2018/023 Openbaar ministerie en politie hadden slachtoffer van inbraak beter moeten ondersteunen

Twee dronken toeristen forceren de voordeur van een monumentaal bedrijfspand in het centrum van Amsterdam. Het OM Amsterdam heeft de toeristen weggestuurd met een boete en biedt de eigenares aan de boete over te maken als schadevergoeding. Maar haar schade is een stuk hoger. De Nationale ombudsman vindt dat de politie de afspraken over het opnemen van de aangifte niet is nagekomen. Hij vindt dat het OM onzorgvuldig is omgegaan met de voorbereiding, het geven van informatie en het verstrekken van een schadevergoeding uit coulance.

Instantie: Openbaar Ministerie (arrondissementsparket Amsterdam)

Klacht:

nog voordat verzoekster of haar zus aangifte konden doen en schade had kunnen doorgeven van inbraak in haar bedrijfspand, had het OM de strafzaak al afgehandeld buiten haar om

Oordeel: gegrond

Instantie: Openbaar Ministerie (arrondissementsparket Amsterdam)

Klacht:

Arrondissementsparket had geen informatie bij verzoekster als slachtoffer en/of bij de politie ingewonnen alvorens een transactievoorstel aan de verdachten te doen

Oordeel: gegrond

Instantie: Openbaar Ministerie (arrondissementsparket Amsterdam)

Klacht:

verzoekster in de weken na de inbraak niet geïnformeerd over de behandeling van de strafzaak

Oordeel: gegrond

Instantie: politie-eenheid Amsterdam

Klacht:

verzoekster in de weken na de inbraak niet geïnformeerd over de behandeling van de strafzaak

Oordeel:

Instantie: politie-eenheid Amsterdam

Klacht:

een afspraak voor het doen van aangifte twee maal afgezegd waardoor verzoeksters zus pas twee weken na de inbraak aangifte kon doen

Oordeel: gegrond

Het rapport gaat over de ervaringen die een vrouw heeft gehad met politie en OM in Amsterdam, nadat twee aangeschoten toeristen in haar bedrijfspand schade hadden aangericht. Toen haar aangifte na veel gedoe was opgenomen, kwam ze erachter dat het OM de aangehouden daders allang had weggestuurd met een boete (transactie). Het OM bood aan de boete aan haar over te maken als vergoeding voor de schade aan (o.a.) de deur van het pand, maar die schade was volgens de vrouw een stuk hoger. Voor andere klachten vond ze eerst geen gehoor. Naderhand behandelde het OM veel van haar klachten wel, maar met de uitkomst was ze niet tevreden. En van de politie hoorde ze niets meer.

De Nationale ombudsman kijkt in deze klachtprocedure niet naar de beslissing om de verdachten niet voor de rechter te brengen, maar of het OM bij de voorbereiding van deze beslissing op behoorlijke wijze is omgesprongen met (de belangen van) de vrouw slachtoffer. Het OM heeft daarbij nl een uitdrukkelijke rol. De klachten van de vrouw zijn dat het OM onvoldoende heeft uitgezocht wat de schade was en dat de strafzaak buiten haar om is afgehandeld, nog voordat zij aangifte had kunnen doen.

De Nationale ombudsman vindt de klachten gegrond.

Dat geldt allereerst voor de klacht over de politie, dat deze pas bij de derde afspraak op het bureau de aangifte heeft opgenomen.

Ook het Openbaar Ministerie heeft op verschillende punten niet behoorlijk gehandeld.

Het OM heeft onvoldoende gedaan om het nodige te weten te komen over de schade, aldus de ombudsman. Er is geen navraag gedaan bij de politie, die op de plek van de inbraak was geweest, maar alleen gekeken in het politiesysteem, waar nog geen informatie was ingevoerd. Ook is geen informatie ingewonnen bij het slachtoffer. En dat terwijl het niet zo moeilijk was geweest om de gebruiker van het bedrijfspand te traceren: de politie had op de ochtend van de inbraak al met een medewerker van het bedrijf gebeld. Anders dan justitie aanvoert, had het (laten) inwinnen van meer informatie niet persé hoeven leiden tot onredelijke vertraging in de afhandeling.

Het OM heeft nooit op eigen initiatief contact gezocht met verzoekster. Zij voelde zich buitengesloten, zo liet ze het OM weten toen ze erachter kwam hoe de inbraak was afgehandeld. Eerst ging het parket hieraan voorbij en heeft daarmee een kans laten liggen om snel de nalatigheid "goed" te maken. Bij de "officiële" klachtbehandeling onderkende het parket dat verzoekster over de afloop van de zaak geïnformeerd had moeten worden en zijn excuses aangeboden voor het uitblijven daarvan.

Ten onrechte is niet stilgestaan bij een belangrijke oorzaak van de slechte informatiepositie van verzoekster, te weten: een gebrek aan informatie-uitwisseling tussen politie en OM.

