2015/183 Belastingdienst/Toeslagen moet ongewenst effect op rechten van burgers in een automatiseringssysteem volledig corrigeren

Door een ongelukkige toepassing in een nieuw automatiseringssysteem van de Belastingdienst/Toeslagen worden toeslagen van vluchtelingen met een asielvergunning voor bepaalde tijd stopgezet terwijl zij nog rechtmatig in Nederland verblijven en dus recht hebben op deze toeslagen. Er vindt een correctie plaats maar niet voor alle vluchtelingen die het betreft en naar deze handelswijze wordt een onderzoek ingesteld waarbij de situatie van een verzoeker als voorbeeld dient. De Nationale ombudsman vindt dat in het kader van het vereiste van goede organisatie de Belastingdienst/Toeslagen na de constatering van de ongewenste situatie dit met terugwerkende kracht over de hele periode en voor allen die het betrof had moeten herstellen.

Instantie: Belastingdienst/Toeslagen te Utrecht

Klacht:

onderzoek naar de handelwijze van de Belastingdienst/Toeslagen rond de stopzetting van toeslagen in geval van verblijfsvergunningen met een einddatum

Oordeel: gegrond

In het Toeslagen Verstrekkingen Systeem van de Belastingdienst/Toeslagen worden allerlei gegevens opgenomen die van belang zijn voor het bepalen van het recht op toeslagen. Kort na het in gebruik nemen van dit (nieuwe) systeem op 1 januari 2012 deed zich een probleem voor bij vluchtelingen die in het bezit waren van asielvergunning voor bepaalde tijd. Zo kon het gebeuren dat de in het systeem opgenomen einddatum tot gevolg had dat de uitbetaling van de toegekende toeslag per die datum werd stopgezet. Dit ondanks dat betrokkene ook na die einddatum recht zou hebben op deze toeslag. De Belastingdienst/Toeslagen vond dit een ongewenste situatie. Het systeem werd aangepast voor nieuwe gevallen vanaf april 2012. Hierdoor leidde de einddatum van de verblijfstitel niet meer het stopzetten van de toeslag.

Een klacht en diverse signalen over het toch stopzetten van de toeslag, waren voor de Nationale ombudsman aanleiding een onderzoek in te stellen. Tijdens dit onderzoek bleek dat het risico van het stopzetten van een toeslag nog steeds aanwezig was bij de gevallen die in de eerste drie maanden van 2012 waren ontvangen én de gevallen waarmee het systeem op 1 januari 2012 was gevuld. De Belastingdienst/Toeslagen heeft inmiddels via een systeemaanpassing óók voor deze situaties het risico van het stopzetten van de toeslag weggenomen

Samenvatting

In het Toeslagen Verstrekkingen Systeem van de Belastingdienst/Toeslagen worden allerlei gegevens opgenomen die van belang zijn voor het bepalen van het recht op toeslagen. Kort na het in gebruik nemen van dit (nieuwe) systeem op 1 januari 2012 deed zich een probleem voor bij vluchtelingen die in het bezit waren van asielvergunning voor bepaalde tijd. Zo kon het gebeuren dat de in het systeem opgenomen einddatum tot gevolg had dat de uitbetaling van de toegekende toeslag per die datum werd stopgezet. Dit ondanks dat betrokkene ook na die einddatum recht zou hebben op deze toeslag. De Belastingdienst/Toeslagen vond dit een ongewenste situatie. Het systeem werd aangepast voor nieuwe gevallen vanaf april 2012. Hierdoor leidde de einddatum van de verblijfstitel niet meer het stopzetten van de toeslag.

Een klacht en diverse signalen over het toch stopzetten van de toeslag, waren voor de Nationale ombudsman aanleiding een onderzoek in te stellen. Tijdens dit onderzoek bleek dat het risico van het stopzetten van een toeslag nog steeds aanwezig was bij de gevallen die in de eerste drie maanden van 2012 waren ontvangen én de gevallen waarmee het systeem op 1 januari 2012 was gevuld. De Belastingdienst/Toeslagen heeft inmiddels via een systeemaanpassing óók voor deze situaties het risico van het stopzetten van de toeslag weggenomen

Klacht

Een onderzoek naar de handelwijze van de Belastingdienst/Toeslagen rond de stopzetting van toeslagen in geval van verblijfsvergunningen met een einddatum.

