2017/131 Gemeente moet ouders en kind in persoonlijk gesprek informeren over keuzes in jeugdhulptraject

Ouders zoeken samen met de gemeente naar hulp voor hun minderjarige dochter. Er ontstaat wrijving tussen de gemeente en de ouders als de jeugdconsulente de situatie aan de Jeugdbeschermingstafel voorlegt zonder de ouders te betrekken. Deze beslissing leidt tot het inzetten van een drangtraject en een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. De ombudsman vindt dat de gemeente de ouders en zo mogelijk het kind duidelijk moeten informeren over nieuwe fases in de bemoeienis van de gemeente. Bij voorkeur in een persoonlijke gesprek.

Instantie: Gemeente

Klacht:

ouders niet betrokken bij de beslissing om een melding te doen bij het Jeugdbeschermingsplein; overhaast te werk gaan jeugdconsulente

Oordeel: geen oordeel

Ouders hadden zich tot hun gemeente gewend om hulp voor hun kind te krijgen. De jeugdconsulente ging samen met hen op zoek naar passende hulp. Toen het de gemeente na een lange periode nog steeds niet gelukt was om samen met de ouders de hulp op gang te brengen en er concrete signalen waren dat het niet goed ging met het kind, nam de jeugdconsulente meer regie en meldde zij de zaak uiteindelijk bij de jeugdbeschermingstafel. Er volgde een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, maar dit leidde niet tot een kinderbeschermingsmaatregel, omdat de hulp aan het kind inmiddels was opgestart.

Ouders klagen erover dat zij niet betrokken zijn bij de beslissing om een melding te doen bij de jeugdbeschermingstafel en dat de jeugdconsulente te overhaast te werk is gegaan. Hoewel zij zich zelf tot de gemeente hebben gewend voor hulp voor hun kind, zijn zij achteraf niet tevreden over de bemoeienis van de gemeente.

De Nationale ombudsman beschrijft het contact tussen de gemeente en de ouders en hoe er gaandeweg wrijving tussen hen ontstond. Hij benoemt een aantal aandachtspunten voor de communicatie met ouders voor de gemeente.

De ombudsman vindt het belangrijk dat de gemeente bij een hulpvraag voor een jeugdige, de ouders (en zo mogelijk ook de jeugdige) in iedere fase duidelijk informeert over ieders rol en verantwoordelijkheid. Markeer met een persoonlijk gesprek het moment waarop een nieuwe fase aanbreekt in de bemoeienis van de gemeente. En betrek ouders en de jeugdige zo mogelijk bij de bespreking in het geval er een melding wordt gedaan bij de jeugdbeschermingstafel.

Aandachtspunten

De Nationale ombudsman vindt het belangrijk dat de gemeente bij een hulpvraag voor een jeugdige, de ouders (en zo mogelijk ook de jeugdige) in iedere fase duidelijk informeert over ieders rol en verantwoordelijkheid.

Hij geeft de gemeente hiervoor de volgende aandachtspunten mee.

  • Maak duidelijk waarom de gemeente bepaalde stappen zet.
  • Markeer met een persoonlijk gesprek het moment waarop een nieuwe fase aanbreekt in de bemoeienis van de gemeente met het gezin omdat de gemeente meer de regie pakt en licht in dit gesprek toe waarom de gemeente dit doet.
  • Geef in dit gesprek informatie over de rechten en plichten van ouders en over de bevoegdheid van de gemeente om informatie in te winnen bij een arts of jeugdhulp/zorgaanbieder of andere betrokkenen.
  • Betrek ouders en de jeugdige zo mogelijk bij de bespreking van de situatie van de jeugdige in het geval dat er een melding wordt gedaan bij de jeugdbeschermingstafel.

Deze aandachtspunten worden geïllustreerd aan de hand van de onderstaande situatie waarin ouders samen met de gemeente op zoek waren naar hulp voor hun minderjarige dochter. Er ontstond gaandeweg wrijving tussen de gemeente en de ouders. Uiteindelijk heeft de jeugdconsulente de situatie voorgelegd aan de jeugdbeschermingstafel, in dit geval het "Jeugdbeschermingsplein". Dit heeft geleid tot het inzetten van het drangtraject en een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. In dezelfde periode kon de hulpverlening aan het meisje na een verwijzing van een arts worden opgestart.

De ouders van het meisje klaagden erover dat zij niet zijn betrokken bij de beslissing om een melding te doen bij het Jeugdbeschermingsplein en dat de jeugdconsulente overhaast te werk is gegaan. Hoewel zij zich zelf tot de gemeente hebben gewend voor hulp voor hun dochter, zijn zij achteraf niet tevreden over de bemoeienis van de gemeente.

