2018/008 Gemeente Maastricht handelt niet verkeerd in klacht over privacyschending bij een spitsmijdenproject

Een vrouw klaagt erover dat de gemeente Maastricht haar privacy heeft geschonden. Ze hebben gegevens over haar deelname aan het verkeer gebruikt voor de uitnodiging voor een spitsmijdenproject. De ombudsman vindt dat de gemeente voldoende rekening heeft gehouden met de persoonlijke levenssfeer van de vrouw. De gemeente heeft haar burgers vooraf geïnformeerd over het project en manier om deelname te weigeren.

Instantie: Gemeente Maastricht

Klacht:

privacy van verzoekster geschonden bij een spitsmijdenproject

Oordeel: niet gegrond

Een vrouw ontving een brief waarin stond dat uit verkeersonderzoek was gebleken dat zij recent met haar auto de Kennedybrug of de Noorderbrug had gepasseerd. In die brief werd aangekondigd dat er gedurende twee weken grote wegwerkzaamheden zouden zijn rond de Noorderbrug en dat die brug afgesloten zou worden. De vrouw werd opgeroepen om mee te doen aan het beloningsprogramma "Zuid-Limburg in beweging". Dat programma was gericht op het stimuleren van een andere manier van reizen dan met de auto. Op die manier hoopte de gemeente ervoor te zorgen dat Maastricht goed bereikbaar zou blijven en dat er minder hinder zou zijn tijdens de geplande wegwerkzaamheden.

De vrouw klaagde erover dat de brief een enorme schending van haar privacy was. De gemeente had volgens haar die brief niet mogen versturen. Ze vond de brief disproportioneel omdat de inbreuk op haar privacy en die van haar eventuele huisgenoten of medegebruikers van de auto in geen verhouding stond tot het doel dat de gemeente wilde bereiken.

De Nationale ombudsman constateert dat de gemeente Maastricht bij dit spitsmijdenproject heeft stil gestaan bij de (tijdelijke) schending van de privacy van de vrouw. De gemeente heeft echter de schending noodzakelijk geacht in verband met een blijvend goede doorstroming van het verkeer tijdens wegwerkzaamheden. Uit het onderzoek volgt dat de gemeente de kentekenregistraties vooraf heeft aangekondigd in een advertentie in een dagblad en een lokaal nieuwsblad. In die advertentie stond ook vermeld dat als men niet wilde dat zijn of haar kenteken voor het onderzoek zou worden gebruikt, men dat kenbaar kon maken via het "registreer-me-niet" register.

Nu de gemeente de burger op deze wijze vooraf de mogelijkheid heeft gegeven om kenbaar te maken geen prijs te stellen op gebruik van zijn of haar kenteken voor een dergelijk onderzoek, heeft de gemeente naar het oordeel van de Nationale ombudsman voldoende rekening gehouden met de persoonlijke levenssfeer van de kentekenhouder. Het feit dat verzoekster buiten de gemeentegrenzen woont en geen kennis heeft kunnen nemen van genoemde advertentie, maakt niet dat de gemeente verwijtbaar heeft gehandeld.

Wat is de klacht?

Verzoekster klaagt erover dat de gemeente Maastricht haar privacy heeft geschonden bij een spitsmijdenproject.

Wat ging er aan de klacht vooraf?

Verzoekster ontving in maart 2017 een brief van de projectgroep "Maastricht bereikbaar" die aan haar persoonlijk gericht was. In die brief stond dat uit verkeersonderzoek was gebleken dat zij recent met haar auto de Kennedybrug of de Noorderbrug had gepasseerd. Ook werd aangekondigd dat er tussen 7 en 21 augustus 2017 grote wegwerkzaamheden zouden zijn rond de Noorderbrug en dat die brug afgesloten zou worden. Verzoekster werd opgeroepen om mee te doen aan het beloningsprogramma "Zuid-Limburg in beweging". Dat programma was gericht op het stimuleren van een andere manier van reizen dan met de auto. Op die manier hoopte de gemeente ervoor te zorgen dat Maastricht goed bereikbaar zou blijven en dat er minder hinder zou zijn tijdens de geplande wegwerkzaamheden.

Wat was de oorspronkelijke klacht?

