2018/039 OM vergoedt alsnog terecht vliegticket voor man die ten onrechte verdacht werd van terroristisch misdrijf

Man vertrekt naar het buitenland zonder iemand op de hoogte te stellen en wordt als vermist opgegeven door zijn familie. Bij een vlucht naar land Y wordt hij door de politie aangehouden omdat het Openbaar Ministerie een internationaal aanhoudingsbevel tegen hem heeft opgemaakt op grond van het Actieplan Integrale Aanpak Jihadisme. De man moet zelf een ticket betalen om naar Schiphol te gaan waar hij door de Nederlandse politie wordt aangehouden. Naderhand wordt de zaak geseponeerd en is hij ten onrechte als verdachte aangemerkt. Het OM weigert aanvankelijk het vliegticket te vergoeden. De Nationale ombudsman heeft er met instemming kennis van genomen dat het OM dat alsnog heeft gedaan.

Instantie: Openbaar Ministerie

Klacht:

geweigerd om de door verzoeker gemaakte kosten voor een vliegticket van land Y naar Nederland te vergoeden

Oordeel: gegrond

Verzoeker was op reis gegaan naar het buitenland zonder iemand daarvan in kennis te stellen. Zijn familie nam contact op met de politie over zijn 'vermissing'. Enige tijd daarna had de familie telefonisch contact met verzoeker. Verzoeker had een terugvlucht van land X naar land Y geboekt, omdat hij daar zou worden opgehaald door familie. Bij aankomst in land Y werd verzoeker opgewacht door de politie van dat land. Het Nederlandse Openbaar Ministerie (OM) had de autoriteiten van land Y verzocht om verzoeker naar Nederland te laten vliegen, zodat hij in Nederland kon worden aangehouden omdat het OM de reis niet vertrouwde. Verzoeker moest het vliegticket naar Nederland zelf betalen. Verzoeker vroeg het OM om de kosten van dit vliegticket te vergoeden. Het OM wees dit verzoek af. Vervolgens benaderde verzoeker de Nationale ombudsman.

Verzoeker klaagde erover dat het OM had geweigerd om de door hem gemaakte kosten voor een vliegticket van land Y naar Nederland te vergoeden.

De gang van zaken in dit geval, waarbij verzoeker werd gedwongen een vliegticket te kopen zodat hij naar Nederland kon vliegen en daar kon worden aangehouden, bevreemdde de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman zag niet in waarom de kosten voor het vliegticket voor rekening van verzoeker zouden moeten komen. Nu het beoogde doel van de Nederlandse autoriteiten aanhouding in Nederland was, was de Nationale ombudsman van oordeel dat de kosten voor het vliegticket in het algemeen belang waren gemaakt en niet onder het normale maatschappelijke risico van verzoeker vielen. Door te weigeren de kosten te vergoeden, had het OM in strijd met het redelijkheidsvereiste gehandeld.

Tijdens het onderzoek van de Nationale ombudsman bood het OM verzoeker alsnog aan de kosten te vergoeden.

Redelijkheidsvereiste, niet behoorlijk.

Aanleiding

Verzoeker was op reis gegaan naar land X zonder iemand daarvan in kennis te stellen. Zijn familie had contact met de politie opgenomen vanwege zijn 'vermissing'. Enige tijd daarna hadden zij telefonisch contact met verzoeker. Verzoeker had een terugvlucht van land X naar land Y geboekt, omdat hij daar door familie zou worden opgehaald. Bij aankomst in land Y werd verzoeker opgewacht door de politie van dat land. Volgens verzoeker werd hij vastgehouden en mocht hij niet weg. Verzoeker stelt dat hij werd gedwongen om een vliegticket naar Nederland te kopen. Meteen na aankomst op Schiphol werd verzoeker aangehouden wegens verdenking van deelname aan een terroristische organisatie en verdenking van de voorbereiding van terroristische misdrijven.

De zaak tegen verzoeker werd geseponeerd vanwege onvoldoende bewijs (sepotcode 02). Nadat verzoeker een klacht over de sepotcode bij het OM had ingediend, werd deze code gewijzigd naar sepotcode 01 (ten onrechte als verdachte aangemerkt). Verzoeker vroeg het Openbaar Ministerie (OM) om de kosten voor het vliegticket van land Y naar Nederland te vergoeden. Verzoeker had dit ticket zelf betaald. Het ging om een bedrag van € 231,64. Het OM wees het verzoek om deze kosten te vergoeden af. Vervolgens benaderde verzoeker de Nationale ombudsman.