Hierna worden de gebeurtenissen globaal beschreven, de visies van de ouders en van de gemeente samengevat, en de aandachtspunten uitgewerkt en toegelicht. Een gedetailleerde beschrijving van de gebeurtenissen is in de bijlage opgenomen.

Wat speelde er?

Een gemeente kreeg te maken met een complexe hulpvraag voor een tiener, een meisje (Loes1) met een vorm van autisme, met wie het al langere tijd niet goed ging. Om die reden lukte het Loes vaak niet om naar school te gaan. De ouders van Loes waren al jaren lang op zoek naar de juiste hulpverlening. Lange tijd was niet duidelijk wat Loes precies mankeerde. Bovendien is het niet eenvoudig om in de wereld van de gespecialiseerde hulpverlening te ontdekken welke behandeling passend en beschikbaar is. En op een moment dat de ouders van Loes eenmaal een jeugdhulpaanbieder met een geschikte behandeling leken te hebben gevonden, gebeurde het ook dat Loes er niet voor open kon staan. Dan kon de behandeling alsnog geen doorgang vinden.

Op een gegeven moment besloten de ouders van Loes zich voor hulp tot de gemeente te wenden. Zij hadden al te maken gehad met de leerplichtambtenaar van de gemeente, maar nu kwamen zij in contact met een jeugdconsulente van de gemeente. Vanaf dat moment raakte de gemeente betrokken bij de zoektocht naar hulp voor Loes. Direct contact tussen de jeugdconsulente en Loes was er niet omdat dit erg belastend voor haar zou zijn; er was voornamelijk contact tussen de jeugdconsulente en de moeder van Loes.

De gemeente is verantwoordelijk voor alle hulp, ondersteuning en zorg aan jeugdigen en hun ouders. Gedurende maanden leek het de gemeente niet te lukken om het met de ouders van Loes eens te worden over de benodigde oplossing of inzet van hulpverlening. Er waren steeds nieuwe ontwikkelingen. Volgens de ouders was de aangeboden hulp niet passend. In elk geval kwam er geen overeenstemming over de benodigde hulp en was de gemeente daardoor niet in staat haar verantwoordelijkheid te nemen door de juiste hulp toe te kennen aan Loes.

De jeugdconsulente liet in de eerste helft van het jaar het initiatief voor het zoeken naar passende hulp vooral bij de ouders. Toen zij vanuit de gemeente waar Loes naar school ging zorgelijke signalen over Loes ontving, zocht zij vervolgens naar de regie. Zij sprak met de moeder van Loes en liet haar weten dat hulp niet langer vrijblijvend was en verzocht om haar toestemming om informatie in te winnen bij onder meer de huisarts. Nadat de moeder van Loes eerst wel toestemming had verleend aan de gemeente om informatie in te winnen bij de huisarts, trok zij die toestemming vervolgens weer in. De jeugdconsulente deed opnieuw een voorstel voor hulp aan Loes, maar de moeder van Loes was intussen met de huisarts in gesprek over een vorm van hulp en ging niet op het voorstel van de jeugdconsulente in. De jeugdconsulente kon niet meer afstemmen met de huisarts vanwege het ontbreken van toestemming daarvoor en was afhankelijk van de informatie die moeder aanreikte. Daarop besloot zij tot een melding op het Jeugdbeschermingsplein.


Jeugdbeschermingsplein
Als er zorgen over kinderen zijn, dan hebben kinderen er recht op dat de zorgen onderzocht worden en er eventueel passende maatregelen worden genomen.
Daarvoor heeft de gemeente een procedure ingericht. Een melding bij een beschermingstafel (in deze regio bekend als Jeugdbeschermingsplein) vindt plaats, als er zorgen zijn over een kind en er sprake is van een ontwikkelingsbedreiging van de jeugdige of een groot risico op het ontstaan ervan en ouders kunnen of willen die situatie niet veranderen. Op het Jeugdbeschermingsplein komt een aantal deskundigen bij elkaar om te overleggen over de situatie van een kind en welke aanpak nodig is. Een melding bij het Jeugdbeschermingsplein is op zich nog geen maatregel. Het kan wel de eerste stap op weg naar gedwongen hulpverlening zijn.
De ouders van Loes werden mondeling en schriftelijk door de jeugdconsulente ingelicht over de melding op het Jeugdbeschermingsplein en konden schriftelijk op de melding reageren. Zij werden net als Loes niet uitgenodigd om aanwezig te zijn bij het overleg op het Jeugdbeschermingsplein. Achteraf ontvingen zij een brief van de gemeente met het bericht dat er zorgen waren over de ontwikkeling van Loes. Daarom kregen ouders een contactpersoon van het Jeugdbeschermingsplein, werkzaam bij Jeugdbescherming, die zou helpen om de opvoedingssituatie van Loes te verbeteren. In de brief stond: "Deze hulpverlening is niet meer vrijblijvend, daar zijn onze zorgen te ernstig voor. Wij adviseren u dus dringend mee te werken" Daarnaast stond in de brief dat er binnen vijf werkdagen een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming zou starten naar de situatie van Loes om te bekijken of het nodig was een kinderbeschermingsmaatregel op te leggen.

