2013/183: Medewerkster Belastingdienst doet onaangekondigd onderzoek in tuincentrum

Eigenares van tuincentrum verschilt met de Belastingdienst van mening over de omzetbelasting in het normale en het verlaagde tarief op de productien die daar te koop zijn. De Belastingdienst doet onderzoek. Tijdens dat onderzoek gaat een medewerkster van de Belastingdienst naar het tuincentrum en heeft, zonder zich als zodanig kenbaar te maken, dingen gekocht en de bon ingeleverd. De Nationale ombudsman vindt dat de Belastingdienst ernstig tekort is geschoten in betrouwbaarheid omdat niet is aangekondigd dat zo'n bezoek zou plaatvinden en in de klachtprocedure eerst zelfs gezegd werd dat het om een privé aankoop ging.

Instantie: Belastingdienst Alkmaar

Klacht:

onjuiste, onvolledige en tegenstrijdige informatie verstrekt over een bezoek van een medewerkster van de Belastingdienst aan het bedrijf van verzoekster, waardoor niet duidelijk is of de Belastingdienst zijn bevoegdheden op juiste wijze heeft gebruikt

Oordeel: gegrond

In 2010 doet een medewerkster van de Belastingdienst aankopen bij het tuincentrum, zonder dat dit bedrijfsbezoek is aangekondigd en zonder zich te legitimeren. Verzoekster dient 2011 een klacht in en vraagt om opheldering over het bezoek. De Belastingdienst zegt eerst dat dit bezoek een privéaangelegenheid is geweest. De gemachtigde wijst de Belastingdienst op een aantekening in het dossier die verwijst naar een waarneming ter plaatse op het bewuste tijdstip. De Belastingdienst erkent dan dat er sprake is geweest van een bedrijfsbezoek dat vooraf had moeten worden aangekondigd. De Nationale ombudsman vindt dat de Belastingdienst niet heeft gehandeld zoals van een eerlijke en betrouwbare overheid mag worden verwacht. Hij vindt dit in strijd met het vereiste van integriteit.

Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst onjuiste, onvolledige en tegenstrijdige informatie heeft verstrekt over een bezoek van een medewerkster van de Belastingdienst aan het bedrijf van verzoekster, waardoor niet duidelijk is of de Belastingdienst zijn bevoegdheden op juiste wijze heeft gebruikt.

Bevindingen

Verzoekster exploiteert een tuincentrum en is ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968. Tussen verzoekster en de Belastingdienst bestaat sinds een boekenonderzoek uit 2006 verschil van mening over de splitsing van de verschuldigde omzetbelasting in het normale tarief en het verlaagde tarief. De Belastingdienst heeft naar aanleiding hiervan een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 2003 tot en met 2005. De hoogte van de aanslag is nog onderwerp van geschil in hoger beroep bij het gerechtshof.

Op 13 april 2010 heeft de Belastingdienst aangekondigd om een onderzoek te starten naar de aanvaardbaarheid van de aangiften omzetbelasting over jaren 2006 tot en met 2009. De eerste dag van het onderzoek was op 3 mei 2010. Het controlerapport is op

21 maart 2012 afgerond en er is een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd met een vergrijpboete van 50%.

Op 20 oktober 2010 heeft een medewerkster van de Belastingdienst aankopen gedaan bij het tuincentrum, zonder zich daarbij als zodanig kenbaar te maken. Van dit bezoek is geen schriftelijk verslag gemaakt. Over deze controleactie staat in het controlerapport:

Tijdens waarnemingen ter plaatse eind 2010 en begin 2011, interne verslagen van deze bezoeken zijn in bezit van belastingplichtige, is gebleken dat er nog steeds maar één groep "diversen" op de kassa wordt gebruikt.

In een brief van 6 december 2010 kondigt de Belastingdienst aan dat medewerkers van de Belastingdienst de komende periode mogelijk zogenoemde waarnemingen ter plaatse komen doen, waarbij de mogelijkheid bestaat dat er testaankopen worden gedaan. Op het afschrift van deze brief staat handgeschreven: 'WTP-testaankopen (N.o.: plaats tuincentrum) n.a.v. aanschaf 20/10/2010.'

Op 27 juni 2012 vraagt verzoeksters gemachtigde om opheldering over het bezoek op 20 oktober 2010 van de medewerkster van de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft deze brief, waarin ook nog andere zaken aan de orde worden gesteld, behandeld als een klacht.

