Rapportbrief: Defensie kent na 66 jaar alsnog dapperheidsonderscheiding toe aan nabestaanden van Korea-veteraan

Na tussenkomst van de Veteranenombudsman heeft Defensie na 66 jaar alsnog een dapperheidsonderscheiding toegekend aan de nabestaanden van een Korea-veteraan. De korporaal is al in 1951 voorgedragen voor een onderscheiding omdat hij sneuvelde bij het redden van gewonde kameraden tijdens een vuurgevecht. De voordracht is jarenlang zoek, vervolgens weigeren achtereenvolgende ministers van Defensie de voordracht in onderzoek te nemen. Nadat een zegsman van de nabestaanden zich in 2015 tot de Veteranenombudsman wendt, wordt de onderscheiding alsnog toegekend. (2015.039V)

Instantie: Ministerie van Defensie

Klacht:

geweigerd de voordracht in behandeling te nemen

Oordeel: gegrond

In 1950 vertrekt korporaal Slager met het eerste bataljon van het Nederlands Detachement Verenigde Naties naar Korea. Tijdens een vuurgevecht brengt hij gewonde kameraden in veiligheid. Nadat hij een eerste gewonde in veiligheid weet te brengen, sneuvelt hij tijdens een poging een andere gewonde te redden. Zijn toenmalige commandant draagt hem daarna voor voor het postuum verlenen van een Koninklijke onderscheiding.

Tot 1993 is de voordracht om onduidelijke redenen zoek. Dan wordt de oorspronkelijke voordracht uit juli 1951 teruggevonden bij het inrichten van het militaire Van Heutsz-museum in Schaarsbergen. Een vriend van de korporaal spant zich sindsdien namens de nabestaanden in om de voordracht onderzocht te krijgen. Zonder succes. Een voordracht moet namelijk onderzocht worden door een speciale commissie. Na een positief advies van die commissie kan de onderscheiding worden verleend. In 1995 en in 2015 wordt zijn verzoek om te voordracht in behandeling te nemen afgewezen, omdat de betreffende commissie inmiddels allang, sinds 1962, niet meer bestaat.

In 2015 wendt de vriend zich tot de Veteranenombudsman. Die kaart de zaak opnieuw aan bij de minister van Defensie. Dan laat zij weten met een Ministeriële regeling een speciale Interim-commissie Dapperheidsonderscheidingen in te stellen. Deze commissie neemt de voordracht alsnog in onderzoek en adviseert de minister aan de gesneuvelde korporaal postuum een Bronzen Kruis toe te kennen voor 'moedig en beleidvol gedrag'. Voor de nabestaanden komt met deze symbolische blijk van erkenning een einde aan een jarenlange periode van onzekerheid.

De overheid moet volgens de Veteranenombudsman bereid zijn in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid.

Geachte minister Hennis-Plasschaert,


Aanleiding
Op 26 oktober 1950 vertrekt korporaal P.B. Slager, geboren op 25 februari 1925, als jonge man met het eerste bataljon van het Nederlands Detachement Verenigde Naties naar Korea. Meerdere gevechten aan de frontlinie maakt hij mee. Op 26 juli 1951 meldt hij zich tijdens een vuurgevecht vrijwillig om gewonde kameraden terug in veiligheid te brengen, onder vijandelijk vuur. Nadat korporaal Slager de eerste gewonde veilig wist terug te brengen naar eigen linie sneuvelt hij tijdens de poging om de tweede gewonde terug te brengen. Voor deze daden schreef de toenmalige commandant van het Nederlandse Detachement Verenigde Naties luitenant-kolonel W.D. H. Eekhout te velde een voordracht voor het postuum verlenen van een Koninklijke onderscheiding aan korporaal Slager.

De voordracht raakte vervolgens zoek. In 1993 - meer dan 42 jaar later - werd deze voordracht alsnog gevonden.

Klacht nabestaanden
Op 2 november 2015 richt de heer A. uit Emmen zich tot de Veteranenombudsman. A. treedt op namens de nabestaanden van de gesneuvelde korporaal Slager. Vanaf het aantreffen van de voordracht in 1993 tot op heden spant A. zich in om de voordracht onderzocht te krijgen door het Ministerie van Defensie. Erkenning en waardering voor de daden van korporaal Slager zijn de drijfveer voor A.