Klacht

Verzoeker klaagt erover dat het OM heeft geweigerd om de door hem gemaakte kosten voor een vliegticket van land Y naar Nederland te vergoeden.

Bevindingen

Afwijzing OM

Het OM heeft de afwijzing van het verzoek om de kosten voor het vliegticket te vergoeden, als volgt gemotiveerd. Volgens het OM was er grond om verzoeker door middel van een internationaal aanhoudingsbevel in het buitenland te laten aanhouden. Dit zou volgens het OM echter zeer veel voeten in de aarde hebben gehad, met name voor verzoeker. Aanhouding voor een terroristisch misdrijf is zeker in het buitenland erg ingrijpend, aldus het OM. Daarnaast kan het langere tijd duren voordat een verdachte aan Nederland wordt overgedragen. Om die reden is er in deze zaak voor gekozen om verzoeker naar Nederland te laten terugkeren en hem op Schiphol aan te houden. Het OM was van mening dat het proportioneel had gehandeld.

Standpunt verzoeker

Verzoekers advocaat vermoedt dat het OM direct al wist dat verzoeker geen kwaad in de zin had en de verdenking van terrorisme op niets gebaseerd was, aangezien het OM verzoeker niet in land Y heeft laten aanhouden. Uit alles blijkt dat verzoeker gewoon op reis was geweest en helemaal niets wijst op enige andere bedoeling.

Verzoeker stelt dat hij bij aankomst in land Y werd opgewacht door ongeveer zes zwaarbewapende politieambtenaren en dat hij werd meegenomen naar een ruimte van de politie op het vliegveld. Hij mocht en kon niet weg. Volgens verzoeker zei de politie dat zij door haar Nederlandse collega's was verzocht om hem vast te houden tot hij in het vliegtuig naar Nederland zou stappen. Hij werd gedwongen om een vliegticket naar Nederland te kopen. Verzoeker vroeg wat zou gebeuren als hij het ticket niet zou kunnen betalen. De politie zei dat dan verzoekers familie gebeld zou worden om het ticket te betalen. De politie begeleidde hem naar de geldautomaat waar hij geld opnam om het vliegticket mee te betalen. Verzoeker is van mening dat deze kosten voor rekening van de Nederlandse autoriteiten dienen te komen. Verzoeker werd op dat moment namelijk al van zijn vrijheid beroofd; hij mocht het vliegveld niet verlaten. Verzoeker heeft kopieën van de pinbon en het gekochte vliegticket aan de Nationale ombudsman verstrekt.

Standpunt OM

Naar aanleiding van het onderzoek van de Nationale ombudsman en door hem gestelde vragen, heeft het OM het volgende laten weten. Het beleid van het OM is dat er een onderzoek wordt gestart naar uitreizigers. Dat uitgangspunt is neergelegd in het Actieplan Integrale Aanpak Jihadisme dat in het najaar van 2014 door de minister van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer is aangeboden. In de regel wordt bij onderkende uitreizigers een internationaal aanhoudingsbevel uitgevaardigd. Dat bevel leidt ertoe dat diegene die daarmee is gesignaleerd, zal worden aangehouden en vastgezet als hij/zij wordt aangetroffen. Vervolgens zal dan om overlevering worden gevraagd als de persoon in een lidstaat van de Europese Unie is aangehouden of om uitlevering als dat een ander land betreft.

Een aanhouding van verzoeker op basis van een signalering had geleid tot zijn detentie in land Y in afwachting van zijn overlevering. Dit had enige tijd kunnen duren. Daarom is hier niet voor gekozen. Enige tijd voor het vertrek vanuit land X is met de autoriteiten van land Y contact geweest over de te verwachten aankomst van verzoeker in dat land. Toen heeft het OM aan de autoriteiten van land Y verzocht te handelen zoals is gedaan.

