Kees (niet de echte naam) zwemt al jaren in het zwembad van de gemeente. Zwemmen helpt hem. Het houdt zijn lichaam soepel en geeft rust in zijn hoofd. Daarom komt hij er vaak. Op een dag gaat het mis.
Het zwembad is eerst rustig. Later komt er een schoolklas binnen. Kees zwemt op zijn rug. Dan botst hij tegen een leerling aan. Kees schrikt op dat moment van pijn in zijn schouder. Hij maakt een snelle beweging met zijn arm. Daarbij raakt hij de leerling. Het was een schrikreactie van de pijn en gebeurde per ongeluk.
Niet meer welkom
Een paar dagen later komt Kees weer naar het zwembad. Bij de ingang krijgt hij een formulier. Daarin staat dat hij twee jaar niet meer welkom is in alle zwembaden in de regio. Op het formulier staat dat hij een kind heeft mishandeld. Kees schrikt enorm.
Hij begrijpt niet hoe de gemeente zo’n zwaar besluit kan nemen zonder eerst met hem te praten. Niemand vraagt wat er volgens hem is gebeurd. Niemand luistert naar zijn kant van het verhaal. Voor Kees voelt het alsof de gemeente al een oordeel heeft, voordat hij iets heeft kunnen uitleggen.
Kees dient een klacht in bij de gemeente. De gemeente vindt dat het verbod terecht is. Volgens de gemeente heeft Kees de leerling hard geraakt en waren er eerder ook incidenten geweest.
Waarschuwing of gesprek
Maar voor Kees verandert dat niets. Hij vindt de straf veel te zwaar. Ook begrijpt hij niet waarom hij nooit eerst een waarschuwing of gesprek heeft gekregen. Daarom neemt hij contact op met de Nationale ombudsman. Eerst kijken wij of een gesprek kan helpen. De gemeente wil praten over een korter verbod. Maar Kees vindt dat het verbod helemaal niet opgelegd had mogen worden.
Daarna doen wij onderzoek. We kijken naar het incident en naar de regels van het zwembad. Onze conclusie is duidelijk. De gemeente had eerst met Kees moeten praten, voordat zij zo’n zware maatregel oplegde. De gemeente gaat met ons oordeel aan de slag en zal bij een voorval voortaan eerst in gesprek gaan met de betrokkene. Kees zwemt voortaan liever in open buitenwater.
Veiligheid voorop
Een zwembad is een openbaar gebouw. Iedereen moet daar veilig kunnen zijn. Maar juist daarom moet een gemeente zorgvuldig zijn. Een verbod van twee jaar is een zware maatregel. Dan moet je eerst goed weten wat er is gebeurd. En je moet iemand de kans geven om zijn verhaal te vertellen. Eerst luisteren. Dan pas oordelen.
Deze column is verschenen in De Telegraaf van 11 juli 2026. De persoon op de foto is niet de persoon uit de tekst.