Het is niet zover gekomen dat er een kinderbeschermingsmaatregel werd opgelegd voor Loes; de Raad voor de Kinderbescherming zag hier geen reden voor omdat de hulp aan Loes inmiddels was opgestart. De Raad verwees terug voor hulpverlening binnen het drangkader.

Hoe kijken gemeente en de ouders terug op de aanpak?

Visie gemeente
De gemeente geeft aan dat er ook achteraf gezien geen andere aanpak mogelijk was geweest dan het doen van een melding bij het Jeugdbeschermingsplein door de jeugdconsulente. Toen de jeugdconsulente ervoor had gekozen om meer de regie te nemen in verband met voortdurende ontwikkelingsbedreiging van Loes, ontstond er een situatie waarin ouders weerstand en wantrouwen uitten tegenover de consulente.

Het gevolg van de gang van zaken was dat de jeugdconsulente zich voor een situatie geplaatst zag waarin geen mogelijkheid meer aanwezig was om samen met de ouders passende hulpverlening op gang te brengen. Feitelijk was het zo dat de ouders vooral hun eigen pad wilden bewandelen en de jeugdconsulente sturend op wilde treden, hetgeen niet door de ouders werd geaccepteerd. De jeugdconsulente vond dat zij geen verantwoordelijkheid meer kon nemen voor de situatie van Loes, omdat zij enerzijds signalen bleef ontvangen dat het lichamelijk en psychisch niet goed met haar ging en anderzijds dat ouders haar advies tot het inzetten van gerichte specialistische hulpverlening niet hadden geaccepteerd. Het intrekken van de toestemming tot het opvragen van medische gegevens was niet de reden tot het doen van een melding maar had wel een rol gespeeld omdat informatie niet gecheckt kon worden. Zij wilde met het oog op het belang en het welzijn van Loes door een melding de beoordeling van de ernst van de situatie én de in te schakelen hulpverlening over laten aan andere instanties. Ook de problematiek van schooluitval heeft een rol gespeeld bij haar beslissing om een melding te doen.

Visie van de ouders
Terugkijkend vindt de moeder van Loes dat de contacten met de jeugdconsulente in eerste instantie niet slecht waren maar dat zij te weinig kennis had van de problematiek om hen van goede adviezen te voorzien. Zij heeft de contacten dan ook als belastend ervaren. " Er was veel onduidelijkheid over de rol van de jeugdconsulent. Niet alleen bij ouders maar ook bij de behandelend artsen".
De jeugdconsulente wilde meer de regie nemen maar ze is daarbij voorbij gegaan aan de verantwoordelijkheid van de ouders en de complexiteit van het geheel. De ouders waren in de maand voorafgaand aan de melding hard bezig om passende hulpverlening te vinden en de kinderarts was nauw betrokken.
De ouders zijn van mening dat de jeugdconsulente te ver ging in haar informatievergaring bij deskundigen die bij Loes betrokken waren. In eerste instantie hadden zij openheid gegeven omdat zij er van uitgingen dat zij daartoe verplicht waren. Maar in de loop der tijd vonden zij dat hun privacy en de privacy van hun dochter ernstig geschonden werd. Zij waren er niet op gewezen wat de gevolgen van weigering van contact met de huisarts zouden zijn.
Zij vonden dat de jeugdconsulente niet of niet vaak genoeg met hen in gesprek ging, maar stappen zette achter hun rug om. Tenslotte waren zij niet uitgenodigd voor het overleg op het Jeugdbeschermingsplein en hadden zij geen idee wie dan wel bij dit overleg aanwezig was geweest.
Toen er na het overleg op het Jeugdbeschermingsplein door jeugdbescherming contact met hen werd opgenomen, was alle hulp al in gang gezet.

