Zorgkantoor neemt klacht over zorgplicht van burger voldoende serieus

Rapport

De heer Maan is niet tevreden over de zorg die zijn meerderjarige gehandicapte dochter tijdens de dagbesteding van een zorgaanbieder krijgt. Hij krijgt dit niet opgelost met de zorgaanbieder. Hij verzoekt het zorgkantoor om de zorgaanbieder erop aan te spreken dat zijn dochter niet de zorg krijgt, waar zij volgens de Wet Langdurige Zorg (Wlz) recht op heeft. Zorgkantoren zijn ervoor verantwoordelijk dat een burger met een indicatie voor de Wet Langdurige Zorg (Wlz), de zorg krijgt die hij of zij nodig heeft. Volgens het zorgkantoor betekent deze zorgplicht niet dat het moet controleren dat de zorgaanbieder alle zorg uit de indicatie ook biedt.

De heer Maan klaagt er bij de Nationale ombudsman over dat het zorgkantoor zich niet aan zijn zorgplicht houdt, omdat het Zorgkantoor niet controleert of de zorgaanbieder de juiste zorg biedt.
De Nationale ombudsman onderzocht vervolgens wat een burger van het zorgkantoor kan verwachten wanneer hij in het kader van de zorgplicht een klacht heeft over een zorgaanbieder. De Nationale ombudsman stelde hierover vragen aan het zorgkantoor. Ook raadpleegde hij de NZa als deskundige partij op het terrein van de zorgplicht.

De ombudsman toetst de klacht van de heer Maan aan het behoorlijkheidsvereiste van luisteren naar de burger. Dit houdt in dat de overheid actief naar de burger luistert, zodat deze zich gehoord en gezien voelt. De overheid neemt de burger serieus en is daadwerkelijk geïnteresseerd in wat hij belangrijk vindt.
De ombudsman kwam tot de conclusie dat het zorgkantoor de klacht van de heer Maan voldoende serieus nam. Het zorgkantoor heeft namelijk op eigen initiatief contact opgenomen met de heer Maan toen het hoorde van zijn onvrede en heeft vervolgens met hem meegedacht waar hij met zijn klacht terecht kon. Ook heeft het zorgkantoor aan de heer Maan uitgelegd wat het wel en niet kon doen met zijn klacht. Het zorgkantoor heeft terecht aangegeven dat het niet de inhoud van de zorg van de zorgaanbieder controleert.
Wel vindt de ombudsman dat van het zorgkantoor een actieve rol verwacht mag worden wanneer blijkt dat de zorg niet meer aansluit bij persoonlijke voorkeuren en behoeften. Het zorgkantoor kan dan met de kennis, ervaring en netwerken die het heeft ondersteunen en begeleiden bij het vinden van een andere zorgaanbieder. De ombudsman vindt de klacht over de onderzochte gedraging van het zorgkantoor ongegrond.

Instantie: Zorgkantoor

Klacht:

De heer Maan klaagt erover dat het zorgkantoor zich niet aan zijn zorgplicht houdt, omdat het Zorgkantoor niet controleert of de zorgaanbieder de juiste zorg heeft geleverd in het kader van de Wlz.

Oordeel:

Niet gegrond