2018/046 Korps Politie Caribisch Nederland maakt juiste keuze door ontsnapte hond dood te schieten na bijtincident

Man klaagt dat de politie Bonaire zijn hond heeft doodgeschoten en naar de vuilnishoop heeft gebracht. De hond was ontsnapt uit de tuin en beet iemand op een passerende scooter. De Nationale ombudsman vindt dat de politie de juiste keuze heeft gemaakt omdat de politie op Bonaire geen middelen heeft om gevaarlijke honden te vangen. Hij begrijpt dat de politie vanwege het warme weer de hond meteen naar de vuilnishoop heeft gebracht.

Instantie: Korps Politie Caribisch Nederland (KPCN)

Klacht:

verzoekers hond doodgeschoten en vervolgens direct naar de landfill (vuilnishoop) gebracht

Oordeel: niet gegrond

Op Bonaire ontsnapt de hond van verzoeker uit de tuin en bijt iemand op een passerende scooter. Nog voordat verzoeker thuis is gekomen, schiet de politie de hond dood en brengt het kadaver naar de landfill. Verzoeker dient daarover een klacht in.

Op Bonaire regelt lokale regelgeving dat zodra een hond zonder toezicht op de openbare weg losloopt en indien het vangen van de hond geen optie is, dat deze op basis van de Eilandsverordening door de politie kan worden doodgeschoten. Met het onderzoek is duidelijk geworden dat de politie op Bonaire niet over voldoende materiaal en expertise beschikt om honden te vangen noch over materiaal beschikt om een eenmaal gevangen (gevaarlijke) hond te kunnen transporteren om in bewaring te worden genomen. Dat betekende in dit geval niet dat de betrokken politieambtenaar contact moest zoeken met de eigenaar of de zaak op zijn beloop moest laten. Er was namelijk meer aan de hand dan een hond dat zonder toezicht op straat liep, namelijk een hond dat kort daarvoor iemand had verwond en de kans op herhaling was aanwezig. De politie heeft in deze situatie de juiste keuze gemaakt door de hond dood te schieten en direct naar de landfill te brengen.

Evenredigheidsbeginsel; niet gegrond.

Wat is de klacht?

Verzoeker klaagt erover dat een politieambtenaar van het Korps Politie Caribisch Nederland (KPCN) op 21 februari 2017 zijn hond heeft doodgeschoten en vervolgens direct naar de landfill heeft gebracht.


Wat ging er aan de klacht vooraf?

Verzoeker woont op Bonaire. Tot aan de bewuste dag had hij twee honden die hij drie maanden daarvoor uit de animal shelter had gehaald. Op 21 februari 2017 werd verzoeker 's ochtends gebeld op zijn werk door zijn buurman. Deze buurman vertelde hem dat een van de honden van verzoeker was ontsnapt uit de tuin en iemand op een passerende scooter zou hebben gebeten. De buurman informeerde hem vervolgens dat de politie de hond inmiddels had doodgeschoten. Daarop ging verzoeker meteen naar huis. Na twee keer bellen met de politie, sprak verzoeker de politieambtenaar die diezelfde ochtend zijn hond had doodgeschoten. Deze liet aan verzoeker desgevraagd weten dat zijn hond inmiddels naar de 'landfill' (de vuilnishoop) was gebracht.

Verzoeker nam vervolgens contact op met de chef van de betrokken politieambtenaar. Deze vertelde hem dat wanneer een hond iemand heeft gebeten en er daarvan twee getuigen zijn (het slachtoffer en een onafhankelijke getuige) de hond meteen doodgeschoten wordt. Het was volgens deze chef niet noodzakelijk om daarover eerst contact op te nemen met de eigenaar van het dier. In een gesprek wat later die dag volgde op het politiebureau zou de bewuste chef hem hebben laten weten dat door de buren was gezegd dat de hond achter fietsende kinderen aanrende, dat de hond echt gevaarlijk was en er geen risico kon worden genomen. Het politierapport vermeldde dat de gebeten persoon op het politiebureau was langsgekomen om melding te maken dat hij was gebeten en dat de politie daarna samen met het slachtoffer op zoek is gegaan naar de hond. Ook vermeldde het rapport dat de betrokken politieambtenaar, nadat hij de hond had doodgeschoten, met de buren heeft gesproken. Verder stond er volgens verzoeker in het rapport dat er wel eens kinderen door de straat fietsten.