Op 3 september 2012 heeft er een hoorgesprek plaatsgevonden tussen verzoeksters gemachtigde en vertegenwoordigers van de Belastingdienst. Hiervan is een verslag gemaakt. Op de vraag of de medewerkster van de Belastingdienst het tuincentrum heeft bezocht in het kader van een in te stellen boekenonderzoek, antwoordde de vertegenwoordiger van de Belastingdienst, dat – naar de informatie van de desbetreffende medewerkster en degene die was belast met de controle – het ging om een privébezoek.

In zijn reactie van 6 september 2012 wijst de gemachtigde van verzoekster op de aantekening op het afschrift van de brief van 6 december 2010 (zie hiervoor). Dit afschrift is hem na het hoorgesprek ter beschikking gesteld. Hij constateert dat de kwalificatie privéaankopen niet in overeenstemming is met die aantekening.

Naar aanleiding van de reactie van 6 september 2012 heeft de vertegenwoordiger van de Belastingdienst navraag gedaan bij de desbetreffende medewerkster. Toen bleek dat er weliswaar privéaankopen waren gedaan, maar dat dit is gebeurd in het kader van het lopende boekenonderzoek bij het tuincentrum.

Op 10 oktober 2012 stuurt de plaatsvervangend directeur van de Belastingdienst een brief met haar bevindingen van de klachtbehandeling. De Belastingdienst heeft de medewerkster van de Belastingdienst, die niet was betrokken bij het boekenonderzoek, gevraagd het tuincentrum te bezoeken en om aankopen te doen. Volgens haar is een dergelijk bezoek te kwalificeren als het uitvoeren van een waarneming ter plaatse, die had moeten worden aangekondigd. Dat is niet gebeurd en de klacht is op dat punt gegrond.

Beoordeling

Behoorlijk overheidsoptreden kenmerkt zich door eerlijk en betrouwbaar handelen. Het is een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat de overheid integer handelt en bij gebruik van bepaalde bevoegdheden de behoorlijkheidsregels in acht neemt. Bij de beoordeling wordt hieraan getoetst. Burgers mogen verwachten dat de overheid haar taken op een gewetensvolle manier uitvoert. Van de overheid en haar medewerkers mag worden verwacht dat zij hun positie, hun bevoegdheden niet misbruiken en daarover transparant zijn naar de burger.

De Belastingdienst heeft van de wetgever bevoegdheden gekregen ten behoeve van de belastingheffing, waaronder de mogelijkheid om ter plekke de feitelijke situatie te bekijken. Burgers mogen ervan uitgaan dat de Belastingdienst op behoorlijke wijze gebruik maakt van die bevoegdheid. De Belastingdienst heeft de werkwijze bij een

onderzoek ter plaatse uitgewerkt in een aantal regels, namelijk:

een schriftelijke aankondiging van (het doel van) het bezoek

legitimatie van medewerkers van de Belastingdienst legitimeren voorafgaand het bezoek

rapportage van de bevindingen …

Bij het bezoek van de desbetreffende medewerkster is aan geen van de hiervoor genoemde voorwaarden voldaan. De wijziging van het standpunt over het karakter van het bezoek gebeurde pas nadat de gemachtigde van verzoekster de Belastingdienst had gewezen op een aantekening die niet in overeenstemming was met een eerder afgegeven verklaring.

Door het bedrijfsbezoek eerst te kwalificeren als een privébezoek en pas na tussenkomst van de gemachtigde van verzoekster als een bezoek in het kader van het fiscale onderzoek, ontstaat de indruk dat de Belastingdienst op een niet behoorlijke wijze gebruik maakt van zijn bevoegdheden. Bovendien betekent het doen van aankopen voor privédoeleinden dat naast onderzoek ook privébelangen aanwezig zijn, waardoor de mogelijkheid ontstaat dat die belangen het onderzoek - negatief - beïnvloeden.

Van de Belastingdienst mag worden verwacht dat hij er zorg voor draagt dat hij zijn bevoegdheden op behoorlijke wijze te gebruiken en dat ook kenbaar maakt aan de burger. Daarin is de Belastingdienst naar het oordeel van de Nationale ombudsman ernstig tekort geschoten. De Belastingdienst heeft hierdoor niet gehandeld zoals van een eerlijke en betrouwbare overheid mag worden verwacht.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van Belastingdienst te Alkmaar is in strijd met het vereiste van integriteit.