Het ergste vonden zij nog dat de aanpak bij hun dochter veel angsten had opgewekt. Daarnaast was het, na alle inzet die zij gepleegd hadden, voor hen een traumatische ervaring geweest en vinden zij dat hun onrecht is aangedaan.

Hoe kijkt de Nationale ombudsman naar de situatie?

Deze zaak illustreert hoe gevoelig de bemoeienis van de gemeente met haar inwoners op het vlak van jeugdhulp ligtIn dit onderzoek heeft de Nationale ombudsman de gemeente en de ouders gevraagd om terug te blikken op de gang van zaken. Dat levert een aantal inzichten op.

Allereerst komt naar voren dat de ouders van Loes en de gemeente te maken hadden met een complexe hulpvraag. Het was lastig om een jeugdhulpaanbieder te vinden die geschikte hulp voor Loes kon bieden. En daarnaast was het ook een voorwaarde dat Loes open kon staan voor de hulp. De complexiteit van de hulpvraag en het feit dat Loes in een neerwaartse spiraal terecht dreigde te komen, legde extra druk op de relatie tussen de ouders en de gemeente.

Bovendien was de inzet van de ouders en de jeugdconsulente er steeds op gericht om die geschikte hulp voor Loes te vinden. Dit heeft er wellicht tot geleid dat er te weinig aandacht voor ieders rol en verantwoordelijkheid is geweest. Er heeft wel een gesprek plaatsgevonden tussen de jeugdconsulente en moeder, op het moment dat de jeugdconsulente de regie wilde nemen, maar het is niet duidelijk hoe expliciet en volledig de informatie over de rol van de gemeente is geweest. In elk geval is niet met beide ouders gesproken en bleven er onduidelijkheden bij de ouders bestaan. De Nationale ombudsman vraagt zich af of een betere positionering door de jeugdconsulente en meer informatie over rechten en plichten van ouders had kunnen voorkomen dat de relatie tussen de ouders en haar verslechterde.

Informatie van de gemeente op het moment dat gemeente regie pakt
Het moet voor een inwoner van een gemeente duidelijk zijn waarom de gemeente bepaalde stappen zet. Het moment waarop een andere fase aanbreekt in de bemoeienis met een gezin moet daarom goed worden gemarkeerd.
Daarom zou de gemeente ouders (en zo mogelijk ook de jeugdige) in een persoonlijk gesprek duidelijk moeten informeren wanneer en waarom de gemeente de regie moet nemen bij het bewerkstelligen van hulp voor een kind. In dit gesprek kan het proces, de positie van de gemeente, haar verantwoordelijkheid voor de jeugdhulp en wat dit met zich meebrengt worden toegelicht. Hoe dit zich bijvoorbeeld verhoudt tot de verantwoordelijkheid van ouders en tot de rol van de huisarts. Want ouders die in overleg met de huisarts een verwijzing voor hulp krijgen, kunnen zich terecht afvragen waarom daarnaast bemoeienis van de gemeente nodig is. Belangrijk is uitleg over de vraag wat de gemeente nodig heeft om haar verantwoordelijkheid op te pakken en wat de bevoegdheden zijn om informatie in te winnen bij huisarts, of jeugdhulp/zorgaanbieder. Wat zijn de rechten en plichten van ouders? Hoe verhoudt dit zich tot de privacy van Loes en verzoekers. Bij de bespreking van deze punten ligt steeds de nadruk op het gemeenschappelijk belang: het belang van het kind.
Zo'n gesprek is nodig om ouders te laten begrijpen waarom de gemeente de regie moet nemen en hen daarop voor te bereiden.

Of een uitgebreider gesprek met de ouders van Loes ertoe had geleid dat de verhouding tussen ouders en de gemeente minder verstoord was geraakt en constructief overleg over hulp voor Loes mogelijk was geweest, is achteraf niet te zeggen.

De melding bij het Jeugdbeschermingsplein
Terugkijkend is hetbegrijpelijk en ook professioneel dat de jeugdconsulente de situatie door deskundigen wilde laten beoordelen en daarom een melding bij het Jeugdbeschermingsplein heeft gedaan. Zo kon worden nagegaan hoe deze impasse kon worden doorbroken en er daadwerkelijk hulp zou kunnen starten voor Loes. Als er zorgen zijn over de situatie van kinderen, is het immers belangrijk dat de situatie niet langer dan nodig voortduurt, en dat er snel actie wordt ondernomen om hulp te bieden.
Dat er sprake was van een ontwikkelingsbedreiging van Loes of een groot risico op het ontstaan ervan, leek bovendien niet ter discussie te staan. Wel kan kritisch gekeken worden naar de manier waarop ouders zijn betrokken.

