2015/006 RDW en CJIB coulant in schrijnende situatie als gevolg van gebrek aan vrijwaringsbewijs

Een man raakt gewond bij een auto-ongeluk en wordt naar het ziekenhuis vervoerd. Een takelbedrijf sleept zijn auto weg. De man krijgt zijn auto en autopapieren niet terug omdat hij € 5.200 aan sleep- en opstalkosten niet kan betalen. Dan gaat het takelbedrijf failliet en vernietigt een sloopbedrijf de auto. De man krijgt geen vrijwaringsbewijs. Het sloopbedrijf beweert zelfs dat de auto er nooit heeft gestaan. Maar de man weet heel zeker dat het wel zo is. Hij heeft eerder zelf op het sloopterrein de ketting van zijn overleden vrouw nog uit de auto gehaald. De autopapieren heeft hij niet teruggevonden. Omdat de man geen vrijwaringsbewijs heeft, blijft het kenteken op zijn naam staan en krijgt de man in de elf volgende jaren van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) boetes voor onder meer het niet hebben van een geldige verzekering en APK voor zijn auto. Veel boetes betaalt hij na ze tevergeefs aan te vechten. Tweemaal komt hij voor bij de rechter in verband met een door het CJIB gevraagde machtiging tot gijzeling. De rechter gaat niet mee in zijn verhaal vanwege het ontbreken van bewijsstukken van de sloop. Uiteindelijk haalt de RDW het kenteken van de naam. Dit kan niet met terugwerkende kracht en er volgt opnieuw een aankondiging van gijzeling. De man zit financieel aan de grond en verliest vanwege de dreigende gijzeling mogelijk zelfs zijn baan. Ten einde raad klopt hij aan bij de Nationale ombudsman. Door zijn tussenkomst besluiten de RDW en het CJIB in het zogenoemde voertuigketenoverleg de twaalf nog openstaande boetes uit coulance in te trekken en daarmee is de dreigende gijzeling van de baan. Het kenteken van de auto staat niet langer op naam van de man, waardoor hij geen boetes meer krijgt.

Instantie: Centraal Justitieel Incasso Bureau te Leeuwarden

Klacht:

geslaagde interventie naar aanleiding van een klacht over het ontbreken van een vrijwaringsbewijs van een total loss verklaarde, weggesleepte auto. Daardoor blijft het kenteken op naam van verzoeker staan en krijgt hij in de elf volgende jaren van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) boetes voor onder meer het niet hebben van een geldige verzekering en APK voor zijn auto. De man zit financieel aan de grond en verliest vanwege de dreigende gijzeling mogelijk zelfs zijn baan.

Oordeel: geen oordeel

Verzoeker raakt in 2003 gewond bij ene auto ongeluk. Hij wordt direct per ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. De beschadigde auto wordt met de autopapieren er nog in, door een sleepbedrijf weg getakeld. Eenmaal weer thuis ontvangt verzoeker een rekening van het sleepbedrijf voor het wegslepen en het stallen van zijn auto. Nog voordat verzoeker met het bedrijf iets kan afspreken over het betalen van de rekening en het retourneren van zijn autopapieren gaat het bedrijf failliet. Zonder dat verzoeker er in gekend wordt gaat zijn auto naar een sloopbedrijf en wordt deze vernietigd. Van het sloopbedrijf ontvangt verzoeker geen vrijwaringsbewijs, zodat de auto bij de RDW op zijn naam blijft staan. In de elf jaren die volgen ontvangt verzoeker regelmatig boetes via het CJIB omdat zijn auto niet gekeurd is en niet verzekerd is. Een deel van de boetes heeft hij betaald. Hij heeft ook geprobeerd de boetes aan te vechten. Op een gegeven moment dreigt hij gegijzeld te worden wegens betalingsachterstanden aan het CJIB. Hij doet dan zijn verhaal bij de rechter, maar die kan alleen oordelen over het verzoek om gijzeling. Verzoeker wist niet dat hij het kenteken had kunnen laten schorsen. Uiteindelijk verzoekt hij de RDW de auto van zijn naam te halen. Dat gebeurt dan. Maar de boetes blijven staan. Verzoeker went zich tot de Nationale ombudsman. Deze legt de zaak voor aan de RDW. De RDW legt de zaak voor aan het voertuigketenoverleg, waarin naast de RDW en het CJIB ook het CVOM, de belastingdienst, de politie en de dienst der domeinen vertegenwoordigd zijn. Deze instanties spelen allemaal een rol bij de naleving van de regels waar een kentekenhouder van een motorvoertuig aan gebonden is. Het voertuigketenoverleg heeft daarop besloten dat de heer Klok uit coulance de twaalf nog openstaande boetes niet meer hoefde te betalen. Het CJIB zorgde, na correctieverzoeken door de RDW, dat de inning werd gestaakt. Daarmee was ook de dreigende gijzeling van de baan. Omdat het kenteken van de auto niet langer op naam van verzoeker staat komen er geen boetes meer. Eindelijk is hiermee het probleem van de auto voor verzoeker opgelost.

