2018/089 Politie levert bij staandehoudingen van man met PDD-NOS voldoende en behoorlijk maatwerk

Een 23-jarige man met PDD NOS, een aan autisme verwante stoornis, komt vaak in aanraking met de politie. Volgens de vader van de man zijn de staandehoudingen zonder aanleiding en verslechtert dit juist het gedrag van zijn zoon. Maar volgens de politie pleegt de man regelmatig overtredingen en komen er meldingen binnen over zijn gedrag. De Nationale ombudsman heeft onderzocht of de politie behoorlijk heeft opgetreden en oordeelt dat de politie voldoende maatwerk heeft geleverd en zich open heeft gesteld om oplossingen te bieden.

Instantie: Regionale politie-eenheid Den Haag

Klacht:

verzoekers zoon regelmatig zonder aanleiding staande gehouden

Oordeel: niet gegrond

Instantie: Regionale politie-eenheid Den Haag

Klacht:

met derden over verzoekers zoon gesproken

Oordeel: niet gegrond

Instantie: Regionale politie-eenheid Den Haag

Klacht:

verzoekers woning nauwlettend geobserveerd

Oordeel: niet gegrond

De vader van Joost diende bij de Nationale ombudsman een klacht in over de wijze waarop de politie in Leiden omgaat mijn zijn zoon. Zijn zoon is een man van 23 jaar met PDD NOS, een aan autisme verwante stoornis, en komt veelvuldig in aanraking met de politie.

Hij klaagt er over dat de politie zich vooringenomen opstelt tegenover zijn zoon door hem regelmatig zonder aanleiding staande te houden. Ook praat de politie met derden over Joost en wordt de woning van de vader nauwlettend in de gaten gehouden.

De kern van de klacht van de vader zit in de stroom van staandehoudingen zonder aanleiding. Het gedrag van Joost verslechtert door dit 'kat-en-muis' spel en laat de situatie nodeloos escaleren. De politie geeft aan dat Joost inderdaad vaak wordt gecontroleerd en staande gehouden, maar niet zonder reden. Joost wordt regelmatig gecontroleerd in verband met geconstateerde overtredingen dan wel in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar (mogelijk) gepleegde misdrijven. Zij hebben wel een tijd geprobeerd om in samenspraak met de vader van Joost hem minder vaak staande te houden, maar dit bleek onhoudbaar. Joost volhardde in het plegen van overtredingen, werd verdacht van strafbare feiten en er kwamen meldingen over hem binnen.

Het is een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat de overheid bereid is om in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid of voorschriften als dat nodig is om onbedoelde of ongewenste consequenties te voorkomen. Dit houdt in dat de politie oog heeft voor de mogelijkheid van een op het individu gerichte aanpak om tot een beste resultaat te komen. Ook is het een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat de overheid in haar contacten met de burger escalatie probeert te voorkomen of te beperken. Communicatievaardigheden en een oplossingsgerichte houding zijn hierbij essentieel. De Nationale ombudsman is van oordeel dat de politie zich voldoende heeft ingespannen om maatwerk te bieden en zich open heeft gesteld om binnen de politietaak oplossingsgericht te werk te gaan.

De klachten over het met derden over Joost praten en ten aanzien van het observeren van de woning zijn niet gegrond.

Wat is de klacht?

De vader van Joost diende bij de Nationale ombudsman een klacht in over de wijze waarop de politie in Leiden omgaat met zijn zoon. Zijn zoon is een man van 23 jaar met PDD NOS, een autisme verwante stoornis, en komt veelvuldig in aanraking met de politie. Zijn zoon heeft hem gemachtigd om namens hem een klacht in te dienen.

Verzoeker klaagt erover dat de politie zich vooringenomen opstelt tegenover zijn zoon Joost door:
- hem regelmatig zonder aanleiding staande te houden;
- met derden over Joost te praten;
- zijn woning nauwlettend te observeren.

Wat ging er aan de klacht vooraf?