Justitie heeft aan verzoekster het bedrag aangeboden dat de inbrekers aan het OM hadden voldaan "tbv schade deur". De Nationale ombudsman vindt dat niet genoeg en doet op dit punt een aanbeveling ten behoeve van verzoekster:

Context: slachtoffer, schade en strafzaak

Belangrijke pijlers van wetgeving en beleid over de positie van slachtoffers van misdrijven zijn: het slachtoffer informeren, hem een stem geven en het slachtoffer ondersteunen bij het verkrijgen van schadevergoeding. Aan de officier van justitie is bij wet opgedragen om zorg te dragen voor correcte bejegening van het slachtoffer. De wettelijke mogelijkheden voor een slachtoffer om via een strafrechtelijk traject of uit een schadefonds schade vergoed te krijgen, zijn in de afgelopen 25 jaar stap voor stap verruimd. De Nationale ombudsman ziet dat verwachtingen van slachtoffers soms hooggespannen zijn. Feit is wel, dat bij de meest voorkomende delicten schadeverhaal op de dader pas in beeld komt als een verdachte wordt opgespoord. En daar strandt het schip nogal eens.

Maar ook als een verdachte wordt aangehouden, kan het slachtoffer van een koude kermis thuiskomen, bijvoorbeeld doordat iets mis gaat bij een van de instanties die zijn betrokken bij opsporing en strafrechtspleging. Slachtoffers kunnen daarvan de dupe zijn. Hoe reageert de overheidsinstantie dan? Hoe treedt de politie of het Openbaar Ministerie het slachtoffer dan tegemoet? De Nationale ombudsman bekijkt ook of instanties behoorlijk omgaan met de burger die eerst door een misdrijf schade leed en daarna de dupe werd van miskleunen door de overheid.

Klachten die bij de Nationale ombudsman worden ingediend betreffen vaak relatief lichte, veel voorkomende delicten met enkele honderden of duizenden euro's schade. Zo ook in dit rapport.

Introductie - Waarover gaat dit rapport?

  1. De zaak betreft de ervaringen die een vrouw heeft gehad met politie en OM in Amsterdam, nadat twee aangeschoten toeristen in haar bedrijfspand schade hadden aangericht. Toen haar aangifte na veel gedoe was opgenomen, kwam ze erachter dat het OM de aangehouden daders allang had weggestuurd met een boete. Het OM bood aan de boete aan haar over te maken als vergoeding voor haar schade, maar die was volgens de vrouw een stuk hoger. Voor andere klachten vond ze eerst geen gehoor. Naderhand behandelde het OM veel van haar klachten wel, maar met de uitkomst was ze niet tevreden. En van de politie hoorde ze niets meer.

Wat verzoekster heeft meegemaakt

2. De dag van de inbraak

De politie in Amsterdam kreeg in de vroege ochtend van zaterdag 14 mei 2016 een melding dat mensen een pand in het centrum waren binnengedrongen. Daar aangekomen, zagen ze een groot gat in de monumentale voordeur, gingen daardoor naar binnen en troffen twee toeristen aan die kennelijk hun roes lagen uit te slapen. De twee mannen werden aangehouden wegens diefstal.

De politie legde later die dag contact met het bedrijf dat in het pand kantoor hield.
's Middags is de politie met de zus van verzoekster (verzoekster is de eigenaresse van het bedrijf) het pand doorgelopen om te bezien of er spullen werden vermist en om schade op te nemen. De politie adviseerde de zus om een offerte te laten maken voor het herstel van de schade en maakte met haar een afspraak om op 16 mei aangifte te komen doen.

Aangifte doen

3. De zus kwam op 16 mei 2016 naar het politiebureau. De medewerker die de aangifte zou opnemen was echter niet aanwezig, en de zus moest onverrichter zake vertrekken. Dit herhaalde zich bij de tweede afspraak op het bureau op
20 mei. Ook toen kon de aangifte niet worden opgenomen. De derde afspraak was op
28 mei. Toen heeft de politie de aangifte in een proces-verbaal opgetekend. Ze verklaarde daarbij dat haar zus (verzoekster) de schade wilde verhalen op de daders. Zoals de politie haar had aangeraden, had ze een offerte laten maken van de herstelkosten; die kwam uit op € 2120 excl. BTW. Ze wilde op de hoogte blijven van het vervolg van de zaak. "Justitie" zou daarover contact opnemen.

Eerste contacten met justitie

4. Begin juni belde verzoekster zelf naar "justitie". Ze werd doorgestuurd naar Slachtofferhulp NL, maar die organisatie "kon nu nog niets betekenen" en verwees verzoekster naar het Slachtofferloket van het Openbaar Ministerie (hierna ook: OM). Op
7 juni belde ze het loket. Toen kreeg ze te horen dat het OM de zaak gesloten had en dat de daders elk een boete van zo'n € 300 hadden betaald.

