2002/393

Rapport

Verzoeker klaagt erover dat de Kamer van Koophandel Amsterdam in het handelsregister als deponeringsdatum van de jaarstukken van rechtspersonen niet de datum van ontvangst, maar de datum van verwerking van de stukken heeft opgevoerd. Verzoeker is van mening dat deponeringsplichtige hierdoor worden benadeeld omdat de indruk wordt gewekt dat de jaarstukken op een latere datum zijn gedeponeerd dan feitelijk het geval is.

Beoordeling

1. Ingevolge artikel 2:394 van het Burgerlijk Wetboek is een rechtspersoon verplicht tot openbaarmaking van de jaarrekening en geschiedt de openbaarmaking door neerlegging van een exemplaar van die jaarrekening ten kantore van het handelsregister dat wordt gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken (zie Achtergrond, onder 1.). Ingevolge artikel 14 van de Handelsregisterwet 1996 kunnen het handelsregister en de daarbij neergelegde bescheiden door een ieder tegen betaling worden ingezien (zie Achtergrond, onder 2.). De Kamer van Koophandel Amsterdam voert in het handelsregister als datum van deponering van de jaarrekening niet de datum op van de ontvangst van de stukken, maar de datum van de verwerking daarvan.

2. In haar brief van 6 maart 2002 liet de Kamer van Koophandel Amsterdam verzoeker weten dat het praktisch ondoenlijk is om de stukken ná de datum van ontvangst en vóór de datum van de verwerking inzichtelijk te maken voor geïnteresseerden. Bij registratie van de datum van ontvangst als deponeringsdatum zouden de stukken ook direct inzichtelijk voor derden moeten zijn geweest, aldus de Kamer van Koophandel Amsterdam in deze brief.

3. In reactie op de klacht lieten de Kamer van Koophandel Amsterdam en de Vereniging Kamers van Koophandel weten dat dit een landelijke werkwijze is en dat aan de werk-wijze ten grondslag ligt het belang van de raadpleger van het handelsregister die, wan-neer hij het handelsregister raadpleegt en daarin niet een gedeponeerde jaarrekening vindt, er ingevolge artikel 18 van de Handelsregisterwet 1996 (zie Achtergrond, onder 2.) op moet kunnen vertrouwen dat de jaarrekening inderdaad (nog) niet is gedeponeerd. Volgens de Kamer van Koophandel Amsterdam en de Vereniging Kamers van Koophandel wordt het belang van de deponeringsplichtige rechtspersoon door deze werkwijze niet geschaad omdat volgens de geldende jurisprudentie voor de bestuurdersaansprakelijkheid bepalend is de datum waarop de jaarrekening door de Kamer van Koophandel is ontvangen (zie Achtergrond, onder 1.) en de rechtspersoon aan de hand van een stempel op de stukken met de datum van ontvangst bij de Kamer van Koophandel, een bewijs van aangetekende verzending, een begeleidende brief, of anderszins, de datum van ontvangst van de stukken kan aantonen. Tenslotte gaf de Vereniging Kamer van Koophandel een voorbeeld waaruit zou blijken dat een raadpleger van het handelsregister schade zou kunnen leiden in geval de Kamer van Koophandel in het handelsregister als deponeringsdatum de datum van ontvangst van de stukken zou opvoeren in plaats van de datum van verwerking van de stukken.

4. De Kamer van Koophandel Amsterdam en de Vereniging Kamers van Koophandel kunnen in hun standpunt niet worden gevolgd.

De Kamer van Koophandel heeft weliswaar de taak om jaarrekeningen van deponeringsplichtige rechtspersonen in ontvangst te nemen en voor een ieder openbaar te maken door opname in het handelsregister, maar dit betekent niet dat de stukken direct na deponering inzichtelijk moeten zijn voor derden. Aangezien tussen het moment van ontvangst van de stukken en het moment waarop de stukken inzichtelijk zijn voor derden altijd een zekere verwerkingstijd van de stukken zal liggen, is dit ook niet mogelijk. De veronderstelling dat bij registratie van de datum van ontvangst als deponeringsdatum de stukken ook direct inzichtelijk moeten zijn, is dan ook niet juist.

