2018/080 Verlies Nederlandse nationaliteit

Man klaagt over onjuiste informatieverstrekking door de Nederlandse ambassade in Beiroet. Zijn vader en hij hebben drie jaar geleden de Libanese nationaliteit aangenomen. Vader heeft toen de ambassade expliciet gevraagd naar verlies Nederlanderschap en daar was geen sprake van. Bij het aanvragen van een nieuw paspoort blijkt de man zijn Nederlanderschap toch kwijt te zijn. De ombudsman concludeert de klacht als niet gegrond omdat na onderzoek niet aannemelijk blijkt dat de ambassade verkeerde informatie heeft verstrekt.

Instantie: Nederlandse ambassade in Beiroet

Klacht:

verzoekers vader onjuist geïnformeerd over de consequenties van het aannemen van de Libanese nationaliteit

Oordeel: niet gegrond

Verzoeker en zijn vader zijn Nederlanders die in Libanon wonen. Op een gegeven moment besluiten zij om de Libanese nationaliteit aan te nemen. Voorafgaande aan de naturalisatie informeert verzoekers vader bij de Nederlandse ambassade naar de gevolgen hiervan voor de Nederlandse nationaliteit. Vervolgens nemen verzoeker en zijn vader de Libanese nationaliteit aan. Enige tijd daarna vraagt verzoeker een nieuw Nederlands paspoort aan bij de Nederlandse ambassade in Beiroet. Tot zijn verbazing krijgt hij dan te horen dat hij geen Nederlands paspoort zal verkrijgen omdat hij geen Nederlander meer is.

Wat is de klacht?

Verzoeker klaagt erover dat een medewerkster van de Nederlandse ambassade in Beiroet zijn vader onjuist heeft geïnformeerd over de consequenties van het aannemen van de Libanese nationaliteit.

Onderzoek

De Nationale ombudsman onderzoekt de klacht en bekijkt beide kanten van het verhaal en stelt nadere vragen aan de minister. Na uitgebreid onderzoek komt de Nationale ombudsman tot de conclusie dat er dit geval meer waarde gehecht moet worden aan uitgebreide verklaring van de deskundige ambassademedewerkster dan aan de indirecte niet geverifieerde verklaring van verzoekers vader.

Oordeel

De Nationale ombudsman komt tot het oordeel dat het niet aannemelijk is dat de medewerkster onjuiste informatie aan verzoekers vader heeft verstrekt en daarmee het vereiste van goede informatieverstrekking heeft geschonden.

De onderzochte gedraging is behoorlijk.

Wat ging er aan de klacht vooraf?

Verzoeker en zijn vader zijn Nederlanders die in Libanon wonen. Op een gegeven moment besluiten zij om de Libanese nationaliteit aan te nemen. Voorafgaande aan de naturalisatie informeert verzoekers vader bij de Nederlandse ambassade naar de gevolgen hiervan voor de Nederlandse nationaliteit. Vervolgens nemen verzoeker en zijn vader de Libanese nationaliteit aan. Op 2 december 2015 vraagt verzoeker een nieuw Nederlands paspoort aan bij de Nederlandse ambassade in Beiroet. Tot zijn verbazing krijgt hij dan te horen dat hij geen Nederlands paspoort zal verkrijgen omdat hij geen Nederlander meer is.

Wat is de klacht?

Verzoeker klaagt erover dat een medewerkster van de Nederlandse ambassade in Beiroet rond 1 maart 2013 zijn vader onjuist heeft geïnformeerd over de consequenties van het aannemen van de Libanese nationaliteit. Hierdoor heeft verzoeker, zonder dat hij het wist en tegen zijn wil, zijn Nederlandse nationaliteit verloren.

Wat is het standpunt van verzoeker?