Verzoeker stelde voorop dat het uiteraard onacceptabel is dat zijn hond iemand had gebeten en hij liet weten dat gedrag op geen enkele manier te willen goedpraten. Maar het rechtvaardigde in zijn ogen niet dat een hond om die reden op straat wordt doodgeschoten zonder enig nader onderzoek naar de omstandigheden. Verzoeker liet weten er begrip voor te hebben dat een dier wordt doodgeschoten als er direct gevaar dreigt, maar als daar geen sprake van is, zou er een minder ingrijpende maatregel moeten worden toegepast. Verzoeker stelde vervolgens vraagtekens bij het opgestelde rapport van de betrokken politieambtenaar, aangezien daar volgens hem niet uit bleek wat de omstandigheden waren voorafgaand aan het doodschieten van de hond en wat de afweging was van de betrokken politieambtenaar om de hond direct dood te schieten. Aangezien verzoeker vraagtekens stelde bij het beleid van het Korps Politie Caribisch Nederland (KPCN) en om te voorkomen dat dit opnieuw zou kunnen gebeuren, diende hij op 28 februari 2017 een klacht hierover in bij het korps.

Wat was het standpunt van Korps Politie Caribisch Nederland?

Op 13 april 2017 ontving verzoeker een reactie van het KPCN op zijn klacht. Naar aanleiding van de klacht zijn er intern gesprekken gevoerd, waaronder met de korpschef. De politie liet, voor zover hier van belang, weten dat conform wetgeving een hond die personen c.q. dieren aanvalt en het vangen daarvan naar het oordeel van de politie niet mogelijk dan wel te bezwaarlijk is, door de politie kan worden gedood1. Elk geval is volgens het KPCN anders en zal meestal ter plaatse worden beoordeeld naar de aangetroffen situatie. Voor wat betreft de door verzoeker naar voren gebrachte punten liet het KPCN weten dat deze met de politieambtenaren zouden worden gedeeld, zodat in zulke gevallen men tot een beter gebalanceerd oordeel kan komen. Het KPCN benadrukte dat er altijd gevallen zullen zijn waarbij, gelet op de gevaarzetting, of ter voorkoming van erger onheil door de politie uiterst snel en met drastische middelen opgetreden moet worden.


Hoe verliep het onderzoek van de Nationale ombudsman?

Op 12 oktober 2017 opende de Nationale ombudsman een onderzoek naar de klacht van verzoeker. Daarbij werd het KPCN een aantal specifieke vragen gesteld. Voor zover hier van belang kwam daaruit naar voren dat de punten die verzoeker naar voren had gebracht, inmiddels ook door het KPCN met de politieambtenaren waren gedeeld. Het KPCN liet weten dat de medewerkers basispolitiezorg op Bonaire al jarenlang op deze wijze optreden tegen loslopende honden; geheel conform de lokale verordening. Zij zijn gewend om zelf in te grijpen, bij afwezigheid van alternatieven zoals bijvoorbeeld het inroepen van de hulp van een hondengeleider. Het KPCN liet weten dat bij het bespreken van deze casus, medewerkers zich bewuster zijn geworden van het feit dat eerst moet worden vastgesteld of direct ingrijpen bijvoorbeeld echt noodzakelijk is. Volgens het KPCN zijn de medewerkers inmiddels terughoudender geworden om in te grijpen. Verder liet het KPCN desgevraagd weten dat de overweging van de betrokken politieambtenaar om de hond direct dood te schieten was gebaseerd op een onmiddellijk aanwezig gevaar voor herhaling. Ter voorkoming van een nieuw bijtgeval met lichamelijk letsel was besloten om te schieten en de hond te doden. Het KPCN liet de Nationale ombudsman desgevraagd weten dat het geregeld voorkomt dat de politie op Bonaire te maken krijgt met een melding over agressieve dieren (honden). Ook komt het voor dat agressieve honden, conform de genoemde verordening worden doodgeschoten. Eventueel, indien dat mogelijk blijkt, wordt een hond in beslag genomen. Maar het KPCN benadrukte dat het goed is om te weten dat zij niet speciaal getraind zijn om met agressieve honden om te gaan en deze te vangen. Het KPCN verzocht de Nationale ombudsman om deze casus niet te bekijken met alleen de Nederlandse bril op, aangezien de situatie op Bonaire anders is. Verder schreef het KPCN dat er wordt beoordeeld of het haalbaar is om een hondengeleider aan te stellen. Dat zou het leed van verzoeker ongetwijfeld niet verzachten, maar helpt mogelijk wel om in de toekomst op een alternatieve wijze te kunnen optreden en ingrijpen, zo liet het KPCN weten. Daarvoor zal het nodige dienen te worden georganiseerd. Niet alleen door het KPCN zelf, maar ook bij een eventuele locatie voor de opvang van honden. Tot slot liet het KPCN weten hun beleid inzake het optreden bij meldingen van gevaarlijke honden, tegen het licht te houden. Wellicht dat dat tot aanpassingen van hun beleid zal leiden.

