Geen rol Nationale ombudsman in planologisch conflict met de gemeente

Brief

Een man was huurder van (een deel van) een huis in het buitengebied van de gemeente. In de periode dat hij de woning huurde, speelde er een planologisch conflict tussen de verhuurder en de gemeente. De man wilde het planologische conflict met de gemeente graag oplossen en dacht ook dat dit mogelijk was. Omdat de man niet de eigenaar was van de woning, zag de gemeente hem niet als partij in het conflict. Daarom besloot de man de woning te kopen. Toen de man eenmaal eigenaar werd van de woning, ontving hij twee keer een dwangsom van de gemeente. Volgens de gemeente mag slechts één huishouden wonen in de woning. Vanwege de hoge dwangsommen die de man ontving, moest hij verhuizen. Wel bleef de man met de gemeente in gesprek over zijn situatie. De gesprekken leidden niet tot een oplossing. 

De klacht gaat volgens de man over het ontbreken van een correcte duiding van de situatie door de gemeente. Er is volgens hem sprake van een situatie waarbij twee woningen op het perceel zijn ontstaan die van de gemeente niet gelijktijdig bewoond mogen worden. Aangezien het oude deel van de woning al gebruikt wordt om te wonen, mag de man van de gemeente niet wonen in het nieuwe deel. 

De gemeente lichtte onder verwijzing naar een uitspraak van Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) toe dat er sprake is van één woonhuis. Het gebruik van het woonhuis voor meer dan één woning is volgens de Afdeling in strijd met het bestemmingsplan. De gemeente verleende aan de man geen omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik (wonen) van het bestemmingsplan. Daarom concludeerde de gemeente volgens de Afdeling terecht dat sprake is van een overtreding. De gemeente voerde diverse gesprekken met de man over zijn situatie en ook schreef zij een uitgebreide brief aan de man. In de brief concludeert de gemeente dat het gelet op de juridische kaders niet mogelijk is om in de woning te wonen. Volgens de gemeente kon de man wel een aanvraag doen voor een omgevingsvergunning voor een andere functie dan wonen. De man kon zich niet vinden in de reactie van de gemeente. Daarom legde hij de klacht voor aan de ombudsman. 

De Nationale ombudsman stelt vast dat de Afdeling in een uitspraak oordeelde dat de oude en nieuwe woning één woonhuis vormen. En dat het gebruik ervan door meer dan één huishouden in strijd is met het bestemmingsplan. De uitspraak is onherroepelijk en beschouwt de ombudsman als een gegeven. Verder werd het de ombudsman duidelijk dat de man en de gemeente van mening verschillen over de planologische mogelijkheden van de woning. De ombudsman begrijpt uit de toelichting van de gemeente dat de man de mogelijkheid heeft om een aanvraag voor een vergunning in te dienen voor een andere functie dan wonen. Dat is de aangewezen weg die de man kan volgen om een besluit te krijgen van de gemeente. Het is uiteindelijk aan de bestuursrechter om daarover een oordeel te geven. Gelet op al het voorgaande is er geen rol weggelegd voor de ombudsman.