2011/166: Gemeente neemt aanvraag kwijtschelding heffingen niet in behandeling na aanvraagtermijn

Vrouw klaagt dat de gemeente Dongeradeel over meerdere jaren weigert haar in de gelegenheid te stellen kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen aan te vragen over de jaren 2005 en 2007 t/m 2009 omdat een door de gemeente gestelde termijn is verstreken. De gemeente heeft zelfs beslag gelegd op haar beslagvrije voet (90% van haar bijstandsuitkering) om de heffingen te verhalen. De Nationale ombudsman heeft eerder een rapport uitgebracht over het hanteren van een fatale termijn bij een verzoek om kwijtschelding (<a href=\"http://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2008/113?aresult=0\">2008/113</a>). Hij spreekt zijn bezorgdheid uit dat de gemeente Dongeradeel in strijd met de wet burgers in een kwetsbare positie stelselmatig de mogelijk onthoudt om kwijtschelding aan te vragen. Ook vindt hij het onbehoorlijk dat de gemeente een invorderingsmaatregel op de bijstandsuitkering heeft opgelegd.

Instantie: Gemeente Dongeradeel

Klacht:

geweigerd om verzoekster in de gelegenheid te stellen kwijtschelding aan te vragen over de jaren 2005 en 2007 tot en met 2009

Oordeel: gegrond

Instantie: Gemeente Dongeradeel

Klacht:

beslag gelegd op verzoeksters beslagvrije voet om de heffingen over 2005 en 2007 tot en met 2009 te verhalen

Oordeel: gegrond

Betrokkene ontvangt een bijstandsuitkering. Zij moet schulden afbetalen en ontvangt daarom 90% van haar uitkering. De gemeente Dongeradeel verlangt van haar de betaling van de gemeentelijke heffingen over 2005 en 2007 tot en met 2009. Over het jaar 2006 was haar desgevraagd kwijtschelding verleend. Van de waterschapsheffingen heeft zij over alle genoemde jaren kwijtschelding gekregen. De gemeente heeft aangegeven dat betrokkene voor kwijtschelding in aanmerking zou zijn gekomen als zij de aanvragen binnen zes weken na de aanslag had ingediend.

Betrokkene klaagt er bij de Nationale ombudsman over dat de gemeente haar niet in de gelegenheid stelt om over de jaren 2005 en 2007 tot en met 2009 kwijtschelding aan te vragen, omdat de gemeente aanvragen die meer dan zes weken na de aanslag worden ingediend niet meer in behandeling worden genomen.

Tevens klaagt betrokkene erover dat de gemeente beslag heeft gelegd op haar beslagvrije voet om de heffingen te verhalen.

De gemeente neemt, op grond van haar verordening, aanvragen om kwijtschelding die meer dan zes weken na de aanslag worden opgelegd niet in behandeling. De gemeente heeft beslag gelegd op de beslagvrije voet van de uitkering van betrokkene, terwijl bekend was dat zij voor kwijtschelding in aanmerking zou komen als de gemeente haar in de gelegenheid had gesteld deze in te dienen. Deze handelwijzen zijn in strijd met de wet en de bedoeling van de wetgever. De gemeente kan bij een aanslag verzoeken om een aanvraag om kwijtschelding binnen een bepaalde termijn in te dienen, om zo de werkvoorraden te stroomlijnen. Overschrijding van deze termijn kan er echter niet toe leiden dat een aanvraag niet meer inhoudelijk in behandeling wordt genomen.

Rechtszekerheidsvereiste. Klachten zijn gegrond.

Aanbevolen wordt betrokkene wat betreft de nog openstaande bedragen over de jaren 2005 en 2007 tot en met 2009 niet te bemoeilijken en de al geïnde bedragen te retourneren.

Ook wordt aanbevolen een juiste handelwijze in de organisatie te implementeren. Wel vragen om een aanvraag binnen een bepaalde termijn in te dienen, maar geen fatale termijn hanteren.

Mevrouw A. klaagt erover dat de invorderingsambtenaar van de gemeente Dongeradeel weigert om haar in de gelegenheid te stellen kwijtschelding aan te vragen over de jaren 2005 en 2007 tot en met 2009.

Tevens klaagt mevrouw A. erover dat de gemeente beslag heeft gelegd op haar beslagvrije voet om de heffingen over 2005 en 2007 tot en met 2009 te verhalen.

RAPPORT EN BEOORDELING

I Bevindingen

1. De invorderingsambtenaar van de gemeente Dongeradeel heeft bij brief van 4 februari 2010 aangegeven dat mevrouw A. over de jaren 2005 en 2007 tot en met 2009 nog een totaal bedrag van € 1973,78 aan gemeentelijke aanslagen moet betalen. De invorder­ingsambtenaar geeft haar het advies om over 2010 kwijtschelding aan te vragen.