Toelichting bij het onderzoek

De Nationale ombudsman ontving van Stichting VluchtelingenWerk Amstelland een klacht van de heer Perez1. Stichting VluchtelingenWerk Amstelland lichtte toe dat haar cliënten na toekenning van een verblijfsvergunning in eerste instantie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: IND) een verblijfsvergunning krijgen voor bepaalde tijd. Als die vergunning verloopt, dient bij IND een verlenging van de vergunning te worden aangevraagd of in bepaalde gevallen een vergunning voor onbepaalde tijd. Als dat tijdig gebeurt, neemt de IND de aanvraag in behandeling. De aanvrager verblijft in afwachting van de beslissing van de IND rechtmatig in Nederland. Stichting VluchtelingenWerk Amstelland vroeg aandacht voor grote financiële gevolgen voor vluchtelingen, zoals de heer Perez, wanneer de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: Toeslagen) ondanks het rechtmatig verblijf van de vluchteling, uitgaat van de einddatum waarop de huidige verblijfsvergunning verloopt. Hierdoor worden door Toeslagen de toegekende toeslagen per einddatum stopgezet en pas weer (met terugwerkende kracht) toegekend, nadat de IND het verlengde verblijfsdocument heeft verstrekt. De betrokkene kan de beslissing van de IND verwachten binnen (de wettelijke beslistermijn van) zes maanden na de startdatum van de beslistermijn.
Omdat de Nationale ombudsman hierover meer signalen had ontvangen die de nodige vragen opriepen, is besloten om een onderzoek in te stellen naar de handelwijze van Toeslagen waarbij de zaak van de heer Perez als voorbeeld dient.

Gegevensuitwisseling
Beslissingen van de IND over de verblijfsstatussen van vreemdelingen worden middels een verblijfscode digitaal doorgestuurd naar de Basisregistratie Personen (hierna: BRP). Toeslagen is afnemer van de BRP en ontvangt uit die bron op geautomatiseerde wijze allerlei gegevens, waaronder verblijfsstatussen van vreemdelingen. Eén dag na de opname ervan in de BRP komen deze gegevens via een melding door in het Toeslagen Verstrekkingen Systeem (hierna: TVS). Dit automatiseringssysteem wordt door Toeslagen vanaf het berekeningsjaar 2012 gebruikt om de toeslagen toe te kennen.

Tussen Toeslagen en de IND bestaat de werkafspraak dat telefonisch of per mail nadere informatie kan worden verkregen van het Koppelingsbureau van de IND. Daarvan wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt wanneer er bezwaar is ingediend tegen een toeslagbeschikking en de door Toeslagen daarin gehanteerde gegevens betwist worden of wanneer daarover bij Toeslagen wordt geklaagd. Op deze wijze kunnen de uit de BRP verkregen gegevens worden geverifieerd en kan soms, bijvoorbeeld wanneer blijkt dat de registratie in de BRP niet juist is en vooruitlopend op correctie daarvan, van de nadere informatie van de IND worden uitgegaan. De gemeente – beheerder van de BRP - heeft geen invloed op de levering van verblijftitels in de BRP.

In de zaak van de heer Perez spelen de volgende verblijfstitelcodes met hun omschrijvingen uit de zogenaamde Verblijfstiteltabel een rol:
26  Vreemdelingenwet 2000 - artikel 8, onder c, vergunning asiel bepaalde tijd, arbeid vrij
27  Vreemdelingenwet 2000 - artikel 8, sub d, vergunning asiel onbepaalde tijd of langdurig ingezetene, arbeid vrij
33  Vreemdelingenwet 2000 - artikel 8, onder g en h, in procedure voortgezet verblijf, tijdige aanvraag

Wat aan de klacht voorafging

De heer Perez was in het bezit van een asielvergunning voor bepaalde tijd geldig van 28 januari 2010 tot 28 januari 2015. Dit betekende dat hij tot 28 januari 2015 in de BRP vermeld stond met verblijfstitelcode 26 (rechtmatig verblijf wegens verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd). Op 16 december 2014 diende de heer Perez bij de IND (tijdig) een aanvraag in voor een asielvergunning voor onbepaalde tijd. De aanvraag werd op 31 december 2014 in behandeling werd genomen, te weten vier weken voor het verstrijken van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning.

De IND informeerde de heer Perez via de ontvangstbevestiging, gedateerd 16 december 2014, onder andere over de start van de beslistermijn en over het feit dat hij op grond van het bepaalde in de Vreemdelingenwet 2000 in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, rechtmatig verblijf had in Nederland.