5. Op 8 juni stuurde ze een e-mailbericht naar het Slachtofferloket, waarin ze kort beschreef wat zij (en haar zus) hadden meegemaakt. Na een telefoontje van de politie op 14 mei is de zus gelijk naar het pand gegaan en trof daar de politie aan. Ze heeft een afspraak gemaakt om aangifte te doen, maar is tot twee keer toe voor niets naar het politiebureau gegaan. Op 7 juni kwam verzoekster er pas achter dat de zaak al gesloten was.

Verzoekster vervolgt:

"Hoe kan het dat u de zaak sluit zonder contact te zoeken met het slachtoffer? Wij zijn als slachtoffer volledig buiten beeld gehouden. Graag hoor ik hoe dit zo heeft kunnen lopen, hoe dit zo fout heeft kunnen gaan. Hoe kunt u er voor zorgen dat de schade volledig bij de daders kan worden verhaald door de zaak weer te openen. Gister stond op onze persoonlijke politiesite nog dat de zaak in onderzoek is."

Een officier van justitie reageerde ongeveer een week later telefonisch. Dat pakte wat ongelukkig uit want verzoekster was in de VS, het was daar midden in de nacht en de verbinding viel op zeker moment weg. Verzoekster kreeg wel mee dat er iets fout was gegaan en dat er een potje voor een oplossing was.


Het OM gaat in op de schadekwestie

6. Verzoekster vroeg het OM een aantal keren hoe het nu verder gaat.

Op 25 augustus 2016 kwam er een inhoudelijke reactie van het parket Amsterdam, namens de hoofdofficier, met als onderwerp: "verzoek om schadevergoeding". In de brief staat dat de verdachten op de dag van de inbraak zijn vrijgelaten na betaling van een boete van elk € 300. Het was niet redelijk hen langer vast te houden, onder andere omdat ze niet in Nederland wonen. De officier van justitie schreef verder dat ten tijde van de beslissing om de strafzaak af te sluiten nog niet bekend was dat verzoekster zich als benadeelde partij in de strafzaak wilde voegen. "Coulancehalve" bood het OM aan om het bedrag dat de verdachten hebben betaald aan verzoekster uit te keren als een vorm van schadevergoeding. Verzoekster moest daarvoor een verklaring van finale kwijting tekenen.

7. Verzoekster mailde meteen terug dat ze het niet eens is met de gang van zaken en noemde vier punten:

- afhandeling zonder contact met ons1, - schade is veel hoger dan de 600 euro die betaald is, - aangifte doen lukte pas de derde keer dat we op het politiebureau waren, - de zaak is niet goed behandeld door het OM of de instantie die deze beslissingen heeft genomen.

Het parket reageerde de volgende dag met nog enige uitleg bij de beslissing van 14 mei om de zaak met een transactie af te doen. Deze mail reikt ook informatie aan over wegen die voor verzoekster openstaan nu zij het "niet eens" is "met de beslissing van de officier van justitie ", namelijk:

- beklag bij het gerechtshof (met de waarschuwing dat de daarvoor geldende termijn van 90 dagen 6 dagen later verstrijkt),

- klacht bij de Nationale ombudsman "als het u niet zozeer gaat om de wijze waarop de strafzaak( ...) is afgedaan, maar het vooral niet eens bent met de manier waarop het Openbaar Ministerie in deze zaak heeft gehandeld",

- civiele procedure tegen de Staat der Nederlanden.

Klacht ingediend bij de politie.

8. Begin september 2016 zond verzoekster een digitaal klachtformulier naar de politie. Daarin nam ze de tekst op van de klacht die ze op 8 juni naar het Slachtofferloket had verzonden (zie hierboven onder nr 5).

Na afstemming tussen politie en OM nam het parket de behandeling over. Het parket lichtte dit toe aan verzoekster: uw klacht gaat over een gedraging die niet voor rekening van de politie komt, want de beslissing om uw zaak met een boete af te doen, is van het OM.


Klacht behandeld door OM

9. Twee medewerkers van het arrondissementsparket Amsterdam hebben de klacht met verzoekster besproken. Daarbij zijn alle hierboven genoemde punten van kritiek op politie en OM aan de orde gekomen.

Met een brief van 4 oktober 2016 berichtte de plaatsvervangend hoofdofficier van justitie verzoekster over de beslissing op de klachten. De klacht over het niet-informeren over de afdoening van de strafzaak was gegrond; voor deze omissie bood de officier van justitie excuses aan. Wat betreft de klacht over de afhandeling van de strafzaak zonder volledige vergoeding van schade concludeerde de officier dat het OM in redelijkheid heeft kunnen komen tot de beslissing om de verdachten na betaling van twee maal € 300 naar huis te laten keren. De schade was toen nog niet exact bekend en in het politiesysteem stond toen geen informatie over de identiteit van het slachtoffer. Het OM zag geen aanleiding om een hogere schadevergoeding toe te kennen dan de eerder vastgestelde € 600.

