak

    Huurcommissies doen onaanvaardbaar lang over de behandeling van verzoekschriften, aanvragen en verzetschriften. Huurders en verhuurders moeten vaak meer dan een jaar wachten op een uitspraak. Dat is vele malen langer dan de wettelijk toegestane termijnen. Door de zeer grote vertraging in de behandeling van deze zaken verwaarlozen de huurcommissies schromelijk hun wettelijke taak. Dit constateert de Nationale ombudsman, mr. R. Fernhout, in een vandaag verschenen onderzoek naar het functioneren van huurcommissies

    De aanleiding voor het onderzoek is een toename van het aantal klachten over huurcommissies bij de Nationale ombudsman. Sinds 2001 is dat aantal verdrievoudigd naar ongeveer 150 in 2003. Er zijn in Nederland 59 onafhankelijke huurcommissies, die sinds 2001 gezamenlijk één secretariaat hebben. Het onderzoek van de ombudsman, dat eind vorig jaar is gestart, heeft vooral betrekking op de periode juli 2002 tot juli 2003 en beperkt zich uit onderzoekstechnische overwegingen tot vijf huur-commissies: Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Eindhoven. Onderwerp van onderzoek is ook het Secretariaat van de huurcommissies, waarvoor de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verantwoordelijk is.*

    Onaanvaardbare termijnoverschrijdingen verzoek- en verzetschriften

    De huurcommissies houden zich bezig met geschillen tussen huurder en verhuurder over de huurprijs van huurwoningen, servicekosten en de staat van onderhoud. Meestal geldt voor verzoekschriften van huurders of verhuurders over deze kwesties een wettelijke afdoeningstermijn van vier maanden. In de praktijk duurt het gemiddeld drie tot vijf keer zo lang voor een huurcommissie een uitspraak doet. Zo moeten huurders en verhuurders vaak meer dan een jaar wachten op een uitspraak over de redelijkheid van de huurprijs of meer dan 1,5 jaar op een uitspraak in een geschil over de servicekosten of een verhoging van de huurprijs. In bepaalde gevallen kan de voorzitter onmiddellijk na ontvangst van het verzoekschrift zelf schriftelijk uitspraak doen, zonder dat een zitting van de commissie wordt gehouden. Voor dit soort uitspraken geldt een redelijke termijn van vier weken. Ook hier geldt echter dat deze termijn ruimschoots is overschreden.

    Wanneer iemand het niet eens is met een voorzittersuitspraak kan hij een verzetschrift indienen. De gemiddelde doorlooptijd hiervan bedraagt ongeveer zeven maanden, terwijl zes weken als redelijk wordt beschouwd. Alleen al voordat een verzetschrift wordt geregistreerd en een ontvangstbevestiging kan worden verstuurd, zijn doorgaans al ruim 40 dagen verstreken. Richtlijnen of instructies voor de behandeling van verzetschriften blijken geheel te ontbreken

    Huurcommissies en huursubsidie

    De huurcommissies zijn ook verantwoordelijk voor de verstrekking van een verklaring over de redelijkheid van de huurprijs van een woning. Dit is van belang bij de toekenning van huursubsidie.

    Wanneer voor een woning voor een eerste keer huursubsidie wordt aangevraagd, vraagt het Ministerie van VROM zo'n verklaring aan via het Secretariaat van de huurcommissies. De huurcommissie moet zo'n verklaring vervolgens binnen vier weken verstrekken. Aan de registratie en afhandeling van de aanvragen is geen prioriteit gegeven, eind 2003 is de registratie zelfs helemaal stopgezet. Daarom zijn geen betrouwbare gegevens beschikbaar over gemiddelde behandelingstermijnen. In bijna alle gevallen duurde de behandeling in elk geval ruimschoots langer dan een jaar. De Nationale ombudsman constateert dat er nauwelijks iets terecht is gekomen van de verstrekking van huursubsidieverklaringen en spreekt in dit geval over een schromelijke verwaarlozing van de wettelijke taak van de huurcommissies.

    De minister van VROM heeft aangegeven dat de behandeling van huursubsidieaanvragen hierdoor niet is vertraagd. Hierbij wordt volgens de Nationale ombudsman echter voorbij gegaan aan de negatieve gevolgen voor de betrokkenen van eventuele terugvordering van teveel uitbetaalde huursubsidie.

    Dit jaar oplossen

    De Nationale ombudsman wijst erop dat huurders en verhuurders belang hebben bij een goed functionerend systeem van huurprijsbescherming. Dat geldt ook voor het ministerie, omdat het van groot belang is dat bij de toekenning van huursubsidie wordt uitgegaan van een redelijke huurprijs. De Nationale ombudsman heeft dan ook met instemming kennis genomen van het plan van aanpak van de minister om de bestaande achterstanden in 2004 weg te werken. In aansluiting op dit plan van aanpak doet de Nationale ombudsman de minister en de huurcommissies de aanbeveling om verdergaande maatregelen te treffen, zodat uiterlijk per 1 januari 2005 de verzoekschriften wel binnen de wettelijke termijn worden afgedaan. Daarnaast doet hij onder meer aanbevelingen om de registratie en de verzending van ontvangstbevestigingen te versnellen en werkinstructies op te stellen voor de behandeling van verzetschriften.

     

    * De activiteiten van de huurcommissies en het secretariaat zijn in de praktijk zo verweven, dat het toedelen van uiteindelijke verantwoordelijkheid aan één van beide geen recht doet aan de feitelijke gang van zaken.