2018/003 Motoragent mag niet zonder reden over fietspad rijden

Een motoragent rijdt via het fietspad het parkeerterrein van een ziekenhuis op. Een man vraagt de motoragent waarom hij de verkeersregels overtreedt. De manier waarop de motoragent antwoordt en om zijn ID-bewijs vraagt, vindt de ombudsman stuitend. Er was daarnaast geen reden om over het fietspad te rijden.

Instantie: Politie eenheid Oost-Brabant

Klacht:

zonder noodzaak en met hoge snelheid via een fietspad een parkeerterrein oprijden, in plaats van via de slagboom

Oordeel: gegrond

Verzoeker zag, toen hij het parkeerterrein van een ziekenhuis wilde oprijden, een motoragent op een politiemotor met hoge snelheid op het fietspad rijden om daarna op het invalidenparkeerterrein te stoppen. Hij vroeg de motoragent waarom hij dit deed. De motoragent antwoordde dat hij met zijn motorfiets moeilijk langs de slagbomen kon rijden en voor de uitoefening van zijn functie een ontheffing had om over het fietspad te rijden. Op de vraag van verzoeker wat voor taak dit was, antwoordde hij dat hij geparkeerde auto's ging controleren. Vervolgens escaleerde het gesprek toen de motoragent aan verzoeker verzocht zich te legitimeren en aan hem vroeg of hij misschien een terrorist was. Dit was voor verzoeker aanleiding een klacht in te dienen bij de politie. De klachten van verzoeker over het vorderen van zijn identiteitsbewijs en de opmerking dat hij misschien een terrorist was werden gegrond verklaard. De klacht over het rijden op het fietspad door de motoragent werd ongegrond verklaard.

Verzoeker wendde zich vervolgens tot de Nationale ombudsman. Hij klaagde er over dat een motoragent van de eenheid Oost-Brabant op zijn politiemotor zonder noodzaak en met hoge snelheid via een fietspad een parkeerterrein was opgereden, in plaats van via de slagboom.

Vast staat dat de motoragent op een politiemotor via een fietspad een parkeerterrein is opgereden. Volgens artikel 10 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV) dient een motorrijder gebruik te maken van de rijbaan. De politie heeft hiervoor een vrijstelling onder de voorwaarde dat het gebruik van de vrijstelling gezien de situatie noodzakelijk is.
De Nationale ombudsman begrijpt dat er situaties zijn waarin het van de politie niet kan worden verwacht dat zij zich aan de verkeersvoorschriften houdt, bijvoorbeeld bij een melding waarbij een snel optreden van de politie noodzakelijk is. De Nationale ombudsman stelde vast dat er in deze zaak niet was gebleken van een situatie die een overschrijding van de verkeersvoorschriften zoals neergelegd in het RVV rechtvaardigde. De Nationale ombudsman oordeelde dat de motoragent had gehandeld in strijd met het vereiste van professionaliteit.

Klacht

Verzoeker klaagt er over dat een motoragent van de eenheid Oost-Brabant op 29 juli 2016 op zijn politiemotor zonder noodzaak en met hoge snelheid via een fietspad een parkeerterrein is opgereden, in plaats van via de slagboom.