De tijdig ingediende aanvraag hield in dat hij na afloop van de geldigheidsduur van zijn asielvergunning voor bepaalde tijd verblijfstitelcode 33 (rechtmatig verblijf wegens procedure voortgezet verblijf, tijdige aanvraag) kreeg toegewezen, in zijn geval vanaf 28 januari 2015.

De aanleiding voor de klacht bij de Nationale ombudsman

Toeslagen stuurde de heer Perez specificaties voorschotbeschikkingen kinderopvangtoeslag 2015, huurtoeslag 2015 en zorgtoeslag 2015, alle gedateerd 27 december 2014. Uit de specificaties kinderopvangtoeslag 2015 en huurtoeslag 2015 bleek dat de heer Perez alleen voor de periode van 1 januari tot en met 27 januari 2015 respectievelijk tot en met 31 januari 2015 recht zou hebben op deze toeslagen. Daarna niet meer omdat hij niet rechtmatig in Nederland zou verblijven of omdat zijn verblijfstatus geen recht zou geven op een toeslag. In de specificatie zorgtoeslag 2015 werd hierover niets gezegd en gold de toekenning voor gehele jaar 2015. In alle drie de beschikkingen was de volgende standaardpassage opgenomen:

"Als wij nieuwe gegevens hebben ontvangen, berekenen wij uw toeslag opnieuw. Hierdoor kunnen er in het jaar meerdere periodes met verschillende maandbedragen ontstaan. In deze specificatie vindt u per periode de gegevens waarmee wij uw (……)toeslag hebben berekend."

Omdat de ontvangstbevestiging van de IND van 16 december 2014 duidelijk aangaf dat de heer Perez in afwachting van de beslissing van de IND op zijn aanvraag wel degelijk rechtmatig verblijf had in Nederland en de stopzetting van de uitbetaling van toeslagen grote financiële gevolgen voor hem zou hebben, trok de heer Perez via Stichting VluchtelingenWerk Amstelland aan de bel.

Toen dit niet het gewenst resultaat opleverde, wendde men zich op 13 januari 2015 tot de Nationale ombudsman:

"Deze werkwijze heeft grote financiële gevolgen voor de vluchtelingen. De beslistermijn van de IND kan oplopen tot zes maanden, waardoor grote huurachterstanden ontstaan en de kinderopvang en zorgverzekering niet meer betaald kunnen worden. Als de betreffende instanties niet tijdig worden benaderd en er geen betalingsregelingen kunnen worden getroffen, kan dit catastrofale financiële gevolgen hebben voor de vluchtelingen.

Ik heb herhaaldelijk contact gehad hierover met de IND, de belastingdienst en de gemeente maar word van het kastje naar de muur gestuurd. Ik wil u dan ook vragen dit probleem in behandeling te nemen. Wellicht kunt u invloed uitoefenen op de belastingdienst zodat zij de werkwijze op dit gebied wijzigen."

Het onderzoek van de Nationale ombudsman

De Nationale ombudsman legde de klacht van de heer Perez op 22 januari 2015 voor aan Toeslagen met het verzoek deze met spoed te behandelen en op korte termijn voor een oplossing te zorgen. Daarnaast werden in het kader van het op 4 februari 2015 ingestelde onderzoek vragen gesteld aan Toeslagen alsmede informatie ingewonnen bij de IND en de gemeente Amstelveen.

De reactie van Toeslagen

Algemeen
Toeslagen gaf aan dat ten aanzien van meldingen uit de BRP inzake verblijfsstatussen voor bepaalde tijd (die dus een einddatum kennen) en die in de beginfase van de ingebruikneming van TVS, van januari tot en met maart 2012, zijn binnengekomen, het kan voorkomen dat deze tot gevolg hebben dat de einddatum van de verblijfstitel in TVS wordt opgenomen. Wanneer een dergelijke, in die periode binnengekomen verblijfstitel op enig moment bij het beschikken in aanmerking wordt genomen, wordt de toeslag stopgezet. Er is dan immers ten aanzien van de periode na de einddatum van de verblijfstitel niet bekend wat de verblijfsstatus zal zijn en of er sprake zal zijn van rechtmatig verblijf.