Ouders wel of niet betrekken bij overleg op het Jeugdbeschermingsplein
De ouders van Loes zijn er wel over geïnformeerd dat, en wanneer hun situatie op het Jeugdbeschermingsplein zou worden besproken, maar hebben niet de gelegenheid gehad om hun kant van het verhaal mondeling toe te lichten. Zij zijn immers niet uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de bespreking. Dat is in overeenstemming met de werkwijze van de jeugdbeschermingstafel - Jeugdbeschermingplein geheten - waarbij hun gemeente is aangesloten. Hoewel het idee achter het ontstaan van een jeugdbeschermingstafel was dat er niet óver maar mét ouders en kind(eren) vanaf 12 jaar gesproken zou worden, is er bij het Jeugdbeschermingsplein een andere keuze gemaakt. Ouders en kind(eren) worden niet uitgenodigd om bij het overleg aanwezig te zijn.

Nu de ouders van Loes en Loes zelf het gesprek over hun situatie niet hebben bijgewoond, zijn zij niet meegenomen in het besluit om een raadsonderzoek te starten. Juist nu de communicatie met ouders in de periode voor de bespreking op het Jeugdbeschermingsplein niet goed was verlopen, had het kunnen helpen als zij de gelegenheid hadden gehad om de bespreking bij te wonen en aan tafel met een aantal andere deskundigen de situatie hadden kunnen toelichten. En hun mondelinge toelichting had tot meer volledige informatie en zorgvuldigere en meer gedragen besluitvorming kunnen leiden. De Nationale ombudsman ziet het als een gemiste kans voor de gemeente dat de ouders en Loes niet bij het overleg op het Jeugdbeschermingsplein aanwezig hebben kunnen zijn.

De Nationale ombudsman,

Reinier van Zutphen


Bijlage

1. Ingewonnen informatie

De Nationale ombudsman heeft ouders uitgenodigd om een mondelinge toelichting op hun klacht te kunnen geven. Vervolgens heeft de Nationale ombudsman schriftelijke vragen voorgelegd aan de gemeente. Ook heeft de Nationale ombudsman de beschikking gehad over diverse schriftelijke stukken, zowel van ouders als van de gemeente, waaronder:
- E-mailwisseling tussen ouders en de jeugdconsulente
- Ondersteuningsplan en commentaar van ouders
- Gespreksverslag van gesprek op 30/1/2015?
- Correspondentie over de melding bij het Jeugdbeschermingsplein en de melding zelf
- Besluit van Jeugdbeschermingsplein
- Toekenning individuele voorziening gespecialiseerde jeugd –ggzhulp
- Rapportage raadsonderzoek
- Correspondentie over de klacht bij de gemeente
- Richtlijnen werkwijze jeugdconsulenten bij de gemeente

De Nationale ombudsman heeft niet gesproken met Loes. Het onderzoek ziet op de samenwerking en communicatie met haar ouders, al draait het in deze zaak uiteindelijk om haar belang bij goede hulp. Dit belang houdt de Nationale ombudsman voor ogen bij de behandeling van de klacht over het optreden van de gemeente.

2. Chronologisch verloop van de feitelijke gang van zaken
Het gaat al een aantal jaren niet goed met Loes. Zij is gediagnosticeerd met een vorm van autisme, is soms depressief en het lukt haar vaak niet om naar school te gaan. Haar ouders zijn al jaren op zoek naar de juiste hulpverlening voor Loes. Hulp sloot vaak niet voldoende aan bij hun dochter. Nadat Loes in het speciaal middelbaar onderwijs terecht kwam, is ze langdurig niet naar school gegaan en kwam zij in een negatieve spiraal terecht. Haar moeder heeft toen de gemeente zelf benaderd voor hulp. Dit was in december 2014. Vanaf die tijd is er zeer regelmatig contact tussen moeder en een jeugdconsulente van de gemeente. Moeder is druk in de weer om hulp voor Loes te zoeken en houdt de gemeente hiervan op de hoogte. Zij vraagt om logeeropvang voor Loes. De jeugdconsulente stelt een ondersteuningsplan op voor logeeropvang, maar dit wordt niet door ouders ondertekend. Moeder geeft aan dat er intussen weer nieuwe ontwikkelingen waren.