Bevindingen

Wat is er volgens verzoeker gebeurd
Verzoeker zag op 29 juli 2016 omstreeks 10:45 uur, toen hij het parkeerterrein van een ziekenhuis wilde oprijden, een motoragent op een politiemotorfiets met hoge snelheid op het fietspad rijden om daarna op het invalidenparkeerterrein te stoppen. Hij vroeg de motoragent waarom hij dit deed. De motoragent antwoordde dat hij met zijn motor moeilijk langs de slagbomen kon rijden en voor de uitoefening van zijn functie een ontheffing had om over het fietspad te rijden. Op de vraag van verzoeker wat voor taak dit was, antwoordde hij dat hij geparkeerde auto's ging controleren.
Volgens verzoeker staat in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV) alleen dat de motoragent de verkeersveiligheid niet in gevaar mag brengen en dat er voor het gebruik van de vrijstelling een noodzaak moest zijn. Dit was volgens verzoeker niet het geval. Toen de motoragent hem vroeg waarom hij deze interesse had, had verzoeker hem geantwoord dat hij het onverantwoord vindt dat er motorrijders op het fietspad rijden. De motoragent had verzoeker daarop gevraagd zich te legitimeren. Verzoeker antwoordde hem dat hij hiertoe geen noodzaak zag. De motoragent heeft vervolgens zijn identificatie gevorderd omdat hij hem als mogelijk terrorist aanzag. Verzoeker vond dit onaanvaardbaar. Hij diende over de handelwijze van de motoragent een klacht in bij de politie eenheid Oost-Brabant.
Verzoeker vertelde de klachtbehandelaar van de politie dat hij door de manoeuvre van de motoragent geschrokken was. Hij had er vrede mee gehad als de motoragent hem excuses had aangeboden. Dan was hij het er nog niet mee eens geweest, maar had hij het verder kunnen laten rusten. Verzoeker had ook navraag gedaan bij het ziekenhuis. Het ziekenhuis had hem meegedeeld dat er geen afspraken waren gemaakt met de politie over het passeren van de slagboom op de motor via het fietspad.
Verzoeker gaf aan getroffen te zijn door de houding van de politieleiding die dit soort acties toestaat en daarvoor niet de betrokken agent wijst op diens verantwoordelijkheid. Hierdoor was bij hem gevoel ontstaan dat de ambtenaren van politie gevrijwaard zijn van consequenties die hun handelen veroorzaken.

Zienswijze betrokken motoragent
De motoragent verklaarde tegenover de klachtbehandelaar van de eenheid Oost-Brabant dat hij voor een controle de parkeerplaats van het ziekenhuis was opgereden. Bij het oprijden van het terrein moet een slagboom worden gepasseerd. Om geen parkeerticket te hoeven pakken moet er worden gewacht tot de portier de slagboom opent. Dit levert extra vertraging op en extra werk voor de portier. Daarom was in het verleden de afspraak gemaakt om met de motor een stukje over het fietspad te rijden. Volgens de motoragent heeft hij dit stapvoets gedaan en daarbij zijn gevarenlichten aangezet om goed zichtbaar te zijn. Hij is richting de hoofdingang gereden om op de invalidenparkeerplaats te controleren of er zichtbaar een invalidenparkeerkaart achter het raam van de auto was geplaatst. Volgens de motoragent mag hij gebruik maken van de ontheffing van het RVV als hij met zijn politietaak bezig was. Hij had goed gekeken of er geen voetgangers of fietsers in zijn nabije omgeving waren.

De motoragent deelde de klachtencommissie eenheid Oost-Brabant mee dat de afspraak met de portier en niet met het ziekenhuis was gemaakt. De reden hiervoor was dat de portier ook andere werkzaamheden heeft en op deze wijze niet steeds gestoord hoefde te worden om de slagboom omhoog te doen. Ook was hij niet alleen bij het ziekenhuis aanwezig om te controleren op parkeerproblemen, maar ook in het kader van de aanpak van fietsendiefstallen. Er werden bij het ziekenhuis veelvuldig fietsen gestolen. Om daarop te controleren en daders op heterdaad te betrappen, dient er sprake te zijn van een verrassingseffect. Dat gaat verloren als er gewacht moet worden op de portier die de slagboom openmaakt.
De motoragent gaf aan dat hij het identiteitsbewijs van verzoeker had gevorderd, omdat van hem wordt verwacht dat hij vaststelt met wie hij van doen heeft. Hij erkent dat de door hem gekozen bewoordingen inzake mogelijke terroristische motieven van verzoeker te extreem waren. De motoragent ontkende echter te hebben gezegd dat verzoeker een terrorist was of zou kunnen zijn.