De vader schreef ons dat hij intussen al heel wat jaren met de politie in gesprek is, om te trachten de verhouding tussen hen en zijn zoon te verbeteren. Helaas heeft dat naar zijn mening tot op heden niets opgeleverd. Naar aanleiding van zijn klacht hebben onderzoekers van de Nationale ombudsman een persoonlijk gesprek met hem gehad.

Hij geeft aan dat hij zich natuurlijk realiseert dat als zijn zoon strafbare feiten pleegt hij straf verdient, maar dat de wijze waarop de politie hem nu benadert en behandelt niet goed is en zeker niet effectief. Door zijn beperking kan Joost "niet altijd de wet zuiver zien", bovendien leidt het er toe dat hij verbaal de agenten steeds op de kast krijgt. Er lijkt sprake van een soort kat en muis spel waarbij Joost zich voortdurend opgejaagd voelt.

Voortdurend staande houden
De kern van zijn klacht zit in de stroom van staande houdingen van zijn zoon door de politie. In een kleine twee jaar zouden dat nu richting de duizend staande houdingen gaan. Eén agent heeft Joost al eens gekscherend een appeltaart beloofd bij de duizendste staande houding. Tijdens de klachtbehandeling zat Joost in een traject met de Reclassering en De Waag (centrum voor forensische geestelijke gezondheidszorg) waardoor hij zijn basale zaken beter op orde leerde en leek te hebben. Graag zou de vader zien dat de politie Joost alleen nog staande houdt als daar daadwerkelijk een aanleiding voor is.

Hierover heeft hij in het verleden regelmatig overleggen gehad met teamchefs en wijkagenten en er zijn destijds volgens hem ook goede afspraken gemaakt. Ook is er regelmatig contact tussen de vader en de verschillende bij zijn zoon betrokken instanties zoals de Reclassering en het Veiligheidshuis (waarin ook politie en GGZ vertegenwoordigd zijn).

De afspraak was gemaakt dat vader direct op de hoogte gesteld zou worden wanneer zijn zoon een overtreding had begaan. De politie zou Joost niet (met loeiende sirenes) achterna gaan. Vader zou er dan voor zorgen dat zijn zoon zich binnen een half uur op het bureau zou melden. Deze afspraken zijn gedurende enkele maanden nagekomen en vervolgens niet meer. Vader heeft herhaaldelijk gevraagd om deze afspraak na te komen of in gesprek te gaan maar kreeg geen reactie meer.

Met derden over Joost praten
De vader klaagt er tevens over dat de oma van Joost is benaderd door een kennis van haar die werkt als agente in Leiden. Deze agente vertelde tegen de oma van Joost dat hij werd gezocht door de politie en de Reclassering. Daarop heeft zij tevens aan zijn oma gevraagd of zij misschien wist waar Joost was omdat hij geen woonadres had.

De woning observeren
De vader klaagt er tot slot over dat er een aantal keer herkenbare politievoertuigen met draaiende motor voor zijn huis geparkeerd hebben gestaan of langzaam voorbij zijn gereden. Dat stoort hem ook in zijn nachtrust en hij vindt het ook niet wenselijk naar zijn buren toe.

Wat heeft de Nationale ombudsman onderzocht?

Mogelijkheid bemiddeling
In eerste instantie hebben medewerkers van de Nationale ombudsman de mogelijkheid onderzocht of een bemiddelend gesprek onder leiding van de Nationale ombudsman tot de mogelijkheden behoorde, waarbij het voornamelijk zou gaan om het normaliseren van contact en afspraken voor de toekomst.

De betrokken teamchef van de politie heeft echter aangegeven dat hij best bereid is om, wederom, met vader in gesprek te gaan maar dat hij geen mogelijkheden meer ziet om te komen tot afspraken voor de toekomst. Er is sprake van een fundamenteel verschil van inzicht tussen de vader en de politie. Joost wordt door de politie inderdaad veelvuldig gecontroleerd en staande gehouden, maar dat is omdat hij zich schuldig maakt aan het plegen van strafbare feiten. Ook is hij een gevaar op de weg en staan er meerdere auto's op zijn naam. Er worden overtredingen gepleegd en boetes uitgeschreven maar er is ook sprake van ernstigere feiten, waaronder vermogens- en geweldsdelicten. Met name in 2016 en 2017 is het aantal gepleegde delicten ernstig toegenomen.

