OM schiet tekort in motivering sepotcode na opsteken middelvinger

Rapport

De man met klacht heeft een publieke functie. Meneer Bakker (niet de echte naam) had een conflict met de instantie waarvoor de man werkt. Meneer Bakker en de man spraken elkaar vlak voor zijn kantoor. Volgens de man beledigde en bedreigde meneer Bakker hem tijdens dit gesprek. Volgens meneer Bakker beledigde de man hem doordat hij zijn middelvinger opstak. Meneer Bakker deed aangifte van belediging tegen de man. Het Openbaar Ministerie (OM) seponeerde deze aangifte. Volgens het OM had de man meneer Bakker wel beledigd, maar had meneer Bakker dit zelf uitgelokt. De man vond dat hij meneer Bakker niet had beledigd en hij wilde dat het OM dit toegaf. Hij diende daarom een klacht in bij het OM. Het OM vond deze klacht niet terecht. Daarna benaderde de man de ombudsman.

De ombudsman ging na of het OM goed had uitgelegd waarom het de sepotbeslissing niet wilde veranderen in het voordeel van de man. Het OM stelde dat als zaak van de man voor de rechter was gebracht, een veroordeling mogelijk was geweest. De ombudsman oordeelde dat het OM dit onvoldoende had gemotiveerd. Als de ombudsman kijkt naar de rechtspraak over dit onderwerp, dan was een vrijspraak in de man zaak logisch geweest. Het OM moet van de ombudsman een andere sepotbeslissing nemen.

Instantie:

Klacht:

Een man klaagt over hoe het OM heeft gehandeld tijdens een tegen hem lopende strafzaak. Ook klaagt de man over de wijze waarop het OM die strafzaak heeft beëindigd en de wijze waarop het OM heeft gereageerd op zijn bezwaren hiertegen.

Oordeel:

Gegrond