2015/121 Politie zet terecht arrestatieteam in bij aanhouding

Rapport

Op 27 augustus 2013 deed Bas* aangifte bij de politie tegen Mark wegens het plegen van bedreiging. Bas hoorde van collega's dat ene Mark hem zocht en dat Mark soms twee keer per dag naar hem vroeg. Verder had Bas z'n vriendin hem op 26 augustus 2013 gebeld om te vertellen dat Mark aan de deur was geweest. Mark had een honkbalknuppel bij zich en had gezegd dat Bas ruzie had met de verkeerde en dat hij Bas ging afmaken.

Op 28 augustus 2013 om 5.00 uur werd Mark - in het bijzijn van zijn vrouw en de kinderen - aangehouden door de politie, waarbij een arrestatieteam (AT) werd ingezet.

Mark klaagde er onder meer over dat de hoofdofficier van justitie toestemming heeft gegeven voor de inzet van een AT, terwijl het niet om een ernstig strafbaar feit ging.

Bas heeft aangifte gedaan van een ernstig strafbaar feit en heeft verklaard dat Mark op zoek naar hem was, tijdens zijn zoekactie een honkbalknuppel in zijn hand hield en tegen zijn vriendin had gezegd dat hij Bas ging afmaken (hetgeen Mark allemaal heeft erkend). Daarnaast heeft Mark meerdere antecedenten, waaronder een veroordeling wegens poging tot afpersing, de dood ten gevolge hebbende. Dit én het feit dat er in die zaak vuurwapens in beslag zijn genomen, dient naar het oordeel van de Nationale ombudsman wel degelijk een rol te spelen bij de vraag of er al dan niet een AT moest worden ingezet, ondanks het feit dat de veroordeling reeds in 1997 heeft plaatsgevonden. Gelet op het reglement politieregister herkenningsdienst, waarin is bepaald dat misdrijven waarop een gevangenisstraf van tien jaar of meer staat, uiterlijk na 30 jaar worden verwijderd uit HKS acht de ombudsman het juist dat de gevarenkwalificatie "vuurwapengevaarlijk" een rol heeft gespeeld bij de beslissing over de inzet van een AT.

De ombudsman acht de aangifte van Bas in combinatie met de antecedenten van Mark voldoende om een redelijk vermoeden aan te nemen dat er sprake was van een situatie waarin redelijkerwijs mag worden aangenomen dat levensbedreigende omstandigheden tegen de politie of anderen dreigden. Dit betekent dat de rechercheofficier, die daartoe bevoegd was, toestemming kon geven voor de inzet van een AT.

Door toestemming te geven voor de inzet van een AT heeft de rechercheofficier niet in strijd met het evenredigheidsvereiste gehandeld.

De klachten over het moment van aanhouding en de hardhandige wijze van aanhouding zijn evenmin gegrond.

* de namen zijn gefingeerd.

Instantie: Arrondissementsparket Oost-Nederland

Klacht:

toestemming gegeven voor de inzet van een arrestatieteam (AT), terwijl het niet om een ernstig strafbaar feit ging

Oordeel:

Niet gegrond

Instantie: Politie-eenheid Oost-Nederland

Klacht:

verzoeker in aanwezigheid van zijn vrouw en jonge kinderen thuis aangehouden

Oordeel:

Niet gegrond

Instantie: Politie-eenheid Oost-Nederland

Klacht:

verzoeker zonder reden aangehouden, waardoor hij pijn heeft ondervonden

Oordeel:

Niet gegrond