2006/193

Instantie: Secretaris van de Hoge Raad van Adel

Klacht: Opmerkingen van de secretaris in het blad Quote van juni 2004 onwaar en bedreigend voor de persoonlijke levenssfeer van verzoeker en leden van de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland.
Oordeel: niet gegrond

Instantie: Secretaris van de Hoge Raad van Adel

Klacht: Klacht over de kwalificatie "querulanten".
Oordeel: gegrond

In het maandblad Quote van juni 2004 verscheen een artikel over verlening van adeldom in Nederland met als titel `Noblesse Manquée'. Het artikel bavta onder meer de volgende passage:

Minder begrip kan (de secretaris van de Hoge Raad van Adel; N.o.) opbrengen voor het fanatisme van `jonker' (naam verzoeker; N.o) en diens kornuiten van de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland. `Zij maken gebruik van argumenten en zogenaamde bewijzen die allerminst deugen. Deze mensen zie ik toch meer als…, hoe zeg je zoiets op een nette manier?' Querulanten? `Dat zijn uw woorden.'

Verzoeker klaagde over de door de secretaris van de Hoge Raad van Adel geplaatste opmerkingen over hem en de zijnen tijdens een interview met het landelijk periodiek Quote.

De Nationale ombudsman overwoog dat in de verhouding tussen overheid en burgers beoordeling van individuele zaken door bestuursorganen in beginsel niet in de media behoort plaats te vinden. In het gelaakte interview uitte had de secretaris van de Hoge Raad van Adel op een vraag van de interviewer in de openbaarheid in algemene zin kritiek op de handelwijze van een groep burgers. Op zichzelf vond de Nationale ombudsman dit niet ontoelaatbaar. Het was dan ook niet onaanvaardbaar om een waardeoordeel te geven over gehanteerde argumentatie en bewijzen om te worden ingelijfd in de Nederlandse adel. Uit het artikel in Quote en het onderzoek was niet gebleken dat de secretaris van de Hoge Raad van Adel tot de persoon van verzoeker herleidbare informatie uit individuele dossiers had verstrekt. Daarmee had de secretaris van de Hoge Raad van Adel niet gehandeld in strijd met het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Verzoeker had ook bezwaar tegen de kwalificatie `querulanten'. De Nationale ombudsman overwoog dat de secretaris van de Hoge Raad van Adel zich van een stijlfiguur had bediend waarmee men juist datgene onderstreept wat men voorgeeft te willen verzwijgen. Hierdoor, en door te verklaren dat de passage een juiste weergave van zijn woorden was en door de publicatie ervan te autoriseren, had de secretaris van de Hoge Raad van Adel naar het oordeel van de Nationale ombudsman onvoldoende afstand genomen van de kwalificatie `querulanten'. Nu aan het begrip querulant een negatieve connotatie is verbonden die ook nog eens kan duiden op vooringenomenheid was het naar het oordeel van de Nationale ombudsman niet betamelijk dat de secretaris van de Hoge Raad van Adel zich op deze wijze publiekelijk over verzoeker en de zijnen had uitgelaten. Daarmee had de secretaris van de Hoge Raad van Adel gehandeld in strijd met het vereiste van correcte bejegening.

Verzoeker klaagt over de door de secretaris van de Hoge Raad van Adel geplaatste opmerkingen over hem en de zijnen tijdens een interview met het landelijk periodiek Quote.

Beoordeling

Algemeen

1. Er is een Hoge Raad van Adel die ingevolge de Wet op de adeldom tot taak heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) te adviseren over verzoeken tot verlening van adeldom (zie Achtergrond, onder 1.). De Hoge Raad van Adel is bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1 eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb; zie Achtergrond, onder 2.).

I. Bevindingen

2. In het maandblad Quote van juni 2004 verscheen een artikel over verlening van adeldom in Nederland met als titel `Noblesse Manquée'. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:

“Wel of niet van blauwen bloed, dat is de vraag waar een zeer bescheiden groep Nederlanders mee worstelt. Zij vinden van wel, de instantie die daar over gaat, de Nederlandse Hoge Raad van Adel, vindt van niet.