2. De gemeente heeft mevrouw A. over 2006 desgevraagd kwijtschelding van de gemeentelijke aanslag verleend.

3. Het waterschap Noorderzijlvest heeft mevrouw A. over de jaren 2005 tot en met 2009 gelet op haar betalingscapaciteit kwijtschelding verleend van de waterschapsheffingen.

4. Mevrouw A. ontvangt in verband met de afbetaling van schulden 90% van haar bijstandsuitkering (de beslagvrije voet) en heeft geen vermogen boven de daartoe gestelde normen.

5. De Nationale ombudsman heeft de gemeente gevraagd om mevrouw A. - gelet op haar inkomsten en vermogen en het feit dat het hoogheemraadschap kwijtschelding over die jaren heeft verleend - alsnog in de gelegenheid te stellen om over de jaren 2005 en 2007 tot en met 2009 kwijtschelding aan te vragen. De gemeente heeft hieraan geen medewerking verleend.

6. De gemeente voert aan dat de gemeenteraad op 6 november 1995 heeft besloten op basis van artikel 255 van de Gemeentewet en artikel 26 van de Invorderingswet 1990 een termijn van zes weken te stellen - welke aanvangt met ingang van de dag na die van de dagtekening van het aanslagbiljet - voor het doen van een aanvraag om kwijt­schelding.

De gemeente is op de hoogte van het rapport van de Nationale ombudsman (waarbij is gedoeld op rapport 2008/113) waarbij het hanteren van een fatale termijn voor het doen van een verzoek om kwijtschelding niet behoorlijk is geacht. Dat doet volgens haar niet af aan de geldigheid van het raadsbesluit. Zij stelt haar burgers gedurig en uitgebreid te informeren over de termijn voor het indienen van een verzoek om kwijtschelding.

De gemeente merkt nog op dat mevrouw A. vanwege haar financiële situatie waarschijnlijk in aanmerking zou zijn gekomen voor kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen over de genoemde jaren. Omdat zij de kwijtschelding niet (tijdig) heeft aangevraagd kan een eventuele kwijtschelding niet worden vastgesteld.

7. De gemeente heeft beslag laten leggen op de bijstandsuitkering van mevrouw A. Omdat er al een beslag op haar uitkering lag, ontving mevrouw A. 90% van haar bijstandsuitkering. Van haar beslagvrije voet houdt de gemeente nog eens 10% in. De gemeente verwijst hiertoe naar artikel 19 van de Invorderingswet 1990.

II Beoordeling

8. Het redelijkheidsvereiste houdt in dat bestuursorganen de in het geding zijnde belangen tegen elkaar afwegen en dat de uitkomst hiervan niet onredelijk is.

Het redelijkheidsvereiste brengt mee dat een gemeente geen onnodige formele belemmeringen opwerpt voor de indiening van een kwijtscheldingsverzoek voor gemeentelijke belastingen.

Fatale termijn voor het indienen van een verzoek om kwijtschelding

9. De gemeente verwijst als onderbouwing voor de juistheid van haar handelwijze naar artikel 255 van de Gemeentewet in samenhang met artikel 26 van de Invorderingswet 1990.

Zij gaat er in haar redenering ten onrechte van uit dat artikel 255 van de Gemeentewet een gemeente de ruimte geeft voor het instellen van een fatale termijn voor het indienen van een verzoek om kwijtschelding.

Zodra een gemeente heeft bepaald van welke belastingen zij kwijtschelding wil verlenen, dient zij bij het in behandeling nemen van een verzoek om kwijtschelding de regels van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 in acht te nemen. Dit volgt uit artikel 255 van de Gemeentewet (zie achtergrond punt 1). Artikel 255 geeft de gemeente echter geen ruimte om ten nadele van de burger af te wijken van de Uitvoeringsregeling, door een fatale termijn in te stellen voor het indienen van een verzoek om kwijtschelding.

De Uitvoeringsregeling zelf bevat géén fatale termijn voor het indienen van een verzoek en biedt evenmin de mogelijkheid om een dergelijke termijn in te stellen.

Dat dit ook nimmer de bedoeling is geweest volgt ook uit de Leidraad Invordering (een toelichting op en uitwerking van de Uitvoeringsregeling), omdat ook nadat is betaald nog drie maanden na de laatste betaling kwijtschelding kan worden aangevraagd (achtergrond punt 3).

10. De Nationale ombudsman constateert daarbovenop dat de wetgever een groot belang hecht aan het kunnen indienen van een kwijtscheldingsverzoek, ook als er al invorderingsacties (zoals dwangbevel of beslag) lopen.