In 2012 is volgens Toeslagen besloten dat deze situatie niet gewenst was en is TVS aangepast zodat voor nieuwe gevallen de einddatum van de verblijfstitel niet meer het stopzetten van de toeslag tot gevolg heeft. Een toeslag wordt dus toegekend en blijft in stand op basis van de laatst bekende verblijfsstatus.

Doorgaans komt vanuit de IND tijdig informatie over een nieuwe verblijfsstatus in de BRP terecht en wordt deze via een melding aan Toeslagen doorgegeven. Toeslagen betrekt deze nieuwe verblijfstitel vervolgens bij het recht op de toeslagen. Wanneer die nieuwe verblijfstitel daartoe aanleiding geeft, kan dat uiteraard betekenen dat het recht op de toeslag dan alsnog wordt beëindigd, zo nodig met terugwerkende kracht. De nieuwe werkwijze heeft echter geen invloed op de meldingen uit januari - maart 2012, daar blijft het risico van stopzetten bestaan. Wel is het zo dat wanneer later in TVS uitval ontstaat, dat wil zeggen wanneer tijdig een nieuwe melding binnenkomt over een verblijfsstatus met een ingangsdatum die ligt voor de einddatum van de vorige status en die tevens niet geautomatiseerd kan worden verwerkt, deze gevallen handmatig worden verwerkt en rechtgezet zodat een stopzetting dan alsnog wordt vermeden. De betreffende populatie neemt daarmee steeds verder af en deze zal vanwege tijdsverloop uiteindelijk ook ophouden te bestaan.

Toeslagen kent voorschotten op de toeslagen toe en herziet deze op basis van actuele gegevens uit de BRP. Indien uit die gegevens blijkt dat er over een berekeningsjaar geen of slechts een gedeeltelijk recht op toeslagen bestaat gezien de verblijfstatus van de aanvrager, de eventuele partner en de eventuele medebewoner(s), dan wordt de toeslag gestopt. Dit gebeurt om te voorkomen dat er toeslagen worden toegekend en uitbetaald waarvan op voorhand bekend is dat daarop geen recht bestaat en die anders later zouden moeten worden teruggevorderd. Door tijdig stop te zetten of op voorhand niet toe te kennen, wordt voorkomen dat terugvorderingen hoog kunnen oplopen.

Toeslagen merkte in dit verband nogmaals op dat - gevallen als die van de heer Perez daargelaten - een einddatum van een verblijfstitel niet een stopzetting van de toeslag tot gevolg heeft. Toeslagen wacht eerst de vervolginformatie van de IND via de BRP af.

De IND is de instantie die bepaalt of er sprake is van rechtmatig verblijf. Indien de IND heeft vastgesteld dat er sprake is van rechtmatig verblijf, de verblijfstitelcode heeft doorgegeven aan de BRP en deze verblijfstitel het recht op toeslagen niet in de weg staat, dan worden de toeslagen (indien van toepassing met terugwerkende kracht) toegekend. Indien op het moment van beschikken in de BRP bekend is dat er sprake is van een verblijfstitelcode 33 (rechtmatig verblijf wegens procedure voortgezet verblijf, tijdige aanvraag) en betrokkene ook aan het overige bepaalde in artikel 9 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir) voldoet, wordt de toeslag dus niet gestopt.

Toeslagen voert hierbij de bepalingen uit van de artikelen 10 en 11 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw) en artikel 9 van de Awir.

Ten aanzien van de heer Perez
In een melding die Toeslagen op 18 januari 2012 uit de BRP verkreeg, bleek dat aan de heer Perez een verblijfstitelcode 26 was toegekend van 28 januari 2010 tot en met 27 januari 2015. Het betrof dus een melding uit de periode januari - maart 2012 over een verblijfsstatus met een einddatum. Op latere momenten is met betrekking tot de toeslagen van de heer Perez volgens Toeslagen geen uitval ontstaan waarbij deze melding rechtgezet had kunnen worden.