In december 2015 krijgt verzoeker van de Nederlandse ambassade te horen dat zijn Nederlandse paspoort niet vernieuwd zal worden omdat hij op zijn paspoortaanvraag heeft aangegeven dat hij de Libanese nationaliteit heeft verkregen. Voordat hij een aanvraag voor de Libanese nationaliteit heeft ingediend, heeft zijn vader informatie gevraagd bij de consulaire afdeling van de Nederlandse ambassade in Beiroet. Zijn vader zou toen gevraagd hebben of er een probleem zou zijn voor hem als hij de Libanese nationaliteit zou aannemen. Volgens verzoeker heeft de medewerkster van het consulaat in reactie daarop met stelligheid aan zijn vader verteld dat het geen enkel probleem is voor hem en ook niet voor zijn kinderen. Nu toch blijkt dat verzoeker zijn Nederlandse nationaliteit heeft verloren, dient hij een klacht in over deze gang van zaken bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Na een onderzoek door het ministerie krijgt verzoeker vervolgens te horen dat zijn klacht niet gegrond is. Volgens verzoeker wordt daarbij vermeld dat de betrokken consulaire medewerkster niet zozeer ontkent dat zij zijn vader verkeerd heeft geïnformeerd, maar dat zij zich dat niet kan herinneren en dat vindt verzoeker kwalijk. De ambassade heeft volgens verzoeker de Nederlandse gemeenschap in Libanon ook nooit gewaarschuwd voor het mogelijke verlies van de Nederlandse nationaliteit. Verzoeker is daarom van mening dat hij door een fout dan wel door nalatigheid van de Nederlandse Staat zijn Nederlandse nationaliteit heeft verloren.

Wat is de reactie van de minister op de oorspronkelijke klachten?

Tijdens de klachtbehandeling door het Ministerie van Buitenlandse Zaken schrijft de minister in zijn reactie aan verzoeker dat de betrokken ambassademedewerkster zich het gesprek met verzoekers vader kan herinneren als een algemeen informatief gesprek. In dat gesprek zou verzoekers vader geïnformeerd hebben naar de vrijstellingsgrond om zijn Nederlandse nationaliteit te behouden bij het aannemen van de Libanese nationaliteit omdat hij getrouwd is met een Libanese vrouw. De medewerkster kan zich niet herinneren dat verzoekers vader ook heeft gevraagd of die vrijstelling voor een (volwassen) kind zou gelden. Als deze vraag gesteld zou zijn, zou de ambassade-medewerkster geantwoord hebben dat het volwassen kind dan zelfstandig aan een vrijstellingsgrond zou moeten voldoen. Daarnaast adviseert de ambassade mensen in alle informatiegesprekken over nationaliteit om zelf de informatie op de website te raadplegen.

Op 30 december 2015 vindt er een gesprek plaats met verzoeker en zijn vader, de ambassadeur en een senior consulair medewerker. Voorafgaande aan dit gesprek hebben verzoeker en zijn vader telefonisch contact gehad met de ambassadeur. Tijdens dit telefoongesprek zou de ambassadeur volgens verzoeker gezegd hebben dat er sprake zou zijn geweest van miscommunicatie. Volgens de minister echter zou de ambassadeur eerst gezegd hebben dat zij zich niet kon voorstellen dat de betreffende medewerkster verkeerde informatie zou verstrekken aangezien zij erg ervaren en deskundig zou zijn. Daarnaast zou de ambassadeur hebben gezegd dat verzoekers vader het waarschijnlijk verkeerd begrepen heeft en uit beleefdheid heeft zij het miscommunicatie genoemd om verzoekers vader niet voor het hoofd te stoten. Volgens de minister is er dan ook geen sprake van onjuiste informatieverstrekking en zeker niet van misleiding van verzoeker.

Over de klacht van verzoeker dat er nooit mededelingen over dit onderwerp of waarschuwingen zijn gedaan door de ambassade aan de Nederlandse gemeenschap in Libanon, stelt de minister zich op het volgende standpunt. Na de wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap van 1 april 2013 is volgens de minister wereldwijd gedurende een aantal jaren een uitgebreide informatiecampagne gevoerd om Nederlanders te informeren over de wijzigingen van de wet. De overheid is zich bewust van haar informatieplicht, maar er rust op de burgers ook een eigen verantwoordelijkheid, aldus de minister.