A. klaagt erover dat de minister van Defensie weigert de voordracht in behandeling te nemen. De voordracht was volgens A. nooit behandeld en kon - mede door het zoek raken - niet verjaard zijn.
Na vooronderzoek op basis van de documenten van A. besloot de Veteranenombudsman de klacht te onderzoeken.

Opening onderzoek Veteranenombudsman
Op 8 maart 2016 liet de Veteranenombudsman per brief aan de minister van Defensie weten de klacht van de heer A. te onderzoeken op grond van titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht.
In het kader van het klachtonderzoek vroeg de Veteranenombudsman bij het Ministerie van Defensie alle relevante documenten op, waaronder het personeelsdossier van korporaal Slager.
Onderstaande vragen werden in het kader van het onderzoek aan de minister van Defensie gesteld.

1. Welk orgaan (commissie c.q. instantie) behandelt voorstellen die zijn ingediend vóór de periode tot en met 1962?
2. Meer specifiek; op welke wijze worden voorstellen behandeld die betrekking hebben op de periode 1945-1962?

Rappel om antwoorden op onderzoek
Op 8 maart 2016 liet de Veteranenombudsman aan de minister van Defensie weten de klacht van de heer A. te onderzoeken. Vervolgens bleef een antwoord van Defensie uit. Na meerdere malen rappelleren aan het adres van Defensie, zonder enig resultaat, besluit de Veteranenombudsman op 5 juli 2016 een vertrouwelijke brief naar de minister van Defensie te sturen. In deze brief wordt, omwille van het onderzoek en het belang van de nabestaanden, met klem gevraagd een schriftelijke reactie te geven op de gestelde vragen.
Op 8 juli 2016 volgt alsnog een schriftelijk antwoord van de minister van Defensie op het geopende onderzoek. In de reactie van de minister wordt onder meer excuses gemaakt voor het niet tijdig voorzien van een reactie op het geopende onderzoek van de Veteranenombudsman. Op 13 juli 2016 ontvangt de Veteranenombudsman van het Ministerie van Defensie de relevante documenten uit het dossier van korporaal Slager.

Brief van Vereniging van Oud Korea Strijders uit 1990
Uit de inhoud van een brief van 17 november 1990 van de heer B. van de Verenging van Oud Korea Strijders (VOKS) aan de burgemeester van Loppersum blijkt dat er al in 1990 kennis was van een kennelijk vermiste voordracht. In de voorlaatste alinea schrijft de heer B.: "Voor uw informatie doch niet bestemd voor de familieleden: De commandant van het toenmalige N.D.V.N heeft destijds voor de korporaal P.B. Slager een voordracht ingediend voor een dapperheidsonderscheiding. Ook die is ergens in de ambtelijke molen blijven steken. Het bestuur is doende die zaak wederom voor te leggen aan de minister van Defensie. Gezien de volkomen onbekende uitslag van deze poging ware het m.i. beter de familie vooralsnog niet in te lichten. Vanzelfsprekend wordt U over de uitslag ingelicht."

Aantreffen voordracht van 26 juli 1951 in 1993
In 1993 werd bij het inrichten van het Van Heutz museum in Steenwijk de bewuste voordracht waarover de VOKS in 1990 correspondeerde aangetroffen. Voor zijn daden heeft de toenmalige commandant van het Nederlandse Detachement Verenigde Naties een voordracht ingediend bij de toenmalige minister van Defensie om een onderscheiding postuum uit te reiken aan korporaal Slager.

In de voordracht van 26 juli 1951 staat het handelen van korporaal Slager omschreven op grond waarvan de onderscheiding uitgereikt zou moeten worden: "Heeft zich geheel vrijwillig gemeld en onder zwaar en goed gericht vijandelijk automatisch–en geweervuur zich naar voren begeven, te einde gewonden uit het in front gelegen en door de vijand beheerste terrein in veiligheid te brengen. Nadat hij een gewonde onder uiterst moeilijke en gevaarlijke omstandigheden in de eigen linie had gebracht, heeft hij zich opnieuw onder dezelfde omstandigheden naar voren begeven, teneinde nog een gewonde op te halen, waarbij hij zelf meerdere malen werd getroffen en ter plaatse sneuvelde. In beide gevallen heeft hij, eigen leven niet tellende zich zonder aarzelen bloot gesteld aan hevig vijandelijk vuur, hierbij een gewonde van de wisse dood reddend en heeft het leven verloren bij zijn pogen een tweede gewonde te redden. Heeft hiermede op de meest loffelijke wijze blijk gegeven van moed en trouw aan gewonde kameraden."