De Nationale ombudsman,

dr. A.F.M. Brenninkmeijer

Onderzoek

Op 23 april 2013 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift met een klacht over een gedraging van Belastingdienst in Alkmaar. De bevindingen in het rapport zijn op 16 september 2013 voorgelegd aan de gemachtigde van verzoekster en aan de Belastingdienst. De gemachtigde van verzoekster heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. De Belastingdienst heeft niet gereageerd.

Achtergrond

Brochure Waarneming ter plaatse

De brochure Waarneming ter plaatse is een uitgave van de Belastingdienst uit augustus 2011, nr. ON 994 – 1Z*4FD

(…)

3. Regels voor de Belastingdienst

Niet alleen u moet zich aan regels houden. Ook wij mogen – en willen –

ons boekje niet te buiten gaan. De regels zijn beschreven in de volgende

paragrafen.

3.1 Schriftelijke aankondiging

De eerste keer dat wij in uw bedrijf één of meer waarnemingen ter plaatse

willen instellen, krijgt u in de regel eerst een schriftelijke aankondiging. Hierin

staat waarop wij tijdens de waarneming vooral zullen letten en welke gegevens

u gereed moet houden. U ontvangt echter geen precieze aanduiding van datum

en tijdstip en van het aantal bezoeken. Een eventueel vervolgbezoek kan op

dezelfde dag, maar ook nog geruime tijd later plaatsvinden.

Als de waarneming ter plaatse niet is aangekondigd, bijvoorbeeld bij een

spontane waarneming, wordt aan u schriftelijk of mondeling dezelfde

informatie verstrekt.

3.2 Legitimatie

De medewerkers van de Belastingdienst zullen zich altijd vooraf legitimeren,

bij u of bij degene die op dat moment ter plaatse de leiding heeft. Dit doen zij

zo discreet mogelijk. Soms is er echter zo veel publiek aanwezig (bijvoorbeeld

in een discotheek) dat discreet legitimeren niet direct mogelijk is. Wij zullen

dan een geschikt moment afwachten om ons tot u te wenden, maar zullen wel

alvast met onze waarnemingen beginnen.

3.3 Zo min mogelijk overlast

De waarneming ter plaatse vindt altijd plaats tijdens de werktijden van uw

onderneming. Het kan dus voorkomen dat het op dat moment druk is in uw

bedrijf. Onze medewerkers hebben de opdracht gekregen de werkzaamheden

zo min mogelijk te verstoren. In de aankondigingsbrief staat vaak dat u wordt

verzocht bepaalde gegevens gereed te houden; bijvoorbeeld een deel van de

loonadministratie. Als u deze gegevens inderdaad bij de hand heeft, zal de

waarneming ter plaatse vlotter verlopen. Ook onze tijd kost immers geld.

In principe zullen onze medewerkers uw personeel alleen rechtstreeks

aanspreken als dit nodig is voor identificatie (zie paragraaf 4.3).

3.4 Waarneming meestal door uw eigen kantoor

De waarneming ter plaatse en eventuele vervolgbezoeken zullen in het

algemeen worden uitgevoerd door het kantoor van de Belastingdienst dat uw

fiscale zaken behandelt. Alleen als uw bedrijf elders in het land filialen heeft,

of als u uw bedrijf op wisselende plaatsen uitvoert, kan de waarneming ook

door een ander kantoor worden uitgevoerd. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij

bouwbedrijven, ambulante handel op markten, beurzen, kermisbedrijven

en dergelijke.

Dit soort bedrijven kan kort na elkaar door medewerkers van verschillende

kantoren worden bezocht. Wij streven ernaar ook in deze omstandigheden de

overlast zo veel mogelijk te beperken. Daarom worden de resultaten van deze

waarnemingen zo snel mogelijk doorgegeven aan het kantoor dat uw fiscale

zaken behandelt.

3.5 Rapportage

Van elke waarneming ter plaatse wordt een rapport opgemaakt. Als er

meerdere bezoeken binnen een redelijke termijn bij u zijn afgelegd, bestaat

de mogelijkheid dat er slechts één rapport wordt opgemaakt.

U ontvangt daarvan een afschrift. Wanneer u het niet eens bent met de inhoud

van het rapport kunt u direct reageren. De geconstateerde feiten worden

immers gebruikt voor de controle van uw aangiften. …

Publicatiedatum
Rapportnummer
2013/183