De teamchef geeft aan dat hij alle begrip heeft voor de vader maar ziet ook dat vader wellicht geen volledig beeld heeft van de situatie. De politie kan niet alle informatie met de vader delen omdat Joost meerderjarig is. Bovendien zegt Joost misschien niet altijd alles tegen zijn vader. De afspraken die in het verleden zijn gemaakt om Joost zo veel mogelijk met rust te laten zijn momenteel niet meer mogelijk omdat hij zich voortdurend misdraagt. De politie reageert op het gedrag van Joost en niet op de persoon. Burgers doen meldingen en aangifte van strafbare feiten. De politie moet daarop reageren. Volgens de politie is de grens bereikt en rechtvaardigt het gedrag van Joost het niet om minder in te grijpen, dat kan echt niet meer. Ook de uitlatingen van Joost op sociale media (bijvoorbeeld een facebook-bericht nadat een agent ernstig gewond was geraakt) helpt niet om binnen de politie begrip te krijgen voor de situatie van Joost.

De teamchef geeft verder nog aan dat het wellicht zou helpen dat de vader inzicht krijgt in de ernst en de hoeveelheid strafbare feiten die door zijn zoon zijn gepleegd. Daar moet Joost dan natuurlijk wel toestemming voor verlenen. Verder zou het van belang zijn om hem te laten zien wat voor gevaarlijk verkeersgedrag Joost vertoont. Het is in de visie van de politie onverantwoord dat de vader het autogebruik van Joost faciliteert omdat hij een gevaar op de weg is.

Regelmatig zonder aanleiding staande houden
Ten behoeve van het onderzoek heeft de Nationale ombudsman aan de politiechef een overzicht gevraagd en ontvangen van de registraties die er tussen 21 maart en
12 december 2017 zijn opgemaakt in het politiesysteem op naam van Joost. De Nationale ombudsman constateert dat er in deze periode veelvuldig mutaties zijn opgemaakt. Vanuit het oogpunt van privacy geeft de Nationale ombudsman hier geen gedetailleerde beschrijving en opsomming van alle beschreven gebeurtenissen. Om toch een beeld te geven volgen hieronder enkele voorbeelden.

Bijvoorbeeld het gedrag van Joost:
"Rapps wachtende voor Leimuidenbrug, zien voertuig vanuit Burgerveen ons tegemoet rijden in de richting van de A4. Op het moment van passeren zien we dat "JOOST" uit het raam hangt en onze aandacht opeist. Contact gehad met DIK i.v.m. openstaande zaken maar dat bleek negatief."

"Zag rapp bekende BMW rijden van bestuurder Joost. Zag rapp dat Joost het rode verkeerslicht negeerde en 'gewoon' door reed. Hem staande gehouden en een pv aangezegd. BE Joost werd er niet warm of koud van en was erg trots aan het vertellen dat hij maar liefst 750 registraties had bij de politie."

"Reden rapps over de Persant Snoepweg te Leiderdorp toen Joost in zijn grijze BMW rapps tegemoet kwam rijden. Hierop gekeerd om een praatje met hem te maken, ook mede gezien het feit dat zijn voertuig volgens de RDW niet verzekerd zou zijn. Joost stuurde al gelijk het parkeerterrein van de McDonalds op. Hij gaf al aan dat hij gezien had dat we aan het keren waren. Uitgelegd dat het rapps bekend was dat zijn voertuig niet verzekerd was en dat we hem daarop wilde controleren. Joost was opvallend meewerkend en geen vervelend woord in de richting van rapps. Via een sms kon hij laten zien dat hij wel verzekerd is sinds gistermiddag 14:35 uur."