5. Daarnaast geldt dat, hoewel artikel 18 van de Handelsregisterwet 1996 inderdaad ziet op het belang van degene die het register raadpleegt, dit belang niet wordt geschaad wanneer in het handelsregister als datum van neerlegging van de jaarstukken de datum van ontvangst van de stukken wordt opgevoerd in plaats van de datum van verwerking daarvan. Artikel 18 ziet er immers alleen op toe dat tegenover derden niet met succes een beroep kan worden gedaan op een feit dat door inschrijving of neerlegging bekend dient te worden gemaakt terwijl van een zodanige inschrijving of neerlegging geen sprake is. Een derde die - zoals in het gegeven voorbeeld - het handelsregister raadpleegt ná de datum waarop de stukken zijn gedeponeerd en vóór de datum waarop de stukken zijn verwerkt, loopt dan ook zowel in geval van registratie van de ontvangstdatum van de stukken als in geval van registratie van de verwerkingsdatum van de stukken het risico dat de grond onder een eventuele actie wegens niet tijdig deponeren vervalt omdat, naar naderhand altijd zal blijken, wél op tijd is gedeponeerd.

6. Tenslotte geldt dat de thans door de Kamers van Koophandel gehanteerde werkwijze het belang van de deponeringsplichtige rechtspersoon wel degelijk schaadt omdat deze bij een eventuele actie moet bewijzen dat de stukken op een andere datum dan opgevoerd in het register, en dus wél tijdig, zijn gedeponeerd. In geval van registratie van de ontvangstdatum is dit niet nodig.

7. Gelet op vorenstaande moet worden geoordeeld dat de door de Kamer van Koophandel Amsterdam gehanteerde werkwijze noch in het belang is van de raadplegende derde, noch in het belang van de deponeringsplichtige rechtspersoon, terwijl bovendien de werkwijze op gespannen voet staat met de geldende jurisprudentie (zie Achtergrond, onder 1.). Niet in te zien valt dan ook waarom de Kamer van Koophandel in het handelsregister als datum deponering niet de datum van ontvangst van de stukken opvoert in plaats van de datum van verwerking van deze stukken.

De onderzochte gedraging is niet behoorlijk.

Het voorgaande vormt aanleiding tot het doen van een aanbeveling.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van Kamer van Koophandel Amsterdam is gegrond.

Aanbeveling

De Kamer van Koophandel Amsterdam wordt in overweging gegeven in het handelsregister als deponeringsdatum van de jaarstukken van een rechtspersoon niet meer de datum van verwerking, maar de datum van ontvangst van de stukken op te voeren.

Onderzoek

Op 26 maart 2002 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer G.

te Amsterdam, met een klacht over een gedraging van de Kamer van Koophandel Amsterdam.

Naar deze gedraging werd een onderzoek ingesteld.

In het kader van het onderzoek werd de Kamer van Koophandel Amsterdam verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben.

Tevens werd de Vereniging van Kamers van Koophandel om informatie gevraagd.

Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen.

De Kamer van Koophandel Amsterdam deelde, mede namens de Vereniging van Kamers van Koophandel, mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen.

Verzoeker berichtte dat het verslag hem geen aanleiding gaf tot het maken van opmerkingen.

Bevindingen

De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt:

A. feiten

1. Verzoeker, die onder meer voor zijn cliënten de jaarstukken bij het handelsregister deponeert, deelde de Kamer van Koophandel Amsterdam bij brief van 21 februari 2002 mee het niet juist te vinden dat de Kamer in het handelsregister als datum van deponering de datum van verwerking van de stukken opvoerde en niet de datum van ontvangst van de stukken.

2. Bij brief van 6 maart 2002 reageerde de Kamer van Koophandel Amsterdam hierop als volgt:

“…De reden dat de Kamer voor de datum neerlegging de datum verwerking neemt, is dat het voor de Kamer technisch en organisatorisch ondoenlijk is om de duizenden jaarstukken die jaarlijks in dezelfde periode worden aangeboden direct te controleren en te verwerken. Enige verwerkingstijd is onontkoombaar. Daarnaast is het praktisch ondoenlijk om de stukken na de datum van ontvangst en voor de datum van de werkelijke verwerking op grote schaal inzichtelijk te maken voor geïnteresseerden. Bij registratie van de datum ontvangst zouden de stukken ook direct inzichtelijk voor derden moeten zijn geweest, hetgeen niet het geval is.