Bij een van de invorderingsacties - namelijk de overheidsvordering - heeft de wetgever (achtergrond punt 4) het volgende gesteld:

"Mensen aan de onderkant van het loongebouw zullen overigens in beginsel geen last hebben van dit nieuwe invorderingsinstrument, gelet op het feit dat er een sociaal vangnet blijft in de vorm van de kwijtscheldingsregeling. Degenen die te maken krijgen met een overheidsvordering, terwijl zij van een inkomen op of onder het bestaansminimum moeten rondkomen, kunnen in beginsel alsnog kwijtschelding krijgen."

………………..

"In alle stadia van het invorderingsproces, dat wil zeggen vanaf de verzending van het aanslagbiljet, kunnen op grond van het ter zake geldende invorderingsbeleid faciliteiten worden verleend."

En in dat licht stelt de wetgever:

"Voorts geldt dat bij het ontbreken van betalingscapaciteit en vermogen dat de schuldenaar recht heeft op kwijtschelding".

Het bovenstaande onderstreept de strijdigheid van het instellen van een fatale termijn met de bedoelingen van de wetgever.

11. De Nationale ombudsman concludeert dat met het niet in behandeling nemen van een verzoek om kwijtschelding of het niet in de gelegenheid stellen om een dergelijk verzoek in te dienen, omdat er een door de gemeente gestelde termijn na de aanslag is verstreken, de gemeente geen juiste uitleg geeft aan de regelgeving en handelt in strijd met de bedoelingen van de wetgever.

12. Een en ander laat onverlet dat een overheidsinstantie de mogelijkheid heeft om bij een aanslag te verzoeken om een aanvraag om kwijtschelding binnen een bepaalde termijn in te dienen, om op die manier de werkvoorraden zo veel mogelijk te stroomlijnen. Overschrijding van deze termijn kan er echter niet toe leiden dat een aanvraag niet meer inhoudelijk in behandeling wordt genomen.

Beslag op de bijstandsuitkering

13. De gemeente heeft voor haar beslag op de beslagvrije voet - zijnde 90% van de bijstandsuitkering van mevrouw A., waarvan nog eens 10% door de gemeente wordt ingehouden - verwezen naar artikel 19 van de Invorderingswet 1990.

Voorwaarde voor het kunnen leggen van een dergelijk ingrijpend beslag op een bijstandsuitkering is dat de belastingschuldige geen verzoek om kwijtschelding heeft gedaan of niet in aanmerking komt voor kwijtschelding (zie achtergrond punt 5).

De gemeente heeft bij de Nationale ombudsman aangegeven dat mevrouw A. waarschijnlijk voor kwijtschelding in aanmerking zou komen, als haar verzoeken in behandeling zouden zijn genomen.

De Nationale ombudsman is van oordeel dat de gemeente met het leggen van beslag op de beslagvrije voet op onredelijke wijze toepassing geeft aan de terzake geldende wettelijke voorschriften. De gemeente wist immers dat mevrouw A. voor kwijtschelding in aanmerking zou komen als zij haar in de gelegenheid zou stellen tot het indienen van een verzoek en deze in behandeling zou nemen.

14. De onderzochte gedragingen zijn in strijd met het redelijkheidsvereiste en om die reden niet behoorlijk.

Het vorenstaande is voor de Nationale ombudsman aanleiding om aan dit rapport een aanbeveling te verbinden.

slotopmerking

De Nationale ombudsman spreekt zijn bezorgdheid uit over de handelwijze van de gemeente Dongeradeel in deze kwestie. In strijd met de wet worden burgers in een kwetsbare positie kennelijk stelselmatig de mogelijkheid onthouden om meer dan zes weken na de aanslag kwijtschelding aan te vragen dan wel om een na de genoemde termijn ingediende aanvraag behandeld te krijgen. Voorts legt de gemeente - al evenzeer in strijd met de wet - de zeer ingrijpende invorderingsmaatregel op van beslag op de beslagvrije voet van een bijstandsuitkering, in een situatie waar er geen twijfel over bestaat dat een in behandeling genomen verzoek zou hebben geleid tot kwijtschelding.

Conclusie

De klachten over de onderzochte gedragingen van de invorderingsambtenaar van de gemeente Dongeradeel, zijn gegrond wegens schending van het redelijkheidsvereiste.

AANBEVELINGen

De Nationale ombudsman geeft de invorderingsambtenaar en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongeradeel in overweging om verzoekster wat betreft de nog openstaande vorderingen over de jaren 2005 en 2007 tot en met 2009 niet te bemoeilijken en al geïnde bedragen te retourneren.

