2017/149 Discrete informatie, transparantie bij adoptie

Rapport

Een moeder wilde een tweede kind adopteren, maar kreeg ernstige zorgen over de geestelijke gezondheid van het kindje en heeft besloten het kindje niet te gaan halen. Ze heeft zich teruggetrokken uit die adoptieprocedure.

Van deze misgelopen adoptie heeft de desbetreffende vergunninghouder interlandelijke adoptie (de Nederlandse Adoptie Stichting) melding gedaan bij de Centrale Autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden. Deze heeft vervolgens aan de Raad voor de Kinderbescherming gevraagd om de geschiktheid van de moeder aanvullend te onderzoeken.

De vrouw klaagt erover dat ze niet tijdig en expliciet door de Raad op de hoogte is gebracht van de zorgen die de Nederlandse Adoptie Stichting heeft geuit aan de Centrale Autoriteit. Ze heeft het gevoel dat er bewust informatie voor haar is achtergehouden en dat de Raad niet transparant naar haar is geweest, waardoor ze niet de kans heeft gehad om de zorgen van de NAS in het raadsonderzoek te weerleggen.

De Nationale ombudsman is van oordeel dat de Raad richting de vrouw eerder en duidelijker openheid van zaken had moeten geven. Nu de door de NAS benoemde mogelijke risicofactoren niet tijdens het raadsonderzoek bij de vrouw bekend zijn geworden, is de Nationale ombudsman van oordeel dat de Raad niet voldoende transparant is geweest

De klacht is gegrond. De Raad heeft gehandeld in strijd met het vereiste van transparantie.

Instantie: Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem

Klacht:

wijze waarop de Raad voor Kinderbescherming is omgegaan met de informatie die de Raad via de CA van de NAS had ontvangen

Oordeel:

Gegrond