Uiteraard probeert de Kamer in deze periode de verwerkingstijd zo kort mogelijk te houden en mobiliseert zij de nodige arbeidskrachten. Echter ook hier zijn technische en organisatorische grenzen. Naast de Kamer kunnen ook ondernemers een bijdrage leveren in het verkorten van de verwerkingstijd door eerder aan hun wettelijke verplichting te voldoen. De verwerkingstijd zou dan beduidend verkort kunnen worden…”

B. Standpunt verzoeker

Voor het standpunt van verzoeker wordt verwezen naar de klachtomschrijving onder Klacht.

C. Standpunt Kamer van koophandel amsterdam

In reactie op de klacht deelde de Kamer van Koophandel Amsterdam bij brief van 20 juni 2002 het volgende mee:

“… Periode en aantallen

(…)

- De jaarstukken worden weliswaar het hele jaar door aangeboden, maar laten per week

een sterk wisselend verloop zien.

- 58754 ondernemingen hebben in 2001 de jaarstukken ter deponering aangeboden.

- Per week werden gemiddeld 2190 jaarstukken aangeboden.

- Er is een duidelijke piek waar te nemen in week 5 met 6385 aangeboden jaarstukken.

Ten opzichte van het gemiddelde aantal jaarstukken wat in 2002 gemiddeld per week

werd aangeboden (2190 jaarstukken) is dit bijna 3 maal (2,9) zo veel.

- In week 16 werden de minste jaarstukken aangeboden, te weten 477. Ten opzichte

van het aantal jaarstukken wat in 2001 gemiddeld per week werd aangeboden (2190)

is dit 4,6 maal zo weinig.

Werkzaamheden verwerking

De Kamer hanteert de onderstaande werkwijze bij het verwerken van de ter

deponering aangeboden jaarstukken.

- De jaarstukken worden ingediend bij de verschillende kantoren van de Kamer

(Kantoor Amsterdam, Kantoor Haarlem, Kantoor Amstelland en Meerlanden, Kantoor

Regio IJmond, Kantoor Haarlemmermeer).

- De post wordt geopend.

- De kantoren voorzien de stukken van een stempel met de datum van binnenkomst.

- De stukken worden intern doorgestuurd aan Kantoor Amsterdam

- Na binnenkomst worden de stukken doorgezonden aan de afdeling Wetsuitvoering,

Infoteam, uit de envelop gehaald, enigszins geordend, voorzien van een elastiek en

op de stapel van de dag in het archief weggelegd.

- De stukken worden vervolgens verwerkt op datum binnenkomst.

- De medewerker controleert het kvk-dossiernummer en zoekt het dossier op

- De medewerker controleert met de computer of de huidige inschrijving juist is.

Gecontroleerd wordt of de statutaire naam juist is, of er minimaal 1 bestuurder is, wat

het laatst gedeponeerde boekjaar is, en of de notitie maand einde boekjaar juist is.

- De medewerker controleert het jaarstuk. Gecontroleerd wordt of de statutaire naam

juist is vermeld, of het aangegeven boekjaar juist is, of het totaal van de activa en

passiva gelijk zijn, of de winst- en verliesrekening erbij zit, of de toelichting erbij zit, of

het de juiste toelichting is (klein, middel, groot), of de accountantsverklaring, indien

noodzakelijk, aanwezig is, of het stuk getekend is, of de bestuurder(s) zijn vermeld,

of de commissarissen, indien aanwezig, zijn vermeld, of de datum van de algemene

vergadering van aandeelhouders is vermeld, tenzij de notulen zijn meegestuurd, en

of is vermeld dat het stuk wel of niet is goedgekeurd.

- Indien nodig, wordt om aanvulling verzocht.

- Vervolgens wordt de deponering in de computer ingevuld.

- Daarna controleert een ervaren medewerker de invoer en fiatteert deze.

- De volgende ochtend wordt een uitdraai van alle deponeringen, die gemeld gaan

worden in de Staatscourant, gecontroleerd. Eind van de middag gaat de uitdraai naar

de Staatscourant.

- Dan wordt het stuk gescand. Het origineel wordt opgeslagen. Het gescande stuk

wordt elektronisch doorgezonden aan de Vereniging van Kamers van Koophandel in

Woerden. In Woerden wordt het stuk op een cd-rom gezet en aan (…) gezonden die

het verwerken in een cijfermatig uittreksel wat op www.kvk.nl inzichtelijk wordt

gemaakt.

