2018/082 Politie belet beeldopnamen bij hulpverlening

Man filmt de eerstehulpverlening van de politie van een, door hen, neergeschoten man. De politie zegt hem daarmee te stoppen en de man doet dat. De man klaagt hierover bij de Nationale ombudsman. De ombudsman oordeelt dat de politie op een rustige en nette manier heeft aangegeven dat de filmer moest stoppen. Wel vindt hij dat de klachtencommissie het filmpje had moeten bekijken zodat de filmer zijn standpunt kon toelichten.

Instantie: politiechef regionale eenheid Oost-Nederland

Klacht:

verzoeker gezegd om te stoppen met het maken van filmopnamen (van een plaats waar de politie op dat moment eerste hulp verleende aan een man die na een schietpartij gewond op straat lag) en de manier waarop dat is gebeurd.

Oordeel: niet gegrond

Instantie: politiechef regionale eenheid Oost-Nederland

Klacht:

op de klacht van verzoeker beslist zonder daarbij een door verzoeker gemaakt filmopname te betrekken.

Oordeel: geen oordeel

Verzoeker maakte filmopnamen van de eerste hulpverlening door de politie aan een man die net door hen was neergeschoten. Verzoeker was geen getuige van het schieten zelf. Tijdens het maken van de filmopnamen sprak een politieambtenaar verzoeker aan en verzocht hem te stoppen met filmen. Verzoeker stopte daarop direct met filmen

Verzoeker klaagt er over dat het hem niet duidelijk was of het ging om een bevoegd gegeven bevel of een verzoek zonder een verplichting om hier ook aan te voldoen. Ook klaagt hij er over dat de Klachtencommissie geweigerd zou hebben om de filmopnamen tijdens de zitting te bekijken.

De Nationale ombudsman heeft de beelden die verzoeker met zijn mobiele telefoon heeft gemaakt bekeken en gehoord. Te zien is dat er een drietal politieambtenaren bij het slachtoffer zitten. Verzoeker staat achter het afzetlint. Eén van de politieambtenaren wijst naar verzoeker en zegt tegen een politieambtenaar bij het afzetlint: "kun je even zeggen dat hij moet stoppen met filmen", waarop haar collega bij het afzetlint zegt: "meneer, hebt u het gehoord."

De Nationale ombudsman toetst hier aan het vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat de overheid de burger respecteert, hem fatsoenlijk behandelt en hulpvaardig is. De Nationale ombudsman is op basis van de beelden van oordeel dat niet is gebleken dat aan verzoeker geen ruimte werd gelaten om door te gaan met filmen. De klacht is niet gegrond.

Ten aanzien van de klachtbehandeling is niet vast komen te staan dat de Klachtencommissie inderdaad heeft geweigerd te beelden in te zien. Daarom onthoudt de Nationale ombudsman zich van een oordeel hierover. Wel merkt hij ten overvloede en in zijn algemeenheid op dat het raadzaam is om dit soort beelden wel in te zien gedurende de zitting. Het vergt immers niet veel tijd en kan voor een belangrijk deel bijdragen aan de waarheidsvinding.

Aanleiding

In augustus 2016 maakte verzoeker op straat filmopnamen van een plaats waar de politie op dat moment eerste hulp verleende aan een man die na een schietpartij gewond op straat lag. Verzoeker was geen getuige geweest van deze schietpartij. Direct na het schietincident had de politie met een plastic lint een stuk van de openbare ruimte afgezet waar de man was neergeschoten. Tijdens het maken van de filmopnamen sprak politieambtenaar V. verzoeker hierop aan. Verzoeker stopte daarop direct met filmen.

Klacht

Verzoeker klaagt erover dat een politieambtenaar van de eenheid Oost-Nederland hem heeft gezegd om te stoppen met het maken van filmopnamen en vooral: de manier waarop dat is gebeurd. De politieman is niet duidelijk geweest of het ging om een bevoegd gegeven bevel dat verzoeker moest opvolgen om niet het risico van strafvervolging te lopen, of dat verzoeker de ruimte had om hier geen gehoor aan te geven. Er is hem geen vrije keuze gelaten om op een openbare plaats filmopnamen te maken.

Verzoeker klaagt er verder over dat de politiechef op de klacht heeft beslist zonder daarbij een door verzoeker gemaakte filmopname te betrekken. De klachtencommissie had geweigerd het filmpje met daarop de gedraging waarover verzoeker klaagt, te bekijken.

Bevindingen

1. Wat is op het filmpje van verzoeker te zien en te horen?

De Nationale ombudsman heeft een door verzoeker gemaakt filmpje bekeken en beluisterd. Daarbij werd het volgende bevonden.

Op de beelden is te zien dat drie politieambtenaren rond een persoon (het slachtoffer) zitten die met zijn rug op de grond ligt. Het gezicht van dit slachtoffer is niet zichtbaar in beeld. Bij een noodhulpauto van de politie staan twee andere politieambtenaren. Verder is te zien dat de maker van het filmpje (verzoeker), zich achter het afzetlint bevindt aangezien het lint zichtbaar in beeld is. Op een gegeven moment lijkt het erop dat een van de drie zittende politieambtenaren zijn vrouwelijke collega (V.) die naast hem zit, op verzoeker attendeert. Vervolgens staat deze vrouwelijke politieambtenaar (V.) op en loopt in de richting van verzoeker. V. wijst met gestrekte arm en wijsvinger naar verzoeker en zegt: (klaarblijkelijk naar een niet in beeld zijnde collega (X) bij het afzetlint): "(moeilijk hoorbare naam), kun je even zeggen dat ie moet stoppen met filmen.", waarop haar collega X bij het afzetlint zegt: "meneer, hebt u het gehoord."