Klachtbehandeling door Nationale ombudsman

10. Verzoekster was niet tevreden. Ze vertelde de Nationale ombudsman:

Wat me het meest frustreert, is de onrechtvaardigheid van dit hele verhaal. Twee maanden lang heb ik, het slachtoffer, moeten sleuren en trekken om erachter te komen wát er precies gebeurd was en wat er nog zou gaan gebeuren, maar ik werd volledig genegeerd. Ik was géén partij, een nul, een niets. Vanaf het politiebureau tot het Juridisch Loket tot aan het OM: alle betrokken partijen hebben het volledig laten afweten. Geen enkele instantie heeft ooit contact met mij opgenomen om me te informeren. (…)

Hoe je in Nederland bij de overheidsinstanties van het kastje naar de muur wordt gestuurd door politie en justitie, vind ik uiteindelijk frustrerender dan die inbraak. Alles wat de overheid van mij verlangt, doe ik netjes maar doe je zelf eens een beroep op die overheid, dan laat die je in de kou staan. Ik ben echt boos over deze gang van zaken.

Ik was slachtoffer van een inbraak en vervolgens werd ik het slachtoffer van justitie en van de fouten die gemaakt zijn. En dat voelt tien keer erger.(…)

Omschrijving van de klachten ten behoeve van het onderzoek van de ombudsman

11, De Nationale ombudsman stelde een onderzoek in naar gedragingen van politie en OM waarover verzoekster had geklaagd. Hij formuleerde de klachten van verzoekster als volgt:

"Verzoekster klaagt over het optreden van de eenheid Amsterdam van de Nationale politie en het arrondissementsparket Amsterdam van het Openbaar Ministerie nadat er in haar bedrijfspand was ingebroken in de nacht van 13 op 14 mei 2016.

Met name klaagt zij erover dat:

1. nog voordat zij of haar zus aangifte konden doen en de schade had kunnen opgeven het OM de strafzaak al had afgehandeld buiten haar om;

2. het parket geen informatie bij haar als slachtoffer en/of bij de politie heeft ingewonnen alvorens een transactievoorstel aan de verdachten te doen;

3. het OM noch de politie haar in de weken na de inbraak hebben geïnformeerd over de behandeling van de strafzaak;

4. de politie een afspraak voor het doen van aangifte twee maal heeft afgezegd waardoor verzoeksters zus pas twee weken na de inbraak aangifte kon doen."

Vragen Nationale ombudsman aan betrokken instanties

12, De Nationale ombudsman nodigde het OM nadrukkelijk uit om te reageren op een passage in een mail van 8 juni 2016 van verzoekster aan het Slachtofferloket, die volgens de Nationale ombudsman de kern van haar klacht weergeeft (zie hierboven onder nr 5).

De Nationale ombudsman verzocht ook de chef van de politie-eenheid om een reactie op de klacht. Hij vroeg de politiechef om "in te gaan op de vraag hoe het komt dat mevrouw […] ondanks de initiële afspraak voor 16 mei 2016, pas op
28 mei 2016 aangifte kon doen".

Reactie politie

13. Vanuit de politie-eenheid Amsterdam ontving de Nationale ombudsman de volgende informatie:

-Het is aan het OM om in te gaan op het feit dat het OM de strafzaak al had afgehandeld nog voordat verzoekster aangifte had kunnen doen en de schade had kunnen opgeven.

-Het OM had in deze zaak "in formele zin" de taak om verzoekster te informeren. In geval van bedrijfsinbraak zoals hier, kan een aangever de stand van zaken volgen via het Aangifte Volg Systeem.

-De politiemedewerker die over de aangifte ging werkt niet meer bij de politie. In het registratiesysteem van de politie is alleen terug te vinden dat die medewerker op 16 mei 2016, 16:37 uur contact met verzoekster heeft gehad om aangifte te plannen op 20 mei. De "reden van de beide afzeggingen" is niet duidelijk geworden.

Standpunt minister

14. Namens de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie deelde het College van Procureurs-generaal aan de Nationale ombudsman het volgende standpunt mee.

Voor het niet goed informeren van verzoekster zijn excuses aangeboden.

De officier van justitie heeft op 14 mei 2016 besloten de verdachten heen te zenden uit de inverzekeringstelling nog voordat aangifte was gedaan. Langere vrijheidsbeneming was niet wenselijk gelet op de ernst van het feit en omdat de mannen niet in de justitieregisters voorkwamen. Er is in enige mate rekening gehouden met de belangen van het slachtoffer: de officier van justitie heeft bij de het te betalen bedrag aangetekend: "ten behoeve van schade deur". Het is aan verzoekster toegekend als tegemoetkoming voor door haar geleden schade. Van volledige vergoeding van schade kan geen sprake zijn omdat het OM de schade niet heeft veroorzaakt.