- Tenslotte wordt het stuk geïndexeerd, dat wil zeggen gekoppeld aan het dossier van

de desbetreffende onderneming. Hierna is ook voor derden in te zien dat het stuk is

neergelegd bij de Kamer van Koophandel.

Aantal uren

- Gemiddeld 5 tot 6 man (2 vaste krachten en 4 uitzendkrachten) zijn iedere dag actief

bij het verwerken van de jaarstukken.

- Tijdens de piekperiode (december, januari, februari, maart, april) zijn dat 11 tot 13

man.

- 1 persoon handelt gemiddeld 80 jaarstukken per dag af, inclusief eventuele

telefonische contacten en correspondentie.

Tot slot merkt de Kamer nog op dat het met het voortschrijden van de techniek zeer binnenkort mogelijk wordt om binnengekomen stukken direct te scannen, waarmee de datum van binnenkomst derhalve lijdend wordt.“

Daarnaast liet de Kamer van Koophandel Amsterdam weten zich achter de inhoud van de reactie op de klacht van de Vereniging Kamers van Koophandel te stellen. (zie hierna, onder D.).

D. informatie vereniging Kamers van koophandel

De Vereniging Kamers van Koophandel liet de Nationale ombudsman bij brief van 7 juni 2002 het volgende weten:

“… De kamers van koophandel hebben de taak om jaarrekeningen van deponeringsplichtige rechtspersonen in ontvangst te nemen en voor eenieder openbaar te maken (…). Bij deze taak zijn twee soorten belanghebbenden. Allereerst de rechtspersoon die zijn jaarrekening deponeert omdat er sancties kunnen volgen indien de rechtspersoon niet zou deponeren. Anderzijds is er de raadpleger van het handelsregister die, in het kader van de rechtszekerheid in het economisch verkeer, kennis kan nemen van voor hem of haar relevante informatie.

Het belang van deze raadpleger van het handelsregister is erkend in artikel 18 Handelsregisterwet, dat kort door de bocht inhoudt dat een derde mag vertrouwen op hetgeen al dan niet in het handelsregister is ingeschreven of daarbij is gedeponeerd (zie Achtergrond, onder 2; N.o.). Dit betekent onder meer dat een derde die het Handelsregister raadpleegt en daarin niet een gedeponeerde jaarrekening vindt, erop mag vertrouwen dat deze jaarrekening (nog) niet gedeponeerd is. Een jaarrekening is pas te vinden in het Handelsregister, als de verwerking door de kamer van koophandel heeft plaatsgehad en dat is niet altijd op de datum van ontvangst van het jaarstuk het geval. Het gaat wegens het belang van derden niet aan dat de kamer van koophandel een datum deponering in de systemen opneemt die in het verleden ligt, op de datum ontvangst van de jaarrekening door de kamer van koophandel.

Ter illustratie het volgende voorbeeld: stel dat een jaarrekening op 29 januari wordt ontvangen door de kamer van koophandel. Deze wordt niet direct ingevoerd in het systeem. Op 16 februari constateert een derde die het handelsregister raadpleegt dat nog geen jaarrekening is gedeponeerd. De rechtspersoon is dus te laat met deponeren, constateert de raadpleger, omdat 31 januari voor veel rechtspersonen als deadline geldt. Op 24 februari verwerkt de kamer van koophandel de jaarrekening. Stel dat de kamer van koophandel nu als “datum deponering” 29 januari zou opnemen. Op 25 februari kijkt de derde wederom in het handelsregister en vindt opeens dat de jaarrekening al sinds 29 januari gedeponeerd zou zijn! Indien nu de raadpleger, op grond van zijn constatering dat de jaarrekening te laat is gedeponeerd, actie heeft ondernomen, zou hij wellicht schade kunnen lijden door de antedatering door de kamer van koophandel, omdat met terugwerkende kracht de grond onder zijn actie lijkt te zijn vervallen. Dit achten wij niet juist.