De voorschotbeschikking van 27 december 2014 betreft de wettelijk voorgeschreven continuering van de toeslagen van 2014 naar 2015. De selectiedata hiervoor waren
21 en 22 november 2014. Alle mutaties in de grondslagen voor het berekeningsjaar 2014 tot deze data zijn meegenomen ter bepaling van het recht op de toeslagen voor 2015. Toeslagen merkte hierbij nog op dat de beschikking weliswaar gedagtekend was 27 december 2014, maar dat de heer Perez deze geruime tijd hiervoor had ontvangen. Bij deze voorschotbeschikking was de einddatum van de verblijfsstatus in aanmerking genomen. Omdat voor de periode na 27 januari 2015 niet bekend was wat zijn verblijfsstatus zou zijn en of er sprake zou zijn van rechtmatig verblijf door de heer Perez, werd er geen toeslag toegekend voor de periode na 27 januari 2015 (kinderopvangtoeslag) respectievelijk 31 januari 2015 (huurtoeslag). Daarnaast was op de selectiedata voor het continueren uiteraard nog niet in de BRP en derhalve evenmin bij Toeslagen bekend dat de IND op 16 december 2014 de ontvangst zou bevestigen van een tijdig verzoek tot verlenging van de verblijfsstatus waaruit later een gewijzigde verblijfsstatus zou volgen, aldus Toeslagen.

Niet duidelijk was geworden waarom niet tevens de zorgtoeslag 2015 was stopgezet. Nu uiteindelijk was gebleken dat de heer Perez aansluitend rechtmatig verblijf hield, hoefde deze toeslag in ieder geval niet hersteld te worden.

Toeslagen achtte de klacht van de heer Perez gegrond.

Verder wees Toeslagen nog op het volgende.
Inzake de heer Perez was op 29 januari 2015 (met als ingangsdatum 31 december 2014) en nogmaals op 10 februari 2015 (met als ingangsdatum 28 januari 2015) in de BRP opgenomen dat er een verlengingsaanvraag was ingediend bij de IND. De heer Perez kreeg beide keren verblijfstitelscode 33 toegekend.

Met de beschikking van 21 februari 2015 (alsmede met die van 21 maart 2015 waarbij nog een kleine onjuistheid in de kinderopvangtoeslag werd gecorrigeerd) was voor geheel 2015 huur- en kinderopvangtoeslag toegekend.

Het voorschot huur- en kinderopvangtoeslag bestemd voor de maand januari 2015 was reeds in december 2014 betaald. Nog in de maand van herbeschikken (februari 2015) waren de betalingen weer op gang gekomen. Alleen het voorschot bestemd voor februari 2015 was een maand later aan de heer Perez uitgekeerd dan wanneer reeds bij het continueren met betrekking tot het gehele jaar 2015 een toeslag zou zijn toegekend.

Inmiddels was in de BRP een nieuwe verblijfsstatus van de heer Perez geregistreerd. Het betreft verblijfstitelcode 27. Deze code was op 12 maart 2015 in de BRP opgenomen met als ingangsdatum 23 januari 2015. Deze verblijfsstatus had geen gevolgen voor de aan de heer Perez toegekende toeslagen.

Naar aanleiding van de door de Nationale ombudsman gevraagde spoedinterventie voor de heer Perez liet Toeslagen nog weten dat op 27 januari 2015 telefonisch contact was opgenomen met de IND. Tijdens dat gesprek was duidelijk geworden dat de heer Perez in december een verlenging van zijn verblijfsvergunning had aangevraagd. Dit zou er toe leiden dat zodra de verblijfstitelcode 26 op 28 januari 2015 zou verlopen, de heer Perez verblijfscode 33 zou krijgen. Dit zou worden geregistreerd bij de BRP en worden doorgegeven aan Toeslagen. Op grond van de informatie van de IND had Toeslagen alvast de nieuwe verblijfscodetitel opgevoerd in TVS. Dit leidde uiteindelijk tot herstelbeschikkingen kinderopvangtoeslag 2015 en huurtoeslag 2015, beide gedagtekend 21 februari 2015.

Op 2 februari 2015 had Toeslagen hierover telefonisch contact opgenomen met Stichting VluchtelingenWerk Amstelland. Die reageerde op de verstrekte informatie dat dit slechts een oplossing betekende voor het individuele geval, maar niet voor de structurele problematiek. Toeslagen pakte dit intern als signaal op.

De reactie van Stichting Vluchtelingenwerk Amstelland

Stichting VluchtelingenWerk Amstelland merkte naar aanleiding van de reactie van Toeslagen op dat het er op leek dat de gevallen, zoals dat van de heer Perez, zijn ontstaan in een bepaalde periode en dus beperkt blijven tot een beperkt aantal. Zij voegde daaraan toe dat zij de afgelopen tijd inderdaad geen nieuwe meldingen van een dergelijke situatie meer hadden gekregen van hun cliënten.

