2013/030: Gemeente telt onterecht tegemoetkoming CAK mee bij oordeel geen kwijtschelding heffingen

Vrouw vraagt de gemeente Delft om kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen. Dat wordt haar geweigerd omdat ze genoeg geld op haar bankrekening heeft staan. Dat geld is echter een bijdrage vanuit de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten en een bedrag langdurigheidstoeslag vanwege te laag inkomen. De Nationale ombudsman vindt dat deze bedragen niet als vermogen in aanmerking mogen worden genomen. Hij intervenieert en de ambtenaar scheldt alsnog een deel kwijt.

Instantie: Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep (algemeen bestuur)

Klacht:

verzoek om kwijtschelding over 2011 afgewezen

Oordeel: gegrond

Verzoekster had de gemeente Delft verzocht om kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen. De gemeente heeft haar verzoek niet ingewilligd, omdat zij over teveel vermogen op haar banksaldo beschikte. Op haar bankrekening was recent een bedrag aan langdurigheidstoeslag en een bedrag tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten gestort. Nadat de Nationale ombudsman hierover contact met de gemeente had opgenomen, zijn deze bedragen alsnog buiten beschouwing gelaten bij de berekening van het vermogen. De Nationale ombudsman acht dit terecht.

Redelijkheidsvereiste. Klacht gegrond.

Verzoekster klaagt erover dat de het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling de Regionale Belasting Groep (voorheen de invorderingsambtenaar van de gemeente Delft) haar verzoek om kwijtschelding over 2011 heeft afgewezen.

Bevindingen en beoordeling

Bevindingen

Mevrouw Z. diende een verzoek in om kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen 2011. De toenmalige invorderingsambtenaar wees dit verzoek af, vanwege de hoogte van haar banksaldo. Mevrouw Z. voerde in administratief beroep aan dat een deel van het banksaldo bestaat uit een bijdrage vanuit de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten en uit een bedrag langdurigheidstoeslag.

De invorderingsambtenaar handhaafde zijn beslissing, omdat de genoemde bedragen bij de berekening van vermogen in de regelgeving niet zijn uitgezonderd. Vervolgens wendde mevrouw Z. zich tot de Nationale ombudsman.

Na interventie door de Nationale ombudsman heeft de invorderingsambtenaar alsnog besloten de bijdrage vanuit de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten en de langdurigheidstoeslag niet als vermogen mee te tellen. Mevrouw Z. kreeg van de invorderingsambtenaar alsnog gedeeltelijk kwijtschelding.

Beoordeling

Het redelijkheidsvereiste houdt in dat de overheid de verschillende belangen tegen elkaar afweegt voordat zij een beslissing neemt. De uitkomst daarvan mag niet onredelijk zijn.

Dit brengt met zich mee dat een invorderingsambtenaar bij de berekening van de betalingscapaciteit bij een verzoek om kwijtschelding of een herzieningsverzoek, de bepalingen van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 naar de geest toepast indien een letterlijke toepassing tot een onredelijke en onbedoelde uitkomst leidt.

De tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten compenseert meerkosten bij een chronische ziekte of een handicap. Deze tegemoetkoming is in de Uitvoeringsregeling Invorderingen niet uitgezonderd van het begrip netto besteedbaar inkomen. De tegemoetkoming is echter niet vatbaar voor beslag. Tevens blijft deze buiten beschouwing bij de verlening van op het inkomen of vermogen afgestemde publiekrechtelijke uitkeringen en verstrekkingen.

Gelet hierop en op de aard van de tegemoetkoming is het naar het oordeel van de Nationale ombudsman niet behoorlijk om het bedrag van de tegemoetkoming bij de berekening van de betalingscapaciteit bij een kwijtscheldingsverzoek te betrekken als vermogen.

De langdurigheidstoeslag is bij regelgeving uitgezonderd als netto-besteedbaar inkomen. De toeslag is bestemd voor iemand die langdurig een laag inkomen heeft en niet beschikt over een in aanmerking te nemen vermogen.

Gelet hierop en gelet op de aard van de langdurigheidstoeslag is het tevens niet behoorlijk bij de beoordeling van verzoeken om kwijtschelding de toeslag bij de berekening van de betalingscapaciteit bij een kwijtscheldingsverzoek te betrekken als vermogen.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van het algemeen bestuur van de Regionale Belasting Groep (de voormalige invorderingsambtenaar van de gemeente Delft) te Delft, is gegrond.

De Nationale ombudsman heeft er met instemming kennis van genomen dat de toenmalige invorderingsambtenaar van de gemeente Delft de berekening heeft aangepast en gedeeltelijk kwijtschelding heeft verleend.

De Nationale ombudsman,

dr. A.F.M. Brenninkmeijer

Achtergrond

Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990

Artikel 14

"1. Onder het netto-besteedbare inkomen, bedoeld in artikel 13, wordt verstaan het met de in artikel 15, eerste lid, vermelde uitgaven verminderde gezamenlijke bedrag van:

a. …..

c. overige inkomsten met uitzondering van:

(…)

5. de langdurigheidstoeslag, bedoeld in artikel 36 van de Wet werk en bijstand;"

Wet werk en bijstand

Artikel 36 Langdurigheidstoeslag

"1. Het college verleent op aanvraag een langdurigheidstoeslag aan een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, die langdurig een laag inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 heeft en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering.

2. Bij de vaststelling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid, wordt een eerder verstrekte langdurigheidstoeslag buiten beschouwing gelaten.

3. Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 12 maanden in aanmerking komen voor een langdurigheidstoeslag.

4. De langdurigheidstoeslag wordt verleend met ingang van de datum waarop de persoon langdurig een laag inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 heeft.

5. De artikelen 12, 43, 44, 49 en 52 zijn niet van toepassing.

6. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder laag inkomen niet verstaan in aanmerking te nemen inkomen hoger dan 110 procent van de op de desbetreffende alleenstaande, alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen of gezin van toepassing zijnde bijstandsnorm."

Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

Artikel 11

"1. De betaling van tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 2 en 10, geschiedt eenmaal per kalenderjaar.

2. De bedragen van de tegemoetkomingen worden jaarlijks aangepast op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.

3. De tegemoetkomingen zijn niet vatbaar voor beslag.

4. De tegemoetkomingen blijven buiten beschouwing bij de verlening van op het inkomen of vermogen afgestemde publiekrechtelijke uitkeringen en verstrekkingen.

5. De tegemoetkomingen en de daarmee gepaard gaande beheerskosten komen ten laste van 's Rijks kas.

Publicatiedatum
Rapportnummer
2013/030