Verzoekster klaagde erover dat de brief een enorme schending van haar privacy was. De gemeente had volgens haar die brief niet mogen versturen. Ze vond de brief disproportioneel omdat de inbreuk op haar privacy en die van haar eventuele huisgenoten of medegebruikers van de auto in geen verhouding stond tot het doel dat de gemeente wilde bereiken. Bovendien had ze geen toestemming gegeven.

Welke reactie komt er op de klacht?

Volgens de projectleider van "Zuid Limburg in beweging" van de gemeente Maastricht had de registratie van de kentekens en de daaraan gekoppelde werving via adresgegevens plaatsgevonden in overeenstemming met de Wet bescherming persoonsgegevens. De verwerking van de persoonsgegevens is gemeld bij de functionaris gegevensbescherming van de gemeente Maastricht en de gegevens zijn twaalf weken na kentekenregistratie vernietigd.

Het project beoogde de doorstroming van het verkeer op de Noorderbrug en de Kennedybrug in Maastricht op veilige wijze te bevorderen. Vanwege het algemene en economische belang van een blijvend goede bereikbaarheid van Maastricht en de verwachte hinder rondom de werkzaamheden aan de Noorderbrug was het project volgens de gemeente noodzakelijk.

Het verkeersonderzoek voldeed volgens de projectleider aan de privacy-standaard voor mobiliteitsmanagementprojecten van het voormalige Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Onder strikte voorwaarden kon de projectgroep de adressen van geregistreerde kentekens opvragen bij de Dienst voor het Wegverkeer om de kentekenhouders uit te nodigen voor deelname aan een mobiliteitsproject. Dit voornemen was afgestemd met het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad was geïnformeerd. In de brief aan de raad staat onder meer dat de gemeente op grond van haar publieke taak deze persoonsgegevens binnen condities kan verwerken. "Deelnemers aan het beloningsprogramma geven vervolgens expliciet toestemming om hun reisgegevens te analyseren via cameraregistratie."

Daarnaast was het verkeersonderzoek aangekondigd in advertenties in Dagblad De Limburger en 1Maastricht en waren automobilisten hierbij actief gewezen op de mogelijkheid om online, via www.registreer-me-niet, aan te geven, dat hun kenteken verder niet geregistreerd of verwerkt mocht worden tijdens het verkeersonderzoek.

Wat was de aanleiding voor de klacht bij de Nationale ombudsman?

Verzoekster nam hier geen genoegen mee en wendde zich tot de Nationale ombudsman. Ze was van mening dat het belang van de gemeente, als dat er al zou zijn, ondergeschikt was aan haar privacy.

Wat heeft de Nationale ombudsman onderzocht?

De Nationale ombudsman heeft het college gevraagd de klacht formeel te behandelen en heeft daarbij diverse vragen gesteld met oog op de aspecten van privacy en toestemming.

Hoe reageerde de gemeente Maastricht?

Het college vroeg advies aan de klachtencommissie. Deze heeft de klacht onderzocht en kwam tot de conclusie dat het handelen van de (projectgroep van de) gemeente behoorlijk was. Het college volgde het advies en de motivering van de klachtencommissie en verklaarde de klacht ongegrond. Het was naar zijn mening gerechtvaardigd om het algemeen belang van de veiligheid en bruikbaarheid van de weg (tijdelijk) te laten prevaleren boven het belang van verzoekster bij haar privacy.

Persoonsgegevens mogen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens verwerkt worden indien de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak door het desbetreffende bestuursorgaan. Een dergelijke publiekrechtelijke taak is hier volgens de gemeente, als wegbeheerder, aanwezig. Het gaat dan om het waarborgen van de veiligheid en bruikbaarheid van de wegen die binnen zijn gebied liggen, zulks gebaseerd op diverse artikelen uit de Wegenwet en de Wegenverkeerswet 1994. De Wegenverkeerswet geeft aan de Dienst voor het Wegverkeer de bevoegdheid om, onder bepaalde voorwaarden en condities, persoonsgegevens te verzamelen en vervolgens te verstrekken aan overheidsorganen voor een goede uitoefening van hun publieke taak, zoals hier is gebeurd.

Daarnaast heeft de gemeente volgens het college voldoende waarborgen voor de burger geschapen. Deze zien onder meer op het feit dat er een melding heeft plaatsgevonden bij de functionaris gegevensbescherming van de gemeente Maastricht, dat het project via diverse media is gepubliceerd en dat er een opt-out optie is aangeboden waardoor de burger op de website "registreer-me-niet" of via het Nationaal Postregister kon aangeven niet benaderd te willen worden voor het project. Tevens zijn de gegevens via een relatief korte vastomlijnde periode verzameld en zijn ze na verwerking snel vernietigd.