Nadere informatie van Toeslagen

De informatie van Toeslagen dat bij de meldingen uit de BRP inzake verblijfsstatussen voor bepaalde tijd (die dus een einddatum kennen) en die in de beginfase van de ingebruikneming van TVS - dat wil zeggen in de periode van januari tot en met
maart 2012 - waren binnengekomen, het kan voorkomen dat het risico van het stopzetten van de toegekende toeslagen zou blijven bestaan, was voor de Nationale ombudsman op 18 mei 2015 aanleiding tot het stellen van nadere vragen. Deze vragen hadden onder meer betrekking op de mogelijkheid om de geplaatste einddata alsnog te verwijderen.

Toeslagen liet in een tussentijdse reactie op de gestelde vragen onder meer weten dat uit een analyse naar voren was gekomen dat het risico van het stopzetten van toeslagen niet alleen aanwezig is (geweest) bij meldingen uit de periode van januari – maart 2012, maar óók bij alle meldingen waarmee TVS initieel is gevuld, dus ook bij eerder dan begin 2012 ontvangen meldingen. Bij nog circa 18.000 meldingen zou een tijdig vervolgbericht uit de BRP nodig zijn om stopzetting van de toeslag te voorkomen. Toeslagen onderzocht op welke wijze de negatieve gevolgen van de harde einddatum in het systeem zouden kunnen worden geëlimineerd. Toeslagen stelde zich namelijk op het standpunt dat een uiterste inspanning behoorde te worden verricht om de onderkende fouten in gegevens te corrigeren.

Eind oktober 2015 meldde Toeslagen dat voor de betrokken gevallen met succes de harde einddatum uit TVS was verwijderd. Het bleek te gaan om 2.000 gevallen met een einddatum in 2015, in de overige gevallen betrof het een einddatum in 2016. De betrokkenen zouden een nieuwe beschikking ontvangen waarmee de eerdere stopzetting van de toeslag als gevolg van het vervallen van de einddatum wordt gecorrigeerd, dan wel direct een juiste voorschotbeschikking ontvangen.

Het oordeel van de Nationale ombudsman

Het is een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat de overheid er voor zorgt dat haar organisatie en haar administratie de dienstverlening aan de burger ten goede komt. Zij werkt secuur en vermijdt slordigheden. Eventuele fouten worden zo snel mogelijk hersteld.

De handelwijze van Toeslagen wordt getoetst aan dit vereiste van goede organisatie.

Begin 2012 heeft Toeslagen het Toeslagen Verstrekkingen Systeem (TVS) in gebruik genomen, een automatiseringssysteem dat wordt gebruikt om toeslagen toe te kennen.

In TVS worden op geautomatiseerde wijze allerlei gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP) ontvangen, waaronder gegevens over de verblijfsstatussen van vreemdelingen.

Gedurende de eerste drie maanden van 2012 bleek dat het ten aanzien van in die periode ontvangen meldingen uit de BRP inzake verblijfsstatussen voor bepaalde tijd (met een einddatum dus) kon voorkomen dat deze tot gevolg hadden dat de einddatum van de verblijfstitel in TVS werd opgenomen. Wanneer dit bij het beschikken over de toeslag in aanmerking werd genomen, leidde dit tot stopzetting van de toeslag, omdat voor de periode ná de einddatum niet bekend was wat de verblijfstatus zou zijn en of er wel sprake zou zijn van rechtmatig verblijf. Omdat Toeslagen dit geen gewenste situatie vond, werd TVS voor vanaf april 2012 ontvangen nieuwe gevallen aangepast zodanig dat de einddatum van de verblijfstitel niet zou leiden tot stopzetting van de toeslag. De veranderde werkwijze had geen invloed op de meldingen uit de eerste drie maanden van 2012. Daarvoor bleef het risico van het stopzetten van de toelage bestaan.

De heer Perez was evenwel in het bezit van een asielvergunning voor bepaalde tijd geldig van 28 januari 2010 tot 28 januari 2015. Naar aanleiding van zijn klacht over het vanwege de einddatum stopzetten van (een deel van) zijn toeslagen, voerde Toeslagen een nadere analyse uit. Hieruit kwam naar voren dat het risico van het stopzetten van toeslagen niet alleen aanwezig was (geweest) bij meldingen uit de periode van januari – maart 2012, maar óók bij alle meldingen waarmee TVS initieel was gevuld, dus ook bij vóór begin 2012 ontvangen meldingen. Bij nog circa 18.000 meldingen zou een tijdig volgbericht uit de BRP nodig zijn om stopzetting van de toeslag te voorkomen. Toeslagen heeft vervolgens onderzocht op welke wijze de negatieve gevolgen van de harde einddatum in TVS zouden kunnen worden geëlimineerd. Eind oktober 2015 liet Toeslagen weten dat de harde einddatum met succes uit TVS was verwijderd.