Als nieuw punt gaat het OM namens de minister nog in op de interne instructie voor gevallen waarin een slachtoffer zich door nalatigheid van het OM niet heeft kunnen voegen in het strafproces en daardoor schadevergoeding door de dader misloopt. Het OM kent dan veelal een forfaitaire vergoeding van 15 % van het schadebedrag en griffierechten voor een eventuele civiele procedure toe. Toepassing van deze regeling zou neergekomen zijn op een tegemoetkoming van € 600, en dat komt overeen met het bedrag dat verzoekster eerder al was toegekend.

Overige informatie

15. De reactie van de minister bevat nog de volgende informatie over de gebeurtenissen

Beide verdachten zijn op 14 mei 2016 tussen 11 en 13 uur verhoord door de politie en hebben bekend. In de loop van de dag zijn ze in verzekering gesteld.

De zaak is "op ZSM besproken". De gepleegde feiten werden aangemerkt als lokaalvredebreuk en vernieling. De officier van justitie besloot een transactie aan te bieden van € 300 per verdachte en noteerde op het afhandelingsformulier: "tbv schade deur". Na betaling zijn de mannen in vrijheid gesteld om 16:30 resp. om 17:00 uur.

De ontvangen bedragen zijn als "geldsom transactie" aangemerkt en als gevolg van een foutieve registratie niet voor de benadeelde beschikbaar gehouden, maar in de staatskas terecht gekomen.

Beoordeling – wat vindt de Nationale ombudsman van de klachten?

Politie – de gang van zaken rond de aangifte

16. Het is de politie gelukt de mensen aan te houden die in het kantoor van verzoekster waren binnengedrongen en daar schade hadden aangericht. Nog dezelfde dag is de politie met de zus van het slachtoffer de situatie daar gaan opnemen. Aangifte kon niet meteen plaatsvinden, maar er is wel een afspraak gemaakt voor twee dagen later.

Uit het behoorlijkheidsvereiste van betrouwbaarheid vloeit voort dat van een overheidsinstantie mag worden verwacht dat afspraken worden nagekomen. Dat is in dit geval niet gebeurd; de politie heeft op 16 mei 2016 geen aangifte opgenomen, maar een nieuwe afspraak genoteerd voor vier dagen later. En toen herhaalde de geschiedenis zich: verzoekster kwam voor niets naar het bureau. Pas bij de derde afspraak heeft verzoekster haar verhaal kunnen doen, de offerte voor schadeherstel afgegeven en is het proces-verbaal van aangifte opgemaakt.

De reden die werd gegeven, namelijk dat de politiemedewerker die de aangifte zou opnemen er niet was, is op zich niet afdoende. Konden de afspraken niet tevoren worden afgezegd? En waarom kon een andere medewerker de aangifte niet opnemen?, zo vraagt de Nationale ombudsman zich met verzoekster af.

Er is geen antwoord gekomen op deze vraag. De politie heeft op de klacht niet gereageerd toen verzoekster die in september 2016 bij de politie indiende. Het Openbaar Ministerie dat de klachtbehandeling overnam, ging in zijn beslissing aan dit punt voorbij. En toen de Nationale ombudsman de vraag een half jaar later aan de politie stelde was niet meer te achterhalen wat zich had afgespeeld.

17. De Nationale ombudsman komt tot de conclusie dat de politie niet behoorlijk heeft gehandeld door twee maal de aangifte niet op te nemen op het afgesproken tijdstip.

De Nationale ombudsman rekent het mede de politie aan dat niet is gezorgd voor adequate behandeling van de klacht daarover.

18. Wat het nog pijnlijker maakt, is dat al ten tijde van de eerste afspraak de aangifte eigenlijk als mosterd na de maaltijd kwam: het OM had de strafzaak al afgesloten, zonder dat verzoekster of de bij de aangifte betrokken politiemensen daarvan op de hoogte waren.

Openbaar Ministerie - besluitvorming over afhandeling van de inbraak

19. De officier van justitie heeft besloten tot afhandeling van de misdrijven met een transactie en daarmee afgezien van het vervolgen van de verdachten voor de strafrechter. Deze keuze staat niet ter beoordeling aan de Nationale ombudsman, omdat een beslissing om geen strafvervolging in te stellen, kan worden getoetst door het Gerechtshof.2

De Nationale ombudsman kijkt in deze klachtprocedure naar iets anders, namelijk de vraag of het OM bij de voorbereiding van deze beslissing op behoorlijke wijze is omgesprongen met (de belangen van) verzoekster, het slachtoffer. Haar klachten zijn dat het OM zich onvoldoende op de hoogte heeft gesteld van de schadeomvang en dat de strafzaak buiten haar om is afgehandeld. De Nationale ombudsman beoordeelt deze klachten in het licht van het vereiste van goede voorbereiding. Dit vereiste van behoorlijkheid houdt in dat de overheid actief informatie verzamelt die van belang is om tot een weloverwogen beslissing te komen.