In juni 2015 neemt moeder opnieuw contact op met de jeugdconsulente. Zij doet nogmaals een verzoek om een logeerweekend voor Loes en er wordt door de jeugdconsulente opnieuw een ondersteuningsplan opgesteld. Ouders zijn op dat moment bezig om een nieuwe school voor Loes te regelen en hebben contact met een jeugdhulpinstelling. Later in die maand bezoeken zij ook een kinderarts omdat Loes ziek is. Voor ouders is het ondersteuningsplan niet meer actueel.

De jeugdconsulente geeft aan dat het belangrijk is dat er nu een integraal plan van aanpak komt. Zij biedt aan om met ouders aan tafel te gaan om het ondersteuningsplan aan te passen. Op 1 juli mailt de jeugdconsulente dat er nog een aantal stappen gezet moeten worden voordat er bepaald kan worden welke individuele voorziening passend en mogelijk is en dat een groot overleg met ouders, de jeugdhulpomstelling, kinderarts, leerplicht en mogelijk school nodig is. "Eerder heeft u mij laten weten geen gebruik hiervan te willen maken, hierdoor is het voor mij echter niet mogelijk om een goede beoordeling te kunnen maken". Zij schrijft dat er veel zorgen zijn rondom Loes en dat zij lijkt vast te lopen op alle levensgebieden.

Moeder reageert niet uitdrukkelijk maar houdt de jeugdconsulente op de hoogte over de uitkomsten van de jeugdhulpinstelling en overleg met de huisarts en over andere mogelijkheden voor hulp voor Loes. Op 14 juli vraagt de jeugdconsulente naar de rol van de jeugdhulpinstelling, brengt opnieuw onder de aandacht dat er goed wordt afgestemd tussen alle betrokkenen en laat weten dat ze de aanvraag in behandeling kan nemen na ontvangst van het ondertekende ondersteuningsplan.

Op 14 oktober 2015 is er opnieuw contact. Intussen had een medewerker van een jeugdteam in de gemeente waar Loes naar school ging contact met de jeugdconsulente opgenomen, omdat er vanuit school zorgen waren geuit over de situatie van Loes.
De jeugdconsulente informeert bij moeder hoe het gaat, of Loes gestart is op haar nieuwe school en of de vraag naar individuele begeleiding er nog ligt. Zo ja, dan biedt ze aan om in gesprek hierover te gaan. Op 9 november 2015 vindt op het gemeentehuis een gesprek tussen moeder en de jeugdconsulente plaats over de in te zetten hulp. Tijdens dit gesprek ondertekent moeder een toestemmingsformulier voor het uitwisselen van informatie met onder meer de huisarts en school2.
De jeugdconsulente komt met het voorstel om hulpverlening door een FACTteam (out reachende hulp aan jongeren die minder gemotiveerd zijn voor reguliere hulpverlening die zich ook op ouders richt).

Op 11 november laat moeder de jeugdconsulente nog weten dat ze school in contact zal brengen met de huisarts, om tot een geïntegreerde aanpak te komen. Verder schrijft ze dat hulp voor het FACTteam (voorstel jeugdconsulente) of een gezinscoach (die ze zelf al hadden ingeschakeld) niet veel van elkaar verschilt. "Zolang Loes een klik heeft met de gezinscoach moeten we het daar dan maar bij laten". Daarover is weer telefonisch contact op 19 november. De jeugdconsulente maakt uit dit gesprek op dat moeder niet akkoord wil gaan met verwijzing naar het FACT team; zij had intussen via de huisarts een andere verwijzing gekregen. Moeder laat in dat telefoongesprek weten dat zij er moeite mee heeft dat er contact met haar huisarts is geweest en meent dat de jeugdconsulente dit niet had mogen doen. Moeder zou de huisarts nog laten bellen met jeugdconsulente. Dat gebeurt ook, maar bij een tweede contact tussen de jeugdconsulente en de huisarts blijkt dat moeder de toestemming aan haar huisarts om inhoudelijke informatie aan de gemeente te verstrekken, heeft ingetrokken..

Op 26 november informeert moeder de jeugdconsulente per mail over de afspraak met een kinder- en jeugd psychiatrie instelling voor een second opinion en vertelt dat er op 9 december een onderzoek zal worden gedaan en advies zal worden gegeven over verdere behandeling van Loes. "Ik hoop dat Karakter ons de handvatten kan geven om tot een goede behandeling van ons kind te komen".
De jeugdconsulente reageert dezelfde dag in een telefoongesprek met de mededeling dat er een melding zou worden gedaan op het Jeugdbeschermingsplein over de situatie van Loes.