Verder zijn er veel incidenten beschreven waarbij opvalt dat Joost met nogal wat mensen om hem heen een conflict heeft, wat dan snel escaleert en uitmondt in agressieve acties. Soms over en weer, soms alleen vanuit Joost. Meldingen rondom de Opiumwet, Wet Wapens en Munitie, brandstichting, bedreiging. De Nationale ombudsman heeft geen verder onderzoek gedaan naar de strafrechtelijke betekenis van al deze meldingen, het wil dus geenszins zeggen dat zij allemaal daadwerkelijk aan Joost zijn toe te rekenen. Maar het geeft wel een beeld van een jonge man die bekend is bij de politie, een strafblad heeft, opvalt door zijn gedrag en over wie meldingen/aangiften binnenkomen van strafbare feiten.

Hoe reageerde de politiechef van Den Haag?

Regelmatig zonder aanleiding staande houden
De politiechef schrijft dat uit het klachtonderzoek naar voren is gekomen dat Joost regelmatig werd gecontroleerd in verband met reeds geconstateerde overtredingen, dan wel gecontroleerd in het kader van strafrechtelijk onderzoek naar mogelijk door hem (mede)gepleegde misdrijven. Hierdoor werd Joost logischerwijs met naam en toenaam bekend bij de politiemedewerkers. Door deze veelheid van politiebemoeienis waar Joost zelf aanleiding toe gaf, is het zijns inziens voorstelbaar en zelfs wenselijk dat politiemedewerkers strikter toezicht houden op diens optreden in de openbare ruimte. Dit maakt het mogelijk preventief of indien noodzakelijk repressief in te grijpen. Deze versterkte attentie heeft incidenteel mogelijk tot staande houdingen geleid die achteraf nodeloos bleken. Er is hem echter niet gebleken dat er sprake was van stelselmatig exclusief op Joost uitgevoerde controles. Hij is daarmee van oordeel dat het aantal politiecontroles proportioneel was.

In antwoord op de vraag vanuit de Nationale ombudsman wat de reden is dat eerdere afspraken over de politiecontacten met Joost zijn opgezegd geeft de politiechef aan dat deze afspraak in de praktijk niet meer houdbaar was gebleken. Joost volhardde in het plegen van overtredingen, werd verdacht van het plegen van strafbare feiten en er kwamen meldingen over hem binnen. Dientengevolge had en heeft hij tot op de dag van vandaag veelvuldig politiecontact en is de afspraak om terughoudend te zijn met eventuele proactieve controles niet meer opportuun.

De Klachtencommissie geeft op dit onderdeel het volgende aan:
Klager verwijt de politie zijn zoon stelselmatig en zonder aanleiding staande of aan te houden. De politie beschikt over uiteenlopende bevoegdheden op grond waarvan zij een burger kan staande houden of zelfs aanhouden. Zo kan deze bevoegdheid geschieden op grond van verdenking van een strafbaar feit (artikel 52 Wetboek van Strafvordering), maar ook op grond van verschillende proactieve controlebevoegdheden (Wegenverkeerswet, Wet Wapens en Munitie etc.). De commissie acht het voorstelbaar dat dergelijke voor de politie legitieme en noodzakelijke routinehandelingen voor klagers zoon, die deze moet ondergaan, als ingrijpend en soms zelfs als oneerlijk kunnen worden ervaren. Ook acht zij het voorstelbaar dat klagers zoon, gelet op zijn stoornis, mogelijk door de aandacht van de politie overprikkeld raakte en zich hierdoor wellicht opvallend ging gedragen, met als gevolg dat klagers zoon wederom gecontroleerd werd. Een andere bijkomstigheid is dat klagers zoon met naam en toenaam bij de meeste politieambtenaren in Leiden bekend is. Dat bij een controle de naam van klagers zoon werd genoemd, toen bleek dat niet hij, maar een ander de auto bestuurde, acht de commissie dan ook niet vreemd. Het is voorstelbaar dat klagers zoon mede door deze actie bevestigd werd in zijn beleving dat de politie het op hem gemunt heeft. Het is de commissie niet gebleken dat de politie stelselmatig en exclusief op klagers zoon let. Wel is gebleken dat klagers zoon, door bijvoorbeeld zijn (verkeers)gedrag, de aandacht van toevallig passerende politie trekt. Verder blijkt uit de aan de commissie ter beschikking gestelde stukken dat afspraken zijn gemaakt om klagers zoon niet zonder enige aanwijsbare reden te controleren. Deze afweging was in maart 2017 al gemaakt, dus ruim voordat klager in gesprek ging met het sectorhoofd. Dit had onder andere het doel de ingezette hulpverlening niet te hinderen. Het is de commissie niet gebleken dat er onvoldoende begrip voor de stoornis van klagers zoon is geweest, en evenmin dat de politie, op verzoek van klager, niet coulant is geweest bij het controleren van zijn zoon. Klagers zoon bestendigde echter in zijn gedrag en werd zelfs verdacht van het plegen van vermogens- en andere delict(en). De commissie acht het politieoptreden dan ook professioneel en niet onbehoorlijk. De commissie merkt nog op dat, als klagers zoon (nog) nooit is veroordeeld, dit niet maakt dat hij ten onrechte als verdachte is aangemerkt en de beoogde aanhouding(en) onrechtmatig is/zijn geweest. Tijdens de zitting heeft de politieambtenaar aan klager toegezegd hem, zoals in het verleden gebruikelijk was, te informeren over de door de politie voorgenomen stappen. Op deze manier kan worden geprobeerd de vicieuze cirkel, waarin klagers zoon zich nu bevindt, te doorbreken.