(…)

Vermeend onrecht vreet aan een mens, houdt hem uit zijn slaap, legt een donkere sluier over zijn dagelijks handelen en kan leiden tot bijna een gestoorde standvastigheid, die soms verwordt tot hardnekkig queruleren. 'Dan ben ik maar een querulant', zegt (verzoeker; N.o.) of, als het aan hem ligt (naam verzoeker met adellijke titel; N.o.). Hij ontvangt in een kantine van het imposante gemeentehuis van (naam gemeente; N.o.) waar hij werkzaam is als jurist. Hij legt een dikke map op tafel gevuld met artikelen, vonnissen, klachtbrieven gericht aan de Nationale Ombudsman en oproepen aan parlementsleden. `De Hoge Raad van Adel heeft mij tot querulant gemaakt', zegt (verzoeker; N.o.) en hapt in een archetypische bedrijfstosti.

(…)

Uitroeien

(Verzoeker; N.o.) meent recht te hebben op inschrijving in de Nederlandse adelsregisters met de titel van baron, aangezien zijn familie in Duitsland te boek staat als Freiherr. `We behoren tot de Duitse adelstand. Mijn familie is opgenomen in het Duitse adelsboek. Het originele adelsdiploma van mijn familie ligt thuis.' Maar de Hoge Raad van Adel, het orgaan dat de minister van Binnenlandse Zaken adviseert over adelszaken, heraldiek en historisch protocol, is niet onder de indruk en weigert aan de minister het advies te geven (verzoeker; N.o.) en de zijnen in te lijven bij de Nederlandse adel, omdat in Duitsland volgens de minister de adel is afgeschaft. Verschillende rechtszaken brachten daar geen verandering in.

(…)

Eigenlijk heeft (verzoeker; N.o.) wel een idee waarom hij niet wordt toegelaten tot het walhalla van het blauwe bloed: `De adel in Nederland is een minderheid die door de overheid wordt gediscrimineerd met de bedoeling haar te laten uitsterven.' Maar niet als het aan hem ligt: `Ik ga binnenkort weer procederen.'

(…)

Querulanten

(Naam secretaris van de Hoge Raad van Adel; N.o.) is sinds 1 februari vorig jaar de secretaris van de Hoge Raad van Adel in Den Haag.

(…)

Minder begrip kan (de secretaris van de Hoge Raad van Adel; N.o.) opbrengen voor het fanatisme van `jonker' (naam verzoeker; N.o) en diens kornuiten van de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland. `Zij maken gebruik van argumenten en zogenaamde bewijzen die allerminst deugen. Deze mensen zie ik toch meer als…, hoe zeg je zoiets op een nette manier?' Querulanten? `Dat zijn uw woorden.'”

3. Op 21 augustus 2004 diende verzoeker bij de minister van BZK een klacht in over de opmerkingen die de secretaris van de Hoge Raad van Adel in het artikel had geplaatst. Volgens verzoeker waren de opmerkingen onwaar en kwetsend en maakten zij inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verzoeker en de zijnen. Verzoeker betoogde dat de secretaris van de Hoge Raad van Adel informatie die de persoonlijke levenssfeer van verzoeker en de zijnen raakt openbaar had gemaakt en op basis van deze informatie zuiver op de persoon gerichte negatieve opmerkingen had geuit nog voordat de pers verzoeker had geïnterviewd. Verzoeker achtte de opmerkingen grievend en onbehoorlijk.

4. In reactie op verzoekers klacht over de secretaris van de Hoge Raad van Adel benadrukte de minister in zijn brief van 25 augustus 2004 in de eerste plaats de eigen verantwoordelijkheid van de Hoge Raad van Adel en zijn secretaris. Na overleg met de secretaris van de Hoge Raad van Adel nam de minister het volgende standpunt in. De secretaris van de Hoge Raad van Adel had in het interview op geen enkele wijze gesproken over concrete adelsdossiers. Hij had noch de naam van verzoeker, noch de naam van derden genoemd. De interviewer had de naam van verzoeker genoemd in relatie tot de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland. In zijn algemeenheid had de secretaris van de Hoge Raad van Adel een vraag beantwoord en daarin tot uitdrukking willen brengen dat hij twijfel had of herhaalde verzoeken tot inlijving gezien de argumenten daarvoor op enig moment succesvol zouden kunnen zijn. Het woord querulanten berustte niet op iets dat hij in de loop van het interview had gezegd; het kwam geheel voor rekening van de interviewer, aldus de minister.