Het OM vindt de aanvankelijke weigering om de kosten te vergoeden niet onjuist. Na deze weigering is echter komen vast te staan dat verzoeker onterecht als verdachte is aangemerkt (en is de sepotcode gewijzigd) en daarom is het OM nu wel bereid om de kosten voor het vliegticket te betalen. Het OM heeft verzoekers advocaat de hiervoor benodigde formulieren toegestuurd.

Procedure

Nadat de Nationale ombudsman zijn onderzoek was gestart, heeft verzoekers advocaat bij de rechter verzocht om schadevergoeding op grond van artikel 89 Wetboek van Strafvordering (Sv, zie Achtergrond). Hierbij heeft de advocaat als schade ook de kosten voor het vliegticket opgevoerd. De rechtbank heeft het verzoek om schadevergoeding toegewezen. Verzoeker heeft uiteindelijk geen gebruik gemaakt van het aanbod van het OM om de kosten te vergoeden, immers de rechtbank had het OM daartoe al verplicht.

Beoordeling

De Nationale ombudsman heeft met instemming kennis genomen van het aanbod van het OM om alsnog de kosten van het vliegticket te vergoeden. Nu het OM aanvankelijk weigerde de kosten te vergoeden, zal de Nationale ombudsman deze weigering van het OM beoordelen.

De Nationale ombudsman beoordeelt of de overheidsinstantie - in dit geval het OM - op een behoorlijke wijze is omgegaan met het verzoek om schadevergoeding. Hij geeft geen beslissing over de juridische aansprakelijkheid van de overheid. Dit is voorbehouden aan de rechter; die kan een overheidsinstantie veroordelen tot betaling van schadevergoeding en stelt ook de hoogte daarvan vast. De Nationale ombudsman toetst dus alleen of de behandeling van een verzoek om schadevergoeding behoorlijk is geweest. De Nationale ombudsman geeft het oordeel "niet behoorlijk", indien de overheidsinstantie niet in redelijkheid tot afwijzing van de schadeclaim had kunnen komen. Dit betreft een terughoudende toets die voortvloeit uit het redelijkheidsvereiste.

Het redelijkheidsvereiste brengt met zich mee dat de uitkomst van een beslissing van een overheidsinstantie op een verzoek om schadevergoeding niet onredelijk mag zijn. Hierbij dienen overheidsinstanties oog te hebben voor kosten die zijn gemaakt in het algemeen belang en die niet onder het normale maatschappelijke risico van de burger vallen.

Verzoeker heeft bij de rechtbank verzocht om vergoeding van de kosten voor het vliegticket (een verzoek op grond van artikel 89 Sv). De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen. Hierbij heeft de rechtbank overwogen dat in deze bijzondere en uitzonderlijke situatie de kosten voor het vliegticket zijn aan te merken als kosten in de zin van artikel 89 Sv. De Nationale ombudsman sluit zich aan bij de overweging van de rechtbank dat in dit geval sprake is van een bijzondere en uitzonderlijke situatie. De gang van zaken, waarbij verzoeker is gedwongen een vliegticket te kopen zodat hij naar Nederland kon vliegen en daar kon worden aangehouden, bevreemdt de Nationale ombudsman.

Onder deze omstandigheden, ziet de Nationale ombudsman niet in waarom de kosten voor het vliegticket voor rekening van verzoeker zouden moeten komen. Nu het beoogde doel van de Nederlandse autoriteiten aanhouding in Nederland was, is de Nationale ombudsman van oordeel dat de kosten voor het vliegticket in het algemeen belang zijn gemaakt en niet onder het normale maatschappelijke risico van verzoeker vallen. Door aanvankelijk te weigeren de kosten te vergoeden, heeft het OM in strijd met het redelijkheidsvereiste gehandeld.

De onderzochte gedraging is niet behoorlijk.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van het OM, welke wordt toegerekend aan de minister van Justitie en Veiligheid, is gegrond, wegens schending van het redelijkheidsvereiste.

De Nationale ombudsman heeft er met instemming kennis van genomen dat het OM verzoeker heeft aangeboden de kosten voor het vliegticket te vergoeden.

De Nationale ombudsman,

Reinier van Zutphen

Achtergrond

Wetboek van Strafvordering

Artikel 89

1. Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, kan de rechter, op verzoek van de gewezen verdachte, hem een vergoeding ten laste van de Staat toekennen voor de schade welke hij tengevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat.

Publicatiedatum
Rapportnummer
2018/039