Bij een man worden door de gemeente in zijn woonwijk slimme laadpalen geplaatst. De man maakt zich hier zorgen over en stelt de gemeente een aantal vragen over deze laadpalen. De gemeente reageert op meerdere manieren richting de man, maar de man is hier niet tevreden over. Hij blijft met vragen zitten en dient op een bepaald moment een klacht in over de gang van zaken bij de gemeente. Omdat de gemeente zijn klacht niet naar behoren afhandelt, neemt hij contact op met de Nationale ombudsman. De ombudsman verzoekt de gemeente om de klacht alsnog formeel af te handelen. Hierna duurt het nog een hele tijd voordat de gemeente de klacht formeel afhandelt. De man wendt zich hierna opnieuw tot de ombudsman. Hij vindt namelijk dat de gemeente zijn klacht niet goed en tijdig afhandelde en onvoldoende antwoord gaf op door hem gestelde vragen over de plaatsing van de laadpalen.
De ombudsman onderzocht de klacht en stelde de gemeente een aantal vragen. De ombudsman vindt de klacht van de man over de duur van de klachtbehandeling gegrond. De ombudsman vindt deze klacht gegrond, omdat de gemeente de klacht niet tijdig afhandelde. Ook moest de ombudsman er meerdere malen op aandringen dat de gemeente de klacht formeel afhandelde. De ombudsman vindt de klacht over de beantwoording van de vragen over de slimme laadpalen ongegrond. De ombudsman kwam tot de conclusie dat de gemeente zich voldoende inspande om de man van antwoorden te voorzien.