Standpunt politiechef
De politiechef beoordeelde de klacht van verzoeker over het rijden over het fietspad door de motoragent, conform het advies van de klachtencommissie, ongegrond. Volgens de politiechef had de betrokken motoragent goed nagedacht of hij gebruik mocht maken van zijn bevoegdheden die hij heeft op basis van het RVV. Ook achtte de politiechef de gekozen oplossing om de slagboom te passeren zonder de portier lastig te vallen en eventuele fietsendieven te waarschuwen gepast. Voorts was de politiechef van mening dat de motoragent voldoende oog heeft gehad voor de omgeving en de omstanders niet in gevaar heeft gebracht. Hij had immers zijn snelheid aangepast, gevarenlichten gevoerd en zich er vooraf van verzekerd dat er op dat moment geen andere gebruikers op het fietspad waren.
De klachten van verzoeker over het vorderen van zijn identiteitsbewijs en de opmerking dat hij misschien wel een terrorist was werden gegrond verklaard.

Nadere reactie politie
Daarnaar gevraagd deelde de politie de Nationale ombudsman mee dat er voor een dergelijke controle op een parkeerplaats voor de politie geen standaard werkwijze bestaat. Het betreden van een parkeerterrein kan op een reguliere wijze gebeuren maar afhankelijk van het parkeerterrein en het te controleren doel kan een parkeerterrein ook op een andere wijze worden betreden.
Verder gaf de politie aan dat de algemene vrijstelling van het RVV ruim is. Vereist is dat de werkzaamheden van de politie te maken moet hebben met de politietaak. De politietaak is opgenomen in artikel 3 van de Politiewet (zie Achtergrond). Controle van het onjuiste gebruik van een invalideparkeerplaats en het bestrijden van fietsendiefstal valt onder handhaving van de rechtsorde, aldus de politie.
De motoragent was op het moment van de controle vooral bezig met verkeerstaken en hij was de parkeerplaats opgereden om het gebruik van de invalidenparkeerplaatsen te controleren. Daarnaast was er nog een specifiek doel: aanpak van fietsdiefstallen. Tijdens het contact was er voor de motoragent geen reden verzoeker te laten weten dat zijn controle naast een algemeen doel ook nog een specifiek doel had. De eerste helft van 2016 had de politie zes aangiften van fietsdiefstallen bij het ziekenhuis Helmond ontvangen.

Beoordeling

Het vereiste van professionaliteit houdt in dat de overheid er voor zorgt dat haar medewerkers volgens hun professionele normen werken. De burger mag van hen bijzondere deskundigheid verwachten. Hun opstelling is in alle situaties gepast en deskundig.

Alvorens inhoudelijk een oordeel te geven over de klacht merkt de Nationale ombudsman het volgende op. De houding waarop de motoragent verzoeker heeft bejegend terwijl verzoeker hem een legitieme vraag stelde heeft in deze zaak niet de-escalerend gewerkt. Zoals door de politiechef ook wordt erkend, was het niet juist om verzoeker te vragen zich te legitimeren en hem vervolgens als terrorist te bestempelen. Ook valt het de Nationale ombudsman op dat de motoragent een aantal keer een andere rechtvaardiging aanvoert voor het rijden over het fietspad: controleren van geparkeerde auto's en op een later moment het betrappen van mogelijke fietsendieven. Ook zou er een afspraak gemaakt zijn met het ziekenhuis. Toen dit niet waar bleek te zijn was het een afspraak met de portier om deze te ontlasten.

Vast staat dat de motoragent op een politiemotor via een fietspad een parkeerterrein is opgereden. Volgens artikel 10 van het RVV dient een motorrijder gebruik te maken van de rijbaan (zie Achtergrond). De politie heeft een vrijstelling van alle artikelen van het RVV onder de voorwaarde dat het gebruik van de vrijstelling gezien de situatie noodzakelijk is.

