2011/202: Vader klaagt over onvoldoende lering politie in fouten zedenzaak

Rapport

De ex-vrouw van verzoeker deed begin 2009 aangifte tegen hem van het plegen van ontucht van hun twee minderjarige dochters. Verzoeker wordt gehoord als verdachte, maar dringt er bij politie en justitie op aan om de zaak zo snel mogelijk te behandelen. Er is sprake van een valse aangifte, aldus verzoeker. Na een aantal malen wordt de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (een adviesorgaan van het Openbaar Ministerie) gevraagd om een onderzoek in te stellen naar het politieonderzoek. Het LEBZ constateert dat het opsporingsonderzoek onder de maat is geweest. De zaak komt voor de rechter en conform de eis van de officier van justitie wordt verzoeker vrijgesproken van de ontucht die hem ten laste is gelegd. Met name op basis van de rapportage van de LEBZ, concludeert de rechter dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was tegen verzoeker.

Verzoeker dient een klacht in bij de Nationale ombudsman. Met de vrijspraak is de zaak voor hem niet afgedaan. Hij wil dat politie en justitie leren van de fouten die zijn geconstateerd en vraagt om genoegdoening voor wat hem is overkomen.

De Nationale ombudsman concludeert in zijn rapport dat politie en justitie onvoldoende lering hebben getrokken uit het vonnis en dat zij onvoldoende maatregelen hebben getroffen om fouten in de toekomst te voorkomen. Inmiddels zijn er door politie en justitie diverse maatregelen getroffen om meer sturing en controle aan te brengen op onderzoeken in zedenzaken. De Nationale ombudsman heeft hier met instemming kennis van genomen.

De Nationale ombudsman concludeert verder dat politie en justitie verzoeker zelfstandig hadden moeten benaderen om hem excuses te maken en genoegdoening te bieden voor de fouten die zijn gemaakt en het leed dat verzoeker was aangedaan. Dit is pas gebeurd nadat verzoeker hierover een klacht had ingediend bij de Nationale ombudsman. Vanaf dat moment hebben politie en justitie verzoeker actief en op persoonlijke wijze benaderd. Verzoeker is genoegdoening geboden en hem zijn welgemeende excuses gemaakt. De Nationale ombudsman heeft hiervan eveneens met instemming kennis van genomen.

Professionaliteit

Redelijkheid

Instantie: Regiopolitie Brabant Zuid-Oost

Klacht:

onvoldoende lering getrokken uit het vonnis en de rapportage van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ)

Oordeel:

Gegrond

Instantie: Regiopolitie Brabant Zuid-Oost

Klacht:

onvoldoende maatregelen genomen om misstappen in de toekomst te voorkomen

Oordeel:

Gegrond

Instantie: Regiopolitie Brabant Zuid-Oost

Klacht:

niet uit eigen beweging genoegdoening geboden aan verzoeker

Oordeel:

Gegrond

Instantie: Minister van Veiligheid en Justitie

Klacht:

onvoldoende lering getrokken uit het vonnis en de rapportage van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ)

Oordeel:

Gegrond

Instantie: Minister van Veiligheid en Justitie

Klacht:

onvoldoende maatregelen genomen om misstappen in de toekomst te voorkomen

Oordeel:

Gegrond

Instantie: Minister van Veiligheid en Justitie

Klacht:

niet uit eigen beweging genoegdoening geboden aan verzoeker

Oordeel:

Gegrond