Vinn (niet de echte naam) woont bij zijn ouders, Dré (niet de echte naam) en Jannie (niet de echte naam), op een woonwagenlocatie. Voor hem is dat thuis. Niet alleen de woonwagen zelf, maar ook het leven eromheen. Familie dichtbij. Mensen die elkaar kennen. Een plek waar hij zichzelf kan zijn.
Vinn wil een standplaats voor een eigen woonwagen. Hij staat al sinds zijn achttiende op een wachtlijst en is ondertussen 25. Hij weet niet hoe hoog hij op de lijst staat en wanneer er iets vrijkomt.
Hij ziet het soms niet meer zitten en is bang dat hij zijn hele leven bij zijn ouders moet wonen. Om hem heen ziet hij huizen en bouwplannen. Maar voor woonwagens lijkt weinig ruimte. De ene keer is de buurt tegen. De andere keer moet er onderzoek komen. Voor Vinn verandert er niets.
Vinn wil weten waar hij aan toe is. Zolang hij daar geen antwoord op heeft, kan hij zijn leven moeilijk opbouwen. Zijn relatie liep stuk. Zijn vriendin wilde vooruit, maar Vinn kon haar geen zekerheid geven.
Hun verhaal gaat over meer dan alleen standplaatsen. Dré en Jannie vertellen dat zij vaker anders worden behandeld. Een hypotheek regelen is lastig. Verzekeraars willen hun woonwagen niet verzekeren. Op het werk kreeg Jannie te horen dat een collega niets te maken wilde hebben met “volk zoals jij”. Hun dochter durfde op school niet te tekenen dat zij in een woonwagen woonde. Ze was bang om gepest te worden.
Ook andere Sinti, Roma en reizigers vertellen over discriminatie en vooroordelen. Op school, op het werk, bij het wonen en in contact met instanties. Sommigen verbergen hun achtergrond uit angst anders behandeld te worden. Ook kinderen merken dat al jong.
Het tekort aan standplaatsen is daar één onderdeel van. Jarenlang was beleid erop gericht het aantal standplaatsen te verminderen. De gevolgen daarvan zijn nog steeds zichtbaar. Maar de problemen zijn breder. Het gaat ook om gelijke kansen, om vertrouwen en om de vrijheid om je cultuur te beleven.
Ik mis bij de overheid de urgentie die nodig is. Discriminatie en vooroordelen tegen Sinti, Roma en reizigers mogen niet normaal zijn. Al helemaal niet binnen de overheid. Er zijn al veel onderzoeken en beloften gedaan. Nu is het tijd voor actie. Het kabinet en gemeenten moeten discriminatie aanpakken en zorgen voor genoeg standplaatsen. Daarbij moeten zij goed luisteren naar de mensen om wie het gaat. Pas als zij in hun dagelijks leven verbetering merken, is de overheid op de goede weg.
Gaat het ook mis tussen u en een overheidsorganisatie? Bel dan gratis de Nationale ombudsman 0800 – 33 55 555.
Deze column is verschenen in De Telegraaf van 3 oktober 2026. De persoon op de foto is niet de persoon uit de tekst.