De Nationale ombudsman begrijpt dat er situaties zijn waarin het van de politie niet kan worden verwacht dat zij zich aan de verkeersvoorschriften houdt, bijvoorbeeld bij een melding waarbij een snel optreden van de politie noodzakelijk is. In deze zaak staat vast dat de motoragent over het fietspad reed en stopte op het invalidenparkeerterrein om te controleren of er geen oneigenlijk gebruik werd gemaakt van deze parkeerplaatsen. Door de motoragent is niet aangetoond dat deze controle een dusdanig spoedeisend karakter had, dat van hem niet verwacht kon worden om via de rijbaan het parkeerterrein op te rijden. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat hij dit heeft gedaan om een fietsendief op heterdaad te betrappen.

De Nationale ombudsman is van oordeel dat er in deze zaak dan ook geen sprake was van een situatie die een overschrijding van de verkeersvoorschriften zoals neergelegd in het RVV rechtvaardigt. Er is dan ook in strijd gehandeld met het vereiste van professionaliteit.

De gedraging is niet behoorlijk.

Beschouwing

De burger dient zich in het verkeer te houden aan de verkeersregels en de politie ook. De politie heeft in bepaalde gevallen, waarin de situatie dit noodzakelijk maakt, vrijstelling voor het overtreden van de verkeersregels. De politie heeft wat dat betreft een monopolypositie, hetgeen vergt dat er door haar op een verantwoorde wijze gebruik wordt gemaakt van de uitzondering op de hoofdregel. Daarbij moet de politie zich bewust zijn van het feit dat zij een voorbeeldfunctie vervult.
In deze zaak is het naar het oordeel van de Nationale ombudsman goed mis gegaan. Er waren vraagtekens te stellen bij de handelwijze van de betrokken motoragent door via een fietspad een door een slagboom bewaakt terrein op te rijden. De wijze waarop een burger die hierover een vraag stelt aan de betrokken motoragent vervolgens te woord wordt gestaan en om zijn ID-bewijs wordt gevraagd is stuitend. Deze klachten zijn door de politiechef ook terecht gegrond verklaard.
De Nationale ombudsman is bovendien van oordeel dat er geen reden was om over het fietspad te rijden. Door dergelijk handelen neemt het vertrouwen dat burgers in de politie hebben af. De ombudsman is dan ook van mening dat binnen de politieorganisatie het gesprek moet worden aangegaan over de voorbeeldfunctie die de politie in het verkeer vervult, in welke situaties er gebruik mag worden gemaakt van de vrijstelling van het RVV en wat voor effect dit heeft op de burger.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van de politie eenheid Oost-Brabant is gegrond wegens het in strijd handelen met het vereiste van professionaliteit.

De Nationale ombudsman,

Reinier van Zutphen

Achtergrond

Artikel 3 Politiewet 2012

"De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven."

Artikel 10, eerste lid van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990

"Andere bestuurders dan die genoemd in de artikelen 5 tot en met 8 gebruiken de rijbaan…"

Deze andere bestuurders zijn:
-fietsers (artikel 5)
-bromfietsers (artikel 6)
-bestuurders van een gehandicapten voertuig (artikel 7)
-ruiters (artikel8)

Op de site van de politie staat vermeld:

"De politie heeft vrijstelling van alle artikelen uit het Reglement Verkeersregels & Verkeerstekens (RVV). Dit betekent dus bijvoorbeeld dat de politie de maximumsnelheid mag overschrijden. Ook mag de politie bijvoorbeeld:
(…)
-rijden op plaatsen waar anderen dit niet mogen zoals een trambaan, busbaan en stoep;
(...)

Daarnaast zijn er voorwaarden aan de vrijstelling verbonden:
-de verkeersveiligheid mag niet in het geding komen;
-het gebruik van de vrijstelling is gezien de situatie noodzakelijk…"

Publicatiedatum
Rapportnummer
2018/003