Het KPCN voegde bij hun reactie aan de Nationale ombudsman ook een rapport toe waarin een nadere uitleg wordt gegeven van de bestaande praktijk op Bonaire. Dit rapport vermeldt voor zover hier van belang het volgende:

"Op Bonaire zijn loslopende honden, veelal in kleine roedels, welke mensen en overige dieren aanvallen een veel voorkomend probleem. Niet zelden worden er geiten doodgebeten of wordt een wandelaar of fietser aangevallen of zelfs gebeten. Ook moeten automobilisten regelmatig uitwijken voor loslopende honden. Iedere bewoner en/of tijdelijk op het eiland verblijvende toerist zal dit volmondig beamen en zeer waarschijnlijk kunnen staven met een eigen recente ervaring. Bij de politie is geen expertise aanwezig om gevaarlijke honden te vangen noch beschikt de politie over materiaal om een gevaarlijke hond te vangen dan wel materiaal om een eenmaal gevangen gevaarlijke hond te kunnen transporteren. […]. Gelet op het klimaat en het feit dat hierdoor een kadaver zeer snel gaat ontbinden wordt er in dergelijke gevallen direct voor gekozen om het kadaver naar de landfill (vuilstort) te brengen alwaar deze zo spoedig mogelijk wordt verbrand. […]. In het contact met de eigenaar had de verbalisant meer empathie kunnen tonen. Hierover is verbalisant door mij, rapporteur, onderhouden."

De betrokken politieambtenaar heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op het onderzoek van de Nationale ombudsman.

Welke regels gelden voor toezicht op honden?

Op Bonaire is een Eilandsverordening van kracht waarin onder andere staat beschreven hoe moet worden omgegaan met loslopende honden2. Zo valt in deze Verordening onder andere te lezen dat het verboden is voor hondeneigenaren om de hond zonder toezicht te laten op de openbare weg. Honden die toch zonder toezicht worden aangetroffen op de openbare weg, dienen volgens deze Eilandsverordening door de politie te worden gevangen3. Indien het vangen van een hond naar het oordeel van de politie niet mogelijk of te bezwaarlijk is, dan kunnen deze honden op basis van artikel 6 lid 1 van de Eilandsverordening worden gedood door de politie. Gedode honden dienen tot slot direct te worden verwijderd door diegene die de hond heeft gedood4.


Wat vindt de Nationale ombudsman van de klacht?

Het KPCN kreeg in deze situatie van buren een melding dat een hond iemand had aangevallen. Ook het slachtoffer met diens verwondingen had zich ook bij de politie gemeld. De politie had daarmee niet slechts met een loslopende hond te maken, maar zag zich geconfronteerd met een hond op de openbare weg met de wetenschap dat diezelfde hond vlak daarvoor agressief gedrag had vertoond door een mens te bijten en ook te verwonden. Een kans op herhaling daarop was niet uitgesloten.

De Nationale ombudsman beoordeelt het handelen van het KPCN in het licht van de op Bonaire geldende en hier relevante Eilandsverordening en het evenredigheidsvereiste. De insteek van deze lokale regelgeving is dat zodra een hond zonder toezicht op de openbare weg losloopt en indien het vangen van de hond geen optie is, dat deze op basis van de Eilandsverordening door de politie kan worden doodgeschoten. Het evenredigheidsvereiste houdt in dat de overheid een middel kiest om haar doel te bereiken dat niet onnodig ingrijpt in het leven van de burger en dat in evenredige verhouding staat tot dat doel. De overheid maakt steeds een afweging of een minder zwaar middel voor het doel dat zij wil bereiken kan worden ingezet.