2. Standpunt politiechef

De politieklachtencommissie (hierna: commissie) schreef in haar advies aan de politiechef dat het voor de commissie vast was komen te staan dat er geen sprake was van een verbod, maar dat verzoeker op vriendelijke wijze door betrokken politieambtenaar 1 (X) was verzocht om te stoppen met filmen.

In zijn oordeel stelde de politiechef zich op het standpunt dat destijds aan verzoeker het verzoek was gedaan om te stoppen met het maken van filmopnamen. Verzoeker had dit verzoek geïnterpreteerd als een bevel, aldus de politiechef.

3. Visie van verzoeker

Volgens verzoeker bevond hij zich niet binnen het afgezette gebied maar daar buiten; voor het afzetlint. Tijdens het filmen liep hij de politie niet in de weg, noch verstoorde hij de sporen binnen het afgezette gebied. Verzoeker maakte met zijn mobiele telefoon vier korte filmpjes van de plaats waar de schietpartij had plaatsgevonden. Op dat moment maakten achter hem ook andere personen foto's en filmpjes van het afgezette gebied. Verzoeker is van mening dat het niet verboden is om filmpjes te maken.

Volgens verzoeker wordt het meewerken aan een ambtelijk bevel van de politie (dat hij moest stoppen met filmen), door de politiechef uitgelegd als een verzoek waaraan verzoeker 'vrijwillig' heeft meegewerkt. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat hij juist heeft gehandeld, door na het aan hem gegeven bevel te stoppen met filmen. Indien verzoeker dit niet had gedaan dan zou hij zich schuldig hebben gemaakt aan overtreding van artikel 184 Wetboek van Strafrecht (een misdrijf).

Voor wat betreft de politieklachtencommissie is verzoeker van mening dat deze niet onpartijdig is. De commissie wilde het filmpje van verzoeker namelijk niet zien. Verzoeker begrijpt deze opstelling niet omdat in de eerste plaats het filmpje het bewijs bevat dat er sprake was van een bevel en niet van een verzoek. In de tweede plaats had hij het betreffende filmpje speciaal op een tablet gezet die hij had meegenomen naar de hoorzitting om het daar te vertonen.

Wat is het oordeel van de Nationale ombudsman?

Ten aanzien van het verzoek om te stoppen met filmen.

Het is een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat de overheid de burger respecteert, hem fatsoenlijk behandelt en hulpvaardig is.

De betrokken politieambtenaren hebben naar het oordeel van de Nationale ombudsman op een rustige, nette wijze aan verzoeker aangegeven dat zij wilden dat hij stopte met filmen. De Nationale ombudsman heeft de beelden bekeken en heeft niet gehoord of gezien dat aan verzoeker geen ruimte werd gelaten om door te gaan met filmen. Nu ook overigens niet is gebleken dat verzoeker op enigerlei wijze is gedwongen om te stoppen met filmen, is de gedraging op dit punt behoorlijk.

Ten aanzien van de klachtbehandeling

Het vereiste van fair play brengt met zich mee dat de overheid de burger de mogelijkheid geeft om zijn procedurele kansen te benutten en zorgt daarbij voor een eerlijke gang van zaken.

Verzoeker klaagt er over dat de klachtencommissie heeft geweigerd om tijdens de hoorzitting de door hem gemaakte filmopnamen te bekijken. Het verzoek om te stoppen met filmen was daar duidelijk op te horen en te zien. De leden van de Klachtencommissie geven aan zich niet te kunnen herinneren dat zij dit geweigerd hebben. Ook in het verslag en de persoonlijke aantekeningen van de leden is hier niets van terug te vinden.

Nu de verklaringen op dit punt tegenover elkaar staan zal de Nationale ombudsman zich op dit punt van een oordeel onthouden.

Ten overvloede en in zijn algemeenheid merkt de Nationale ombudsman op dat het wel vaker voor lijkt te komen dat klachtencommissies weigeren beeldmateriaal of op het laatst aangeleverde stukken in te zien tijdens een zitting. De Nationale ombudsman ziet niet in waarom een klachtencommissie bijvoorbeeld het bekijken van een filmpje van een paar minuten, door een klager klaargezet op zijn tablet, zou weigeren. Juist de hoorzitting van een Klachtencommissie zou er op gericht moeten zijn om een klager in de gelegenheid te stellen zijn standpunt duidelijk toe te lichten.

Het onderscheid tussen een bevel of een verzoek en de wijze waarop een burger dat interpreteert is afhankelijk van veel factoren, waaronder zeker ook de precieze bewoordingen, intonatie en non-verbaal gedrag. Dat een klachtencommissie een verzoeker niet toestaat om op het laatste moment, tijdens de zitting, een veelvoud aan documenten ter inzage aan te bieden is goed voorstelbaar, omdat niemand zich daar dan op heeft kunnen voorbereiden. Het bekijken van beeldmateriaal dat slechts enkele minuten vergt is van een geheel andere orde. Zeker als deze voor een belangrijk deel bij kan dragen aan de waarheidsvinding.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van de politiechef van de regionale eenheid Oost-Nederland is niet gegrond ten aanzien van het verzoek om te stoppen met filmen.

De Nationale ombudsman onthoudt zich van een oordeel ten aanzien van de klacht over het niet inzien van beeldmateriaal tijdens de klachtafhandeling.

De Nationale ombudsman,
 

Reinier van Zutphen

Publicatiedatum
Rapportnummer
2018/082