Op 27 november mailt moeder de jeugdconsulente dat zij de dag ervoor boos op haar was omdat zij geen informatie meer via de huisarts wilde verstrekken. Moeder schrijft dat de jeugdconsulente buiten haar boekje is gegaan omdat zij volgens de Jeugdwet geen informatie mag opvragen omdat zij niet BIG geregistreerd zou zijn.

Op 30 november 2015 vindt er een groot overleg plaats op school en daar meldt de jeugdconsulente dat er een melding was gedaan bij de veiligheidstafel (No: waarschijnlijk wordt hier het Jeugdbeschermingsplein bedoeld, algemene term is jeugdbeschermingstafel) over Loes. Tijdens het overleg vertelden ouders over de afspraak voor Loes op 9 december 2015 bij een jeugdhulpaanbieder voor een diagnose en advies voor verdere behandeling.

Op 4 december 2015 ontvingen ouders schriftelijk bericht over de melding bij het Jeugdbeschermingsplein met een afschrift ervan en gaven daar een dag later een reactie op. Tegelijkertijd met deze melding ontvingen zij een ondersteuningsplan van de jeugdconsulente. Zij kregen twee weken de tijd om op dit plan te reageren.

Op 15 december 2015 werd de situatie van Loes op het Jeugdbeschermingsplein besproken. Ouders ontvingen daarna een brief van de gemeente van 16 december 2015 met het bericht dat er zorgen waren over de ontwikkeling van Loes. Daarom kregen ouders een contactpersoon van het Jeugdbeschermingsplein, werkzaam bij Jeugdbescherming toegewezen, die zou helpen om de opvoedingssituatie van Loes te verbeteren. "Deze hulpverlening is niet meer vrijblijvend, daar zijn onze zorgen te ernstig voor. Wij adviseren u dus dringend mee te werken" Daarnaast stond in de brief dat er binnen vijf werkdagen een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming zou starten naar de situatie van Loes om te bekijken of het nodig is een kinderbeschermingsmaatregel op te leggen.

In januari ontvingen ouders een brief van de gemeente over de toekenning van een individuele voorziening bestaande uit gespecialiseerde jeugd- GGZ. De voorziening was toegekend omdat op 31 december 2015 hulp van een kinder- en jeugd psychiatrie instelling was gestart na een verwijzing van de huisarts.
Begin mei 2016 ontvingen ouders tenslotte de raadsrapportage van het onderzoek naar de situatie van Loes. De raad concludeerde geen reden te zien voor een kinderbeschermingsmaatregel en verwees terug naar hulpverlening binnen het drangkader.

3. Klacht van ouders bij de gemeente
Klacht ouders
Ouders hebben klachten ingediend over de werkwijze van de jeugdconsulente. Zij klaagden erover dat zij niet respectvol behandeld waren. Uiteindelijk hebben zij zelf dankzij het advies van een kinder- en jeugd psychiatrie instelling een geschikte behandeling van hun dochter gevonden; een combinatie van medicatie en behandeling door een FACTteam van een GGZ instelling.
Zij vinden dat de jeugdconsulente voor de melding bij het jeugdbeschermingsplein met hen in gesprek had kunnen gaan om haar zorgen met hen te delen3.
Volgens hen waren de stukken zoals het meldingsformulier Jeugdbeschermingsplein en het ondersteuningsplan niet zorgvuldig opgesteld en bevatte verkeerde interpretaties of onjuistheden.
Hun commentaar op het ondersteuningsplan was niet meegenomen bij de bespreking op het Jeugdbeschermingsplein.
Zij vinden dat de jeugdconsulente gebrek aan kennis had op het gebied van autisme en op het gebied van passend onderwijs4.
Zij klagen over schending van de wet bescherming persoonsgegevens nu de jeugdconsulente details uit het medisch dossier in het groot overleg op school heeft gedeeld, terwijl verzoekers daar hun toestemming voor hadden onthouden.
De gemeente is volgens hen niet duidelijk geweest over de informatie die zij moesten verstrekken. Op de toestemmingsformulieren staat niet aangegeven wat de rechten de plichten van ouders zijn. In hoeverre mag een ambtenaar die niet BIG geregistreerd is medische informatie opvragen bij artsen en deskundigen?

Reactie gemeente
Burgemeester en wethouders van de gemeente laten na een hoorzitting weten de klacht over onzorgvuldig en respectloos handelen van de jeugdconsulente door het doen van een melding bij het Jeugdbeschermingsplein, niet gegrond te achten.

De gemeente geeft allereerst te kennen oog te hebben voor de inzet die ouders door de jaren heen hebben gepleegd bij het vinden van geschikte vrijwillige hulpverlening voor hun dochter. En te zien hoeveel tijd aandacht en financiële ondersteuning zij hieraan hebben besteed. Dit staat dan ook niet ter discussie.

