2010/019

Rapport

Verzoekers hadden gedurende een periode van een jaar en negen maanden een pleegkind in huis. Zij hebben zich verzet tegen de terugplaatsing van het kind bij moeder omdat zij twijfelden of dit gezien de omstandigheden in het belang van het kind was. De rechter wees het verzoek van moeder toe en dit betekende dat de terugplaatsing bij moeder werd doorgezet.

Verzoekers klagen erover dat de terugplaatsing abrupt en zonder voldoende uitleg had plaatsgevonden. Tevens klagen zij erover dat Bureau Jeugdzorg er niet voor gezorgd heeft dat er na de terugplaatsing nog af en toe contact was tussen hen en hun voormalig pleegkind.

De Nationale ombudsman acht de uiteindelijke terugplaatsing te abrupt. Verzoekers zijn daags na de uitspraak van de rechter benaderd door Bureau Jeugdzorg. Niet is gebleken dat hen onvoldoende uitleg is gegeven over de terugplaatsing.

Bureau Jeugdzorg kan niet worden aangerekend dat er geen contact meer tussen verzoekers en hun voormalig pleegkind heeft plaatsgevonden na de terugplaatsing omdat dit afhankelijk is van de wens van alle betrokkenen, waaronder die van het kind en de ouders. De Nationale ombudsman kan hier geen uitspraak over doen.

Vereiste van professionaliteit: deels gegrond

Redelijkheidsvereiste: niet gegrond

Instantie: Bureau Jeugdzorg Overijssel

Klacht:

Pleegkind abrupt teruggeplaatst bij haar moeder.

Oordeel:

Gegrond

Instantie: Bureau Jeugdzorg Overijssel

Klacht:

Onvoldoende uitleg gegeven over terugplaatsing; contact met pleegkind niet mogelijk gemaakt.

Oordeel:

Niet gegrond

Instantie: Bureau Jeugdzorg Overijssel

Klacht:

Geen acht geslagen op signalen van verzoekers dat de moeder de zorg voor haar kind niet aan zou kunnen.

Oordeel:

Geen oordeel