Het met derden over Joost praten
De betrokken politieambtenaar verklaarde dat de grootmoeder van Joost een vriendin is van haar grootmoeder. Toen zij bij haar oma thuis was kwam zij daar toevallig de grootmoeder van Joost tegen. Zij vertelde zelf over haar kleinzoon, dat hij mogelijk overal en nergens rondzwierf en dat hij regelmatig met de politie in aanraking kwam. Omdat de betrokken politieambtenaar zich voor kon stellen dat de grootmoeder van Joost zich zorgen maakt over haar kleinzoon, heeft zij aan haar gevraagd of zij dan wel wist waar hij was. Blijkbaar heeft de vader van Joost dit gesprek verkeerd geïnterpreteerd en de conclusie getrokken dat zij persoonlijk op zoek was naar informatie over Joost. Dat was absoluut niet het geval.

De klachtencommissie heeft zich over dit klachtelement uitgesproken dat het, gezien de verdrietige familieaangelegenheid, aannemelijk was dit uit beleefdheid en medeleven plaatsvond. De politiechef volgt de commissie in haar overwegingen en neemt het advies over om deze klacht niet gegrond te verklaren.

Het observeren van de woning
De vader is van mening dat zijn woning nauwlettend geobserveerd wordt. In het klachtonderzoek zijn hiervoor controles op 14 en 15 april 2017 aangemerkt. De klachtencommissie heeft geen aanwijzingen dat de politie enig ander doel had dan haar wettelijke taakuitoefening uit te voeren. Hieraan kan concreet worden toegevoegd dat Joost medio april buiten heterdaad kon worden aangehouden en politiemedewerkers om die reden naar hem op zoek waren. Een aantal mogelijke verblijfadressen werd gecontroleerd en bij de woning van zijn vader werd de rubberboot van Joost op een aanhanger aangetroffen. Dit kon als aanwijzing worden opgevat dat Joost mogelijk zou verschijnen, waardoor hij zou kunnen worden aangehouden.

Wat is het oordeel van de Nationale ombudsman?

Regelmatig zonder aanleiding staande houden
De vader van Joost vraagt de politie om maatwerk richting zijn zoon. Gezien de beperkingen en persoonlijkheid van Joost lijkt een doortastend optreden van de politie eerder een ongewenst dan een gewenst resultaat te hebben. Als verdere escalatie, een verslechtering van het onderlinge contact tussen Joost en de politie voorkomen kan worden is dat voor alle betrokken partijen het beste. Het gaat ook even goed. De politieambtenaren weten van de afspraken af om Joost niet zonder reden te controleren en hij wordt ook daadwerkelijk minder staande gehouden. Die aanpak stopt echter op het moment dat het gedrag van Joost verslechtert en er door hem strafbare feiten gepleegd worden.