De gemeente heeft getoetst of de jeugdconsulente redelijkerwijs tot het professionele besluit van een melding heeft kunnen komen, en of zij daarbij heeft gehandeld conform de interne werkwijze en richtlijnen.
Vervolgens komt de gemeente tot de conclusie dat de consulente een juist besluit heeft genomen en volgens de interne werkwijze heeft gehandeld en dat er geen sprake is geweest van onzorgvuldig of respectloos handelen.

Er komt niet naar voren dat medische informatie is verstrekt en daarom acht de gemeente het niet aannemelijk dat sprake is geweest van schending van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).

Over de klacht over het gebrek aan kennis van autisme en passend onderwijs stelt de gemeente dat verregaande specialistische kennis niet nodig is voor de taak van een consulente, die bestaat uit het doorverwijzen en inschakelen van hulpverleningsinstanties die aansluiten bij de problematiek en die leiden tot een passende oplossing.

De gemeente erkent dat het toestemmingsformulier voor het opvragen van informatie geen duidelijkheid verstrekt over de rechten en plichten van ouders. Dit punt behoeft verbetering. Een jeugdconsulente van de gemeente is niet BIG geregistreerd en zal om die reden altijd de schriftelijke toestemming van ouders nodig hebben om medische informatie op te vragen. De gemeente zegt toe het formulier aan te passen en maatregelen te nemen om de informatieverstrekking aan betrokkenen te verbeteren.

Verzoekers naar Nationale ombudsman
Ouders hebben zich een maand later tot de Nationale ombudsman gewend. Begin februari 2017 is het onderzoek door de Nationale ombudsman gestart.


4. Communicatie over de melding op het Jeugdbeschermingsplein op een rij
Uit het onderzoek komt naar voren hoe de communicatie over de melding op het Jeugdbeschermingsplein is verlopen.

Op 26 november 2015 heeft de jeugdconsulente telefonisch contact gehad met moeder en medegedeeld dat zij een melding zou doen bij het Jeugdbeschermingsplein.
Op 30 november 2015 was de jeugdconsulente aanwezig bij een groot overleg wat op initiatief van school plaats vond en waar onder meer ouders, school, teamleider,
zorgcoördinator, mentor, en de leerplichtambtenaar, aanwezig waren. In dit overleg heeft de jeugdconsulente de noodzaak tot het doen van een melding kort toegelicht5.
Bij brief van 3 december 2015 zijn ouders schriftelijk geïnformeerd over de melding op het Jeugdbeschermingsplein met als bijlage de melding zelf. In de brief wordt verwezen naar het telefoongesprek van 26 november 2015 en wordt de mogelijkheid geboden om binnen 5 dagen te reageren op de melding. De reactie zal dan worden toegevoegd aan de melding. Verder staat vermeld dat de melding niet is aangekondigd omdat de jeugdconsulente Loes op eerdere momenten niet had gesproken en de gelegenheid wordt geboden om alsnog op school een gesprek met Loes te hebben over de melding.
Op 9 december 2015 ontvangt de gemeente de reactie van ouders op de melding.
Op 10 december 2015 verzendt de jeugdconsulente de melding en de reactie van ouders naar het Jeugdbeschermingsplein.
Bij brief van 16 december 2015 worden ouders geïnformeerd over het besluit van het Jeugdbeschermingsplein namelijk het inzetten van de drangaanpak met een beschermingsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.

Notes

[←1]

Om redenen van privacy wordt een fictieve naam gebruikt.

[←2]

Op het toestemmingsformulier is vermeld: "De gemeente (..) vindt het belangrijk om de zorg voor u en uw gezin zo goed mogelijk te organiseren. Soms kan het hiervoor nodig zijn om gegevens uit te wisselen met de verschillende partijen die bij deze zorg betrokken zijn. Dit doen wij echter nooit zonder uw toestemming. Daarom vragen wij u onderstaand formulier samen met de jeugdconsulent in te vullen en te ondertekenen. Alvast bedankt."

[←3]

Ouders schrijven Veilig Thuis in plaats van "Jeugdbeschermingsplein". Kennelijk is dit onderscheid niet duidelijk voor hen.

[←4]

Elk kind heeft recht op passend onderwijs. Passend onderwijs beoogt dat zo veel mogelijk leerlingen regulier onderwijs kunnen volgen.

[←5]
 
Publicatiedatum
Rapportnummer
2017/131