5. In zijn klacht bij de Nationale ombudsman stelde verzoeker dat door het bespreken van inlijvingsverzoeken van onder meer zijn familie, er niet zorgvuldig was omgegaan met persoonlijke gegevens van burgers. In dit geval betrof het informatie over een procedure met betrekking tot verlening van adeldom en de waardering van de daarin door betrokkenen aangevoerde argumenten. De opmerkingen van de secretaris van de Hoge Raad van Adel hadden een negatieve klank ten aanzien van betrokkenen en waren niet zakelijk, maar onnodig grievend en gaven uiting aan de negatieve gevoelens van de Hoge Raad van Adel jegens betrokkenen, aldus verzoeker. Verzoeker achtte de gedraging van de secretaris van de Hoge Raad van Adel niet behoorlijk.

6.1. In zijn reactie op de klacht liet de secretaris van de Hoge Raad van Adel onder meer het volgende weten. De gelaakte passage in het gepubliceerde interview was een juiste weergave van zijn woorden. Deze passage kreeg de secretaris van de Hoge Raad van Adel op zijn verzoek van tevoren per e-mail door de interviewer toegestuurd, waarna hij zijn toestemming tot publicatie gaf.

De secretaris van de Hoge Raad van Adel kon zich vinden in de reactie van de minister van BZK van 25 augustus 2004. Hij voegde daar aan toe dat hij een signaal had willen afgeven dat het gedrag van sommige leden van de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland ongepast was. Met name het gebruik van buitenlandse titulatuur zonder dat inlijving in de Nederlandse adel heeft plaatsgevonden, achtte de secretaris van de Hoge Raad van Adel niet juist en mogelijk zelfs in strijd met artikel 435 van het Wetboek van Strafrecht zie (Achtergrond, onder 3.). De kritische kanttekening jegens de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland betrof deze feiten en had in die zin een zakelijk karakter. Op geen enkele wijze had hij de personen als zodanig kritisch bejegend, aldus de secretaris van de Hoge Raad van Adel.

6.2. In zijn reactie op de klacht sloot de voorzitter van de Hoge Raad van Adel zich aan bij het standpunt van de secretaris van de Hoge Raad van Adel.

7. In zijn reactie op het standpunt van de secretaris van de Hoge Raad van Adel bestreed verzoeker dat het gebruik van buitenlandse titulatuur strafbaar zou zijn. Volgens verzoeker is het onvertaald voeren van een buitenlandse adellijke titel toegestaan. Ook mag een buitenlandse titel worden vertaald mits daarbij een aanwijzing naar buitenlandse herkomst wordt gegeven, aldus verzoeker.

Verzoeker achtte deze handelwijze niet ongepast. Verzoeker bleef bij het standpunt dat het publiekelijk in diskrediet brengen van hem en de zijnen door de secretaris van de Hoge Raad van Adel niet behoorlijk was.

II. Beoordeling

8. Behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen heeft een ieder recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. Dit vereiste brengt met zich dat in de verhouding tussen overheid en burgers beoordeling van individuele zaken door bestuursorganen in beginsel niet in de media behoort plaats te vinden.

9. In het gelaakte interview heeft de secretaris van de Hoge Raad van Adel op een vraag van de interviewer in de openbaarheid in algemene zin kritiek geuit op de handelwijze van een groep burgers, in dit geval leden van de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland. De Nationale ombudsman vindt het op zich te begrijpen wanneer de secretaris van de Hoge Raad van Adel zich in aangelegenheden die het terrein van de Hoge Raad van Adel raken de verantwoordelijkheid voelt en neemt om een naar zijn mening onwenselijke situatie als de onderhavige te signaleren en te trachten daarin wijziging aan te brengen. Dit brengt met zich dat het niet onaanvaardbaar is om een waardeoordeel te geven over gehanteerde argumentatie en bewijzen om te worden ingelijfd in de Nederlandse adel.