Voor de Nationale ombudsman is met dit onderzoek duidelijk geworden dat het KPCN niet over voldoende materiaal en expertise beschikt om honden te vangen noch over materiaal beschikt om een eenmaal gevangen (gevaarlijke) hond te kunnen transporten om in bewaring te worden genomen. Het vangen van de hond, de minder rigoureuze optie uit de verordening, was dus niet beschikbaar. De Nationale ombudsman is van oordeel dat dat in dit geval niet betekende dat de betrokken politieambtenaar bijvoorbeeld contact moest zoeken met de eigenaar of de zaak op zijn beloop moest laten. Er was immers meer aan de hand dan een hond dat zonder toezicht op straat liep, namelijk een hond dat kort daarvoor iemand had verwond en de kans op herhaling was aanwezig. Aanzien vast is komen te staan dat het vangen van de hond geen optie was en het KPCN niet over de mogelijkheid beschikte om een minder zwaar middel in te zetten, is de Nationale ombudsman van oordeel dat het KPCN in deze situatie de juiste keuze heeft gemaakt door de hond dood te schieten; de onderzochte gedraging is behoorlijk. Gelet op de warme weersomstandigheden op Bonaire, komt het de Nationale ombudsman niet vreemd voor dat de politie ervoor heeft gekozen om de neergeschoten hond direct van de plek te verwijderen en naar de landfill te brengen.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van Korps Politie Caribisch Nederland te Bonaire is niet gegrond.

Slotbeschouwing

Met dit onderzoek is duidelijk geworden dat het KPCN niet beschikt over materiaal en expertise om (gevaarlijke) honden te vangen en te transporteren naar een opvanglocatie. Tegelijkertijd krijgt de politie op Bonaire regelmatig te maken met een melding over agressieve honden. De laatste tijd vindt er een discussie plaats in de lokale media over het doodschieten van honden en zijn er ook Kamervragen gesteld. De Nationale ombudsman is zich bewust van deze actualiteiten rondom het doodschieten van honden op Bonaire. Het is echter goed om te realiseren dat de bewuste Eilandsverordening voorschrijft dat er altijd actie van de politie wordt verwacht bij loslopende honden. Het is aan de politie om vervolgens in de concrete situatie een juiste afweging van belangen te maken. In deze concrete situatie steun ik de stappen die het KPCN vooralsnog heeft gezet en ook nog van plan is om te gaan zetten. Om op korte termijn over passende middelen te beschikken om het probleem met loslopende (en gevaarlijke) honden aan te pakken, dienen er echter nog stappen te worden genomen. Met belangstelling zal de Nationale ombudsman deze stappen blijven volgen.

de Nationale ombudsman,

Reinier van Zutphen


achtergrond

Eilandsverordening van 25 juni 1998, no. 2, ter vervanging van de Hondenverordening (A.B. 1961, no. 14):

Artikel 3

lid 1Het is verboden voor houders van honden, deze zonder toezicht te laten op de openbare weg of op een voor ieder toegankelijk terrein.

lid 2Honden welke zonder toezicht worden aangetroffen op de openbare weg, op een voor ieder toegankelijk terrein of op een door de rechthebbende hiertoe toegankelijk gesteld terrein worden gevangen door de politie of door personen die hiertoe door het bestuurscollege zijn aangewezen.

Artikel 5

lid 1Gevangen honden worden […] drie dagen in bewaring gehouden. De houders van de in bewaring gehouden honden zijn aansprakelijk voor de kosten van onderhoud.

Artikel 6

lid 1Indien het vangen van honden, naar het oordeel van de politie of personen hiertoe door het bestuurscollege aangewezen, niet mogelijk dan wel te bezwaarlijk is, dan kunnen deze honden worden gedood door de politie of door personen die hiertoe door het bestuurscollege zijn aangewezen.

Artikel 11

lid 2In de gevallen dat honden worden gedood, welke niet gevangen of in bewaring genomen zijn, geschiedt dit […] door de politie of door personen hiertoe door het bestuurscollege aangewezen. Het doden dient te geschieden op een wijze die gegeven de omstandigheden het minst belastend is voor de honden en die geen gevaar oplevert voor mens of dier.

lid 3Gedode honden dienen door degene die de honden gedood heeft terstond te worden verwijderd.

Notes

[←1]

Zie art. 6 lid 1 van Eilandsverordening van 25 juni 1998.

[←2]

Eilandsverordening van 25 juni 1998, no. 2, ter vervanging van de Hondenverordening (A.B. 1961, no. 14)

[←3]

Zie artikel 3 van de Eilandsverordening van 25 juni 1998.

[←4]

Zie artikel 11 lid 3 van de Eilandsverordening 1998.

Publicatiedatum
Rapportnummer
2018/046