2008/310

Rapport

De heer H. was lokvoer voor wilde zwijnen aan het strooien op een hectare bosgrond die aan verzoeker toebehoorde. Dit perceel was gelegen naast het terrein van Staatsbosbeheer, dat werd gepacht door de heer G. De heer H. was één van de onderpachters van de heer G.

Toen de heer H. dit voer aan het strooien was kwam X, medewerker van Staatsbosbeheer en buitengewoon opsporingsambtenaar van de Algemene Inspectiedienst, langs. X sprak de heer H. aan en gaf hem te kennen dat het volgens de Flora- en Faunawet verboden is lokvoer te strooien. Ook wees hij de heer H. erop dat hij hiervoor een proces-verbaal kon opmaken. Tijdens een gesprek tussen de heer H. en X, een dag later, gaf X nog aan dat hij geen proces-verbaal zou opmaken maar dat hij de overtreding wel zou moeten melden aan de huurder van het jachtrecht, de heer G. Hiertoe ging hij dezelfde of de volgende dag daadwerkelijk over. Verzoeker, eigenaar van het perceel waarop H. lokvoer aan het strooien was, werd niet geïnformeerd door X.

Verzoeker klaagde erover dat X hem, als eigenaar van het perceel waarop de heer H. in zijn opdracht lokvoer strooide, niet over het voorval en het feit dat mogelijk sprake was van een overtreding had geïnformeerd.

In zijn reactie op vragen van de Nationale ombudsman gaf de minister van LNV onder meer aan dat naar haar mening niet duidelijk was of verzoeker ook verantwoordelijk kon worden gehouden voor het begaan van de vermeende overtreding van de heer H. Om die reden had X besloten verzoeker niet in kennis te stellen van de vermeende overtreding. De Nationale ombudsman achtte deze beslissing van X, alle omstandigheden in aanmerking nemend, niet onredelijk.

Vereiste van actieve en adequate informatieverstrekking; niet gegrond.

Instantie: Algemene Inspectiedienst

Klacht:

Wel degene die in opdracht van verzoeker lokvoer op verzoekers perceel strooide een waarschuwing gegeven voor een vermeende overtreding, maar verzoeker, als eigenaar van het perceel en opdrachtgever voor het strooien, niet geïnformeerd dat het strooien van lokvoer verboden zou zijn.

Oordeel:

Niet gegrond

Instantie: Staatsbosbeheer Driebergen

Klacht:

Wel degene die in opdracht van verzoeker lokvoer op verzoekers perceel strooide een waarschuwing gegeven voor een vermeende overtreding, maar verzoeker, als eigenaar van het perceel en opdrachtgever voor het strooien, niet geïnformeerd dat het strooien van lokvoer verboden zou zijn.

Oordeel:

Niet gegrond