Uit een oogpunt van goede dienstverlening had het op de weg van Toeslagen gelegen om er destijds al voor te zorgen dat óók voor degenen van wie de melding uit de BRP vóór april 2012 was ontvangen èn waarmee het systeem initieel was gevuld, het risico van stopzetting zou worden geëlimineerd door verwijdering van de harde einddatum uit TVS. Dat dit niet is gebeurd, valt Toeslagen aan te rekenen.

Het is dan ook juist dat Toeslagen in reactie op het onderzoek van de Nationale ombudsman aangegeven dat het de klacht van de heer Perez gegrond acht.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van Belastingdienst/Toeslagen te Utrecht is gegrond wegens strijd met het vereiste van goede organisatie.

Instemming

De Nationale ombudsman heeft met instemming kennisgenomen dat Toeslagen inmiddels met succes de harde einddatum uit TVS heeft verwijderd.

De Nationale ombudsman,


Reinier van Zutphen
 

Relevante literatuur en wet- en regelgeving

Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Artikel 9, eerste lid

Indien aan een vreemdeling tijdens een rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e, en l, van de Vreemdelingenwet 2000 een tegemoetkoming is toegekend, heeft de omstandigheid dat hij aansluitend aan dit verblijf rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8, onderdeel g of h, van die wet niet tot gevolg dat hij daardoor zijn aanspraak verliest op eenzelfde tegemoetkoming gedurende de periode van laatstgenoemd verblijf.

Vreemdelingenwet 2000

Artikel 8, aanhef en onder d, g en h

De vreemdeling heeft in Nederland uitsluitend rechtmatig verblijf:

d. op grond van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33, of een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen als bedoeld in artikel 45a indien op het aan de vreemdeling verschafte document, bedoeld in artikel 9, de aantekening, bedoeld in artikel 45c, eerste lid, is geplaatst;

g. in afwachting van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in de artikelen 20, 33 en 45a, of tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, bedoeld in de artikelen 14 en 28, of een wijziging ervan, terwijl bij of krachtens deze wet of op grond van een rechterlijke beslissing uitzetting van de aanvrager achterwege dient te blijven totdat op de aanvraag is beslist;

h. in afwachting van de beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift, terwijl bij of krachtens deze wet of op grond van een rechterlijke beslissing uitzetting van de aanvrager achterwege dient te blijven totdat op het bezwaarschrift of het beroepschrift is beslist;

Artikel 10

1. De vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft, kan geen aanspraak maken op toekenning van verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen bij wege van een beschikking van een bestuursorgaan. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de bij de wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen ontheffingen of vergunningen.

2. Van het eerste lid kan worden afgeweken indien de aanspraak betrekking heeft op het onderwijs, de verlening van medisch noodzakelijke zorg, de voorkoming van inbreuken op de volksgezondheid, of de rechtsbijstand aan de vreemdeling.

3. De toekenning van aanspraken geeft geen recht op rechtmatig verblijf.

Artikel 11

1. De aanspraken van de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft zijn in overeenstemming met de aard van het verblijf. Tenzij bij of krachtens het wettelijk voorschrift waarop de aanspraak is gegrond anders is bepaald, is daarbij het tweede lid van toepassing.

2. De vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, kan aanspraken maken op voorzieningen, verstrekkingen en uitkeringen, indien hij:

a. rechtmatig verblijf heeft, als bedoeld in artikel 8, onder a, tot en met e en l;

b. rechtmatig verblijf heeft, als bedoeld in artikel 8, onder f, g, h, en een aanspraak wordt toegekend bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, dan wel bij of krachtens een ander wettelijk voorschrift, waarin aanspraken van deze vreemdelingen zijn neergelegd;

c. rechtmatig verblijf heeft, als bedoeld in artikel 8, onder i tot en met k, voor de aanspraken die uitdrukkelijk aan deze vreemdelingen zijn toegekend.

3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen ontheffingen of vergunningen.

Notes

[←1]

gefingeerde naam

Publicatiedatum
Rapportnummer
2015/183