Reactie minister van Defensie aan A. in 1995
In 1995 verzocht A. per brief de minister van Defensie Voorhoeve tot het in behandeling nemen van de voordracht. De minister antwoordde dat de Commissie Dapperheidsonderscheidingen, die was belast met de beoordeling van voorstellen inzake personeel dat deel uitmaakte van het Nederlands Detachement Verenigde Naties in Korea, bij beschikking van 1 november 1962 was ontbonden. De minister zag om formele en praktische redenen geen mogelijkheden om aan het verzoek van A. gevolg te geven.

Reactie van minister van Defensie aan A. in 2015
Op 3 juni 2015 stuurde A. aan de minister van Defensie Hennis-Plasschaert wederom een brief met het verzoek tot toekenning van een dapperheidsonderscheiding aan korporaal Slager. Op 3 juni 2015 is door de Commissie dapperheidsonderscheidingen afwijzend gereageerd op het schriftelijke verzoek van de heer A. De voorzitter van de commissie liet A. weten dat zij zich conformeren aan het eerder genomen besluit van de minister van Defensie Voorhoeve in 1995.

Reactie op klachtonderzoek Veteranenombudsman in 2016: instelling Interim-commissie
Na de opening van het onderzoek van de Veteranenombudsman liet de minister in haar reactie van 8 juli 2016 aan de Veteranenombudsman weten alsnog het verzoek van A. in behandeling te nemen. De aanvraag van A. betreft de periode vóór 1962. Op basis van de huidige Ministeriële regelgeving is de commissie Dapperheidsonderscheidingen slechts bevoegd over aanvragen vanaf 1962. Om die redenen liet de minister de Veteranenombudsman weten middels een nieuwe Ministeriële regeling een Interim-commissie Dapperheidsonderscheidingen in stellen.

Conclusie
In de kern van de klacht van A. gaat het om een voordracht van een commandant in het veld, waarbij de voorgedragen militair het hoogste offer heeft gebracht in zijn handelen om gewonde kameraden te redden. Door het ontbreken van zorgvuldigheid raakte deze voordracht kwijt. Hoe dit heeft kunnen gebeuren is tot op heden voor het ministerie van Defensie een raadsel.

Na de vondst van de voordracht omstreeks 1993 had het onderzoeken van deze voordracht een logisch gevolg geweest. Dat is niet gebeurd. Op het verzoek van de nabestaanden om de voordracht ten aanzien van korporaal Slager in onderzoek te nemen werd consequent afwijzend gereageerd door achtereenvolgende ministers van Defensie.
Maatwerk houdt ook in dat de overheid bereid is om in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid of voorschriften als dat nodig is om onbedoelde of ongewenste consequenties te voorkomen. Daarbij merkt de Veteranenombudsman op dat het beter was geweest als de minister van Defensie in de oorspronkelijke beslissing al een dergelijke belangenafweging had opgenomen.

De Veteranenombudsman heeft met instemming kennisgenomen dat het geopende klachtonderzoek uiteindelijk - na meer dan twintig jaar - aanleiding heeft gegeven tot het instellen van een Interim-commissie. Met het instellen van de Interim-commissie Dapperheidsonderscheidingen en een inhoudelijk onderzoek naar het handelen van korporaal Slager vervalt de noodzaak voor de Veteranenombudsman tot verder klachtonderzoek. Naast het dossier van de korporaal Slager neemt deze Interim-commissie ook een tweede zaak van de Veteranenombudsman in behandeling. Dit betreft een voordracht tot onderscheiding die betrekking heeft op de periode 1948-1949 in toenmalig Nederlands-Indië.

Toekenning Bronzen Kruis
Op 14 april 2017 heeft het ministerie van Defensie aan mij laten dat korporaal Slager postuum het Bronzen Kruis toegekend zal worden. Op maandag 15 mei 2017 zal de uitreiking van deze hoge dapperheidsonderscheiding aan de nabestaanden plaatsvinden.

Voor de nabestaanden komt met deze symbolische blijk van erkenning een einde aan een periode van twintig jaar van onzekerheid.

Met vriendelijke groet,
de Veteranenombudsman,



Reinier van Zutphen
 

Deze brief wordt ook geplaatst op onze website www.nationaleombudsman.nl

Publicatiedatum
Rapportnummer
Brief 2015.039V