De zoon liep eerst stage bij de gemeente en zou hierna gedetacheerd worden als toezichthouder. Zijn leidinggevende ontving meldingen van collega's over hem en twee andere collega's. De collega's die de melding deden, stelden dat hij racistische uitspraken zou hebben gedaan. De gemeente startte daarop een onderzoek en nodigde hem uit voor een gesprek en maakte hiervan een verslag. Na het gesprek liet de gemeente hem weten dat zijn detachering niet doorging. Het afdelingshoofd informeerde zijn team hierna hierover tijdens een afdelingsbijeenkomst in een restaurant en noemde hierbij zijn naam. De ouders van de jongen die op dat moment nog 17 jaar was, vinden dat de wijze waarop hun zoon is behandeld niet behoorlijk. Daarom dienen zij namens hun zoon een klacht in bij de gemeente. Zij vinden dat hun zoon onder druk is gezet tijdens het gesprek en dat het onderzoek zorgvuldiger had moeten plaatsvinden. Ook vinden zij dat hun zoon gelet op zijn leeftijd erop gewezen had moeten worden dat hij iemand mee had mogen nemen naar het gesprek. Tot slot zijn zij van mening dat het afdelingshoofd tijdens een afdelingsbijeenkomst in een restaurant niet had moeten vertellen over wat er gebeurde. De klachtbehandelaar nodigt de ouders en hun zoon uit voor een gesprek. De ouders gaan met de klachtbehandelaar in gesprek, maar de zoon maakt hier geen gebruik van. De gemeente handelt hierna de klacht af met een brief en vindt de klacht op hoofdlijnen ongegrond. De gemeente vindt de sociale veiligheid binnen haar organisatie zeer belangrijk en woog belangen in dit verband tegen elkaar af. Ouders wenden zich hierna tot de ombudsman. Ze zijn het niet eens met de wijze waarop de gemeente hun zoon behandelde. Ook vinden zij dat de klachtbehandeling niet zorgvuldig plaatsvond. De ombudsman onderzoekt de klacht. Medewerkers van de ombudsman spreken eerst met de ouders en later ook met de zoon. Later spreken zij ook met de klachtbehandelaar en andere betrokken medewerkers van de gemeente om meer zicht te krijgen op wat er is gebeurd en hoe de gemeente handelde. De gemeente erkent in dit gesprek dat het beter was geweest als de toen nog minderjarige zoon erop was gewezen dat hij iemand mee mocht nemen naar het eerste gesprek. De ombudsman komt uiteindelijk tot de conclusie dat de gemeente het proces na ontvangst van de meldingen zorgvuldig doorliep en dat zij de klacht hierna zorgvuldig behandelde. De ombudsman kan de gemeente erin volgen dat zij grote waarde hecht aan sociale veiligheid binnen haar organisatie. Ook vindt de ombudsman dat de gemeente de diverse belangen voldoende tegen elkaar afwoog. Wel vindt de ombudsman dat de gemeente er beter aan had gedaan om niet tijdens een afdelingsbijeenkomst in een restaurant te communiceren over de zoon.
|