10. Uit het artikel in Quote en het onderzoek is niet gebleken dat de secretaris van de Hoge Raad van Adel tot de persoon van verzoeker herleidbare informatie uit individuele dossiers heeft verstrekt. De informatie uit verzoekers adelsdossier die in het artikel in Quote terecht is gekomen, namelijk dat verzoeker meent recht te hebben op inschrijving in de Nederlandse adelsregisters met de titel van baron, is niet een uitlating van de secretaris van de Hoge Raad van Adel maar dient voor rekening te komen van de interviewer.

11. Vorenstaande leidt tot het oordeel dat de secretaris van de Hoge Raad van Adel met zijn uitlatingen in de openbaarheid weliswaar in algemene zin een beoordeling heeft gegeven van de handelwijze van leden van de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland, maar geen beoordeling heeft gegeven van de individuele zaak die verzoeker betreft. Daarmee heeft de secretaris van de Hoge Raad van Adel niet gehandeld in strijd met het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

In zoverre is de onderzochte gedraging behoorlijk.

12. Het vereiste van correcte bejegening houdt onder meer in dat bestuursorganen burgers als mens respecteren en hen beleefd behandelen. In dit geval betekent dit dat een publieke uitlating over een groep burgers niet onbetamelijk mag zijn.

13. De Secretaris van de Hoge Raad van Adel heeft in zijn kritiek op de handelwijze van leden van de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland gezocht naar woorden die uitdrukking moesten geven aan een kwalificatie voor de personen aan wie hij de handelwijze toerekende. Zoals hiervóór gesteld acht de Nationale ombudsman het op zich niet onaanvaardbaar dat de secretaris van de Hoge Raad van Adel een waardeoordeel geeft over de handelwijze van leden van de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland. Wanneer echter niet de handelwijze, maar een groep burgers zelf wordt gekwalificeerd, mag dit niet ongepast zijn.

14. Verzoeker heeft bezwaar tegen de kwalificatie `querulanten' die in het artikel in Quote aan leden van de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland is gegeven. Volgens Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal (zie Achtergrond, onder 4.) is de betekenis van het woord querulant iemand die lijdt aan een ziekelijke klaagzucht, iemand die zich altijd verongelijkt waant, altijd bezwaren oppert en wil procederen. Synoniem voor querulant is ruziemaker, ruziezoeker. De Nationale ombudsman overweegt dat in het Nederlandse taalgebruik aan het begrip querulant een overwegend negatieve klank is verbonden en dat de kwalificatie als querulant kan duiden op vooringenomenheid.

15. De gewraakte kwalificatie werd ingeleid met woorden die de betrokken journalist uitlokte om zelf met een kwalificatie te komen.

Op de suggestie `querulanten' die de interviewer vervolgens gaf toen de secretaris van de Hoge Raad van Adel kennelijk op zoek was naar een kwalificatie voor leden van de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland, heeft de secretaris van de Hoge Raad van Adel gereageerd met de uitlating “dat zijn uw woorden”. Door zo te reageren heeft de secretaris van de Hoge Raad van Adel zich bediend van een stijlfiguur waarmee men juist datgene onderstreept wat men voorgeeft te willen verzwijgen (zie Achtergrond, onder 4.). Hierdoor, en door te verklaren dat de passage een juiste weergave van zijn woorden was en door de publicatie ervan te autoriseren, heeft de secretaris van de Hoge Raad van Adel naar het oordeel van de Nationale ombudsman onvoldoende afstand genomen van de betiteling van leden van de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland tot `querulanten'. Nu aan het begrip querulant een negatieve connotatie is verbonden die ook nog eens kan duiden op vooringenomenheid is het niet betamelijk dat de secretaris van de Hoge Raad van Adel zich op deze wijze publiekelijk over leden van de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland heeft uitgelaten. Daarmee heeft de secretaris van de Hoge Raad van Adel gehandeld in strijd met het vereiste van correcte bejegening.

In zoverre is de onderzochte gedraging niet behoorlijk.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van de secretaris van de Hoge Raad van Adel te Den Haag is:

- gegrond ten aanzien van de kwalificatie `querulanten' voor leden van de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland wegens schending van het vereiste van correcte bejegening en

- voor wat betreft de openlijke kritiek op de argumenten die leden van die vereniging hanteren niet gegrond.

Onderzoek

Op 29 december 2004 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Q. te Den Haag, met een klacht over een gedraging van de secretaris van de Hoge Raad van Adel te Den Haag.

Naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de Hoge Raad van Adel, werd een onderzoek ingesteld.

In het kader van het onderzoek werd Hoge Raad van Adel verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben.

Daarnaast werd de secretaris van de Hoge Raad van Adel te Den Haag de gelegenheid geboden om commentaar op de klacht te geven.

Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren.

Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen.

Het bestuursorgaan en de betrokken ambtenaar deelden mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen.

De reactie van verzoeker gaf aanleiding het verslag op een enkel punt te wijzigen.

Informatieoverzicht

De bevindingen van het onderzoek zijn gebaseerd op de volgende informatie:

1. `Noblesse Manquée', artikel in Quote, juni 2004;

2. Brief van verzoeker aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 21 augustus 2004;

3. Brief van de minister aan verzoeker van 25 augustus 2004;

4. Brief van verzoeker aan de Nationale ombudsman, ontvangen 29 december 2004;

5. Brief met bijlagen van de secretaris van de Hoge Raad van Adel aan de Nationale ombudsman van 21 juni 2005;

6. Brief van de voorzitter van de Hoge Raad van Adel aan de Nationale ombudsman van 21 juni 2005;

7. Brief van verzoeker aan de Nationale ombudsman van 21 september 2005.

Bevindingen

Zie onder Beoordeling.

Achtergrond

1. Wet op de adeldom (Wet van 10 mei 1994, houdende regeling inzake de adeldom, Stb. 360).

Artikel 6:

“1. Er is een Hoge Raad van Adel.

2. De Raad heeft tot taak Onze Minister van Binnenlandse Zaken te adviseren over verzoeken tot verlening van adeldom.

3. De Raad is samengesteld uit vijf leden, die bij koninklijk besluit worden benoemd en ontslagen.”

2. Algemene wet bestuursrecht

Artikel 1:1, eerste en tweede lid:

“1. Onder bestuursorgaan wordt verstaan:

a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of

b. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.

2. De volgende organen, personen en colleges worden niet als bestuursorgaan aangemerkt:

a. de wetgevende macht;

b. de kamers en de verenigde vergadering der Staten-Generaal;

c. onafhankelijke, bij de wet ingestelde organen die met rechtspraak zijn belast, alsmede de Raad voor de rechtspraak en het College van afgevaardigden;

d. de Raad van State en zijn afdelingen;

e. de Algemene Rekenkamer;

f. de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman, en ombudsmannen en ombudscommissies als bedoeld in artikel 9:17, onderdeel b;

g. de voorzitters, leden, griffiers en secretarissen van de in de onderdelen b tot en met f bedoelde organen, de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal en de advocaten-generaal bij de Hoge Raad, de besturen van de in onderdeel c bedoelde organen alsmede de voorzitters van die besturen, alsmede de commissies uit het midden van de in de onderdelen b tot en met f bedoelde organen;

h. de commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, bedoeld in artikel 64 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.”

3. Wetboek van Strafrecht

Artikel 435:

“Met geldboete van de tweede categorie wordt gestraft:

1°. hij die zonder daartoe gerechtigd te zijn een Nederlandse adellijke titel voert of een Nederlands ordeteken draagt;

2°. hij die zonder 's Konings verlof waar dit vereist wordt, een vreemd ordeteken, titel, rang of waardigheid aanneemt;

3°. hij die zonder daartoe gerechtigd te zijn de titel van advocaat of procureur, gerechtsdeurwaarder, dan wel een der in de artikelen 7.20, 7.22, tweede lid, en 7.22a, eerste lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde titels voert;

4°. hij die, door het bevoegd gezag naar zijn identiteitsgegevens gevraagd, een valse naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats, adres waarop hij in de basisadministratie persoonsgegevens als ingezetene staat ingeschreven of woon- of verblijfplaats opgeeft.”

4. Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal (dertiende editie, 1999)

Querulant: iemand die lijdt aan een ziekelijke klaagzucht, iemand die zich altijd verongelijkt waant, altijd bezwaren oppert en wil procederen.

Synoniem: ruziemaker, ruziezoeker.

Paraleipsis: stijlfiguur waarmee men juist datgene onderstreept wat men voorgeeft te willen verzwijgen.

Synoniem: praeteritio, pretermissie

Publicatiedatum
Rapportnummer
2006/193