20. Bij afhandeling van een strafzaak met een transactie kan het OM het slachtoffer dat schade heeft geleden ondersteunen door vergoeding van die schade als voorwaarde te stellen. Dit is wat de officier van justitie kennelijk heeft beoogd toen zij de verdachten de mogelijkheid bood om strafvervolging "af te kopen" en op het afhandelingsformulier een bedrag heeft vermeld met de aantekening: "tbv schade deur". Het OM heeft dit bedrag (€ 300 per persoon) bepaald zonder de exacte schade te kennen. Naar aanleiding van verzoeksters klacht heeft het OM nog laten weten dat in het politiesysteem is gekeken, maar dat daar ten tijde van de afhandeling geen informatie in stond over het slachtoffer.

21. Het is onduidelijk gebleven hoe het OM het bedrag heeft bepaald. Stappen die voor de hand lagen om het nodige te weten te komen over de schade zijn achterwege gebleven. Er is geen navraag gedaan bij de politie, die op de plek van de inbraak was geweest, maar alleen gekeken in het politiesysteem, waar blijkbaar nog geen informatie was ingevoerd. Ook is geen informatie ingewonnen bij het slachtoffer. De reden die het OM heeft genoemd - haar identiteit stond niet in het politiesysteem- illustreert hoe beperkt het onderzoek ter voorbereiding van de transactiebeslissing is geweest. Dat het niet zo moeilijk zou zijn geweest om de gebruiker van het kantoor/bedrijfspand te traceren had de politie al laten zien: die had op de ochtend van de inbraak al met een medewerker van verzoeksters kantoor gebeld. Het (laten) inwinnen van meer informatie had niet persé hoeven leiden tot vertraging in de afhandeling.

22. Justitie lijkt daar anders over te denken en voert aan dat er geen tijd meer was om verzoekster in te lichten of schade te laten vaststellen. Minister en OM hebben immers de aanpak toegelicht met het argument dat het niet redelijk was de verdachten langer vast te houden. En na vrijlating zou de mogelijkheid om betaling af te dwingen in feite verkeken zijn, zo vult de Nationale ombudsman aan. De verdachten hadden namelijk een ticket om de volgende dag terug te vliegen naar Groot-Brittannië, waar ze woonden.

De Nationale ombudsman juicht het toe dat het OM hier oog heeft voor het belang dat - in zijn algemeenheid - de duur van inverzekeringstelling zo beperkt mogelijk blijft. Maar dat gebeurt uitgerekend in een situatie waarin razendsnelle afhandeling botst met belangen van het slachtoffer. Immers, als de transactiebeslissing wat later was genomen – en de invrijheidstelling wat later had plaatsgevonden – was er meer tijd geweest voor onderzoek naar de schade van de benadeelde. Zulk onderzoek kan worden gerekend tot het onderzoek dat grond was voor de vrijheidsbeneming3 en dat de positie van het slachtoffer mogelijk kon versterken.

Bij de afweging die zou zijn gemaakt, is maar weinig oog geweest voor de positie van het slachtoffer, terwijl het OM ten gunste van de verdachten aanvoert dat zij in het buitenland wonen. In het wettelijk systeem van voorarrest is het wonen buiten Nederland echter een omstandigheid die juist een ruimere toepassing van voorarrest mogelijk maakt.

23. De Nationale ombudsman komt tot de conclusie dat het OM zich onvoldoende heeft ingezet om een afdoeningsbeslissing op de nodige informatie over schade van het slachtoffer te baseren; in zoverre is de onderzochte gedraging niet behoorlijk.

Openbaar Ministerie – het slachtoffer op de hoogte houden

24. Het vereiste van goede informatieverstrekking houdt in dat overheidsinstanties burgers op hun verzoek en op eigen initiatief duidelijk, tijdig en juist informeren. In het Wetboek van Strafvordering en bijvoorbeeld de Aanwijzing slachtofferzorg van het OM staan voorschriften over het informeren van slachtoffers van strafbare feiten.4

Het OM heeft nooit op eigen initiatief contact gezocht met verzoekster om met haar te spreken over het onderzoek naar de inbraak. Zij voelde zich buitengesloten, zo laat haar oorspronkelijke klacht (de e-mail aan het parket van 8 juni 2016) zien. In de eerste reacties op die e-mail is het parket aan dat aspect voorbijgegaan en heeft daarmee een kans laten liggen om snel de nalatigheid "goed" te maken. Bij de "officiële" klachtbehandeling in oktober 2016 heeft het parket onderkend dat verzoekster over de afloop van de zaak geïnformeerd had moeten worden en heeft het excuses aangeboden voor het uitblijven daarvan.