De Nationale ombudsman geeft de invorderingsambtenaar en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongeradeel tevens in overweging om een juiste handelwijze in de organisatie te implementeren, in die zin dat bij de aanslag kan worden verzocht om een aanvraag om kwijtschelding binnen een bepaalde termijn in te dienen, maar dat overschrijding van deze termijn er niet toe leidt dat een aanvraag niet meer inhoudelijk in behandeling wordt genomen.

De Nationale ombudsman,

dr. A.F.M. Brenninkmeijer

Achtergrond

1. Gemeentewet

Artikel 255, tweede, derde en vierde lid

2. Met betrekking tot het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding zijn de krachtens artikel 26 van de Invorderingswet 1990 door Onze Minister van Financiën bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.

3. De raad kan bepalen dat, in afwijking van de in het tweede lid bedoelde regels, in het geheel geen dan wel gedeeltelijk kwijtschelding wordt verleend.

4. Met inachtneming van door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, te stellen regels kan de raad met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen afwijkende regels stellen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend.

Toelichting bij het amendement van de leden Noorman-den Uijl en Hoekema bij lid 4 van voormelde artikel van de gemeentewet (Tweede Kamer, vergaderjaar 1996 - 1997, 24 771, nr. 9)

Met dit amendement wordt de regeling kwijtschelding vereenvoudigd. Dit gebeurt door voor de berekeningsgrondslag de rijksregeling uniform voor te schrijven. Afwijkingen waarbij onderdelen van lasten op het inkomen niet of maar heel beperkt worden meegenomen zijn dan niet meer toegestaan. De gemeenten, provincies en waterschappen behouden de vrijheid om te besluiten al dan niet kwijtschelding te verlenen en ook het percentage van het inkomen waarover kwijtschelding verleend wordt staat ter keuze aan de genoemde instanties, waardoor materieel de bevoegdheden van genoemde instanties niet wordt beperkt.

Ter verduidelijking, wellicht ten overvloede, van de bedoeling van de wetgever is toegevoegd dat de gemeenten, provincies en waterschappen kunnen bepalen dat belasting gedeeltelijk wordt kwijtgescholden. B.v. wel de hondenbelasting voor de eerste hond, of een gedeelte van de afvalstoffenheffing. Dit komt overeen met de huidige situatie.

2. Invorderingswet 1990

Artikel 26, eerste lid,

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld krachtens welke aan de belastingschuldige die niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding kan worden verleend.

3. Leidraad Invordering 2008, artikel 26 kwijtschelding

26.1.1

Kwijtschelding van betaalde belastingschulden

De ontvanger verleent ook kwijtschelding van belastingaanslagen die al zijn betaald, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

- De belastingschuldige dient het verzoek om kwijtschelding in binnen drie maanden nadat de (laatste) betaling op de belastingaanslag heeft plaatsgevonden;

- De belastingschuldige heeft betaald onder omstandigheden die aanleiding zouden hebben gegeven tot kwijtschelding als hij daar eerder om had verzocht.

Als de ontvanger het verzoek toewijst, betaalt hij de belastingschuldige het bedrag terug waarvoor kwijtschelding is verleend.

4. Tweede Kamer, vergaderjaar 2009-2010, 32 291, nr. 6

Nota naar aanleiding van het verslag, onder 3.6 Wettelijke gereedschapskist van de gemeentelijke schuldhulpverlening, pg. 32 en 33.

5. Invorderingswet 1990

Artikel 19, eerste lid onder b en tweede lid,

1. Een derde die:

…………..

b. uitkeringen op grond van sociale zekerheidswetten, uitgezonderd kinderbijslag onder welke benaming ook;

…………..

verschuldigd is aan een belastingschuldige, is op vordering van de ontvanger verplicht de belastingaanslagen van de belastingschuldige te betalen, voor zover één en ander vatbaar is voor beslag. Voor zover één en ander niet vatbaar is voor beslag is de derde op vordering van de ontvanger verplicht ten hoogste een tiende gedeelte daarvan aan te wenden voor betaling van de belastingaanslagen van de belastingschuldige.

2. het eerste lid, tweede volzin, vindt alleen toepassing indien de belastingschuldige op het tijdstip waarop de vordering wordt gedaan, meer dan één belastingaanslag waarvan de enige of laatste betalingstermijn met ten minste twee maanden is overschreden, niet heeft betaald en hij met betrekking tot deze belastingaanslagen:

……………

b. geen verzoek om kwijtschelding van belasting heeft gedaan of niet in aanmerking komt voor kwijtschelding van belasting.

8

2010.02198

de Nationale ombudsman

Publicatiedatum
Rapportnummer
2011/166