Zoals gezegd, is er, naast de raadpleger van het handelsregister, ook de deponeringsplichtige rechtspersoon met een eigen belang. Deze heeft er belang bij dat zijn jaarrekening tijdig, dat wil zeggen binnen dertien maanden na einde van het boekjaar, bij de kamer van koophandel is gedeponeerd. Gebeurt dat immers niet, dan loopt het bestuur van de rechtspersoon het risico van persoonlijke aansprakelijkheid bij een onverhoopt faillissement of van strafrechtelijke vervolging. (Verzoeker; N.o.), kennelijk als vertegenwoordiger van enkele deponeringsplichtige rechtspersonen, stelt in zijn klacht dat zijn cliënten nu benadeeld worden doordat de kamer van koophandel een latere datum dan de datum ontvangst van de jaarrekening in de systemen opneemt. Dat is echter geenszins het geval. In de jurisprudentie is bepaald (laatstelijk door de Rechtbank Rotterdam, 14 juni 2002, JOR 2001/174) dat voor de bestuurdersaansprakelijkheid bepalend is de datum waarop de jaarrekening door de kamer van koophandel is ontvangen. Dat in het handelsregister een andere datum wordt opgevoerd als datum deponering doet hieraan natuurlijk niet af. De datum waarop een jaarrekening is ontvangen door de kamer van Koophandel wordt door kamers op de jaarrekening vermeld door middel van een stempel of op andere wijze. Ons is niet bekend of de jaarrekeningen waarop de klacht van (verzoeker; N.o.) betrekking heeft, zijn voorzien van een dergelijke stempel. Er zijn echter ook andere wijzen waarop de datum van ontvangst van een jaarrekening kan blijken. De rechtspersoon kan de kamer verzoeken om een bewijs van ontvangst van de jaarrekening of de rechtspersoon kan kiezen voor aangetekende verzending van de jaarrekening. Verder kan natuurlijk ieder schriftelijk bewijs dienst doen (bijvoorbeeld een begeleidende brief), behoudens tegenbewijs.

Op deze wijze worden zowel het belang van de deponeringsplichtige rechtspersoon als dat van de raadplegende derde gediend. Bovenstaande werkwijze is de landelijk afgesproken werkwijze. Alle kamers van koophandel worden geacht deze werkwijze te volgen en als `datum deponering' de datum waarop de jaarrekening voor derden beschikbaar komt te gebruiken.

De kamers van koophandel achten het niet nodig om de datum waarop het jaarstuk van de rechtspersoon is ontvangen in het geautomatiseerde systeem van het handelsregister te vermelden. Immers, belanghebbende weet wanneer hij de jaarrekening heeft verzonden en kan stellen en vaak ook bewijzen dat er enige tijd is verstreken tussen de datum waarop hij aan zijn verplichtingen heeft voldaan en de datum waarop de jaarrekening voor derden kenbaar is. Voor derden is het wel nodig dat de datum waarop de jaarrekening openbaar is gemaakt wordt geregistreerd in het eenvoudig toegankelijke geautomatiseerde systeem van het handelsregister. Zij weten immers niet wanneer de rechtspersoon aan zijn verplichtingen heeft voldaan.

In het geval er veel tijd verstrijkt tussen het moment waarop de deponeringsplichtige rechtspersoon aan zijn plicht heeft voldaan (`datum ontvangst') en het moment waarop derden een beroep kunnen doen op het handelsregister (`datum deponering') en hierdoor schade ontstaat, kan het zo zijn dat de kamer van koophandel hiervoor aansprakelijk is. Natuurlijk is dat slechts per individueel geval te bepalen. Het is in ieder geval niet de bedoeling dat een rechtspersoon schade ondervindt door toedoen van de kamer van koophandel.

Tot slot nog een enkele opmerking over de gang van zaken bij de deponering van jaarstukken bij de kamer van koophandel. Deponeringsplichtige rechtspersonen kunnen het hele jaar door hun jaarrekening inleveren bij de kamer van koophandel. Na ontvangst onderwerpt de kamer van koophandel de jaarrekening aan een summiere controle. Onder andere valt hieronder dat aannemelijk moet zijn dat de jaarrekening afkomstig is van de betreffende rechtspersoon, dat de jaarrekening is vastgesteld en dat (globaal gezien, de medewerkers van de Kamer van Koophandel zijn geen accountants) voldoende informatie wordt aangeleverd. Als de jaarrekening aan de eisen voldoet, wordt deze ingebracht in de computersystemen en zijn zij ter inzage voor een ieder. Landelijk is de norm gesteld dat dit proces binnen 24 uur moet zijn afgerond. Normaliter zit tussen de datum ontvangst en de datum deponering niet meer dan één dag verschil. Echter, het is een feit dat veel rechtspersonen hun deponering uitstellen tot het laatste moment. Men heeft maximaal dertien maanden de tijd en de meeste rechtspersonen hanteren een boekjaar dat gelijk is aan het kalenderjaar. Eind januari van ieder jaar worden alle kamers van koophandel dan ook overspoeld met grote stapels jaarrekeningen, ondanks het feit dat rechtspersonen tijdig (ongeveer drie maanden voor de uiterste levertermijn) worden opgeroepen om hun jaarrekening te deponeren. Helaas geven slechts weinigen hieraan gehoor. Daarom geldt de landelijke norm van verwerking binnen 24 uur niet in de maanden december, januari, februari en maart…”