Ten onrechte is niet stilgestaan bij een belangrijke oorzaak van de slechte informatiepositie van verzoekster, te weten: een gebrek aan informatie-uitwisseling tussen politie en OM. Op de middag waarop de politie met de zus van verzoekster op de plaats van het misdrijf de schade opnam, concludeerde de officier van justitie elders in Amsterdam dat er geen informatie was over schade en slachtoffer. En omdat de politie blijkbaar niet wist van de transactie, bleef de politie afspraken maken voor het opnemen van een aangifte van een misdrijf. dat door het OM al was afgehandeld. Daardoor kwam ( de zus van) verzoekster voor niets naar het bureau en kreeg zij via het digitale aangiftevolgsysteem onjuiste informatie over de stand van zaken.

Openbaar Ministerie – de financiële afwikkeling met verzoekster

25. De "boete" die het OM de verdachten had opgelegd met het oog op vergoeding van schade aan verzoeksters pand, werd niet aan haar doorbetaald. Pas toen zij er met veel inspanning achter kwam dat en hoe justitie de inbraak had afgehandeld, bood het OM haar € 600 aan, het bedrag wat de inbrekers aan het OM hadden betaald. In plaats van dit zonder mankeren (door) te betalen aan verzoekster, heeft het parket in Amsterdam een verklaring van finale kwijting als voorwaarde gesteld. En door te spreken van een betaling uit coulance deed het OM ten onrechte voorkomen als bood het onverplicht en uit eigen zak een financiële tegemoetkoming aan.

26. De minister heeft niet uitdrukkelijk afstand genomen van deze voorstelling van zaken. Hij heeft de € 600 een tegemoetkoming genoemd en erop gewezen dat de hoogte ervan overeenkomt met het bedrag dat een slachtoffer zou toekomen op grond van een instructie van het OM voor dit soort situaties.5

Meer dan de (van de inbrekers afkomstige) € 600 wil de minister niet toekennen aan verzoekster. Zijn redenering is dat van volledige schadevergoeding (door het OM) geen sprake kan zijn, immers niet het OM, maar de twee toeristen hebben de schade veroorzaakt. Dat klopt voor wat betreft de schade aan verzoeksters bezittingen. Maar daarmee gaat de minister voorbij aan het nadeel dat voor verzoekster was verbonden

aan de wijze waarop het OM de strafzaak heeft afgehandeld: buiten haar om en zonder informatie over de schade(omvang) in te winnen.

27.Het vereiste van coulante opstelling houdt in dat de overheid zich coulant opstelt als zij fouten heeft gemaakt. Instanties moeten oog hebben voor claims die redelijkerwijs gehonoreerd moeten worden. Zij belasten de burger niet met onnodige en ingewikkelde bewijsproblemen en procedures.

Op grond van dit vereiste van behoorlijkheid had het OM wegens door het OM gemaakte fouten verzoekster financieel moeten compenseren voor nadeel als hierboven omschreven. Het OM had over de brug moeten komen met een financiële tegemoetkoming, bovenop het bedrag dat de verdachten al hadden betaald. De Nationale ombudsman vindt het niet behoorlijk dat het OM en vervolgens de minister dit achterwege heeft gelaten.

Juist in deze zaak was een verwijzing van een slachtoffer naar een civiele procedure ongepast. Een procedure tegen de verdachten zou immers in het geval van verzoekster extra lastig en kostbaar zijn. Ze zou moeten procederen tegen mensen die niet in Nederland wonen en een vonnis in het buitenland moeten laten executeren.

Politie en Openbaar Ministerie

28.De Nationale ombudsman vat samen.

Aan de hand van verzoeksters klachten zijn hiervóór verschillende tekortkomingen geconstateerd - van de politie, maar vooral van het OM - in de wijze waarop met verzoekster en haar belangen is omgesprongen. Op punten van bejegening en schadeverhaal zijn de eigen doelen en de eisen van behoorlijkheid niet gehaald. Politie en OM hebben daarbij nog onvoldoende stilgestaan in hun reacties op verzoeksters klachten.

Dit is reden voor de Nationale ombudsman om een aanbeveling te doen. Daarbij richt hij zich - via de minister - tot het OM als eerst verantwoordelijke voor een correcte bejegening van het slachtoffer.

Conclusie

De klacht over het niet-nakomen van afspraken over het opnemen van de aangifte door de Nationale politie, eenheid Amsterdam, is gegrond wegens schending van het vereiste van betrouwbaarheid.

De klachten over gedragingen van het arrondissementsparket Amsterdam, die worden toegerekend aan de minister van Justitie en Veiligheid, zijn gegrond,

wegens schending van de vereisten van goede voorbereiding, informatieverstrekking en coulance.

AANBEVELING

In het licht van bovenstaande overwegingen en conclusies vindt de Nationale ombudsman de tegemoetkoming die het Openbaar Ministerie heeft aangeboden niet toereikend.

Nationale ombudsman geeft de minister van Justitie en Veiligheid in overweging om in overleg met verzoekster alsnog tot een voor haar bevredigende oplossing te komen.