Het college is ten slotte van oordeel dat in deze kwestie ook voldaan is aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Het vond de brief proportioneel omdat het de gegevensverzameling niet bovenmatig vond. En voorts waren er volgens het college geen andere effectieve manieren mogelijk om de weggebruikers te vragen mee te doen aan het spitsmijdenproject.

Omdat het hier volgens het college gaat om een publieke taak is er terecht geen ondubbelzinnige toestemming aan de betrokkenen gevraagd. Praktisch gezien was er ook geen toestemming mogelijk. De gemeente heeft eerst geprobeerd via online campagne en billboards deelnemers actief te werven. Aangezien dat onvoldoende opleverde is vervolgens gebruik gemaakt van de opt-out methode, waarbij de burger vooraf kon aangeven dat hij niet wilde deelnemen aan het beloningsprogramma dan wel dat hij niet wilde dat zijn kenteken zou worden geregistreerd tijdens de aangekondigde metingen.

Hoe reageerde verzoekster?

Verzoekster was het hier niet mee eens. Ze bleef bij haar standpunt dat het schenden van haar privacy disproportioneel was in verhouding tot het te dienen doel dat de gemeente had met het versturen van genoemde brief. Ze gaf voorts aan dat het hiervoor genoemde dagblad De Limburger haar niet heeft bereikt omdat ze daarop geen abonnement heeft en ook het huis aan huis weekblad 1Maastricht heeft haar niet bereikt omdat ze niet in de gemeente Maastricht woont.

Wat is het oordeel van de Nationale ombudsman?

Het is een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat grondrechten van burgers worden gerespecteerd. Een van die grondrechten is het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Dit vereiste brengt mee dat de overheid bij het vastleggen en verwerken van persoonsgegevens ten minste de regels van de privacywetgeving naleeft voor zover deze van toepassing zijn. Deze regels zijn onder meer in de Wet bescherming persoonsgegevens vastgelegd.

Bij het bepalen of een verstrekking van privacygevoelige informatie is toegestaan, dienen verschillende elementen te worden beoordeeld. Een overheidsinstantie mag bijvoorbeeld alleen persoonsgegevens verstrekken als dat verenigbaar is met het doel waarvoor de gegevens zijn verzameld. Daarnaast dient het verstrekken van de gegevens gebaseerd te zijn op één van de gronden uit artikel 8 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Verder dient de gegevensverstrekking noodzakelijk te zijn. Bij de beoordeling hiervan spelen de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een belangrijke rol.

De Nationale ombudsman constateert dat de gemeente bij dit spitsmijdenproject heeft stil gestaan bij de (tijdelijke) schending van de privacy van verzoekster. De gemeente heeft echter de schending noodzakelijk geacht in verband met een blijvend goede doorstroming van het verkeer tijdens wegwerkzaamheden. Dat is volgens de gemeente een publiekrechtelijke taak die de gemeente heeft op grond van de Wegenwet en Wegenverkeerswet. De gemeente vindt dat de privacy voldoende is gewaarborgd omdat burgers konden voorkomen dat ze de brief zouden ontvangen door zich daartoe online of via het Nationaal Postregister af te melden. Uit het onderzoek volgt dat de gemeente de kentekenregistraties op de Noorderbrug en Kennedybrug vooraf heeft aangekondigd in een advertentie in een dagblad en een lokaal nieuwsblad. In die advertentie stond ook vermeld dat als men niet wilde dat zijn of haar kenteken voor het onderzoek zou worden gebruikt, men dat kenbaar kon maken via het "registreer-me-niet" register.

Nu de gemeente de burger op deze wijze vooraf de mogelijkheid heeft gegeven om kenbaar te maken geen prijs te stellen op gebruik van zijn of haar kenteken voor een dergelijk onderzoek, heeft de gemeente naar het oordeel van de Nationale ombudsman voldoende rekening gehouden met de persoonlijke levenssfeer van de kentekenhouder. Het feit dat verzoekster buiten de gemeentegrenzen woont en geen kennis heeft kunnen nemen van genoemde advertentie, maakt niet dat de gemeente verwijtbaar heeft gehandeld. Anders dan verzoekster stelt is het versturen van de persoonlijke brief door de gemeente niet disproportioneel geweest en heeft de gemeente in deze situatie een toereikende grondslag gehad voor het verwerken van de persoonsgegevens. Toestemming is zoals de gemeente stelt, in een dergelijk geval niet aan de orde nu de gegevensverwerking noodzakelijk was voor de goede vervulling van de hiervoor omschreven publiekrechtelijke taak van de gemeente.