Het gaat hier om een rapportage na een geslaagde interventie.

Algemeen

Hebt u een auto op uw naam staan? Dan bent u als kentekenhouder wettelijk verplicht om voor dat voertuig een verzekering af te sluiten en te zorgen voor een geldige APK.
De RDW controleert door periodieke registervergelijking of voertuigen aan de verzekerings- of keuringsplicht voldoen. Dit gebeurt in opdracht van het Landelijke Parket. Blijkt uit de registervergelijking dat uw voertuig niet verzekerd is of geen geldige APK heeft, dan ontvangt u via het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) een boete. Blijft het kenteken op uw naam staan, dan kan telkens weer opnieuw een boete worden opgelegd

Wat er aan de klacht vooraf ging

Het verhaal van de heer Klok
De heer Klok raakt in 2003 gewond bij een auto-ongeluk. Zelf wordt hij onmiddellijk met een ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. Zijn auto blijft op de plek van het ongeluk achter met al zijn spullen er nog in, waaronder zijn autopapieren. De auto blijkt total loss te zijn en wordt die dag nog door een takelbedrijf weggesleept.

Nadat de heer Klok na enkele weken weer uit het ziekenhuis is, ontvangt hij van het takelbedrijf een rekening van € 5.200 voor sleep- en opstalkosten. Hij is voor deze kosten niet verzekerd en zo'n groot bedrag kan hij niet meteen betalen. Het takelbedrijf wil hem de auto pas teruggeven als hij de rekening heeft voldaan. Het bedrijf is ook niet bereid om de autopapieren aan hem te retourneren.

Nog voordat de heer Klok iets met het takelbedrijf heeft kunnen afspreken, gaat dit bedrijf in 2003 failliet. De auto van de heer Klok wordt naar een sloopbedrijf gebracht en daar vernietigd.
Het sloopbedrijf weigert de heer Klok een vrijwaringsbewijs te geven. Sterker nog de eigenaar van dit bedrijf beweert zelfs dat de auto van de heer Klok daar nooit is geweest.
Maar de heer Klok weet heel zeker dat het wel zo is. Hij is eerder naar het sloopterrein gegaan en heeft daar zijn eigen auto herkend aan de ketting van zijn overleden vrouw, die aan de achteruitkijkspiegel hing. Die heeft hij zelf nog uit de auto gehaald. De autopapieren vond hij niet meer terug. Omdat hij van het sloopbedrijf geen vrijwaringsbewijs ontving, bleef het kenteken op zijn naam staan.

In de elf jaren die volgen, blijft de heer Klok van het CJIB periodiek boetes ontvangen voor onder meer het niet hebben van een geldige verzekering en APK voor zijn auto. Vele van deze boetes heeft hij betaald, nadat hij eerst tevergeefs had geprobeerd deze aan te vechten. Hij deed ook bij de rechter zijn verhaal in verband met een door het CJIB gevraagde machtiging tot gijzeling wegens een betalingsachterstand. De rechter kon de zaak niet inhoudelijk beoordelen omdat hij alleen over het wel of niet toestaan van de gijzeling mocht oordelen.

Uiteindelijk haalde de RDW in februari 2014 naar aanleiding van zijn schriftelijk verzoek het kenteken van de heer Klok zijn naam.
Omdat de RDW dit niet met terugwerkende kracht mag doen, volgt voor de heer Klok opnieuw een aankondiging dat hij zal worden gegijzeld.

Interventie

Ten einde raad wendde de heer Klok zich tot de Nationale ombudsman. Hij gaf aan dat hij financieel totaal aan de grond zat en mogelijk zelfs zijn baan zou gaan verliezen als de gijzeling zou doorgaan.