De Nationale ombudsman,


Reinier van Zutphen

 

Achtergrond/bijlagen

Artikel 51a Wetboek van Strafvordering (zoals dat luidde in mei en juni 2016)

1. Als slachtoffer wordt aangemerkt degene die als rechtstreeks gevolg van een strafbaar feit vermogensschade of ander nadeel heeft ondervonden. Met het slachtoffer wordt gelijkgesteld de rechtspersoon die als rechtstreeks gevolg van een strafbaar feit vermogensschade of ander nadeel heeft ondervonden.

2. De officier van justitie draagt zorg voor een correcte bejegening van het slachtoffer.

3. Aan het slachtoffer dat daarom verzoekt, wordt door de politie en de officier van justitie mededeling gedaan van de aanvang en voortgang in de zaak tegen de verdachte. In het bijzonder wordt ten minste door de politie schriftelijk mededeling gedaan van het afzien van opsporing of het inzenden van een proces-verbaal tegen een verdachte. De officier van justitie doet schriftelijk mededeling van de aanvang en de voortzetting van de vervolging, van de datum en het tijdstip van de terechtzitting en van de einduitspraak in de strafzaak tegen de verdachte. In daartoe aangewezen gevallen en in ieder geval indien sprake is van een misdrijf als bedoeld in artikel 51e, eerste lid, doet hij desgevraagd tevens mededeling van de invrijheidstelling van de verdachte of veroordeelde.

4. Op verzoek van het slachtoffer wordt tevens mededeling gedaan van de mogelijkheden volgens welke hij schadevergoeding kan verkrijgen.

Aanwijzing slachtofferzorg (zoals deze gold van 1 jan 2011 tot 1 mei 2017)

(…)

"1.3. Transactie en OM beschikking

Als het OM een transactie aanbiedt, houdt het OM rekening met de belangen van de slachtoffers en/of benadeelde partijen. Het OM informeert het slachtoffer over het transactieaanbod inclusief de hoogte van het door de verdachte te betalen schadebedrag en of hier aan voldaan is door de verdachte. Tevens wijst het OM het slachtoffer uitdrukkelijk op de mogelijkheid om beklag ex artikel 12 Wetboek van strafvordering bij het gerechtshof tegen het uitblijven of afzien van vervolging in te dienen. (….)"

(…)

"2. Schade

2.1. Algemeen

Het OM ondersteunt het slachtoffer zo goed mogelijk bij het verkrijgen van een vergoeding van zijn materiële en immateriële schade, bij voorkeur in een zo vroeg mogelijk stadium van het strafproces. De inspanningen tot schadevergoeding aan het slachtoffer zijn een wezenlijk element van het beleid ook al kan dit een snelle afdoening van een zaak eventueel belemmeren.

Als het slachtoffer te kennen heeft gegeven dat hij schade heeft geleden en de wens geuit heeft deze schade te willen verhalen binnen het strafproces, houdt het OM daar rekening mee bij de vervolgings- en afdoeningsbeslissing.

Van het slachtoffer wordt verwacht dat hij de omvang van de schade tijdig en onderbouwd bij het OM aanlevert."

(…)

Artikel 74 Wetboek van Strafrecht (transactie)

1. De officier van justitie kan voor de aanvang van de terechtzitting een of meer voorwaarden stellen ter voorkoming van de strafvervolging wegens misdrijven, met uitzondering van die waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van meer dan zes jaar, en wegens overtreding. Door voldoening aan die voorwaarden vervalt het recht tot strafvordering.

2. De volgende voorwaarden kunnen worden gesteld:

a. betaling aan de staat van een geldsom, te bepalen op ten minste € 3 en ten hoogste het maximum van de geldboete die voor het feit kan worden opgelegd;

(…)

e. gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door het strafbare feit veroorzaakte schade;

(…)

3.De officier van justitie doet in geval van misdrijf aan de rechtstreeks belanghebbende die hem bekend is, onverwijld schriftelijk mededeling van de datum waarop hij die voorwaarden heeft gesteld.

Notes

[←1]

Verzoekster en haar zus die voor haar "waarnam", bijvoorbeeld bij het doen van aangifte

[←2]

Beklagprocedure bij het Hof op grond van artikel 12 Sv. Daarvoor gold in dit geval een termijn van 3 maanden nadat de verdachten de transactiesom hadden betaald.

[←3]

Artikel 57 WvSv: "Inverzekeringstelling vindt plaats in het belang van het onderzoek" en "Zodra het belang van het onderzoek dit toelaat gelast de officier van justitie de invrijheidstelling van de verdachte"

[←4]

Artikel 51a WvSv, art 74 WvSr, zie Achtergrondinformatie aan het slot van dit rapport.

[←5]

Het gaat om situaties waarin door nalatigheid van het OM het slachtoffer zijn schade niet via het strafproces op de dader heeft kunnen verhalen.

Publicatiedatum
Rapportnummer
2018/023