De onderzochte gedraging is behoorlijk.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van gemeente Maastricht is niet gegrond.

De Nationale ombudsman,

Reinier van Zutphen


Achtergrond

Artikel 8 van de Wet bescherming persoonsgegevens

Persoonsgegevens mogen slechts worden verwerkt indien:

(…)

e. de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak door het desbetreffende bestuursorgaan dan wel het bestuursorgaan waaraan de gegevens worden verstrekt, of

(…)

Artikel 34 van de Wet bescherming persoonsgegevens

1. Indien persoonsgegevens worden verkregen op een andere wijze dan bedoeld in artikel 33, deelt de verantwoordelijke de betrokkene de informatie mede, bedoeld in het tweede en derde lid, tenzij deze reeds daarvan op de hoogte is:

a. op het moment van vastlegging van hem betreffende gegevens, of

b. wanneer de gegevens bestemd zijn om te worden verstrekt aan een derde, uiterlijk op het moment van de eerste verstrekking.

2. De verantwoordelijke deelt de betrokkene zijn identiteit en de doeleinden van de verwerking mede.

3. De verantwoordelijke verstrekt nadere informatie voor zover dat gelet op de aard van de gegevens, de omstandigheden waaronder zij worden verkregen of het gebruik dat ervan wordt gemaakt, nodig is om tegenover de betrokkene een behoorlijke en zorgvuldige verwerking te waarborgen.

4. Het eerste lid is niet van toepassing indien mededeling van de informatie aan de betrokkene onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost. In dat geval legt de verantwoordelijke de herkomst van de gegevens vast.

5. Het eerste lid is evenmin van toepassing indien de vastlegging of de verstrekking bij of krachtens de wet is voorgeschreven. In dat geval dient de verantwoordelijke de betrokkene op diens verzoek te informeren over het wettelijk voorschrift dat tot de vastlegging of verstrekking van de hem betreffende gegevens heeft geleid.

Artikel 43, eerste lid van de Wegenverkeerswet

De Dienst Wegverkeer verstrekt uit het kentekenregister gegevens aan overheidsorganen, voor zover zij aangeven deze gegevens nodig te hebben voor een goede uitoefening van hun publieke taak.

Art 18 van de Wegenverkeerswet

1. Verkeersbesluiten worden genomen:

a. voor zover zij betreffen het verkeer op wegen onder beheer van het Rijk door Onze Minister;

b. voor zover zij betreffen het verkeer op wegen onder beheer van een provincie door gedeputeerde staten;

c. voor zover zij betreffen het verkeer op wegen onder beheer van een waterschap door het algemeen bestuur of, krachtens besluit van het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur;

d. voor zover zij betreffen het verkeer op andere wegen door burgemeester en wethouders, of krachtens besluit van hen, door een door hen ingestelde bestuurscommissie.

2 Indien het beheer over een weg wordt overgedragen, blijven de verkeersbesluiten die de oorspronkelijke wegbeheerder ten aanzien van het verkeer op die weg heeft vastgesteld, van kracht totdat zij zijn vervangen.

3 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld omtrent de eisen waaraan verkeersbesluiten dienen te voldoen alsmede omtrent de totstandkoming en de inwerkingtreding van die besluiten.

Artikel 13 van de Wegenwet

1. De eigendom van wegen wordt, zolang en voor zover niet het tegendeel blijkt, vermoed te zijn bij de provincie, de gemeente of het waterschap, door welke of door hetwelk de weg wordt onderhouden.

2. Dit vermoeden werkt niet tegen degene, van wie wel het onderhoud is overgenomen doch niet de eigendom.

Artikel 16 van de Wegenwet

De gemeente heeft te zorgen, dat de binnen haar gebied liggende wegen, met uitzondering van de wegen, welke door het Rijk of eene provincie worden onderhouden, van die bedoeld in artikel 17 en van die, waarop door een ander tol wordt geheven, verkeeren in goeden staat.

Publicatiedatum
Rapportnummer
2018/008