In de loop der jaren ontving de Nationale ombudsman vaker meldingen zoals die van de heer Klok. Kentekenhouders kunnen tijdelijk onder voertuigverplichtingen uitkomen door het kenteken te schorsen (eventueel na het aanvragen van een vervangend kentekenbewijs). Als dit niet gebeurt, kan nog tegen een opgelegde boete beroep worden ingesteld bij de Officier van Justitie en vervolgens bij de kantonrechter. Veel kentekenhouders raken in de problemen als zij van deze mogelijkheden geen gebruik maken. Ook haken veel kentekenhouders af als zij verplicht worden zekerheid te stellen voor de hoogte van de boete bij de kantonrechter. Zij zijn niet op de hoogte van een eventuele mogelijkheid van beroep op betalingsonmacht. Zij raken zo steeds verder in de moeilijkheden en kloppen dan soms aan bij de Nationale ombudsman.
Dit is in het verleden aanleiding geweest voor de Nationale ombudsman om in overleg te treden met de bij deze zaken betrokken instanties (zoals het CJIB, de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM), de RDW, de Belastingdienst, de politie en Domeinen Roerende Zaken. Deze instanties spelen allemaal een rol bij de naleving van de regels waar een kentekenhouder van een motorvoertuig aan gebonden is.
Het contact met de instanties heeft geresulteerd in het instellen van het zogeheten voertuigketenoverleg. In dit overleg worden schrijnende zaken, zoals die van de heer Klok, besproken en wordt bezien of uit coulance kan worden afgezien van verdere invorderingsmaatregelen ten aanzien van nog openstaande boetes. Elke zaak staat op zichzelf en behoeft maatwerk. De coördinatie van dit voertuigketenoverleg is belegd bij de RDW.

De Nationale ombudsman heeft de situatie van de heer Klok besproken met de RDW. De RDW heeft deze schrijnende zaak vervolgens voorgelegd in het voertuigketenoverleg.
Het voertuigketenoverleg heeft daarop besloten dat de heer Klok uit coulance de twaalf nog openstaande boetes niet meer hoefde te betalen. Het CJIB zorgde, na correctieverzoeken door de RDW, dat de inning werd gestaakt. Daarmee was ook de dreigende gijzeling van de baan. Omdat het kenteken van de auto niet langer op naam van de heer Klok staat komen er geen boetes meer. Eindelijk is hiermee het probleem van de auto voor de heer Klok opgelost.

Beschouwingen van de Nationale ombudsman

De heer Klok had in dit geval dubbele pech. Hij was gewond geraakt en doordat hij zijn autopapieren niet uit de auto mee had kunnen nemen blijft hij geconfronteerd worden met boetes voor een auto waarin hij niet kan rijden. Het lukt hem niet om in beroep gelijk te krijgen. De auto blijft op zijn naam staan en zonder autopapieren slaagt de heer Klok er niet in om de auto van zijn naam te verwijderen of het kenteken te schorsen, omdat hij niet weet van de mogelijkheid om een vervangend kentekenbewijs aan te vragen. Zelfs als de auto is vernietigd blijft de heer Klok boetes ontvangen voor het niet verzekeren van zijn auto die in het registratiesysteem blijft voortbestaan omdat hij geen vrijwaringsbewijs kan tonen.

De Nationale ombudsman ziet hierin een treffend voorbeeld van een verschil tussen de door de burger ervaren werkelijkheid en de werkelijkheid op basis van de kentekenregistratie. Een gesloopte auto blijft in het register bestaan zolang deze niet conform de regels is afgemeld. En zolang een auto in het register bestaat dient voldaan te worden aan de voertuiggebonden verplichtingen zoals een geldige verzekering en APK.

De weg van beroep bood voor de heer Klok geen oplossing. De Nationale ombudsman heeft met instemming ervan kennis genomen dat de RDW inmiddels het kenteken van de naam van de heer Klok heeft gehaald en dat de voertuigketen ervoor heeft gezorgd dat hij uit coulance de twaalf nog openstaande boetes niet meer hoefde te betalen. Onherroepelijke sancties die reeds zijn voldaan kunnen nimmer worden terugbetaald. Hiermee hebben de betrokken instanties aangetoond bereid te zijn om in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid of voorschriften als dat nodig is om onbedoelde of ongewenste consequenties ongedaan te maken. Ongeacht het feit dat wellicht strikt genomen de sancties juridisch terecht zijn opgelegd. Benadrukt wordt wel dat het voertuigketenoverleg bedoeld is voor uitzonderingsgevallen. Daarmee is in dit geval voldaan aan het behoorlijkheidsvereiste van maatwerk.

Hierdoor is de lang slepende kwestie voor de heer Klok opgelost.

De Nationale ombudsman,

 

mr. F.J.W.M. van Dooren
waarnemend ombudsman

Publicatiedatum
Rapportnummer
2015/006