Het is een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat de overheid bereid is om in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid of voorschriften als dat nodig is om onbedoelde of ongewenste consequenties te voorkomen. Dit houdt in dat de politie oog heeft voor de mogelijkheid van een op het individu gerichte aanpak om tot een beste resultaat te komen. Ook is het een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat de overheid in haar contacten met de burger escalatie probeert te voorkomen of te beperken. Communicatievaardigheden en een oplossingsgerichte houding zijn hierbij essentieel.

Uit het onderzoek van de Nationale ombudsman blijkt dat registraties het algemene beeld opleveren dat er inderdaad veel aandacht is van de politie voor Joost, maar ook dat dit zijn grondslag vindt in aangiften en meldingen van strafbare feiten waarbij Joost als verdachte wordt genoemd. Dat er in mutaties wordt gesproken over "de ons bekende Joost" levert geen onderbouwing voor de stelling dat de politie naar Joost toe vooringenomen is. Ook de wijze waarop de gebeurtenissen in de mutaties zijn omschreven geven geen reden om de neutraliteit van de politie in twijfel te trekken. Bovendien levert het (rij)gedrag van Joost ook de nodige overtredingen en aandacht op. Er zijn vele gesprekken gevoerd met de vader van Joost en er zijn afspraken gemaakt en uitgevoerd om Joost minder vaak staande te houden zonder dat daar een duidelijke reden voor was. De gemaakte afspraak, het maatwerk van de politie, heeft er echter niet toe geleid dat er ook aan de zijde van Joost een gedragsverandering heeft plaatsgevonden. Op een gegeven moment is het dan terecht dat de politie aangeeft dat deze werkwijze voor hen niet meer te handhaven is.

De Nationale ombudsman is van oordeel dat de politie zich voldoende heeft ingespannen om maatwerk te bieden en zich open heeft gesteld om binnen de politietaak oplossingsgericht te werk te gaan.

De gedraging is op dit punt behoorlijk.

Ten aanzien van het met derden over Joost praten
Het is een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat grondrechten van burgers worden gerespecteerd. Eén van die grondrechten is het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Dit grondrecht is in het geding als een overheidsinstantie privacygevoelige informatie verstrekt aan derden. Het is begrijpelijk dat het een verwarrende situatie is als een politieagente in een privésetting een privé gesprek heeft met de oma van Joost over Joost. Het is altijd raadzaam om als politieambtenaar extra voorzichtig te zijn om gesprekken te voeren over ambtshalve bekende burgers, zeker als zij verdachte zijn. De Nationale ombudsman is van oordeel dat er door de betrokken politieambtenaar geen privacygevoelige informatie over Joost is verstrekt. Met betrekking tot deze situatie is de Nationale ombudsman van oordeel dat er gezien de inhoud van het gesprek en het feit dat het initiatief hiertoe vanuit de oma kwam er geen inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de oma van Joost noch Joost.

De gedraging is op dit punt behoorlijk.

Ten aanzien van het observeren van de woning
Het is een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat grondrechten van burgers worden gerespecteerd. De vader ziet het posten van de politie in de buurt van zijn woning als een onnodige aantasting van zijn privacy en woongenot. Uit onderzoek door de Nationale ombudsman is gebleken dat Joost buiten heterdaad diende te worden aangehouden als verdachte. Nu zijn verblijfplaats onbekend was en de politie vermoedde dat hij wel eens langs het ouderlijk huis zou kunnen gaan, heeft men inderdaad de woning in de gaten gehouden. De Nationale ombudsman is van oordeel dat de politie hiermee geen grenzen van privacy en woongenot van de vader heeft overschreden.

De gedraging is op dit punt behoorlijk.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedragingen van de politiechef van de regionale eenheid Den Haag te Den Haag is niet gegrond.

De Nationale ombudsman,

Reinier van Zutphen

Publicatiedatum
Rapportnummer
2018/089