Wat onderzoekt de Nationale ombudsman?

Na de klachtbehandeling bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, dient verzoeker een klacht in bij de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman onderzoekt of de medewerkster van de ambassade verzoekers vader onjuist heeft geïnformeerd over de consequenties van het aannemen van de Libanese nationaliteit. Tijdens het onderzoek legt de Nationale ombudsman de klacht aan de minister voor en vraagt hij de minister om

een reactie. Tevens vraagt de Nationale ombudsman aan de minister of er destijds een verslag van het gesprek tussen verzoekers vader en de ambassademedewerkster is gemaakt. Daarnaast vraagt hij wat het beleid is over informatieverzoeken met betrekking tot nationaliteitenkwesties. Worden deze verzoeken schriftelijk of mondeling behandeld en als dat mondeling gebeurt wordt daar dan een verslag van gemaakt?

Hoe reageert de minister op het onderzoek van de Nationale ombudsman?

De minister laat in zijn reactie aan de Nationale ombudsman weten dat de ambassademedewerkster verzoeker en zijn vader kent van ambassaderecepties. Zij herinnert zich dat de vader van verzoeker tijdens een bezoek aan de ambassade voor een andere consulaire dienst ook nog even bij zijn vertrek informeerde naar de gevolgen van het aannemen van de Libanese nationaliteit. De ambassademedewerkster herinnert zich het gesprek nog goed omdat het ongewoon is dat een Nederlandse man de Libanese nationaliteit kan verkrijgen. Volgens de Libanese nationaliteitswet kunnen alleen buitenlandse vrouwen die getrouwd zijn met een Libanese man naturaliseren. De vader van verzoeker was de eerste en tot nu toe enige Nederlander die deze vraag heeft gesteld. De ambassademedewerkster reageerde daarop met de vraag hoe hij de Libanese nationaliteit zou kunnen verkrijgen, waarop de vader antwoordde dat hij een mogelijkheid had gevonden. De medewerkster zei toen dat men niet de Nederlandse nationaliteit verliest wanneer men de nationaliteit van de echtgenoot aanneemt. Zij herinnert zich niet dat de vader ook heeft geïnformeerd naar de gevolgen voor een (volwassen) kind. Volgens haar heeft verzoekers vader niet gevraagd of de vrijstelling ook geldt voor zijn zoon. Omdat zij verzoekers zoon kent, zou ze dat wel onthouden hebben. Was het volwassen kind ter sprake gekomen, dan waren volgens de medewerkster de alarmbellen wel bij haar gaan rinkelen, omdat een combinatie van een vrijwillige aanname van een andere nationaliteit eigenlijk bijna altijd leidt tot verlies van de Nederlandse nationaliteit voor meerderjarigen. De medewerkster zou dan gezegd hebben dat het volwassen kind zelf aan een vrijstellingsgrond zou moeten voldoen, door bijvoorbeeld ook gehuwd te zijn met een Libanese vrouw.

Volgens de minister sprak verzoekers vader met een zeer ervaren consulair medewerkster van de ambassade en daarom acht hij de klacht ongegrond. Ook gezien de uitleg van de medewerkster heeft de minister geen reden om aan te nemen dat verzoekers vader onjuist is geïnformeerd. Daarnaast benadrukt de minister in zijn brief aan de Nationale ombudsman nogmaals de eigen verantwoordelijkheid van burgers. In algemene zin wordt er volgens de minister veel aandacht door de Rijksoverheid besteed om Nederlanders te informeren over de mogelijkheid om de Nederlandse nationaliteit te verliezen. Hij ziet dan ook geen aanleiding voor een actie of maatregel voor verzoeker.

