Belastingdienst had inzageverzoek beter kunnen afhandelen

Brief

Een man doet bij de Belastingdienst een verzoek om inzage. Hij wil oude belastingaanslagen inzien uit de periode 2007 tot 2010. De Belastingdienst schrijft hem dat er geen aanslagen van hem bekend zijn over deze periode. En dat er normaal gesproken een bewaartermijn geldt van zeven jaar. Volgens de man is dat onjuist. Hij mailt hierover naar de Belastingdienst maar krijgt geen antwoord. De man dient dan een klacht in omdat een duidelijke reactie van de Belastingdienst uitblijft. In het antwoord op de klacht biedt de Belastingdienst excuses aan voor de lange behandelduur van de klacht. En ook voor de onjuiste informatie over de bewaartermijn zoals die geldt voor de aanslagen. Die juiste termijn is volgens de Belastingdienst veertien jaar. Omdat hij nu nog steeds niet weet wat de juiste bewaartermijn is, richt de man zich tot de Nationale ombudsman.

De Nationale ombudsman vraagt tijdens zijn onderzoek aan de Belastingdienst wat nu de precieze bewaartermijn is voor de aanslagen die de man wil inzien. Dit blijkt toch zeven jaar te zijn, dus de aanslagen zijn terecht vernietigd en niet meer raadpleegbaar.

De ombudsman vindt de klacht over het niet krijgen van inzage ongegrond, want de bewaartermijn is ruimschoots verstreken. De klacht over het verstrekken van onjuiste en tegenstrijdige informatie vindt de ombudsman gegrond. Tot slot vindt de ombudsman dat de Belastingdienst niet tijdig heeft gereageerd op zijn inzageverzoek, en ook niet op zijn klacht.