D. Reactie verzoeker

Verzoeker liet in reactie op het standpunt van de Kamer van Koophandel Amsterdam en de informatie van de Vereniging Kamers van Koophandel nog het volgende weten:

“…Gezien het belang van degene die de stukken deponeert (vooral in verband met aansprakelijkstellingen) lijkt het mij dat dit belang zwaarwegender is dan dat van degene die inzage wil in een nog niet verwerkt stuk. Bij wijzigingen in inschrijvingen (bijvoorbeeld wijziging in bestuurder) meen ik dat de Kamer van Koophandel een systeem hanteert waarbij in het dossier staat dat een wijziging in behandeling is, zodat degene die informatie opvraagt weet dat hij niet persé de meest recente gegevens krijgt. Ik neem aan dat het betrekkelijk weinig werk zou zijn om bij binnenkomst van stukken in ieder geval in het dossier aan te geven dat stukken binnen zijn ook al zijn ze niet verwerkt.

Het huidige systeem leidt ertoe dat degene die de stukken deponeert, moet bewijzen dat hij de stukken op een andere datum heeft gedeponeerd dan de Kamer aangeeft. Dit is niet redelijk. Het feit dat de Kamer van Koophandel niet in staat is alles te verwerken moet niet tot een nadelige situatie van de indiener leiden.

Aangezien de pieken bij de Kamer bekend zijn, zou het in principe ook mogelijk moeten zijn om in de piekperiodes meer mensen in te zetten om het één en ander te verwerken. De pieken komen niet als een verrassing…”

Achtergrond

1. Burgerlijk Wetboek

Artikel 2:394:

“1. De rechtspersoon is verplicht tot openbaarmaking van de jaarrekening binnen acht dagen na de vaststelling; behoeft de jaarrekening goedkeuring, dan loopt de termijn van de goedkeuring af. De openbaarmaking geschiedt door nederlegging van een volledig in de Nederlandse taal gesteld exemplaar of, als dat niet is vervaardigd, een exemplaar in het Frans, Duits of Engels, ten kantore van het handelsregister dat wordt gehouden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken die overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de Handelsregisterwet 1996 bevoegd is. Op het exemplaar moet de dag van vaststelling en goedkeuring zijn aangetekend.

(…)

3. Uiterlijk dertien maanden na afloop van het boekjaar moet de rechtspersoon de jaarrekening op de in lid 1 voorgeschreven wijze openbaar hebben gemaakt…“

Ten aanzien van voornoemd artikel heeft de Rechtbank Rotterdam in een uitspraak d.d. 14 juni 2001 ( rolnr. HA ZA 99-1706) het volgende geoordeeld:

“(…)

6.8. Bij het voorgaande heeft de rechtbank geoordeeld dat onder het tijdstip van “nederlegging”, op grond van de taalkundige betekenis van dat begrip moet worden verstaan de dag waarop de Kamer van Koophandel de jaarrekening heeft ontvangen…”

2. Handelsregisterwet 1996 (Wet van 8 februari 1996, Stb. 181)

Artikel 14:

“Het handelsregister en de bescheiden die daarbij krachtens wettelijk voorschrift zijn gedeponeerd, kunnen door een ieder tegen betaling van een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen vergoeding worden ingezien.”

Artikel 18, eerste lid:

“Op een feit dat door inschrijving of deponering moet worden bekendgemaakt, kan tegenover derden die daarvan onkundig waren geen beroep worden gedaan zolang de inschrijving of deponering en, voor zover van toepassing, de in artikel 17 bedoelde mededeling niet hebben plaatsgevonden.“

Instantie: Kamer van Koophandel en Fabrieken Amsterdam

Klacht:

Als deponeringsdatum niet de datum van ontvangst maar de datum van verwerking van stukken opgevoerd .

Oordeel:

Gegrond