Op de vragen van de Nationale ombudsman antwoordt de minister dat er geen verslag is gemaakt van het gesprek tussen de ambassademedewerkster en verzoekers vader. Met betrekking tot het beleid over informatieverzoeken van burgers over nationaliteit geeft de ambassade in algemene zin aan hoe de nationaliteitswet luidt en verwijst daarnaast naar de publieksinformatie op de website. In principe wordt volgens de minister niet op individuele basis aangegeven of iemand wel of niet het Nederlanderschap zal kwijtraken, maar worden alle informatieverzoeken met betrekking tot individuele nationaliteitenkwesties doorverwezen naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Voor algemene informatie wordt tegenwoordig ook door het 24/7 Contactcenter van het Ministerie van Buitenlandse Zaken doorverwezen naar de informatie op www.Rijksoverheid.nl.

Volgens de minister kan niet uitgesloten worden dat de informatie op de website naar eigen inzicht wordt geïnterpreteerd met mogelijke foutieve conclusies. Omdat slechts in algemene zin informatie wordt gegeven wordt er doorgaans geen verslag gemaakt. Alleen als een vraag relevant is in een openstaand dossier, wordt de informatieverstrekking in dat dossier aangetekend.

Ten slotte legt de minister uit dat alleen op basis van een paspoortaanvraag wordt onderzocht of de aanvrager de Nederlandse nationaliteit bezit. Op dat moment wordt altijd de nationaliteit van de aanvrager getoetst op grond van de Paspoortwet, aldus de minister.

Wat is het oordeel van de Nationale ombudsman?

Het vereiste van goede informatieverstrekking houdt in dat de overheid ervoor zorgt dat de burger de juiste informatie krijgt en dat deze informatie klopt en volledig en duidelijk is.

De overheid is verplicht de burger gevraagd en ongevraagd alle informatie te geven over handelingen en besluiten die de belangen van de burger kunnen raken. Zij is daarbij servicegericht en stelt zich actief op om de informatie die van belang is tijdig op eigen initiatief te geven.

Op grond van het onderzoek komt de Nationale ombudsman tot vaststelling van de volgende feiten. Tijdens een bezoek aan de Nederlandse ambassade in Beiroet voor een andere consulaire dienst, heeft verzoekers vader bij zijn vertrek ook zijdelings geïnformeerd naar de eventuele consequenties voor hem bij het aannemen van de Libanese nationaliteit. Verzoekers vader heeft toen begrepen dat zowel zijn zoon als hij de Nederlandse nationaliteit zou kunnen behouden bij het aannemen van de Libanese nationaliteit. Verzoeker heeft de informatie die hij van zijn vader heeft gekregen echter niet geverifieerd bij de ambassade.

De ambassademedewerkster heeft tijdens het onderzoek uitgebreide verklaringen over het gesprek met verzoekers vader afgelegd. Zij zei dat zij zich het gesprek goed kan herinneren omdat het een uitzonderlijke vraag van verzoekers vader was. Zij heeft aangegeven dat de vader toen niet heeft genoemd dat ook zijn zoon de Libanese nationaliteit wilde aannemen. Zij heeft gezegd dat zij verzoeker en zijn vader kent, dus als verzoekers vader het over zijn volwassen kind zou hebben gehad, zou zij hebben beseft dat het om verzoeker zou gaan. Daarnaast staat het vast dat de medewerkster deskundig is op het gebied van nationaliteit kwesties.

Hoe het gesprek precies is verlopen kan niet meer achterhaald worden, nu er geen verslag van het gesprek is gemaakt. Tussen verzoekers vader en de ambassademedewerkster is verschil van mening of in het gesprek de positie van verzoeker ook is genoemd.

Alles afwegende hecht de Nationale ombudsman in dit geval meer waarde aan de inhoud van de uitgebreide verklaring van de deskundige ambassademedewerkster dan aan de indirecte niet geverifieerde verklaring van verzoekers vader.

De Nationale ombudsman komt op grond hiervan tot het oordeel dat het niet aannemelijk is dat de medewerkster onjuiste informatie aan verzoekers vader heeft verstrekt en daarmee het vereiste van goede informatieverstrekking heeft geschonden.

De onderzochte gedraging is behoorlijk.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van de minister van Buitenlandse Zaken, is niet gegrond.

De Nationale ombudsman,

Reinier van Zutphen

Publicatiedatum
Rapportnummer
2018/080