2011/333: Omwonenden tennisvereniging ervaren overlast van lichtmasten

Rapport

Verzoekster woont in een buitenwijk van Breda, vlakbij een in de jaren '80 aangelegd tennispark. Aanwonenden en de tennisvereniging kwamen een aantal afspraken overeen om de mogelijke overlast van lichtmasten te beperken, met name dat aan de straatzijde waar verzoekster woont geen masten zouden worden geplaatst. Begin 2006 verleende het college van burgemeester en wethouders vergunning voor de bouw van acht lichtmasten voor de banen tegenover verzoekster woning. Verzoekster en anderen dienden tegen dat besluit een bezwaarschrift in. Het college verklaarde de bezwaren ongegrond, maar verbond aan de vergunning wel de voorwaarde dat op de armaturen aan de straatzijde afscherming diende te worden aangebracht. De kwestie was vervolgens onderwerp van (hoger) beroep bij de bestuursrechter, alsmede de inzet van een civiele procedure tussen aanwonenden en de tennisvereniging. Verzoekster en anderen wendden zich vanaf augustus 2010 regelmatig tot de gemeente met een klacht over lichthinder op (nachtelijke) uren waarop dat volgens de wettelijke voorschriften niet is toegestaan, en vervolgens tot de Nationale ombudsman met de klacht dat het college niets ondernam om die hinder tot binnen nog aanvaardbare grenzen terug te brengen.

De Nationale ombudsman overwoog onder meer dat het in dit geval de rechter is die heeft vastgesteld welke de nog aanvaardbare grenzen zijn en dat hij beoordeelt of de gemeente voldoende toeziet op een gebruik van de verlichting binnen die grenzen. Daarbij is een toetssteen de "Handhavingswijzer", met spelregels voor overheid voor het behoorlijk omgaan met handhavingsverzoeken van burgers. Het betreft hier een situatie waarin de betrokken burgers steeds weer opnieuw aanleiding zien om hinder van een bepaalde bron van overlast te melden. Voor die burgers is het dan van belang om zo snel mogelijk te vernemen wat er is gedaan, wat er is geconstateerd en welke consequenties daaraan zijn verbonden. Er niet gesteld, noch gebleken dat sprake was van regelmatige terugmelding.

De Nationale ombudsman oordeelde de klacht over de gedraging van het college op dit punt gegrond, wegens strijd met het vereiste van voortvarendheid.

Instantie: Gemeente Breda

Klacht:

niets ondernomen om de overlast (lichthinder) die verzoekster en andere buurtbewoners ondervinden van de lichtmasten van het tennispark in hun directe omgeving tot binnen nog aanvaardbare grenzen terug te brengen

Oordeel:

Gegrond