Politie heeft registratie nationaliteit onderzoek vermissing kind niet op orde

Rapport

Een moeder heeft bij de Nationale ombudsman een klacht ingediend. Ze werd tijdens een politieonderzoek naar de tijdelijke vermissing van haar toen 13-jarige zoon onvoldoende bij dat onderzoek betrokken. Zij vindt dat dit het gevolg is van het feit dat zowel bij haar als bij haar zoon naast de Nederlandse ook de Roemeense nationaliteit in het politiesysteem stond geregistreerd.

De moeder leefde gescheiden van de vader. De zoon verbleef bij zijn vader toen hij op een dag niet naar school was gegaan en vermist raakte. Na de aangifte van vermissing startte de politie een onderzoek waarbij de woning van vader het uitgangspunt werd omdat de jongen daarvandaan was vertrokken. Met moeder was telefonisch contact en later gingen er ook twee agenten bij haar langs. Na een pintransactie in een winkel en een telefoontje vanuit een snackbar waarbij een brief van de zoon werd voorgelezen werd hij snel gevonden.

De klacht van de moeder dat ze onvoldoende bij het vermissingsonderzoek werd betrokken is door de politie ongegrond verklaard.

Ook de ombudsman vindt de klacht over het onvoldoende betrekken van de moeder bij het onderzoek naar de tijdelijke vermissing van haar zoon ongegrond. Het vereiste van onpartijdigheid is niet geschonden.

De klacht over de onjuiste registratie van de nationaliteit van moeder en zoon is wel gegrond. De moeder heeft al 25 jaar de Nederlandse nationaliteit en de zoon heeft alleen maar de Nederlandse nationaliteit gehad. Toch stonden bij zowel de moeder als de zoon naast de Nederlandse ook de Roemeense nationaliteit in het politiesysteem BVH geregistreerd. Blijkbaar is er geen koppeling met de BRP. Dit deel van de klacht is gegrond wegens strijd met het vereiste van goede organisatie.

De politie heeft de registratie inmiddels op orde gebracht. De Nationale ombudsman gaat met de korpschef van de Nationale politie bespreken of hier sprake is van een incident of van een structurele fout in het systeem